Zwangerschap, Bevalling en Verzorging van een Drachtige Kat

Het meemaken van de dracht en geboorte van een nestje kittens is een bijzondere ervaring. Om deze periode zo soepel mogelijk te laten verlopen, is goede voorbereiding essentieel, zowel voor de poes als voor de eigenaar. Een kat kan drachtig worden wanneer ze krols is. De krolsheid wordt beïnvloed door zonlicht, wat de aanmaak van het hormoon FSH stimuleert, welke de groei van eitjes bevordert. Meestal is een poes tussen de zes en negen dagen krols; als er geen bevruchting plaatsvindt, wordt ze na ongeveer drie weken weer krols. Tijdens de krolsheid ondergaan de eileiders en baarmoederwand veranderingen, waardoor de kat vruchtbaar wordt. Het hormoon oestrogeen trekt mannetjes aan, wat kan leiden tot dekking.

Vaststellen van Dracht

Het vaststellen van een zwangerschap bij katten kan op verschillende manieren gebeuren. Er bestaan helaas geen bloed- of urineproeven voor poezen om een dracht met zekerheid vast te stellen, omdat de hormoonspiegels van drachtige en niet-drachtige poezen vrijwel identiek zijn. Dit in tegenstelling tot bij de mens.

Een dierenarts kan vanaf ongeveer 21 tot 34 dagen na de dekking door middel van aftasten van de buik mogelijk kleine vruchtblaasjes of 'ampullen' voelen, waarin de kittens zich in de baarmoeder nestelen. Deze methode geeft echter geen 100% zekerheid. Rond 28 dagen dracht worden de tepels van de kat zichtbaar groter en rozer, een fenomeen dat ook wel "pinking up" wordt genoemd. Een echo van de buik vanaf 35 dagen dracht kan meer zekerheid bieden. Voor het bepalen van het exacte aantal kittens is een echo minder geschikt. Een röntgenfoto kan vanaf dag 45 tot aan de bevalling, maar bij voorkeur tussen dag 50 en 55, een beter beeld geven van het aantal en de grootte van de kittens in relatie tot het geboortekanaal van de moeder.

Symptomen van een zwangerschap bij een kat kunnen variëren:

  • Gedragsveranderingen: De kat kan aanhankelijker of juist afstandelijker worden. Ze kan meer slapen en rust zoeken, of juist onrustig worden naarmate de bevalling nadert.
  • Fysieke veranderingen: De tepels worden rozer en iets groter. Na ongeveer vijf weken wordt de buik van de kat zichtbaar dikker.
  • Veranderingen in eetlust: In het begin van de zwangerschap kan de kat tijdelijk minder eetlust hebben, soms gepaard gaand met lichte misselijkheid. Naarmate de dracht vordert, neemt de voedingsbehoefte toe.
  • Nestgedrag: In de laatste fase van de zwangerschap gaat de kat op zoek naar een rustige, veilige plek om te bevallen.
Overzicht van fysieke en gedragsmatige veranderingen bij een zwangere kat

De Drachtperiode

De draagtijd van een poes varieert gemiddeld van 58 tot 72 dagen, met een gemiddelde van ongeveer 65 dagen na de dekking. Gedurende de eerste vijf weken van de dracht kan de poes de gebruikelijke hoeveelheid voeding krijgen. Vanaf week 6 wordt aangeraden om wekelijks 10% meer voeding te geven, met een totale toename van maximaal 40% van haar ideale lichaamsgewicht gedurende de hele dracht. Vanaf week 8 kan geleidelijk worden overgeschakeld op een energierijke voeding, zoals kittenvoer, die ook tijdens de melkgift geschikt is. In de laatste week kan de moederpoes minder honger hebben vanwege de ruimte die de kittens innemen; het geven van kleine, frequente maaltijden is dan aan te raden.

Tijdens de dracht mag de moederpoes niet gevaccineerd worden. Het is aan te raden om haar 2 weken voor de bevalling te ontwormen. Speciale medicatie zoals Milbemax, Profender of Stronghold kan veilig tijdens de dracht worden gebruikt. Na de bevalling worden zowel de kittens als het moederdier opgenomen in het ontwormschema.

Het is cruciaal om de moederpoes zo min mogelijk stress te laten ervaren. Stress kan leiden tot een te hoge concentratie cortisol (stresshormoon), wat schadelijk is voor de ontwikkeling van de hersenen bij de kittens.

Voorbereiding op de Bevalling

Een geschikte werp- of nestplaats kan een kartonnen doos of een houten kist van ongeveer 50 bij 40 cm zijn. Zorg ervoor dat de plek tochtvrij, afgesloten en rustig is. Als de kat normaal gesproken buiten komt, is het belangrijk haar tijdens de dracht en bevalling binnen te houden. De werpplaats moet 1 à 2 weken voor de verwachte bevalling op een rustige, enigszins donkere plek worden geplaatst, zodat de moederpoes eraan kan wennen. Een warmtelamp (geen warmtematje, vanwege risico op oververhitting) kan aan de zijkant van de werpkist worden gehangen om de temperatuur te reguleren, vooral in de eerste weken dat kittens hun eigen lichaamstemperatuur nog niet goed kunnen reguleren (omgevingstemperatuur van 30-32 graden in de eerste levensweek).

Symptomen die de naderende bevalling aankondigen zijn onder andere zwelling van de melkklieren en gedragsveranderingen. Het temperaturen van de kat vooraf is niet betrouwbaar. Vaagere symptomen van een naderende bevalling zijn een geringe eetlust, typische lokroepen en opvallende hyperventilatie.

Een voorbereide werpkist met warmtelamp voor een drachtige kat

De Bevalling

De bevalling van een kat verloopt meestal in twee fasen: de ontsluitingsfase en de uitdrijvingsfase. De ontsluitingsfase, waarbij de vagina en baarmoederhals verwijden, is aan de buitenkant niet zichtbaar. Zes tot twaalf uur na het begin van deze verwijding begint de uitdrijvingsfase, die 4 tot 42 uur kan duren.

Tijdens de uitdrijvingsfase worden de weeën van de baarmoeder ondersteund door het samentrekken van de buikspieren. Vlak voor de geboorte van het eerste kitten wordt de poes onrustig, miauwt ze, hyperventileert ze en likt ze aan de vulva. De geboorte van het eerste kitten duurt vaak langer (2 tot 3 uur) dan die van de daaropvolgende kittens, omdat de geboorteweg moet worden opgerekt. Vóór de geboorte van een kitten komt de vruchtblaas naar buiten en breekt open, of breekt inwendig, waarna het vruchtwater afvloeit. Binnen enkele uren nadat het eerste vruchtwater is afgekomen, moet het eerste kitten geboren zijn.

Een kitten wordt geboren in een vlies, dat de moeder meestal zelf doorbijt. De navelstreng wordt ook door de moeder doorgebeten. Als het kitten niet direct ademt of als er slijm in de luchtwegen zit, kan het kitten voorzichtig op zijn kop worden gehouden en geschud om het vocht te laten verwijderen. Als de moeder niet direct om het kitten geeft, moet het vlies worden verwijderd en het kitten droog worden gewreven tot het ademt. Indien nodig kan de navelstreng worden afgebonden met draad of een klem en op ongeveer drie centimeter vanaf de buik worden afgeknipt, waarna het uiteinde in ontsmettingsmiddel wordt gedoopt.

De kittens worden meestal geboren met tussenpozen van een half uur tot een uur. Vijftien tot dertig minuten na elk kitten volgt de nageboorte (moederkoek), die de moederpoes meestal direct opeet. Het is belangrijk om het aantal nageboortes te tellen en te controleren of dit overeenkomt met het aantal kittens. Controleer ook of elk kitten levendig is.

Wanneer de dierenarts te waarschuwen tijdens de bevalling:

  • Als er na 2-3 uur van persing geen kitten meer is geboren, terwijl er nog kittens verwacht worden.
  • Als er langer dan 1 uur lichte persweeën zijn zonder progressie, en er geen kitten zichtbaar is.
  • Als er 20 minuten stevig wordt geperst zonder resultaat.
  • Bij acuut optredende ziekteverschijnselen bij de poes (meer dan incidenteel braken of diarree).
  • Bij veel bloedverlies via de vulva.
  • Bij stinkende of afwijkend gekleurde afscheiding (bijvoorbeeld groene uitvloeiing voor de geboorte van het eerste kitten). Groene uitvloeiing na de geboorte van het eerste kitten is normaal.

Na de Bevalling: Verzorging van Moeder en Kittens

Na de bevalling is het belangrijk om de moederpoes rust te geven. Zorg voor voldoende vers drinkwater en voeding, eventueel aangepast kittenvoer, aangezien de melkproductie een enorme energiebehoefte met zich meebrengt. De moederpoes produceert tijdens de lactatieperiode 1,5 tot 2 keer haar eigen gewicht aan melk, afhankelijk van het aantal kittens.

Verzorging van de kittens:

  • Navelstreng: Indien de navelstreng niet zelf afbreekt, moet deze worden afgebonden en afgeknipt.
  • Ademhaling: Maak de neus en bek vrij van vliezen of slijm. Wrijf de kittens stevig droog met een handdoek om de ademhaling te stimuleren.
  • Warmte: Zorg voor een warme omgeving (30-32 graden in de eerste week). Gebruik een kruik of warmtelamp, maar zorg dat de kittens ook koelere plekken kunnen opzoeken.
  • Voeding: Kittens moeten binnen een uur na de geboorte gaan drinken. Indien nodig kunnen ze worden aangelegd bij de moeder. Als de kittens onvoldoende groeien of afvallen, kan bijvoeding met kunstmelk nodig zijn. Kunstmelk moet op lichaamstemperatuur worden gegeven en nooit worden geïnjecteerd, om verslikken te voorkomen.
  • Gewicht: Weeg de kittens dagelijks. Ze moeten de eerste weken 10 tot 15 gram per dag aankomen en hun geboortegewicht binnen 8-10 dagen verdubbelen.
  • Hygiëne: Houd de omgeving van moeder en kittens schoon. De moeder likt de kittens om de stoelgang en urinatie te stimuleren.
  • Identificatie: Maak de kittens herkenbaar met bijvoorbeeld nagellak om ze uit elkaar te kunnen houden.

Controle van de moederpoes na de bevalling:

  • Uitvloeiing: De eerste 10 dagen kan er nog wat uitvloeiing zijn, variërend van roodbruin tot helder. Na twee weken mag er geen uitvloeiing meer zijn. Troebele of stinkende uitvloeiing is een reden om de dierenarts te raadplegen.
  • Melkklieren: Controleer de melkklieren op harde knobbels of pijn.
  • Gedrag: De moederpoes is na de bevalling vaak moe en slaapt veel, maar verzorgt haar kittens goed.
Pasgeboren kittens die drinken bij hun moeder

Ontworming en Socialisatie

Kittens moeten vanaf 3 weken leeftijd ontwormd worden, daarna op 5, 7 en 12 weken, en vervolgens maandelijks tot ze zes maanden oud zijn. De moederkat moet tegelijkertijd met de kittens worden ontwormd. Na zes maanden wordt vier keer per jaar ontwormen aanbevolen.

De eerste socialisatieperiode van kittens duurt tot 8 weken. Het is cruciaal dat ze in deze periode op een positieve manier kennismaken met menselijk contact, kinderen (onder toezicht), geluiden en andere dieren. Kittens die te vroeg uit hun nest worden geplaatst, lopen het risico op onvoldoende socialisatie.

Toxoplasmose bij Zwangere Vrouwen

Toxoplasmose is een infectie veroorzaakt door een parasiet die leeft in de darmen van katten, met name jonge katten. De cysten (eieren) van de parasiet komen via kattenpoep in de grond, op groente of in water terecht en kunnen na 48 uur besmettelijk zijn. Hoewel de meeste dieren, inclusief katten, niet ziek worden van toxoplasmose, kan het voor mensen met een verminderde weerstand of zwangere vrouwen ernstige gevolgen hebben.

Een toxoplasma-infectie tijdens de zwangerschap kan leiden tot infectie van de baby, met een verhoogd risico op miskraam of overlijden van het kind, vooral bij vroege besmetting. Het is daarom belangrijk om tijdens de zwangerschap contact met besmet voedsel, aarde en kattenbakken te vermijden. Draag handschoenen bij het schoonmaken van de kattenbak en was de handen grondig. Voor zwangere vrouwen wordt aangeraden om contact met potentieel besmette dierlijke uitwerpselen (bijvoorbeeld van kalveren, lammetjes of geitjes) te vermijden, of beschermende kleding te dragen en het gezicht niet aan te raken met de handen.

Hoewel behandeling meestal niet nodig is voor gezonde mensen, kan deze wel geïndiceerd zijn bij een verminderde weerstand of ernstige klachten. Ongeveer 40% van de Nederlandse bevolking heeft antistoffen tegen Toxoplasma, wat wijst op een doorgemaakte infectie.

tags: #zwangere #poes #miskraam