Ouderschapsverlof is een belangrijke regeling die werknemers de mogelijkheid biedt om hun loopbaan tijdelijk te onderbreken of te verminderen om meer tijd te besteden aan de zorg voor hun kinderen. Dit verlof is beschikbaar voor zowel werknemers uit de privésector als voor ambtenaren. Het is essentieel om de specifieke reglementeringen en voorwaarden te kennen om optimaal gebruik te kunnen maken van dit recht.
Wat is Ouderschapsverlof?
Ouderschapsverlof is een vorm van loopbaanonderbreking die werknemers het recht geeft om gedurende een bepaalde periode in hun loopbaan minder of niet te werken om voor hun kind(eren) te zorgen. Het is belangrijk om dit niet te verwarren met het tijdskrediet voor het motief 'zorgen voor je kind(eren)' in de privésector. Voor meer gedetailleerde informatie over tijdskrediet, kan men terecht bij infoblad nr. T160.
Toepasselijke Reglementering
De reglementering die van toepassing is op ouderschapsverlof, hangt af van de sector waarin de werknemer werkzaam is:
- Privésector: Werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die onder de toepassing valt van de wet van 05.12.1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
- Andere sectoren: Het koninklijk besluit van 10.04.2014 is van toepassing op werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever die niet onder het toepassingsgebied van een ander besluit valt.
Wie kan Ouderschapsverlof nemen?
Het recht op ouderschapsverlof geldt voor verschillende categorieën personen:
- Ouders: Beide wettelijke ouders of adoptieouders kunnen voor hetzelfde kind ouderschapsverlof nemen.
- Pleegouders: Pleegouders die werden aangeduid door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg of door een gemeenschapsdienst bevoegd inzake jeugdbescherming.
- Meemoeders: De echtgenote of partner van de moeder van het kind in een lesbisch koppel kan ook aanspraak maken op ouderschapsverlof, mits zij bewijst dat ze wordt beschouwd als meemoeder en de biologische vader het kind niet heeft erkend.
Een voorbeeld ter illustratie: de vader van het kind wenst geen ouderschapsverlof te nemen bij zijn werkgever, wat de moeder de mogelijkheid geeft om dit recht op te nemen.
Voorwaarden voor Ouderschapsverlof
Om recht te hebben op ouderschapsverlof, moet het kind waarvoor de onderbreking wordt aangevraagd, voldoen aan de onderstaande leeftijdsvoorwaarde. Deze voorwaarde moet vervuld zijn op het moment dat de onderbreking ingaat.
Belangrijke Noot: Bij het indienen van een vraag voor ouderschapsverlof moet het bewijs geleverd worden van de handicap van het kind tussen 12 en 21 jaar waarvoor een onderbreking wordt gevraagd.
Mogelijke Vormen van Onderbreking
Ouderschapsverlof kan op verschillende manieren worden opgenomen:
- Volledige schorsing van de prestaties: Dit betekent dat men volledig stopt met werken gedurende de verlofperiode.
- Gedeeltelijke onderbreking: Hiermee kan men aan 50% van een voltijdse arbeidsregeling blijven werken (halftijds ouderschapsverlof).
- Vermindering tot 1/5: Men kan zijn prestaties verminderen tot 1/5 van een voltijdse aanstelling.
- Vermindering tot 1/10: Men kan zijn prestaties verminderen tot 1/10 van een voltijdse aanstelling, mits akkoord van de werkgever.
De toegangsvoorwaarden tot de verschillende onderbrekingsvormen worden bepaald door de bevoegde gemeenschap van de school of het CLB waar de werknemer statutair of tijdelijk is aangesteld. Voor gedeeltelijke onderbrekingen tot 1/2 en met 1/5 is het niet noodzakelijk om voltijds te werken om de prestaties te verminderen. Bijvoorbeeld, een werknemer die vastbenoemd is voor 18/20, kan bij een 1/2 onderbreking na de prestatievermindering de helft van een voltijds uurrooster blijven presteren (10/20), en bij een 1/5 onderbreking 4/5 van een voltijdse aanstelling (16/20).
Duur van het Ouderschapsverlof
De duur van het ouderschapsverlof varieert afhankelijk van de gekozen onderbrekingsvorm:
Volledige Onderbreking (4 maanden)
Volgens de algemene regel mogen deze 4 maanden worden opgesplitst in periodes van 1 maand of een veelvoud daarvan. Men kan dus 1, 2, 3 of 4 maanden volledige onderbreking vragen. Het resterende saldo kan later nog worden opgenomen. In afwijking van de algemene regel, en met akkoord van de werkgever, mag de maximale periode van 4 maanden volledige onderbreking ook in weken worden opgesplitst. Een week wordt hierbij gelijkgesteld aan 7 kalenderdagen. Elke aanvraag bij de werkgever kan betrekking hebben op meerdere al dan niet opeenvolgende periodes van een week of een veelvoud daarvan.
Voorbeelden:
- Een werknemer vraagt 2 weken volledige onderbreking om bij zijn kind te zijn tijdens de kerstvakantie.
- Een werknemer vraagt 3 weken volledige onderbreking, verspreid in de tijd: de eerste en de laatste week van juli en de tweede week van augustus.
Halftijdse Onderbreking (8 maanden)
Volgens de algemene regel mogen deze 8 maanden worden opgesplitst in periodes van 2 maanden of een veelvoud daarvan. Men kan dus 2, 4, 6 of 8 maanden onderbreking tot 1/2 vragen. Het resterende saldo kan later nog worden opgenomen. Met akkoord van de werkgever mogen deze 8 maanden halftijdse onderbreking, in afwijking van de algemene regel, ook in periodes van een maand of een veelvoud worden opgesplitst.
Voorbeeld: Een werknemer vraagt halftijds ouderschapsverlof aan voor slechts één maand, van 15 juli tot 14 augustus.
Ouderschapsverlof met 1/5 (20 maanden)
Deze 20 maanden kunnen worden opgesplitst in periodes van 5 maanden of een veelvoud daarvan. Dit betekent dat men 5, 10, 15 of 20 maanden ouderschapsverlof met 1/5 kan aanvragen. Het resterende saldo kan later nog worden opgenomen.
Ouderschapsverlof met 1/10 (40 maanden)
Deze 40 maanden kunnen worden opgesplitst in periodes van 10 maanden of een veelvoud daarvan. Dit betekent dat men 10, 20, 30 of 40 maanden ouderschapsverlof met 1/10 kan aanvragen. Het resterende saldo kan later nog worden opgenomen.

Opgelet: Sinds 01.09.2020 kunnen de personeelsleden van het Vlaamse onderwijs en de Vlaamse CLB's ouderschapsverlof opsplitsen, mits ze vóór 01.09.2020 nog geen ouderschapsverlof hebben opgenomen voor het rechthebbende kind.
Combineren van Verschillende Vormen van Ouderschapsverlof
Het is mogelijk om verschillende vormen van ouderschapsverlof te combineren. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de volgende principes:
- Volledige onderbreking per week: 4 weken volledige onderbreking staan gelijk aan een maand volledige onderbreking.
- Halftijdse onderbreking per maand: Indien het saldo minstens gelijk is aan 2 maanden of een veelvoud ervan, kan het worden omgezet in een andere onderbrekingsvorm.
Voorbeelden:
- Een werknemer die 7 weken volledige onderbreking heeft gekregen, heeft nog 9 weken over van de maximumduur van 4 maanden (16 weken). Dit komt neer op 2 maanden en 1 week volledige onderbreking.
- Een werknemer die 13 weken volledige onderbreking heeft gekregen, heeft nog 3 weken over. Dit saldo kan niet worden omgezet in een halftijdse onderbreking, een onderbreking met 1/5 of met 1/10, en kan enkel nog worden opgenomen als volledige onderbreking.
- Een werknemer die 5 maanden halftijds ouderschapsverlof heeft gehad, heeft nog een saldo van 3 maanden over. Van dit saldo kunnen 2 maanden deeltijdse onderbreking worden omgezet in een maand (4 weken) volledige onderbreking, of in 5 maanden onderbreking met 1/5, of in 10 maanden onderbreking met 1/10. De laatste maand halftijdse onderbreking kan niet worden omgezet.
Weigering van Ouderschapsverlof
In principe kan ouderschapsverlof niet worden geweigerd indien de werknemer voldoet aan de toegangsvoorwaarden. Het is een recht voor elk kind dat voldoet aan de leeftijdsvoorwaarde.
Uitzonderingen en vereist akkoord:
- Bij aanvraag van een onderbreking met 1/10, of de flexibilisering in weken van de volledige onderbreking, of in maanden van de halftijdse onderbreking, is het akkoord van de werkgever vereist.
- Indien de werkgever deze specifieke vormen van ouderschapsverlof weigert, moet hij zijn beslissing schriftelijk en gemotiveerd meedelen aan de werknemer binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van de aanvraag. Het uitblijven van een beslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.
- Voor thematisch verlof, zoals ouderschapsverlof voorzien door de overheid of de gemeenschap (voor onderwijs), kan het verlof niet worden geweigerd indien het reglementair is voorzien.
Formaliteiten voor het Verkrijgen van Ouderschapsverlof
Om ouderschapsverlof aan te vragen, moet de werknemer een schriftelijke aanvraag indienen bij de werkgever. De specifieke aanvraagtermijn kan variëren afhankelijk van de sector of het arbeidsreglement.
Belangrijke punten:
- De aanvraag moet tijdig gebeuren, met vermelding van de gewenste aanvangsdatum en einddatum.
- Er moet bewijs geleverd worden van het recht op ouderschapsverlof (bv. geboorteakte, adoptiedocumenten).
- Bij aanvragen die het akkoord van de werkgever vereisen (1/10de verlof, flexibele opname), moet de werkgever zijn beslissing schriftelijk en gemotiveerd meedelen binnen de gestelde termijn.
Uitstel van Ouderschapsverlof
De werkgever mag de start van het ouderschapsverlof uitstellen indien de gevraagde periode de goede werking van de dienst ernstig verstoort. Dit uitstel moet schriftelijk en gemotiveerd gebeuren binnen de maand na de schriftelijke kennisgeving van de aanvraag. De werkgever moet hierbij ook een of meer alternatieve voorstellen doen voor de periode en/of vorm van het verlof.
Dit uitstelrecht geldt echter niet wanneer de opname van het aangevraagde ouderschapsverlof afhankelijk is van het akkoord van de werkgever.
Vermindering van Prestaties bij Gedeeltelijke Onderbreking
Bij een gedeeltelijke onderbreking (halftijds, 1/5, 1/10) kan de werknemer voorstellen hoe de prestaties verminderd moeten worden. Dit voorstel wordt meegedeeld tijdens de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. Hoewel de werknemer een voorstel kan doen, kan hij de werkgever niet verplichten hierin mee te gaan. Afspraken hierover moeten schriftelijk worden vastgelegd.
Vroegtijdige Beëindiging van Ouderschapsverlof
Met akkoord van de werkgever kan het ouderschapsverlof vroegtijdig worden stopgezet. De werkgever moet schriftelijk op de hoogte worden gebracht van de datum van de vroegtijdige beëindiging. In sommige gevallen kan het saldo van het verlof verloren gaan indien de opnametermijnen niet worden nageleefd.
Voorbeelden:
- Een werknemer die 20 maanden 1/5 ouderschapsverlof opneemt en dit na 4 maanden stopzet, verliest het saldo van 1 maand.
- Een werknemer die 5 weken volledige onderbreking aanvraagt en dit na 3 weken stopzet, heeft de periode van een week nageleefd en behoudt het resterende deel.
- Een werknemer die 3 maanden halftijds ouderschapsverlof aanvraagt en dit na 1 maand en 2 weken stopzet, verliest het resterende deel van 1 maand en 2 weken.
Een uitzondering hierop geldt wanneer de vroegtijdige stopzetting gebeurt omwille van verlof medische bijstand of palliatief verlof.
Recht op Onderbrekingsuitkering
Tijdens het ouderschapsverlof kan de werknemer een maandelijkse onderbrekingsuitkering ontvangen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de werkgever voldoen aan de toegangsvoorwaarden en moeten ook andere regels worden nageleefd. De aanvraag moet uiterlijk 2 maanden na de ingangsdatum van de onderbreking bij de RVA worden ingediend.
Belangrijke opmerking: De 4de maand volledige onderbreking of het equivalent daarvan in een andere opnamevorm wordt letterlijk geïnterpreteerd. Voor kinderen geboren vóór 08.03.2012, ontvangt men voor deze specifieke maand geen uitkeringen van de RVA.
Bedrag van de Onderbrekingsuitkering
De onderbrekingsuitkering is forfaitair. Het kind moet jonger dan 12 jaar zijn aan het begin van de maand waarop de uitkering betrekking heeft. Voor een vermeerdering moet het begrip 'kinderen ten laste' worden begrepen in de zin van de fiscale reglementering. De exacte bedragen zijn te raadplegen in de rubriek 'Barema's'.
Het is mogelijk om ouderschapsverlof te nemen zonder uitkeringen, indien de werknemer dit wenst en de RVA de gevraagde periodes berekent.
Cumulatie van Inkomsten en Onderbrekingsuitkeringen
Er zijn specifieke regels met betrekking tot de cumulatie van onderbrekingsuitkeringen met andere inkomsten of activiteiten. Deze regels kunnen variëren en het is raadzaam om hierover specifieke informatie in te winnen.
Verlies van Recht op Onderbrekingsuitkeringen
Het recht op onderbrekingsuitkeringen kan verloren gaan onder bepaalde omstandigheden. De RVA zal in dat geval het recht op ouderschapsverlof zonder uitkeringen toekennen indien de werknemer dit wenst.
Terugvordering van Onderbrekingsuitkeringen
Alle onrechtmatig ontvangen onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd. Indien de werknemer kan bewijzen dat de uitkeringen te goeder trouw werden ontvangen, wordt de terugvordering beperkt tot de laatste 150 dagen waarop onrechtmatig uitkeringen werden ontvangen.
Overlijden van het Kind tijdens de Onderbreking
Indien het kind overlijdt tijdens de lopende onderbreking, mag de werknemer de onderbreking voortzetten tot de oorspronkelijk gevraagde einddatum. Indien de werknemer de onderbreking vroegtijdig wil stopzetten, is het akkoord van de werkgever vereist, evenals een schriftelijke melding aan de RVA.
Bescherming tegen Ontslag tijdens Ouderschapsverlof
Werknemers die ouderschapsverlof opnemen, zijn beschermd tegen ontslag. Deze bescherming gaat in op de dag van het akkoord of de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig opzeggen, tenzij er sprake is van een dringende of voldoende reden die vreemd is aan het ouderschapsverlof.
In geval van ontslag tijdens een volledige onderbreking, loopt de opzeggingstermijn pas vanaf het einde van het ouderschapsverlof. Bij gedeeltelijke onderbreking wordt de opzeggingstermijn deeltijds gepresteerd.
Gevolgen van Ouderschapsverlof voor Anciënniteit en Pensioen
Periodes van ouderschapsverlof tellen in de meeste gevallen mee als dienstactiviteit voor de berekening van de anciënniteit. Voor het wettelijk pensioen geldt een specifieke regeling voor federale zorgverloven. Het ouderschapsverlof telt echter niet mee voor het aanvullend pensioen.
Financiële Gevolgen van Ouderschapsverlof
Tijdens het ouderschapsverlof ontvangt de werknemer een salaris dat evenredig is met zijn werkregime. Bij een voltijdse onderbreking ontvangt men geen salaris. Het verlof heeft ook invloed op het vakantiegeld en de eindejaarstoelage.
Specifieke Regeling voor Vlaamse Overheidspersoneel
Personeelsleden van de Vlaamse overheid kunnen ouderschapsverlof nemen onder specifieke voorwaarden:
- Voor wie: Statutair of contractueel personeel met minstens 1 kind jonger dan 12 jaar (of 21 jaar bij handicap).
- Duur: Afhankelijk van het werkregime (voltijds, halftijds, 1/5, 1/10).
- Opname: Enkel opname in volledige maanden is mogelijk binnen de diensten van de Vlaamse overheid; flexibilisering in weken is geen optie.
- Gevolgen: Telt mee voor anciënniteit, vermindering van vakantiedagen en onbetaald verlof in verhouding tot de afwezigheid.
- Financiële gevolgen: Salaris evenredig met werkregime; bij voltijdse onderbreking geen salaris.
- Aanvraag: Moet op voorhand aangevraagd en schriftelijk goedgekeurd worden via Vlimpers.
Geboorteverlof (Vader of Meeouder)
Naast ouderschapsverlof hebben vaders en meeouders binnen de diensten van de Vlaamse overheid recht op 20 dagen geboorteverlof. Dit verlof kan aaneengesloten of gespreid worden opgenomen binnen de 4 maanden na de geboorte.
Financiële gevolgen geboorteverlof:
- Statutair: Volledig loon de eerste 10 dagen; daarna 82% van het brutosalaris.
- Contractueel: Volledig loon de eerste 3 dagen; daarna uitkering van het ziekenfonds, aangevuld met een toelage van de werkgever.
Vaderschapsverlof voor Zelfstandigen
Zelfstandigen hebben ook recht op vaderschaps- of geboorteverlof. Dit verlof kan flexibel worden opgenomen in hele of halve dagen. Er is een uitkering verbonden aan dit verlof, en bij opname van maximaal 8 dagen, ontvangt men bovendien dienstencheques.
Wat is betaald ouderschapsverlof?
tags: #ouderschapsverlof #ambtenaar #vader