Uitwendige versie bij dwarsligging: informatie

Ongeveer 4% van de baby’s ligt bij een zwangerschapstermijn van ≥37 weken in stuitligging. Een stuitligging betekent dat de baby met de billen naar beneden in de baarmoeder ligt, terwijl het hoofd bovenaan ligt. De meeste baby’s draaien spontaan met het hoofd naar beneden voor de 34e zwangerschapsweek. Daarna daalt de kans dat de baby uit zichzelf draait aanzienlijk, zeker als het je eerste kind is. De KNOV (2006) adviseert om elke zwangere met een stuitligging vlak voor of tijdens de uitgerekende periode een versie aan te bieden. Als een baby na 36 weken nog in stuitligging ligt, kan de zwangere kiezen voor een vaginale bevalling of een keizersnede. Een vaginale baring in stuitligging en een keizersnede kunnen risico’s met zich meebrengen.

De afdeling Verloskunde wil graag een betrouwbare partner zijn en je zo veilig, vriendelijk en persoonlijk mogelijk begeleiden tijdens zwangerschap, bevalling en kraamtijd. Als je baby in een stuit ligt, dan kunnen we proberen de baby te draaien naar een hoofdligging. Dat noemen we een uitwendige versie.

illustratie van een baby in stuitligging

Wat is een uitwendige versie?

Een uitwendige versie is een veilige en effectieve manier om een kind naar hoofdligging te bewegen. Het draaien van het kind kan zowel in de eerstelijn als tweedelijn plaatsvinden. In het ziekenhuis zijn hier vaak speciaal getrainde teams voor die meerdere versies op een dag uitvoeren. Ook in de eerstelijnspraktijk heeft de verloskundige hier een speciale training voor gehad. Een gespecialiseerde verloskundige of gynaecoloog (versiekundige) helpt de baby om een koprol voorover of achterover te maken. Dit gebeurt met handbewegingen via de buitenkant van je buik. Voor een uitwendige versie ga je naar je verloskundigenpraktijk, een (eerstelijns) echocentrum of het ziekenhuis. Dat hangt af van waar je onder controle bent en waar in Nederland je woont.

De versie start met een echo en het luisteren naar de harttonen van de baby om vast te stellen dat die in goede conditie is. Eén of twee zorgverleners gaan aan de zijkant naast de zwangere staan. De zorgverlener(s) draaien met de hand, door druk te zetten op de buitenkant van de buik. De billen worden uit het bekken getild en de baby naar een dwarsligging gedraaid. Als het lukt, maakt de baby een soort van koprol om daarna vanzelf naar een hoofdligging te bewegen. Na afloop maakt de zorgverlener nogmaals een echo en luistert naar de harttonen van de baby.

schematische weergave van de handelingen tijdens een uitwendige versie

Wanneer kan een uitwendige versie plaatsvinden?

Een versie kan vanaf 36 weken. Vóór 36 weken is er onvoldoende onderzoek dat een versie effectief is. De kans dat de baby dan nog terugdraait is waarschijnlijk te groot. Ook als de stuitligging na 36 weken wordt ontdekt, is het nog mogelijk om een versie te doen.

Het ideale tijdstip voor een uitwendige versie:

  • Bij een eerste kind: rond een zwangerschapsduur van 35-36 weken.
  • Bij een tweede of volgend kind: rond 37-38 weken.

Eerder in de zwangerschap is de kans namelijk reëel dat de baby spontaan nog naar hoofdligging draait, of na een gelukte kering terugkeert naar stuitligging. In het algemeen kan een baby, mits er voldoende vruchtwater is, vanaf ongeveer 36 weken tot aan de bevalling gedraaid worden. Het is belangrijk dat je blaas leeg is voorafgaand aan de uitwendige versie.

Hoe groot is de kans dat een uitwendige versie lukt?

De kans op slagen van een uitwendige kering is van veel zaken afhankelijk. De slaagkans van een versie ligt tussen de 40 en de 50 procent. Als je al eens eerder bent bevallen, is de kans meer dan 50% op een geslaagde uitwendige versie. Uit onderzoek blijkt dat de kans dat een versie de eerste keer slaagt, 41% is. Het succespercentage wordt beïnvloed door verschillende factoren. Zo is de slagingskans van een versie hoger bij zwangeren van niet-Nederlandse afkomst en een hogere leeftijd van de zwangere. Ook is de kans op een geslaagde versie groter als de vrouw al vaker zwanger is geweest (KNOV, 2006).

Factoren die de kans op slagen beïnvloeden:

  • Hoe ontspannen ben je? Ontspannen zijn tijdens de uitwendige versie heeft een positieve invloed op het resultaat. Een comfortabele houding, geen volle blaas en een rustige ademhaling helpen mee als de versie wordt uitgevoerd. Het is dus ook goed om het aan de versiekundige te vertellen als je de versie spannend vindt. Deze kan je dan helpen met ontspannen.
  • Hoe ver is de baby ingedaald? Als de baby diep met de billen in je bekken zit, is het draaien moeilijker. De handen van de versiekundige kunnen dan minder goed bij de billen komen. Dit geldt (in mindere mate) ook voor het hoofd. Zit het hoofd van je baby verstopt achter je ribben, dan is het moeilijker te begeleiden.
  • Hoeveel ruimte is er in je buik? Denk hierbij aan de hoeveelheid vruchtwater, de positie van je ribben, de grootte van de baby, maar ook aan de spierspanning van je baarmoeder.

Bij een erg gespannen baarmoeder is de kans dat een versie lukt kleiner. Door de spierspanning is het lastiger voldoende druk te geven om de baby te laten draaien. De zorgverlener kan dan adviseren om tocolyse toe te dienen. Dit is een medicijn dat de baarmoeder laat ontspannen (KNOV, 2006).

Het draaien van een baby in stuitligging | St. Antonius Ziekenhuis

Is een uitwendige versie veilig?

De uitwendige versie is een veilige handeling. In minder dan 1% van de gevallen treedt er een probleem op na de uitwendige versie, waarvoor extra zorg nodig kan zijn. De hartslag van de baby kan bijvoorbeeld tijdelijk dalen, dit vraagt extra observatie. Of de bevalling kan onbedoeld eerder op gang komen door de druk op je buik. Voor de versie krijgen jij en je baby controles, zoals het meten van jouw bloeddruk, het luisteren naar het hartje van de baby en soms een echo.

Een versie heeft ook risico’s. De meest voorkomende complicatie is een lage hartslag (bradycardie) bij de baby. 2-7 op de 100 baby’s krijgt hier na een versie mee te maken. Gelukkig is dit kortdurend en gaat de bradycardie vanzelf weer voorbij. Bij 0,3%-0,5% van de baby’s ontstaat er een ernstige complicatie. Dit betekent dat bij meer dan 99,5% van de baby’s geen problemen ontstaan. De kans op het overlijden van de baby lijkt echter niet verhoogd na een versie.

Bij een versie kan er een klein beetje bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komen. Als de zwangere een bloedgroep rhesus-D negatief is en de baby rhesus-D positief, dan kan de zwangere antistoffen gaan aanmaken die schadelijk zijn voor het kind. Het advies is om dan een injectie met anti-rhesus D toe te dienen. Lees hier meer over de rhesusfactor en anti-D.

De meerderheid van de patiënten ervaart een kering als onaangenaam door de druk op de buik. Af en toe wordt een kering als pijnlijk omschreven. Je mag tijdens de procedure op elk moment vragen om te stoppen. Met een versie kan geen directe schade aan de baby worden aangebracht. De baby zit goed beschermd in de vruchtzak met vruchtwater. Complicaties komen zelden voor bij een versie. De versie kan de hartslag van de baby vertragen of versnellen. Meestal herstelt de hartslag zich weer na een paar minuten. Er zijn dan geen gevolgen voor de gezondheid van de baby. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bij ongeveer 4 op de 1.000 vrouwen een keizersnede nodig is, omdat de hartslag van de baby lager blijft. Een keizersnede is dan nodig omdat de baby anders kans loopt op zuurstoftekort of andere complicaties. Alle baby’s uit dit wetenschappelijke onderzoek (een optelsom van verschillende internationale studies) zijn na een keizersnede gezond geboren. Een versie heeft weinig risico’s. De kans op problemen na een versie is veel kleiner dan de kans op problemen wanneer je bevalt met een kind in stuitligging. Daarom adviseren verloskundigen en gynaecologen je baby te laten draaien bij een stuitligging.

infographic met de risico's van een stuitligging versus de risico's van een uitwendige versie

Wat gebeurt er na een uitwendige versie?

Als de uitwendige versie is afgerond (gelukt of niet), blijft u nog even liggen. De conditie van de baby wordt goed in de gaten gehouden vooraf, tijdens en na de uitwendige versie. Dit gebeurt met de doptone, een hartfilmpje (CTG) of met de echo. Als de uitwendige versie is afgerond (gelukt of niet), wordt de conditie van de baby beoordeeld voordat je naar huis kan. Je krijgt een aantal instructies mee om jezelf en de baby goed in de gaten te houden. Is de versie gelukt, dan krijg je na een aantal dagen een controle om te kijken of de baby met het hoofd naar beneden is blijven liggen.

Na afloop, of de poging geslaagd is of niet, wordt er opnieuw een CTG gemaakt. Als het gelukt is om de baby te draaien, kan je vaginaal bevallen. Als het niet gelukt is om de baby te draaien of de baby draait na een uitwendige kering terug naar stuitligging, zal je gynaecoloog met jou bespreken of je vaginaal wilt bevallen of een keizersnede wenst. Voor jou als moeder is de kans op complicaties zeer klein. De buik kan door het duwen wel een paar dagen gevoelig en wat pijnlijk zijn. Het kan gebeuren dat je de baby minder goed voelt bewegen. Na enkele uren is dit weer normaal. Is dit niet het geval, neem dan contact op met het verloskwartier. Na het draaien is de hartslag van de baby soms wat trager (4%), maar bijna altijd wordt deze vanzelf weer normaal. Heb je na de uitwendige kering bloedverlies, denk je vruchtwater te verliezen, heb je heel hevige buikpijn of regelmatige weeën?

Wat als het niet lukt om de baby te draaien?

Is de uitwendige versie niet gelukt? Dan kan je overwegen om een nieuwe poging te doen op een andere dag. Of een nieuwe poging mogelijk is, hangt af van de reden waarom de eerste versie niet lukte. Is een versie de eerste keer uitgevoerd door één versiekundige, dan wordt een tweede poging vaak uitgevoerd door twee versiekundigen. Bij een tweede poging krijg je vaak medicatie om de baarmoeder te laten ontspannen. Soms komt de baby niet verder dan de dwarsligging en draait hij weer terug naar een stuitligging. De versie is dan niet gelukt. Het is dan mogelijk om een aantal dagen later een volgende poging te doen. De kans op een geslaagde herhaalde versie is volgens onderzoek 29%.

Indien een kering niet zou lukken kan je gynaecoloog je doorverwijzen naar de 'stuitpoli', indien je dit wenst. Daar zal een ervaren collega uitleg geven over de mogelijke wijzen van een bevalling van een kind in stuitligging, uiteraard toegepast op je persoonlijke situatie. Het is zeker nuttig om hierover goed geïnformeerd te worden, zodat je een weloverwogen beslissing kan nemen. Deze afspraak zal in principe steeds doorgaan op vrijdag, tussen 13 en 14 uur. Het is belangrijk dat je partner dan ook aanwezig kan zijn.

foto van een stuitpoli-afspraak met een gynaecoloog en een zwangere vrouw

Alternatieve methoden

Moxa en Spinning Babies Er zijn dingen die je zelf kan doen, die misschien zouden kunnen helpen om de baby te laten draaien. Bij de Spinning Babies methode leer je houdingen voor meer ontspanning en ruimte in je buik en bekken. Dit zou het mogelijker maken voor de baby om te draaien. Bij moxa-therapie worden acupunctuurpunten verwarmd, om het draaien te stimuleren. Naar beide methodes is nog weinig onderzoek gedaan. Wanneer deze methodes niet lukken, of wanneer je dit niet wil proberen, kan je ook afwachten. Heel soms draait een baby ook na 36 weken nog vanzelf.

Een behandeling bij een osteopaat kan ook de kans op het draaien van je baby bevorderen.

illustratie van de Spinning Babies houdingen

Risico's van een stuitligging

Bij een stuitligging gaat de bevalling gepaard met een verhoogd risico op complicaties, zowel bij een vaginale bevalling als bij een keizersnede. Bij een stuit- of dwarsligging is er tijdens de bevalling een grotere kans op complicaties, zowel voor moeder als kind, dan bij een geboorte in hoofdligging. Het kind wordt vaker opgenomen op de couveuseafdeling door zuurstoftekort bij een vaginale stuitbevalling, of door ademhalingsmoeilijkheden na een keizersnede. De moeder heeft na een keizersnede meer kans op wondinfectie, nabloeding, beschadiging van de blaas of het niet goed op gang komen van de darmen. Door de keizersnede ontstaat ook litteken in de baarmoeder. In een klein percentage (1%) scheurt dit bij een volgende bevalling. Ook is er een kleine kans dat tijdens een volgende zwangerschap de moederkoek ingroeit in het litteken van de keizersnede.

Als de baby met het hoofd naar beneden ligt, heb je een grotere kans op een normale bevalling en minder kans op problemen voor jou en de baby. De kans op een keizersnede is dan ongeveer 11%. Als de baby met het hoofd naar boven ligt (stuitligging) heb je bij een vaginale bevalling een iets hoger risico op problemen met de baby tijdens de geboorte. Je hebt bij een vaginale stuitbevalling ongeveer 50% kans dat het alsnog een keizersnede wordt. Bij een keizersnede zijn er meer risico’s voor de moeder. Een ander nadeel van een keizersnede is dat je een litteken in de baarmoeder krijgt. Er is een kleine kans dat het litteken scheurt tijdens een bevalling. Alle volgende bevallingen na een keizersnede vinden daarom in het ziekenhuis plaats.

tags: #uitwendige #versie #bij #dwarsligging