Ouderschapsverlof is een waardevolle regeling die werknemers in staat stelt om werk en gezinsleven beter op elkaar af te stemmen. Het verlof kan op flexibele wijze worden opgenomen, variërend van voltijds tot halftijds, één dag per week of zelfs een halve dag per week. Voor werknemers die voltijds werken, bestaat de mogelijkheid om hun eigen regime te kiezen.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen het gewone ouderschapsverlof, dat een absoluut recht is, en de flexibele regeling. De mogelijkheid om de flexibele regeling op te nemen, is afhankelijk van de goedkeuring van de werkgever.
Wie heeft recht op ouderschapsverlof?
In principe heeft iedere werknemer in loondienst recht op ouderschapsverlof. Er zijn echter enkele voorwaarden:
- Het verlof moet worden aangevraagd vóór de twaalfde verjaardag van het kind.
- Voor personeelsleden van de Vlaamse overheid gelden specifieke regels met betrekking tot flexibel ouderschapsverlof, waarbij sommige flexibele regelingen nog niet van toepassing zijn.
- Voor onderwijzend personeel gelden eveneens specifieke regels.
Vormen van Ouderschapsverlof
Er zijn verschillende manieren om ouderschapsverlof op te nemen:
- Voltijds ouderschapsverlof: Dit houdt een volledige schorsing van de arbeidsprestaties in gedurende een bepaalde periode.
- Halftijds ouderschapsverlof: Voltijds tewerkgestelde werknemers kunnen gedurende een periode van acht maanden hun arbeidsprestaties halftijds voortzetten. Deze periode van acht maanden kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst.
- 1/5de ouderschapsverlof: Voltijds tewerkgestelde werknemers kunnen gedurende een periode van twintig maanden hun arbeidsprestaties met één vijfde verminderen. Deze vermindering kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst.
- 1/10de ouderschapsverlof: Dit is mogelijk gedurende een periode van veertig maanden, mits akkoord van de werkgever. Ook deze vermindering kan worden opgesplitst.
Een overstap tussen de verschillende regelingen is mogelijk. Hierbij geldt dat één maand schorsing van de arbeidsovereenkomst gelijkstaat aan twee maanden halftijdse verderzetting, vijf maanden vermindering met één vijfde, en tien maanden vermindering met één tiende.

Duur van het Ouderschapsverlof
De maximale duur van het ouderschapsverlof varieert afhankelijk van de gekozen opnamevorm:
- Volledige schorsing: De algemene regel voorziet in 4 maanden die kunnen worden opgesplitst in periodes van 1 maand of een veelvoud daarvan. Met akkoord van de werkgever kan deze periode ook in weken worden opgesplitst.
- Halftijdse onderbreking: De algemene regel voorziet in 8 maanden die kunnen worden opgesplitst in periodes van 2 maanden of een veelvoud daarvan. Met akkoord van de werkgever kan deze periode ook in maanden worden opgesplitst.
- 1/5de onderbreking: De duur bedraagt 20 maanden, op te splitsen in periodes van 5 maanden of een veelvoud daarvan.
- 1/10de onderbreking: De duur bedraagt 40 maanden, op te splitsen in periodes van 10 maanden of een veelvoud daarvan.
Let op! Sinds 1 september 2020 kunnen personeelsleden van het Vlaamse onderwijs en de Vlaamse CLB's ouderschapsverlof opsplitsen, mits ze vóór die datum nog geen ouderschapsverlof hebben opgenomen voor het betreffende kind.
Procedure en Kennisgeving aan de Werkgever
Om ouderschapsverlof aan te vragen, dient de werknemer de werkgever tijdig op de hoogte te stellen:
- Termijn: De schriftelijke kennisgeving moet ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden vóór de gewenste begindatum plaatsvinden. Voor bepaalde werkgevers in de publieke sector geldt een termijn van drie maanden.
- Vorm: De kennisgeving kan per aangetekende brief of door overhandiging van een brief, waarvan de werkgever een ontvangstbewijs moet ondertekenen.
- Inhoud: De brief dient de gewenste begindatum, de einddatum en de vorm van het ouderschapsverlof te vermelden.
Per aanvraag kan in beginsel slechts één aaneengesloten periode van ouderschapsverlof worden aangevraagd. Indien de werknemer gebruik wil maken van de flexibele opnamemogelijkheid om voltijds ouderschapsverlof op te splitsen in weken, kan de aanvraag betrekking hebben op verschillende niet-aaneengesloten periodes, mits deze gespreid zijn over een periode van maximaal drie maanden.

Weigering of Uitstel door de Werkgever
Het gewone ouderschapsverlof kan door de werkgever niet worden geweigerd, mits de werknemer voldoet aan de wettelijke voorwaarden. De werkgever heeft echter wel het recht om de uitoefening van het recht op ouderschapsverlof met maximaal zes maanden uit te stellen om gerechtvaardigde redenen in verband met het functioneren van de onderneming. Dit uitstel dient schriftelijk en gemotiveerd te gebeuren binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van de werknemer.
De volgende vormen van ouderschapsverlof zijn niet afhankelijk van het akkoord van de werkgever:
- Voltijds ouderschapsverlof
- Halftijds ouderschapsverlof
- 1/5de ouderschapsverlof
Het 1/10de ouderschapsverlof en de flexibele opnamemogelijkheden van het voltijds en halftijds ouderschapsverlof (zoals opsplitsing in weken of maanden) zijn daarentegen wel afhankelijk van het akkoord van de werkgever. Indien de werkgever een dergelijke aanvraag weigert, dient hij dit schriftelijk en gemotiveerd mee te delen aan de werknemer binnen een maand na de kennisgeving. Het uitblijven van een beslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.
Ouderschapsverlof bij Adoptie en Pleegzorg
Het recht op ouderschapsverlof geldt niet alleen voor biologische en adoptieouders, maar ook voor pleegouders die werden aangesteld in het kader van langdurige pleegzorg. De voorwaarde is dat het kind minstens zes maanden in het gezin verblijft. Beide wettelijke ouders of adoptieouders kunnen voor hetzelfde kind ouderschapsverlof nemen. Indien de ene ouder zijn recht niet volledig opneemt, kan dit recht niet worden overgedragen op de andere ouder.
In geval van adoptie geldt een gelijkaardige regeling. De aanvraag dient te gebeuren vóór de twaalfde verjaardag van het kind. Bij een kind met een fysieke of mentale handicap is deze leeftijdsgrens verhoogd tot 21 jaar, mits bewijs van de handicap.
Financiële Vergoeding
Tijdens het ouderschapsverlof kan de werknemer in principe aanspraak maken op een onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Om deze uitkering te ontvangen, moet de werkgever voldoen aan bepaalde toegangsvoorwaarden en moeten andere regels worden nageleefd. De aanvraag bij de RVA dient uiterlijk twee maanden na de ingangsdatum van de onderbreking te worden ingediend.
Voor kinderen geboren na 8 maart 2012 heeft men recht op een vierde maand betaald verlof. Voor kinderen geboren vóór die datum is de vierde maand onbetaald.
Daarnaast bestaat er een aanmoedigingspremie van de Vlaamse Overheid gedurende één jaar van de loopbaan. Het is raadzaam om goed na te denken of deze premie direct wordt opgenomen of wordt gespaard voor een ander zorgverlof.
Bescherming tegen Ontslag
Werknemers die gebruikmaken van ouderschapsverlof zijn beschermd tegen ontslag. Deze beschermingsperiode gaat in op de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever en eindigt drie maanden na het einde van het ouderschapsverlof. De werkgever mag de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig opzeggen, tenzij er sprake is van een dringende of voldoende reden die vreemd is aan het ouderschapsverlof.
In geval van ontslag tijdens een volledige onderbreking, kan de opzeggingstermijn pas beginnen lopen vanaf het einde van het ouderschapsverlof. Bij een vermindering van prestaties wordt de opzeggingstermijn deeltijds gepresteerd.
Zorgpersoneel neemt ontslag door tekort aan bescherming: 'Je moet ook aan familie denken'
Vroegtijdige Stopzetting
Met akkoord van de werkgever kan het ouderschapsverlof vroegtijdig worden stopgezet vóór de oorspronkelijk aangevraagde einddatum. Indien de werkgever akkoord gaat, dient de RVA schriftelijk op de hoogte te worden gebracht. Het niet naleven van de afgesproken periodes, zoals het vroegtijdig beëindigen van een deel van het verlof, kan leiden tot verlies van uitkeringen voor het niet-opgenomen deel.
tags: #weigering #ouderschapsverlof #werkgever