Aangepaste flesvoeding bevat alle nodige voedingsstoffen voor de normale groei en ontwikkeling van je baby. Hygiëne is hierbij van cruciaal belang. Wanneer je een flesje geeft, is het aan te raden dit in een rustige omgeving te doen en je baby zo dicht mogelijk bij je te houden, met zoveel mogelijk oogcontact.
Heb je vragen over het bereiden van flesjes of over de groei van je kind? Aarzel dan niet om contact op te nemen met je Kind en Gezin-team.
Flesvoeding versus Borstvoeding
Hoe je je kind ook voedt - met de borst, de fles, kunstvoeding of afgekolfde melk - dat maakt niet uit. Echter, moedermelk wordt beschouwd als de meest natuurlijke voeding, omdat deze beter is aangepast aan de specifieke behoeften van een baby. Bovendien is moedermelk altijd klaar voor gebruik, gratis en milieuvriendelijk. Het geven van borstvoeding biedt tal van voordelen voor zowel de moeder, de baby als de samenleving, en wordt daarom vaak geprefereerd.
Een combinatie van flesvoeding en borstvoeding kan de borstvoeding echter hinderen, en het kan moeilijk zijn om daarna weer terug te keren naar exclusieve borstvoeding. In het eerste levensjaar wordt borstvoeding gezien als de beste voeding voor een baby.
Flesvoeding, ook wel kunstvoeding genoemd, is een goed alternatief wanneer borstvoeding om welke reden dan ook geen optie (meer) is. Hoewel borstvoeding dus de voorkeur heeft, kunnen er redenen zijn om voor flesvoeding te kiezen, en als ouders daarvoor kiezen, wordt dit gerespecteerd. Het geven van flesvoeding vereist kennis en handigheid, daarom is het nuttig om hierover adviezen te hebben. Deze informatie is ook relevant bij het gebruik van gekolfde moedermelk of donormelk.

Samenstelling en Keuze van Flesvoeding
Flesvoeding wordt gemaakt van dierlijke en plantaardige stoffen. Er zijn diverse merken flesvoeding te koop. Bijna alle op tijd geboren baby’s beginnen met een standaardvoeding voor kinderen van nul tot zes maanden, aangeduid met de term ‘Volledige Zuigelingenvoeding’ op de verpakking. Alle kunstvoeding in Nederland voldoet aan de wettelijk vastgestelde standaard eisen.
Het is raadzaam om niet te vaak van merk te veranderen, aangezien baby's hier soms last van kunnen hebben. Een extra aanvulling met vitamine K is niet nodig als de voeding voor meer dan 50% uit kunstvoeding bestaat.
Flessen en Spenen
Er is een grote variatie aan flessen en spenen verkrijgbaar: klein, groot, met een knik, met een brede hals, met of zonder ventielsysteem. Het is sterk afhankelijk van de baby welke fles en speen het beste is. Een snel drinkende baby heeft andere behoeften dan een langzame drinker.

De Eerste Voedingen en Gewenning
Gedurende de eerste week zal, vaak in samenwerking met de kraamverzorgster, de flesvoeding worden klaargemaakt en de aangepaste hoeveelheid worden gegeven die de baby op dat moment nodig heeft.
In de baarmoeder ontving de baby voeding via de navelstreng, waardoor het maagdarmstelsel nog niet hoefde te verteren. Het maagje en de darmen moeten aan het voedsel wennen, daarom wordt begonnen met zeer kleine hoeveelheden voeding.
De opbouw van de voeding start met kleine beetjes en gebeurt in overleg met een arts, verloskundige of het consultatiebureau. Afhankelijk van het geboortegewicht krijgt de baby meestal zes tot zeven keer per 24 uur voeding. Vaak wordt gestart met 10 ml per voeding, waarbij de hoeveelheid dagelijks met 10 ml wordt verhoogd.
Aan het einde van het kraambed krijgt de gemiddelde baby zes tot zeven keer 80 ml flesvoeding. Dit is echter niet voor elke baby voldoende. De hoeveelheid voeding die een baby nodig heeft en kan verdragen, is sterk afhankelijk van het gewicht. Een vuistregel is dat een baby per dag ongeveer 150 ml voeding nodig heeft per kilogram lichaamsgewicht. Bijvoorbeeld: een baby van 3,5 kg heeft 3,5 x 150 ml = 525 ml per dag nodig.
In de eerste weken willen baby’s soms vaker en meer drinken, met name in de late middag en vroege avonduren. Dit fenomeen wordt clusteren genoemd. Baby's doen dit uit behoefte aan contact of om een voorraadje aan te leggen zodat ze langer kunnen doorslapen.
Bereiding en Hygiëne van Flesvoeding
Een goede hygiëne is essentieel bij het bereiden en gebruiken van kunstvoeding. Begin altijd met het wassen van de handen, zorg voor een schoon werkblad en schone materialen. Raadpleeg voor de specifieke bereidingsinstructies de aanwijzingen op de verpakking.
Water voor Bereiding
In Nederland kan gewoon kraanwater worden gebruikt voor de bereiding van kunstvoeding, met uitzondering van kraanwater dat uit loden leidingen komt, aangezien dit lood bevat en ongezond is voor baby's.
Indien u flessenwater wilt gebruiken, controleer dan of op het etiket staat: ‘geschikt voor de bereiding van zuigelingenvoeding’. Flessenwater is alleen geschikt als het lage gehaltes natrium, nitriet, nitraat en fluor bevat.
Het water dient eerst te worden opgewarmd, waarna de poeder wordt toegevoegd. (Kraan)water hoeft voor gebruik niet gekookt te worden, enkel opgewarmd tot een temperatuur van ongeveer 35 graden Celsius.
Wees voorzichtig met opwarmen in een magnetron, omdat dit kan leiden tot ongelijke verwarming en verbrandingsgevaar voor de baby. Schud de fles daarom regelmatig om.
Test de temperatuur voor gebruik door een druppel op de binnenkant van uw pols te laten vallen.

Voeden op Verzoek en Techniek
Elke baby heeft zijn eigen behoefte en ritme. Baby's gedijen het best als ze worden gevoed op verzoek, zowel bij borstvoeding als bij flesvoeding. Voed uw baby zodra hij voedingssignalen laat zien, zoals smakken, de tong uitsteken, sabbelen op de vuistjes of zoekgedrag vertonen met de mond en lippen.
Neem uw baby tijdens het voeden op schoot en laat hem niet in een babystoeltje of in bed drinken. Wrijf zachtjes met de speen over de bovenlip van uw baby om de zuigreflex op te wekken voordat u de speen in zijn mondje brengt. Het gebruik van de natuurlijke reflexen van de baby zorgt voor een ontspannen drinkmoment in zijn eigen tempo.
Houding en Flesgebruik
Tijdens het voeden moet de fles horizontaal worden gehouden. Kantel de fles net genoeg om het puntje van de speen, inclusief het gaatje, met melk te vullen. Naarmate de fles leger raakt, moet u de fles verder kantelen. Een luchtbubbel aan de onderkant van de speen is geen probleem, zolang het puntje van de speen maar gevuld is met melk.
Van flesvoeding krijgt een baby gemakkelijker te veel dan van borstvoeding, omdat het drinken uit de fles eenvoudiger en sneller gaat. Het is belangrijk om te stoppen wanneer uw baby aangeeft dat hij niet meer wil drinken; hij zal dan met zijn tong de speen uit zijn mondje duwen of wegdraaien van de fles.
Wanneer u stresssymptomen bij de baby ziet tijdens het voeden (gespreide vingers en tenen, melk die uit de mond loopt, wegdraaien van het hoofd, gefronste wenkbrauwen, bijgeluiden bij het slikken of het wegduwen van de fles), kan het helpen om de baby in zijligging te voeden of een pauze in te lassen. U kunt de speen in de mond van de baby laten, maar de fles zo kantelen dat het puntje van de speen richting het gehemelte wijst ('afbuigen'). Hierdoor weet de baby dat de fles er nog is en zal hij weer beginnen met zuigen wanneer hij daar klaar voor is. Zodra de baby weer zuigt, kunt u de fles weer horizontaal kantelen.
Het is frustrerend voor de baby wanneer de speen uit zijn mond wordt gehaald om een pauze in te lassen, omdat hij niet weet of de fles terugkomt. Wanneer de baby laat zien dat hij klaar is met drinken (wegdraaien van hoofd, wegduwen van fles, etc.), is het tijd om te stoppen met voeden, ongeacht of de fles leeg is.
Het wisselen van kant tijdens de voedingen helpt bij de ontwikkeling en stimulatie van beide ogen en lichaamshelften van uw baby.

Voldoende Voeding en Ontwikkeling
Spoel direct na het voeden de fles en speen om met koud water. U weet zeker dat uw baby voldoende drinkt als hij levendig is, ongeveer 6 natte plasluiers per dag heeft en volgens het consultatiebureau goed groeit. Als uw baby een paar dagen geen 6 luiers vol plast, hoeft er niet direct iets aan de hand te zijn. Kijk goed naar het gedrag van uw baby: is hij alert en levendig? Dan is er waarschijnlijk niets aan de hand.
Als u flesvoeding geeft, betekent dit niet dat de borstvoeding niet op gang komt. Uw borsten zullen na de bevalling melk gaan produceren. Stuwing, waarbij de borsten gespannen en vol aanvoelen, komt het meest voor tussen dag 3 en 5 na de bevalling, maar kan ook later optreden. Bij stuwing kunnen de borsten warm en pijnlijk aanvoelen. Dit wordt veroorzaakt door vaatverwijding, weefselvocht en het op gang komen van de melkproductie. Het is verstandig om een stevige bh te dragen, de borsten te koelen met koude kompressen en ze 'met rust te laten'.
Vragen die u na het lezen van deze informatie nog heeft, kunt u stellen aan de verpleegkundige die voor u en uw baby zorgt.
Regelgeving en Producttypes
Volgens de warenwetgeving is de benaming voor kunstvoeding volledige zuigelingenvoeding. Deze voeding voorziet in alle benodigde voedingsstoffen voor de groei en ontwikkeling gedurende de eerste levensmaanden van gezonde, voldragen zuigelingen.
Naast de wettelijk voorgeschreven samenstelling worden aan kunstvoeding vaak andere bestanddelen toegevoegd, waarvoor eveneens warenwettelijke eisen gelden. Omdat de meeste van deze bestanddelen ook in moedermelk aanwezig zijn, wordt aangenomen dat ze specifieke gezondheidsbevorderende eigenschappen hebben.
Kinderen hebben vanaf de zesde maand meer ijzer nodig vanwege het uitputten van de bij de geboorte meegekregen lichaamsvoorraad. Koemelk bevat weinig ijzer.
Typen Zuigelingenvoeding
De warenwettelijke benaming voor kunstvoeding is volledige zuigelingenvoeding. Dit geldt voor de voeding die speciaal bestemd is voor zuigelingen gedurende de eerste levensmaanden en die, zolang er nog geen passende aanvullende voeding wordt gegeven, volledig aan de voedingsbehoeften van deze zuigelingen voldoet (0-6 maanden).
Opvolgzuigelingenvoeding (ook wel tweedeleeftijdsmelk genoemd) is bedoeld voor zuigelingen vanaf 6 maanden, wanneer zij al diverse voedingsstoffen via vaste voeding binnenkrijgen. Deze voeding vormt het belangrijkste vloeibare bestanddeel van de steeds gevarieerder wordende voeding van zuigelingen (6-12 maanden).
De overstap van startvoeding naar opvolgvoeding kan het beste worden gemaakt wanneer een baby voldoende gewend is aan vaste voeding, om zo veranderingen geleidelijk te laten verlopen.
Tussen 12 en 18 maanden kan worden overgeschakeld op volle melk of groeimelk, mits de baby een vitamine D-supplement krijgt. Groeimelk is niet altijd noodzakelijk. Het gebruik van volle melkproducten wordt geadviseerd tot de leeftijd van 3 jaar, daarna is halfvolle melk voldoende. Vitamine D-suppletie is noodzakelijk tot de leeftijd van 6 jaar.
Indien de voeding moeizaam verloopt of de baby geen vitamine D-supplement krijgt, kan groeimelk een meerwaarde bieden. Groeimelk is verrijkt met mineralen, vitaminen en essentiële vetzuren en heeft een lager eiwitgehalte dan koemelk. Het kan helpen om de inname van ijzer, vitamine D, omega 3-vetzuren, jodium en zink te verhogen, terwijl de eiwitinname beperkt blijft.
Het wordt aangeraden om ongezoete groeimelk te kiezen zonder toegevoegde smaakstoffen.

Alternatieven en Speciale Voedingen
Niet alle melk is geschikt voor baby's; de samenstelling van halfvolle en magere koemelk, niet-aangepaste geitenmelk, paardenmelk, karnemelk, babeurre en niet-aangepaste sojadranken wijkt te veel af van zuigelingenvoeding en bevat niet de juiste voedingsstoffen of de juiste verhouding voor de groei en ontwikkeling van een baby.
Vanaf de leeftijd van 12 maanden kunnen bepaalde dierlijke melken wel geschikt zijn, zoals volle melk of geitenmelk, evenals calciumverrijkte sojadranken.
Soja-alternatieven
Soja is een hoogwaardig plantaardig eiwit. Na verrijking met calcium en vitamines kan het een volwaardige vervanging van melk zijn. Kies bij voorkeur voor de natuurversie en niet de gezoete varianten. Start- en opvolgvoedingen op basis van soja zijn momenteel niet breed verkrijgbaar in Nederland.
Vanaf 12 à 18 maanden kan gekozen worden voor een groeidrink op basis van soja of een calciumverrijkte sojadrank of -product. Het is belangrijk om rekening te houden met de mate waarin gezonde voeding bij een peuter lukt. Er bestaat controverse over soja en gezondheid; sojaproducten kunnen melk op geen enkele leeftijd volwaardig vervangen en worden hoogstens als verfrissend tussendoortje beschouwd.
Sommige plantaardige dranken zijn verrijkt met calcium en vitamine B12, maar ze bevatten vaak te weinig eiwitten of hebben een te lage eiwitkwaliteit en zijn vaak gesuikerd. Gezoete varianten worden best beperkt.
Plantaardige dranken voldoen niet aan de wettelijke normen voor de nutritionele samenstelling van zuigelingenvoeding.
Andere Alternatieven
Voor zuigelingen bestaan er zuigelingenvoedingen op basis van rijsteiwitten die wel voldoen aan de wettelijke samenstellingsnormen. Voor kinderen vanaf 12 à 18 maanden zijn plantaardige groeidrinks op basis van haver en rijst beschikbaar. Deze aangepaste drinks leveren de nodige voedingsstoffen als vervanging van melk.

Vitamines en Mineralen
Ook al drinkt een kind aangepaste melkvoeding, toch zijn extra vitamines nodig.
Vitamine D
Er wordt aanbevolen alle kinderen dagelijks 400 IE (internationale eenheden) vitamine D te geven, vanaf de geboorte tot de leeftijd van 6 jaar, het hele jaar door, onafhankelijk van de melkvoeding. Voor kinderen met een donker huidtype kan vitamine D-suppletie langer nodig zijn, soms tot de leeftijd van 18 jaar.
Fluoride
Fluoride werkt voornamelijk plaatselijk. Poetsen met fluoridehoudende tandpasta vanaf de eerste tanddoorbraak is de aanbeveling. Kinderen hoeven geen extra fluoride in te nemen (geen druppels, noch tabletten).
Etikettering en Regelgeving
De etikettering en reclame voor beide types zuigelingenvoeding (volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding) zijn gereglementeerd om borstvoeding te beschermen en de consument duidelijke informatie te geven.
Verplichte vermeldingen op het etiket omvatten:
- Een vermelding dat het product uitsluitend geschikt is voor zuigelingen, met duidelijke aanduiding van de leeftijdscategorie.
- Een vermelding van het belang van borstvoeding.
- Een vermelding die aanbeveelt het product uitsluitend te gebruiken op advies van een gekwalificeerde persoon.
- Duidelijke instructies voor bereiding en bewaring, en een waarschuwing voor de risico's van een verkeerde bereiding of bewaring.
Verboden praktijken, afhankelijk van het type zuigelingenvoeding, omvatten onder andere het ontmoedigen van borstvoeding, reclame maken op het verkooppunt of het uitdelen van gratis stalen (voor volledige zuigelingenvoeding), voedings- en gezondheidsclaims (met enkele uitzonderingen), en het gebruik van termen als “gehumaniseerd”, “gematernaliseerd” of “aangepast”. Ook mag niet worden gesuggereerd dat flesvoeding gelijkwaardig of superieur is aan borstvoeding.
Daarnaast moeten etikettering en presentatie verwarring tussen volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding vermijden door middel van duidelijke differentiatie in tekst, afbeeldingen en kleuren.

Melkdranken en Verrijkte Producten
Melkdranken en soortgelijke producten voor jonge kinderen worden niet beschouwd als babyvoeding. Indien deze producten verrijkt zijn, moeten ze worden gemeld als verrijkte levensmiddelen. Hun samenstelling is momenteel niet gereglementeerd.
Bij het in de handel brengen van bepaalde producten, zoals volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding die niet-standaard stoffen bevat, of opvolgzuigelingenvoeding op basis van gehydrolyseerde eiwitten, is voorafgaande notificatie vereist. Dit proces verloopt via de online toepassing FOODSUP.
Baby's Ongemakken en Voeding
Baby's ervaren vaak ongemakken, en ouders denken dan vaak dat dit verband houdt met de voeding. Echter, een verband met voeding is zelden het geval; de ongemakken hebben doorgaans te maken met de ontwikkelingsfase van de baby. Het veranderen van voeding zal dan geen oplossing bieden of slechts kortdurend verbeteren.
Wees daarom kritisch bij het op eigen initiatief veranderen van voeding. Aarzel niet om contact op te nemen met uw verpleegkundige of de Kind en Gezin-Lijn voor ondersteuning. Bij zorgen kunt u ook advies vragen aan uw arts, die kan inschatten of een onderliggende medische reden de oorzaak kan zijn en of een voedingswijziging naar een dieetvoeding noodzakelijk is.

Overstap naar Vaste Voeding
Vanaf de leeftijd van 6 maanden heeft uw baby behoefte aan meer dan alleen melkvoeding. In de periode van 4 tot 6 maanden kunnen de eerste oefenhapjes worden gegeven als de baby hier klaar voor is. Dit zijn echt oefenhapjes, waarbij de melkvoedingen nog niet worden afgebouwd. Begin met een paar theelepels groente, fruit of pap.
Voedingsschema en Oefenhapjes (6-8 maanden)
Hieronder staat een voorbeeldschema met drinken en oefenhapjes. Borstvoeding kan in deze periode ook op verzoek worden gegeven.
- Ochtend: Borstvoeding of flesvoeding.
- Tussendoor: Oefenhapje (bijvoorbeeld een paar theelepels fijngemaakte groente of fruit).
- Middag: Borstvoeding of flesvoeding.
- Tussendoor: Oefenhapje (bijvoorbeeld een paar theelepels pap).
- Avond: Borstvoeding of flesvoeding.
- Voor de nacht: Borstvoeding of flesvoeding.
Er is minder kans op het ontwikkelen van een voedselallergie als vroeg wordt begonnen met de eerste hapjes, vooral belangrijk bij baby's met eczeem of een familiegeschiedenis van voedselallergie. Geef dagelijks de oefenhapjes tussendoor of direct na de melkvoeding.
Met 6 maanden kan uw baby ook brood eten. Bijten, kauwen en sabbelen is goed voor de mondspieren. Voordat u uw kind grotere stukjes geeft, moet hij rechtop kunnen zitten.
Prak de oefenhapjes in het begin fijn met een vork. Als het te droog is, kunt u wat water of olie/margarine toevoegen. Als uw baby dit gemakkelijk eet, prak het dan iets minder fijn.

Drinken uit een Beker en Eetmomenten
Baby's drinken alleen als ze dorst hebben. Blijf oefenen met drinken uit een gewone (oefen)beker en bouw de zuigfles af rond de eerste verjaardag.
Eet samen aan tafel op vaste momenten. Geef het drinken na het eten. Maak van de maaltijden een gezellig samenzijn en geef uw kind een goed voorbeeld. De maaltijd kan bestaan uit groente, aardappel/rijst/pasta, vlees/vis/ei/vleesvervanger. Leer uw kind gezond eten, dan blijft zijn gewicht goed. Veel bewegen is hierbij erg belangrijk.
Geef liever geen kinderkoekjes, zoete pap, kindertoetjes, diksap, limonadesiroop of zoete zuiveldrankjes. Uw dreumes kan hetzelfde eten als de rest van het gezin; drie maaltijden per dag en 2 à 3 keer iets tussendoor. Speciale dreumesmelk of peutermelk is niet nodig.
300 ml zuivel (halfvolle of magere melk/yoghurt) per dag en/of borstvoeding op verzoek is voldoende, met daarnaast 10 microgram vitamine D. Vanaf 1 jaar groeit uw kind minder snel, waardoor het soms minder trek heeft.
Mondhygiëne
Als de eerste tanden er zijn, is het tijd om dagelijks met poetsen te oefenen. Gebruik een zachte tandenborstel en peutertandpasta.

Nutrivigilantie en Veiligheid
Het systeem van nutrivigilantie garandeert de veiligheid van de consument door het opsporen van ongewenste effecten die verband houden met de consumptie van bepaalde levensmiddelen, met name voeding voor specifieke groepen (FSG). Exploitanten zijn verplicht elk ongewenst effect te melden via een online formulier.
Baby's groeien in de eerste 6 maanden van melk. De eerste keuze is borstvoeding, maar als dit niet mogelijk is of u een andere keuze maakt, geeft u uw baby kunstvoeding. Een strak voedingsschema is niet nodig; uw baby geeft zelf signalen. De eerste 12 weken vragen baby’s vaak om een voeding omdat hun maag nog klein is. Naarmate de maag groter wordt, kan een baby meer voeding per keer drinken en langere periodes ertussen laten.
Borstvoeding is de meest natuurlijke en gezonde voeding en heeft voordelen voor zowel de baby als de moeder. Borstvoeding geeft u op verzoek, waarbij u let op de hongersignalen van uw baby. Belangrijk bij borstvoeding is dat de baby goed wordt aangelegd. In de eerste maanden zal uw kindje regelmatig een regeldag hebben, en clusteren is ook iets wat veel baby’s doen.
In de eerste 3 maanden geeft u ter aanvulling 150 microgram vitamine K-druppels aan uw baby als u volledig borstvoeding geeft (bij >500 ml kunstvoeding mag u hiermee stoppen). Na ongeveer 6 maanden heeft uw baby ook behoefte aan andere voeding.
Een baby bepaalt zelf hoeveel hij drinkt. De fles hoeft niet altijd leeg. Het is belangrijk om goed naar uw baby te kijken tijdens het drinken. Stop met voeden als uw baby niet meer wil, om spugen en overvoeden te voorkomen. De ene baby drinkt meer dan de andere, dat is normaal.
Per 24 uur heeft uw baby ongeveer 150 ml vocht per kilogram lichaamsgewicht nodig. Als voorbeeld: een jonge baby wil vaak 8 keer per dag drinken. Als de baby 3,3 kilo weegt, is er ongeveer 495 ml voeding per dag nodig. Uw baby zal vanzelf zijn ritme aanpassen naar minder voedingen. Tot de leeftijd van 6 maanden willen de meeste baby’s nog vijf of zes melkvoedingen per 24 uur drinken. Sommige baby’s drinken vanaf 4 maanden 4 voedingen op een dag; dat kan, meestal is dan de hoeveelheid van 180 ml water met 6 maatlepels poeder nog steeds voldoende.
Werk netjes en hygiënisch bij het klaarmaken van kunstvoeding. U kunt koud kraanwater gebruiken en dit opwarmen. Doe altijd 1 afgestreken maatlepel poeder op 30 ml water; andere verhoudingen kunnen krampjes veroorzaken. Maak één fles per keer klaar. Klaargemaakte voeding moet binnen een uur gedronken worden; gooi de rest weg. Reinig de fles/speen met een flessenborstel in een heet sopje en spoel af, of in de vaatwasmachine op minimaal 55°C.
Extra Vitamine D is nodig voor alle kinderen van 0 tot 4 jaar.