Het begin van de bevalling is een fascinerend proces dat zich op verschillende manieren kan manifesteren. Hoewel de precieze oorzaak van de start van de bevalling niet altijd volledig begrepen wordt, spelen weeën een cruciale rol. In de overgrote meerderheid van de gevallen, zo'n 90%, initieert de bevalling zich met weeën. Bij de resterende 10% is het breken van de vliezen het eerste teken. Wanneer de vliezen breken, kan dit gepaard gaan met het verlies van kleine of grote hoeveelheden vruchtwater, dat doorgaans helder of lichtroze van kleur is.
Soms worden de eerste weeën voorafgegaan door zogenaamde voorweeën, of de bevalling kan direct van start gaan met krachtige weeën. Het is echter ook mogelijk dat het enkele dagen duurt voordat de weeën goed op gang komen na het breken van de vliezen. In zo'n situatie is het raadzaam om rust te nemen.
Indien een bevalling niet plaatsvindt vóór de 41e zwangerschapsweek, worden er extra controles aangeboden in het ziekenhuis. Hierbij wordt de conditie van de baby gemonitord met behulp van een CTG. Als deze controles positief zijn, wordt er gewacht tot 42 weken, waarna de bevalling doorgaans wordt ingeleid. Meer gedetailleerde informatie over een ingeleide bevalling is te vinden op de website van Annature.

De Fasen van de Bevalling
De bevalling kent doorgaans verschillende duidelijke fasen, die hieronder nader worden toegelicht.
Voorweeën (Oefenweeën)
Voorweeën, ook wel oefenweeën of Braxton Hicks-contracties genoemd, zijn samentrekkingen van de baarmoeder. De baarmoeder is een krachtige spier die aan het einde van de zwangerschap door hormonale invloeden kan gaan samentrekken. Tijdens een wee wordt de baarmoeder harder aanvoelend. Dit kan gepaard gaan met een menstruatieachtige pijn in de onderbuik. De pijn tijdens de bevalling ontstaat door de samentrekking zelf, die leidt tot een lichte verzuring in de spiercellen van de baarmoeder, en door de druk die op de baarmoedermond, vagina, anus en het bekken met bekkenbodem komt te staan.
Kenmerkend voor voorweeën is dat ze onregelmatig en van korte duur zijn, en niet toenemen in kracht of frequentie. Voorweeën veroorzaken geen ontsluiting, maar dragen bij aan het verzachten en toegankelijker maken van de baarmoedermond. Dit proces is essentieel voor het openen van de baarmoedermond en het ontstaan van ontsluiting. Voorweeën kunnen in de weken voorafgaand aan de bevalling optreden, met name bij vrouwen die al eerder zijn bevallen. Ze komen vaak 's nachts voor, omdat de baarmoeder dan het meest actief is. Voorweeën kunnen enkele uren aanhouden, maar worden niet krachtiger en kunnen na verloop van tijd weer afzakken, zonder dat de bevalling doorzet.
Het advies bij voorweeën is om te proberen te ontspannen. Warmte en comfort kunnen hierbij helpen, zoals douchen of een bad nemen, een warme kruik op de buik of onderrug leggen, luisteren naar fijne muziek, een massage ontvangen of rustig liggen op de bank of in bed. Naarmate de krampen regelmatiger worden, de tijd ertussen korter wordt en de krampen zelf krachtiger en langer aanvoelen, is de bevalling waarschijnlijk begonnen. De voorweeën gaan dan over in ontsluitingsweeën.

Meestal komt de bevalling geleidelijk op gang. De eerste weeën zijn nog niet zo heftig en kunnen meer als flinke steken worden ervaren. Het kan zijn dat de eerste weeën je overvallen, wat twijfel kan oproepen over je eigen draagkracht. Het is belangrijk om te beseffen dat je zult groeien in je vermogen om pijn te hanteren. Tussen de weeën door is er doorgaans voldoende tijd om op adem te komen. Pas wanneer de weeën echt doorzetten, zul je actief moeten gaan omgaan met de toenemende intensiteit.
Als voorbereiding op de bevalling wordt aangeraden om informatie te lezen over hoe om te gaan met weeën.
Ontsluitingsweeën
Echte ontsluitingsweeën kenmerken zich door regelmaat, een duur van ongeveer een minuut en een toenemende kracht en frequentie. Ontsluitingsweeën zorgen voor ontsluiting, wat inhoudt dat de baarmoedermond zich opent om de geboorte van de baby mogelijk te maken. Het wordt aangeraden om jezelf zo lang mogelijk af te leiden voordat je begint met het timen van de weeën.
Wanneer er weeën optreden met een tussenpoos van 3 tot 4 minuten, gedurende minimaal een uur, is het raadzaam om contact op te nemen met de verloskundige. Deze zal langskomen om zowel moeder als baby te controleren, inclusief het luisteren naar de harttonen van de baby. Indien gewenst, kan er gevoeld worden naar de ontsluiting. De verloskundige zal uitleg geven over de verwachte ontwikkelingen in de komende uren en de vervolgstappen, inclusief opties voor pijnstilling indien nodig. Tevens wordt advies gegeven over het opvangen van de weeën en wordt gestimuleerd om te doen wat nodig is om de bevalling zo vlot en prettig mogelijk te laten verlopen.
Krachtige weeën bevorderen een goede ontsluiting. Soms gaat dit gepaard met slijmerige en/of bloederige afscheiding. Het is ook mogelijk dat de vliezen spontaan breken tijdens deze ontsluitingsperiode. Gedurende deze fase worden de weeën steeds krachtiger en frequenter, met kortere pauzes tussen de weeën, waardoor er minder tijd is om te rusten. Ook hier kan ontspanning door middel van douchen of baden helpen. Het regelmatig veranderen van houding heeft een positief effect op de duur van de bevalling en helpt je om de weeën beter op te vangen.
Na de eerste 5 centimeter ontsluiting vindt er doorgaans een versnelling plaats. De weeën worden krachtiger, duren langer en komen meestal om de 3 minuten. De ontsluiting vordert in deze fase gemiddeld met 1 cm per uur. Voor een eerste bevalling wordt een totale duur van 12 tot 24 uur verwacht, hoewel uitzonderingen hierop mogelijk zijn. Een volgende bevalling verloopt vaak sneller.

Persdrang
Tijdens de laatste centimeters van de ontsluiting kun je het gevoel krijgen dat je mee moet duwen. Dit wordt veroorzaakt door het steeds dieper komen van het hoofdje van de baby in het bekken. Bij volledige ontsluiting (10 centimeter) ontstaat er meestal een oerdrang die niet meer te onderdrukken is: persdrang. Sommige vrouwen ervaren al persdrang voordat ze volledige ontsluiting hebben, wat aangeeft dat het lichaam zich voorbereidt op de persfase.
Indien persdrang nog even uitblijft bij volledige ontsluiting, wordt er bij voorkeur gewacht tot de persdrang optreedt, zodat er tijdens het persen samengewerkt kan worden met de weeën. Hoewel de overgang naar persen voor sommige vrouwen even wennen is, voelt het vaak ook als een opluchting, aangezien het einde van de bevalling in zicht is. Het persen duurt bij een eerste kind gemiddeld 1 uur, en bij een tweede of volgend kind vaak aanmerkelijk korter.
Het is belangrijk dat de bevalling op een manier verloopt die bij de vrouw past. Er wordt ruimte geboden om zelf de meest comfortabele houding te kiezen, wat de bevalling vaak sneller en minder pijnlijk maakt, en bijdraagt aan een positievere terugblik. De kans op interventies, zoals een vacuümpomp of inknippen, is kleiner wanneer vrouwen hun eigen houding kiezen. Hierdoor is er ruime ervaring met badbevallingen en verticaal bevallen. Vrouwen die thuis in bad willen bevallen, kunnen een bevalbad huren. Er is ook altijd een baarkruk beschikbaar.
Wanneer alles normaal verloopt, worden de harttonen van de baby regelmatig beluisterd. Vlak voordat de baby geboren wordt, worden warme washandjes tegen de vagina gehouden om inscheuren te beperken. De zorg wordt afgestemd op de vooraf besproken wensen.

Na de Geboorte
Zodra de baby geboren is, begint de belangrijke fase van de eerste kennismaking. Foto's kunnen worden gemaakt door de verloskundige of kraamzorg, indien gewenst. Standaard wordt de baby direct na de geboorte op de blote huid gelegd, afgedroogd en warm toegedekt. De baby blijft minimaal een uur op de blote huid bij de moeder of partner liggen. Nadat de baby op de huid ligt, wordt de navelstreng laten uitkloppen. Indien gewenst, kan een navelring in plaats van een klem worden gebruikt.
Alleen bij een medische indicatie of bij aanzienlijk bloedverlies kort na de bevalling wordt toestemming gevraagd voor het toedienen van medicatie. Bij een medische indicatie wordt in het Amphia Ziekenhuis standaard een injectie met oxytocine gegeven.
De placenta volgt meestal ongeveer 10 tot 20 minuten na de geboorte van de baby. Er wordt gelet op signalen van de baby. Als de baby op zoek gaat naar de borst, wordt geholpen bij de eerste borstvoeding of wordt, bij flesvoeding, het eerste flesje klaargemaakt. Na gemiddeld een uur wordt de baby nagekeken en gewogen. Indien nodig wordt de moeder na de bevalling gehecht, met verdoving. Indien gewenst, kan dit hechten direct na de geboorte van de placenta plaatsvinden.
Bij het nakijken van de baby wordt toestemming gevraagd voor het geven van 3 druppels vitamine K-oplossing in het mondje van de baby. Het is raadzaam hierover van tevoren na te denken en je in te lezen over vitamines voor de baby na de geboorte.
Na het hechten en nakijken van de baby krijgen de ouders iets te eten en drinken. Als de moeder zich goed voelt, kan zij gaan douchen, waarbij hulp van de kraamverzorgster wordt geboden. Bij een ziekenhuisbevalling mag de moeder 2 tot 3 uur na de geboorte naar huis. Tussen 8.00 en 16.00 uur komt de kraamzorg thuis voor de opstart. Bij thuiskomst buiten deze tijden worden instructies meegegeven door de kraamzorg over waar op te letten en wanneer te bellen. Bij een thuisbevalling kan men daarna rusten in een schoon bed.

Voortekenen van de Bevalling
De naderende bevalling kondigt zich vaak aan met subtiele signalen. Enkele van de belangrijkste voortekenen om op te letten zijn:
- Regelmatige weeën en krampen: Dit zijn vaak de eerste tekenen. De weeën kunnen aanvoelen als hevige menstruatiepijn en worden steeds regelmatiger en intenser, met een frequentie die kan variëren, maar vaak om de vier tot vijf minuten optreedt.
- Rugweeën: In tegenstelling tot reguliere weeën, beperken rugweeën zich niet tot de onderbuik, maar kunnen ze zich verspreiden naar de onderrug en heupen. Dit kan pijnlijk zijn en is vaak moeilijker te verlichten.
- Verlies van de slijmprop: De slijmprop, die de baarmoedermond afsluit, kan loslaten. Dit kan verschijnen als een slijmerige afscheiding, soms met een vleugje bloed. Dit kan echter ook enkele dagen voor de bevalling plaatsvinden.
- Drang om naar het toilet te gaan: Een plotselinge drang om naar het toilet te moeten kan optreden doordat het hoofdje van de baby op de darmen drukt.
- Breken van de vliezen: Het breken van de vliezen, ook wel water breken genoemd, is vaak een duidelijk teken dat de bevalling begint. Het verlies van vruchtwater kan variëren in hoeveelheid. Bij gebroken vliezen is het raadzaam direct contact op te nemen met de verloskundige of gynaecoloog.
- Andere symptomen: Een plotselinge verandering in de bewegingen van de baby of ongebruikelijke hoeveelheden bloed kunnen ook waarschuwingssignalen zijn.
Bij twijfel of zorgen is het altijd raadzaam om contact op te nemen met de verloskundige.
De Stadia van de Bevalling
Een bevalling kan grofweg worden onderverdeeld in drie hoofdfasen: de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de nageboorte.
Ontsluitingsfase
De ontsluitingsfase begint met de vroege ontsluiting, waarbij de baarmoedermond begint te verwijden en te verkorten. De weeën kunnen in deze fase onregelmatig zijn en variëren in intensiteit. Dit kan enkele uren tot dagen duren, met lichte krampen en rugpijn. Het is belangrijk om contact op te nemen met de verloskundige zodra de weeën regelmatig worden.
Na de vroege ontsluiting volgt de actieve ontsluiting. De weeën worden hierbij regelmatiger en intenser, en de baarmoedermond opent zich verder tot ongeveer 8 centimeter. Tijdens deze fase zal de verloskundige regelmatig controleren en begeleiden bij het omgaan met de pijn. Dit is ook het moment om te beslissen over eventuele pijnbestrijding.

Uitdrijvingsfase
Wanneer de ontsluiting compleet is (10 centimeter), begint de uitdrijvingsfase. Dit is het moment waarop de vrouw begint te persen om de baby ter wereld te brengen. De weeën worden heviger en er ontstaat een sterke drang om te persen. Het hoofdje van de baby wordt eerst zichtbaar, gevolgd door de rest van het lichaam. De verloskundige of gynaecoloog begeleidt het persen en kan helpen met ademhalingstechnieken. Soms kan een episiotomie (inknippen) nodig zijn om inscheuren te voorkomen.
Nageboorte
Na de geboorte van de baby volgt de nageboorte, waarbij de placenta wordt uitgedreven. Dit proces kan enkele minuten tot een half uur duren. De verloskundige controleert of de placenta volledig is en of er geen complicaties zijn.
Bevallen in het Ziekenhuis
Veel vrouwen kiezen ervoor om thuis te bevallen, maar een ziekenhuisbevalling is ook een veelvoorkomende optie, al dan niet om medische redenen of vanwege persoonlijke voorkeuren.
Voorbereiding en Planning
Een ziekenhuisbevalling vereist voorbereiding. Het is belangrijk de vluchtkoffer in te pakken met benodigdheden zoals comfortabele kleding, toiletartikelen en belangrijke documenten. Overleg met de verloskundige over het bevallingsplan en de wensen voor pijnbestrijding is essentieel.