Ontwikkeling van een pasgeboren hond: van pup tot volwassenheid

De dracht bij honden duurt gemiddeld 61,4 dagen, met een variatie van 58 tot 67 dagen. Deze lengte kan beïnvloed worden door het ras en de grootte van het nest; kleinere nesten hebben vaak een langere draagtijd. Een goede voorbereiding op de bevalling is essentieel. Een werpkist en een warmtelamp (waarbij de temperatuur direct onder de lamp 26 graden Celsius moet zijn) zijn nuttige hulpmiddelen, aangezien pasgeboren pups hun eigen lichaamstemperatuur nog niet goed kunnen reguleren.

In de laatste twee weken van de dracht neemt de energiebehoefte van de teef aanzienlijk toe door de groeispurt van de pups. Omdat een volle buik het eten bemoeilijkt, kan deze behoefte worden vervuld door puppyvoer te geven, bij voorkeur in kleine porties verspreid over de dag. Het is belangrijk om puppyvoer voor kleinere rassen te gebruiken, omdat dit meer calcium bevat, wat cruciaal is voor de melkgift en de botgezondheid van de pups.

De bevalling is vaak te voorspellen door de lichaamstemperatuur van de teef te meten. Een daling van 0,5 tot 1 graad Celsius, 12 tot 24 uur voor de bevalling, is een indicatie. Het is aan te raden om vanaf dag 55 van de dracht de temperatuur driemaal daags rectaal op te meten en te noteren. Het opzwellen van de melkklieren, wat al dagen voor de geboorte kan optreden, is geen betrouwbare indicator voor het exacte moment van de bevalling.

Een tot twee dagen voor de geboorte kan er lichte vaginale afscheiding zichtbaar zijn. Op de dag van de geboorte kan de teef onrustig zijn, minder eetlust hebben, vaker plassen en poepen, hijgen, graven in de werpkist en zichzelf schoonlikken in het genitale gebied.

De fasen van de bevalling

De bevalling verloopt doorgaans in drie fasen. De ontsluitingsfase duurt 6 tot 12 uur en wordt gekenmerkt door weeën en de eerder genoemde gedragsveranderingen van de teef. Daarna volgt de uitdrijvingsfase, waarin de weeën krachtiger worden en de teef perst om de pups uit te drijven. De meeste teven gaan liggen tijdens het persen, maar sommigen doen dit gehurkt of staand. Als een teef langer dan 45 minuten krachtig perst zonder vordering bij de eerste pup, is het raadzaam een dierenarts te waarschuwen.

Na de geboorte van elke pup neemt de teef een pauze, waarin niet geperst wordt. Gemiddeld duurt het driekwartier tussen de geboorte van twee pups, maar deze pauze kan tot twee of zelfs drie uur duren. Teven kunnen tijdens deze periode in slaap vallen, waardoor de bevalling langer kan duren.

De pups worden vaak in het vruchtvlies geboren. Normaal gesproken scheurt de teef de vliezen open en likt ze de pups schoon, wat de ademhaling stimuleert. Indien dit niet snel gebeurt, moet de eigenaar helpen door de vliezen te verwijderen en de pup krachtig te wrijven met een handdoek om de ademhaling op gang te brengen. Vervolgens bijt de teef de navelstreng door. Het is belangrijk dat dit niet te dicht bij de buikwand gebeurt, omdat deze bij pups nog zwak is. Zo nodig kan de navelstreng zelf worden afgebonden, 2-3 cm vanaf de buikwand.

Pasgeboren pup, nog in de vliezen

De laatste fase is de uitdrijvingsfase van de placenta, die meestal 5 tot 15 minuten na de pup wordt uitgedreven, maar soms gelijktijdig met de pup of na twee of drie pups kan komen. Het is belangrijk om de pasgeboren pups zo snel mogelijk aan het drinken te krijgen. Hierbij kan geholpen worden door ze op de juiste plek te leggen en eventueel een druppeltje melk uit een tepel te masseren, waarna het bekje van de pup op de tepel geplaatst kan worden. De eerste melk, colostrum, bevat essentiële antilichamen die de pups de eerste levensweken bescherming bieden tegen infecties en alleen in de eerste uren de darmen intact kunnen passeren.

Verzorging en ontwikkeling van pasgeboren pups

Na de bevalling blijft de melkgift van de teef hoog, wat veel energie vergt. Ze heeft daarom tot de speenleeftijd van de pups energierijke voeding nodig, zoals puppyvoer. De teef kan na de bevalling tot wel drie weken lang uitvloeiing hebben. Het is verstandig om haar dagelijks te temperaturen, de uitvloeiing te controleren en de melkklierpakketten te voelen op hardheid, warmte en pijn, om melkstuwing of -klierontsteking te voorkomen. De normale temperatuur van een hond is 38 tot 39 graden Celsius, maar na de bevalling kan deze tijdelijk verhoogd zijn tot 39,5 graden.

Het is aan te raden om het gewicht van alle pups direct na de geboorte bij te houden. Normaal gesproken neemt het gewicht van een pup dagelijks toe, met uitzondering van de eerste of tweede dag na de bevalling, wanneer ze lichter kunnen zijn. Als ze daarna niet aankomen of afvallen, kan dit duiden op problemen en is bijvoeding met kunstmelk mogelijk noodzakelijk. De pups groeien de eerste 10 dagen dagelijks ongeveer 10% van hun geboortegewicht. Na 10 dagen openen de oogjes zich en is het gewicht verdubbeld.

Illustratie van de ontwikkeling van een puppy, met mijlpalen zoals openen van ogen, eerste stapjes en speenleeftijd.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat puppy's in de groei een andere voedingsbehoefte hebben dan volwassen honden. Een speciaal dieet voor puppy's tijdens hun groeifase is essentieel voor een gezonde ontwikkeling. Vroegtijdige socialisatie en training leggen een positieve, blijvende indruk en helpen de pup uit te groeien tot een goed gemanierde volwassen hond.

Neonatale fase (0-2 weken)

In de neonatale fase spenderen puppy's hun tijd voornamelijk aan slapen en eten. De ogen en oren zijn nog gesloten, maar ze zijn gevoelig voor aanraking en geuren. Neonatale puppy's bewegen nauwelijks en kunnen alleen langzaam kruipen. Ze blijven altijd bij hun moeder. Wanneer de moeder afwezig is, maken ze geluid en bewegen hun hoofd om haar te vinden. Ze voeden zich door te zuigen bij de moeder, en urineren en poepen wordt gestimuleerd door het likken van de anogenitale delen door de moeder.

Het is essentieel dat puppy's binnen 24 uur na de geboorte colostrum uit de moedermelk binnenkrijgen. Dit is cruciaal voor de immuniteit in de eerste levensweken. De eerste 24 uur van pasgeboren puppy's zijn het allerbelangrijkst; ze zijn klein en kwetsbaar, maar vinden hun weg naar de moeder voor warmte en voeding. Pasgeboren puppy's kunnen hun lichaamstemperatuur nog niet goed reguleren en hebben hulp nodig bij temperatuurregeling. De omgevingstemperatuur moet in de eerste week tussen 28°C en 30°C zijn, en in de tweede week tussen 26°C en 28°C. De ruimte moet goed geventileerd zijn, maar zonder tocht.

Overgangsfase en Bewustwordingsperiode (2-4 weken)

In deze periode, die begint rond de 13e dag met het openen van de ogen, leren puppy's lopen. Ze beginnen zelfstandig te bewegen en ontwikkelen zich sneller. De oren gaan gemiddeld rond de 19,5 dag open. Tegen de 25e dag zijn de ogen en oren beter ontwikkeld en kunnen ze vormen waarnemen en geluiden goed horen. Deze fase markeert de overgang naar de eerste socialisatiefase.

De ogen van een pasgeboren puppy gaan meestal tussen 10 en 14 dagen na de geboorte open. Een puppy begint te horen als hij tussen de twee en drie weken oud is. Puppy's kunnen kruipen zodra ze geboren zijn en worden steeds zelfverzekerder in hun bewegingen. Rond twee weken kunnen de meeste puppy's staan en lopen, aanvankelijk op wiebelende pootjes.

Een puppy die zijn ogen opent en de omgeving begint te verkennen.

Eerste Socialisatiefase (4-12 weken)

Deze gevoelige periode, die vaak loopt van 4 tot 12 weken, is cruciaal voor de ontwikkeling. Puppy's leren wat het betekent om een hond te zijn door interactie met hun moeder en nestgenoten. Rond 6 weken zijn de ogen volledig ontwikkeld. Tussen 4 en 8 weken zijn puppy's nieuwsgierig en onderzoeken ze nieuwe voorwerpen en situaties. Sociaal contact met mensen, andere honden en dieren is van groot belang. Vanaf 4 weken kan een puppy vermijding tonen ten opzichte van onbekende prikkels, wat de natuurlijke vluchtneiging ontwikkelt.

De eerste angstfase begint rond 8 weken en kan tot ongeveer 11 weken duren. In deze periode koppelen hersenen angst aan nare ervaringen. Het speenproces begint wanneer de puppy vast voedsel begint te eten, vaak rond de 4 weken. Ze tonen interesse in het voer van hun moeder, en de melkproductie van de moeder neemt geleidelijk af. De puppy's beginnen aan de definitieve overgang naar vast puppyvoer.

De derde week is ook een belangrijke week voor het vormen van emotionele banden met mensen. Hoewel het nog te vroeg is om de puppy van zijn moeder te scheiden, is dit een goed moment om hem te leren kennen. Een verantwoordelijke fokker zorgt voor een eerste gezondheidscontrole door de dierenarts. Rustige interactie met mensen helpt de puppy wennen aan menselijk contact, wat latere socialisatie vergemakkelijkt.

Puppy's krijgen meestal hun vaccinaties wanneer ze zes tot 12 weken oud zijn. Tegen de tijd dat een puppy klaar is om geadopteerd te worden, moet hij gevaccineerd zijn tegen hondenziekte, parvovirus, leptospirose en para-influenza. Een tweede vaccinatie volgt twee tot vier weken later.

Juveniele fase en Puberteit (vanaf 12 weken tot volwassenheid)

Vanaf 12 weken tot 6 maanden volgt een tweede socialisatiefase, waarin socialiseren belangrijk blijft. Puppy's beginnen hun melktanden te wisselen, wat doorgaat tot ongeveer 7 maanden. Rond 13 weken begint de prepuberteit, die duurt tot ongeveer 16 weken. Daarna volgt de wegloopfase, waarin de reukzin zich verder ontwikkelt en pups de neiging hebben hun neus achterna te gaan. Vanaf 16 weken start de juveniele fase, die eindigt wanneer de puppy geslachtsrijp is.

Rond 6 maanden begint gemiddeld de puberteit, met een hormonale piek. In deze periode zijn honden gevoeliger voor angstige ervaringen (tweede angstfase). Vanaf 12 maanden gaan ze de tweede puberteitsfase in en begint de groei naar volwassenheid, die kan duren tot 2 à 3 jaar, afhankelijk van ras en grootte.

De motorische vaardigheden van puppy's zijn na zes maanden nagenoeg gelijk aan die van een volwassen hond. Het is in deze fase belangrijk om te blijven socialiseren en trainen. Na ongeveer zes of zeven maanden zijn honden seksueel volwassen, maar worden nog niet als volwassen honden beschouwd. Puppy's groeien snel; kleinere rassen worden sneller volwassen dan grotere rassen. De adolescentie kan enkele maanden tot een jaar duren.

De adolescentie wordt gekenmerkt door instinctief gedrag zoals verkennen, pronken en territorium afbakenen. Confrontaties tussen jonge honden zijn normaal en helpen bij het bepalen van de sociale hiërarchie. Het is belangrijk om jonge honden niet te isoleren, om frustratie en slechte socialisatie te voorkomen. Doorlopende training, waardering en beloning vergroten het zelfrespect en helpen energie op een positieve manier kwijt te raken.

De ontwikkeling van botten en gewrichten is rond 12 maanden voldoende ontwikkeld voor meer beweging en variatie. Grote hondenrassen die meer dan 25 kg wegen, bereiken nu hun volwassen hoogte en gewicht. Rond 18-24 maanden bereiken grote en zeer grote rassen sociale volwassenheid en kunnen ze geslachtsrijp worden.

Een volwassen hond die ontspannen in de tuin ligt.

De leeftijd waarop een hond volwassen wordt, varieert sterk per ras en grootte. Kleine rassen zijn vaak volgroeid tussen 12 en 15 maanden, terwijl grote rassen tot 24 maanden nodig hebben. Grote rassen hebben meer energie nodig en tonen grotere veranderingen tijdens hun groei.

Voeding en gezondheid

Puppy's hebben aangepaste voeding nodig die speciaal is ontwikkeld voor hun groeifase. Puppyvoer bevat de juiste balans van voedingsstoffen voor een gezonde ontwikkeling. Naarmate de puppy groeit, verandert de voedingsbehoefte. Voor honden die zwaarder worden dan 25 kg als volwassene, is er speciaal puppyvoer dat een gecontroleerde groei bevordert en problemen aan botten en gewrichten voorkomt.

De voeding van de moederhond tijdens de dracht en lactatie heeft een directe invloed op de kwaliteit van de moedermelk en de gezondheid van de pups. Het teefje heeft aanzienlijke hoeveelheden eiwit en calcium nodig, en haar energiebehoefte stijgt met wel 325%. Het is belangrijk om haar goed in de gaten te houden en bij gewichtsverlies, verminderde activiteit of een doffe vacht de dierenarts te raadplegen.

Problemen zoals melktekort, gebreksverschijnselen bij de teef of mastitis (borstklierontsteking) kunnen optreden. Symptomen zoals koorts, weigering van voedsel of apathie vereisen veterinair advies. Ondanks mogelijke complicaties verlopen de meeste bevallingen zonder problemen. Vertrouw op de natuur en het instinct van de teef.

Het is raadzaam om van alle pups het gewicht bij te houden. Ze moeten dagelijks aankomen, met uitzondering van de eerste dag. Als ze niet aankomen of afvallen, kan bijvoeding nodig zijn.

Wetgeving en verantwoordelijkheden

Bij het fokken met honden is het belangrijk om aan de geldende wetgeving te voldoen. Fokken met bepaalde rassen is uitsluitend toegestaan als aan strikte criteria wordt voldaan, met name vanwege welzijnsproblemen gerelateerd aan specifieke uiterlijke kenmerken zoals korte snuiten. Voor gedetailleerde informatie hierover kan men terecht op de website van de NVWA.

Een hondeneigenaar worden is een grote verantwoordelijkheid. Het is belangrijk om de pup vanaf de eerste weken goed te verzorgen en te begeleiden in zijn ontwikkeling. Regelmatige bezoeken aan de dierenarts voor controles, ontworming en vaccinaties zijn essentieel voor een gezond leven.

tags: #hoe #lang #is #een #pasgeboren #hond