Ontlastingsverlies na bevalling: oorzaken en behandeling

Fecale incontinentie, ook wel anale incontinentie, ontlastingsincontinentie of ontlasting verlies genoemd, is het ongewild verlies van ontlasting of windjes. Dit betekent dat u ontlasting of windjes niet goed kunt ophouden.

Sommige mensen zijn volledig incontinent en verliezen hun ontlasting zonder het te merken. Maar ook als u maar een klein beetje ontlasting verliest, ongewild windjes laat of wanneer u alleen remsporen in uw onderbroek heeft, is sprake van een lichte vorm van anale incontinentie. Dit komt meer voor dan men aanvankelijk dacht en niet alleen op hogere leeftijd. Maar liefst 1 op de 10 Nederlanders krijgt in zijn of haar leven te maken met ontlastingsincontinentie. Vrouwen hebben vaker last van ongewild ontlastingsverlies dan mannen, en meestal begint het pas echt een probleem te worden na de menopauze. Vaak blijkt bij goed navragen dat de klachten toch eigenlijk al langer bestonden, maar dat men pas naar een arts gaat als het een ernstig probleem is geworden.

De klachten en de ernst van de klachten bij ontlastingsincontinentie kunnen erg verschillen. Soiling (het achterlaten van sporen in de onderbroek) kan ontstaan door het niet goed uit kunnen poepen, waardoor soms restjes ontlasting net boven de kringspier achterblijven. Blaascontroleproblemen kunnen hiermee samengaan.

Oorzaken van ontlastingsincontinentie

Er zijn vele oorzaken van ontlastingsincontinentie. Deze kunnen worden onderverdeeld in verschillende categorieën:

Problemen met de sluitspieren en bekkenbodem

  • Verminderde werking van de kringspier en/of de bekkenbodemspier: Beschadiging van de anale kringspier kan ontstaan tijdens een bevalling, na een operatie, als gevolg van een ongeluk of na seksueel misbruik. Ook kan de kringspier verslappen, wat vaak een combinatie is van een slechtere werking van de spier zelf en de aansturende zenuwen.
  • Overactieve bekkenbodem: Als de bekkenbodemspieren en de inwendige sluitspier van de anus te gespannen zijn, is het moeilijker om de ontlasting kwijt te raken. Dit kan leiden tot langdurige verstopping.

Zenuwschade

  • Beschadiging van zenuwen die de kringspier en bekkenbodemspieren aansturen: Deze zenuwen kunnen beschadigd raken tijdens een bevalling, door langdurige verstopping (obstipatie), een operatie of ouderdom.

Structurele problemen van de darmen

  • Verzakking van de endeldarm (rectumprolaps): Bij een rectumprolaps stulpt de endeldarm in zichzelf. In het begin kan de verzakking de ontlasting juist tegenhouden omdat de ingestulpte darm als een stop functioneert. Vaak wordt dit gevolgd door een oncontroleerbare aanval waarbij er ineens veel ontlasting naar buiten komt. Als de situatie langer bestaat, kan de endeldarm uit de anus hangen. Dit kan leiden tot beschadiging van de zenuw waardoor de kringspier niet meer goed werkt.
  • Obstructieve defecatie syndroom: Als er ontlasting achterblijft in de endeldarm, kan de ontlasting ongemerkt ontsnappen, meestal tijdens het lopen. Dit kan ook gepaard gaan met het gevoel dat de darm nooit helemaal leeg is na een toiletbezoek.
  • Aambeien en scheurtjes rond de anus: Deze kunnen ontstaan door te hard persen, wat kan gebeuren als de bekkenbodem onvoldoende ontspant. Aambeien zijn uitgezakte zwellichamen in de endeldarm die pijn en een drukkend gevoel kunnen geven. Anale fissuren zijn oppervlakkige kloofjes in de huid rond de anus.

Darmziekten en stoelgangproblemen

  • Darmontsteking: Bij een ontstekingsziekte van de darm, zoals de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa of proctitis, kan een versterkt aandranggevoel ontstaan door zwelling van het slijmvlies.
  • Chronische diarree: Bij dunne ontlasting of diarree is het moeilijk om de ontlasting op te houden. Dit komt soms door overmatig gebruik van laxeermiddelen.
  • Overloopdiarree (paradoxale diarree) of chronische obstipatie (verstopping): Bij langdurige verstopping kan dunne ontlasting langs de harde ontlasting in de endeldarm weglekken.

Specifieke situaties na bevalling

Hoewel er maar weinig over wordt gesproken, krijgen veel vrouwen tijdens en vooral na de zwangerschap last van stoelgangproblemen. Eén op de acht vrouwen heeft stoelgangverlies na een zwangerschap of bevalling. Dit kan zich uiten als:

  • Stoelgangverlies: Het niet kunnen ophouden van vaste of lopende stoelgang (fecale incontinentie). Dit kan voorkomen bij een dranggevoel, maar ook in een onbewuste vorm (passieve fecale incontinentie of soiling).
  • Winderigheid (scheten): Ongewenst verlies van gas of lucht langs de anus (flatusincontinentie). Vrouwen hebben soms geen controle over het ophouden van windjes op ongepaste momenten.
  • Constipatie: Minder dan drie keer per week stoelgang maken, of langer dan drie dagen geen stoelgang kunnen maken, vaak gepaard gaand met buikpijn of harde stoelgang.
  • Moeilijkheden om stoelgang naar buiten te drukken: Gevoel van onvolledige lediging of obstructieve defecatie, met het gevoel dat de darm nooit leeg is na een toiletbezoek.

Een beschadiging van de sluitspier van de anus kan ongewenst ontlastingsverlies bij vrouwen veroorzaken. Bij vrouwen kan deze schade ontstaan tijdens een bevalling, met name bij een bevalling waarbij een verlostang is gebruikt. Een beschadiging aan de zenuwen die de anale spieren aansturen, of die het gevoel van aandrang regelen, kan ook een oorzaak zijn. Een verzwakte bekkenbodemspier, die vooral op latere leeftijd optreedt, is een andere mogelijke oorzaak. Een verminderde elasticiteit van de endeldarm kan de tijd die vrouwen hebben om het ontlasten uit te stellen bij aandrang, verkorten.

Diagnose van ontlastingsincontinentie

Meestal is uw verhaal en het lichamelijk onderzoek al voldoende om de diagnose te stellen. Vaak wordt u gevraagd om een continentiedagboek bij te houden. Hiermee krijgen artsen een goede indruk van de ernst van de incontinentie. Na de ingestelde behandeling kan het dagboek opnieuw worden ingevuld om de verbetering van de klachten te meten.

Mogelijke aanvullende onderzoeken zijn:

  • Stoelgangdagboek
  • Inwendige probe: Een soort 'ballon' die de bekkenbodemkinesitherapeut inbrengt en die verbonden is met een scherm waarop de spieractiviteit zichtbaar is.
  • Transperineale bekkenbodemecho: Een probe geeft een beeld van de conditie van de bekkenbodemspieren en het ophangsysteem.
  • Transrectale echografie: Een gastro-enteroloog bekijkt inwendig via de anus de conditie.
  • Rectale ballontraining: Een ballon wordt in het anale kanaal ingebracht en gevuld om ontlasting na te bootsen en de controle over de sluitspier te oefenen.
  • Endo-echografie: Onderzoek met geluidsgolven om de kwaliteit van de kringspier te beoordelen.
  • Coloscopie: Darmonderzoek.
  • Defecatogram: Röntgenonderzoek naar het functioneren van de endeldarm.

Uw arts kan u doorverwijzen naar gespecialiseerde centra of specialisten zoals huisartsen, gastro-enterologen, gynaecologen, urologen en kinesitherapeuten (gespecialiseerd in bekkenbodemreëducatie).

Behandeling van ontlastingsincontinentie

De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de incontinentie, uw leeftijd en uw gezondheidstoestand. Er wordt onderscheid gemaakt tussen niet-operatieve en operatieve behandelingen.

Niet-operatieve behandelingen

  • Regulering van de stoelgang: Dit kan met vezelrijke voeding of vezelhoudende medicijnen (bij voorkeur psylliumvezels) om de stoelgang meer samenhang te geven. Regelmatig eten en drinken kan ook leiden tot verbetering. Soms worden medicijnen voorgeschreven die de ontlasting iets vaster maken (bijvoorbeeld loperamide).
  • Bekkenfysiotherapie (bekkenbodemkinesitherapie): Samen met een geregistreerd bekkenfysiotherapeut leert u met oefeningen hoe de spieren op de juiste manier te ontspannen en aan te spannen. Het is de bedoeling dat u na de behandeling zelf doorgaat met de oefeningen.
  • Biofeedback / Myofeedback Therapie: Terwijl u de spieren aanknijpt, ziet u wat voor effect dit heeft, bijvoorbeeld door een apparaat dat uw beweging omzet in een grafiek.
  • Elektrostimulatie: De spieren worden gestimuleerd door kleine stroomstootjes.
  • Ballontraining: De ontlasting wordt in de endeldarm verzameld en bij een bepaald volume ontspannen de spieren om te ontlasten.
  • Stimulatie van de nervus tibialis (enkelzenuw): Percutane nervus tibialis stimulatie (PTNS) stimuleert de enkelzenuw via een klein naaldje. Transcutane nervus tibialis stimulatie (TRANS) stimuleert de enkelzenuw via een pleister. Deze stimulatie beïnvloedt de zenuwen die de blaas en endeldarm aansturen.
  • Darmspoeling: Hierbij wordt de darm 'leeggespoeld', zodat u de rest van de dag zonder angst voor lekkage de deur uit kunt. Dit kan met een klein flesje (150cc) of met grotere spoelsystemen.
  • Hulpmiddelen: Continentiemateriaal en anale tampons kunnen helpen om toch de deur uit te gaan. Anale tampons blokkeren het verlies van ontlasting.
  • Bulkvormers: Door het inspuiten van bolletjes in de inwendige sluitspier kan het verlies van ontlasting verminderen.
  • Sacrale neuromodulatie (SNM) / Zenuwstimulatie: Dit werkt via de zenuwen van het heiligbeen op de hersenen, en beïnvloedt reflexen die belangrijk zijn bij het ontlasten en ophouden van ontlasting. Dit kan ook bij een dubbele vorm van incontinentie (urine en ontlasting) zinvol zijn.
Schema van het zenuwstelsel dat de bekkenbodem en darmen aanstuurt.

Operatieve behandelingen

  • Chirurgische herstel van de kringspier (sphincterrepair): Als de kringspier beschadigd is, bijvoorbeeld door een bevalling of eerdere operatie, kan deze operatief worden hersteld. Dit heeft de meeste kans op een goed resultaat als het meteen na de beschadiging gebeurt.
  • Dynamische gracilisplastiek: Hierbij wordt een nieuwe sluitspier gemaakt, meestal met behulp van een beenspier (m. gracilis). Vaak wordt deze operatie gecombineerd met een pacemaker om de spier te stimuleren.
  • Artificiële anale sfincter implantatie: Een kunstsluitspier (een bandje dat gevuld en geleegd kan worden) wordt om de anale kringspier geplaatst. Vanwege complicaties wordt deze techniek zelden nog toegepast.
  • Injectie van een 'filler' (bijvoorbeeld Solesta): Tijdens een operatie wordt een filler ingespoten bij de kringspier om de anus beter te laten afsluiten.
  • Aanleggen van een stoma: Alleen als andere behandelingen mislukken of om zwaarwegende redenen, kan gekozen worden voor een stoma. Dit is een kunstmatige uitgang van de darm op de buik, waarin de ontlasting wordt opgevangen.

De spijsvertering | Animatie van MDL Fonds

De behandeling hangt af van de specifieke oorzaak. Lichte gevallen kunnen worden verholpen met medicatie of leefstijladviezen. Als bepaalde geneesmiddelen de fecale incontinentie veroorzaken, moet een alternatief worden gezocht. Constipatie en/of diarree kunnen met gepaste geneesmiddelen worden behandeld.

tags: #ontlasting #verlies #na #bevalling