Het spenen van een veulen is een belangrijk en soms belastend moment in het leven van zowel het veulen als de merrie. Hoewel het in de natuur een geleidelijk proces is dat rond de achtste tot negende maand plaatsvindt, wordt dit door fokkers om praktische redenen vaak eerder uitgevoerd, meestal tussen de vierde en zesde maand. Dit artikel verkent de verschillende aspecten van het spenen van paarden, met aandacht voor de timing, methoden en het welzijn van de dieren.
Natuurlijke vs. Kunstmatige Spening
In de natuur vindt het spenen plaats in de periode van acht tot negen maanden, twee tot drie maanden voor de geboorte van het nieuwe veulen. Dit proces is gradueel: de merrie wijst het veulen steeds vaker af, waardoor de overgang naar vast voer en onafhankelijkheid soepeler verloopt. De menselijke praktijk van spenen, die doorgaans tussen de vierde en zesde maand plaatsvindt, kan meer stress veroorzaken. Dit komt doordat de binding tussen merrie en veulen dan nog sterk is en het proces vaak abrupter is dan in de natuur.
Onderzoek toont aan dat artificieel spenen, zeker wanneer dit abrupt gebeurt, kan leiden tot 'herstelgedrag' zoals stress, zoeken, vocalisaties en depressie, evenals verhoogde cortisolniveaus en hartslagfrequentie. Een studie van Waran et al. (2008) benadrukt dat artificieel spenen vaak gepaard gaat met psychologische, fysieke en nutritionele stressoren die het welzijn van zowel merrie als veulen kunnen aantasten.

Methoden van Spenen
Het succes van het spenen hangt sterk af van de gekozen methode. Een geleidelijke aanpak, waarbij zo min mogelijk verandert in de routine van het veulen, wordt sterk aanbevolen.
Groepsspeening
Een veelgebruikte en effectieve methode is het spenen in groepen. Veulens die elkaar kennen vanaf de geboorte en samen worden afgezonderd van de moeder, zullen doorgaans minder stress ervaren. Dit bevordert de socialisatie en zorgt voor een vlotter verloop van het speningsproces.
Fasen van Spenen
Sommige fokkers hanteren een gefaseerde aanpak:
- Eerst worden veulens in groepjes ingedeeld op leeftijd in een grote box of looptstal.
- Wanneer ze rustig zijn, verhuizen ze naar de paddock.
- Vervolgens gaan ze naar de weide.
Specifieke Aanpakken van Bekende Stallen
- Walter Van Bunder hanteert een speningsproces in drie fasen, waarbij hij de veulens na groepering eerst in een grote box of looptstal plaatst, vervolgens naar de paddock en daarna naar de weide brengt. Hij transporteert de veulens zonder merrie, waarbij de vertrekkende veulens vijf dagen voor transport worden gespeend.
- Devos Stables spenen hun veulens op vijf maanden leeftijd. Ze vormen groepen op basis van geboortemaand (maart/april, mei/juni) en brengen deze samen in een grote groep. Na scheiding van de moeder blijven de veulens één tot twee dagen binnen, waarna ze naar de weide gaan. Een zogende merrie met een laatste veulen wordt vaak bij de groep gezet ter controle.
- VDL Stud hanteert de regel om nooit voor 1 september te spenen, waardoor veulens minimaal vijf maanden oud zijn. Ouder spenen wordt als beter beschouwd voor het veulen. Ze spenen de veulens per twee in een box voor een periode van twee dagen tot een week, afhankelijk van hun aanpassing, waarna ze naar een grote loopstal verhuizen.
- Zangersheide begint met spenen na het wereldkampioenschap jonge paarden, van begin oktober tot begin november. De oudste veulens zijn dan zes maanden oud. De groepen veulens gaan naar de loopstallen, terwijl de moeders naar de weide gaan. Omdat er op latere leeftijd wordt gespeend en de veulens al mee aten in de weide, verloopt het proces vlotter.

Het Spenen en de Fysieke Ontwikkeling van het Veulen
De timing van het spenen kan invloed hebben op de fysieke ontwikkeling van het veulen. Onderzoek toont aan dat er geen significante verschillen zijn in schofthoogte en botdichtheid bij spenen op 4,5 maand versus 6 maanden. Wel kan de gemiddelde gewichtstoename per dag dalen bij vroeger spenen, hoewel dit na twee maanden kan normaliseren.
Belangrijk is dat het veulen op het moment van spenen voldoende ruwvoer en krachtvoer opneemt. Een richtlijn is dat een veulen minimaal 1% van zijn lichaamsgewicht aan droge stof ruwvoer moet opnemen. Voor een paard van 500 kg betekent dit minimaal 5 kg ruwvoeder per dag. Adequate opname van veulenkorrel is eveneens cruciaal voor de aanlevering van benodigde nutriënten en het balanceren van het rantsoen.
De Uier en Spenen
De uier is het orgaan bij vrouwelijke zoogdieren dat melk produceert. Bij paarden bevindt de uier zich tussen de achterbenen en bevat deze twee spenen. Tijdens het spenen wordt de melkproductie geleidelijk afgebouwd. Voor de merrie kan een geleidelijke scheiding van het veulen het risico op uierontsteking verminderen, een potentieel pijnlijke aandoening.

Essentiële Behoeften van Paarden
Naast het spenen zijn er algemene behoeften waar paardeneigenaren rekening mee moeten houden:
- Voer: Gras, kruiden, dagelijks ruwvoer, en takken.
- Drinkwater: Constante beschikbaarheid van vers, niet-bevroren water.
- Beschutting: Een droge stal of schuilplaats tegen weersinvloeden.
- Verrijking: Heuveltjes, struiken en rolplekken in de weide stimuleren activiteit.
- Sociale interactie: Paarden zijn kuddedieren en moeten minimaal per twee gehouden worden, met mogelijkheid tot zichtcontact met soortgenoten.
- Beweging: Een weide of paddock is essentieel voor voldoende beweging.
Overwegingen voor Paardeneigenaren
Het houden van een paard is een grote verantwoordelijkheid die financiële middelen, tijd en kennis vereist. Potentiële eigenaren wordt aangeraden om eerst paardrijlessen te nemen, deel te nemen aan halfpension of een verzorgpaard te nemen om te ontdekken of het houden van een paard bij hun levensstijl past. Het is cruciaal om goed geïnformeerd te zijn over de verzorging, huisvesting en voeding van paarden.
Huisvesting
Een ideale stal is groot genoeg, stevig, veilig, biedt beschutting en sluit aan op de weide. De grootte van de stal dient aangepast te zijn aan de grootte van het dier.
Weidebeheer
Een paardvriendelijke weide moet groot genoeg zijn, beschutting bieden door struiken of bomen, vrij zijn van giftige planten, en een goede voedingsbron zijn met voldoende watervoorziening. Goed weidebeheer is essentieel om gezondheidsproblemen zoals hoefbevangenheid en obesitas te voorkomen.
Voeding
Het rantsoen moet afgestemd zijn op de leeftijd, activiteit en conditie van het paard. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ruwvoer en krachtvoer. Voldoende ruwvoer van goede kwaliteit is de basis, aangevuld met eventueel krachtvoer en vitamines/mineralen.

Het Skelet van een Paard
Het skelet van een paard bestaat uit ongeveer 210 botten. De ruggengraat telt 54 wervels, waarvan de eerste twee (atlas en draaier) essentieel zijn voor de hoofdbeweging. Het aantal ribben kan variëren per ras, met 36 ribben als meest voorkomende aantal, hoewel sommige rassen, zoals Arabieren, 34 of 38 ribben kunnen hebben. Dit verschil in skeletbouw draagt bij aan de unieke kenmerken van verschillende rassen.
