Als ouder is het belangrijk om te weten wanneer en hoe contact op te nemen met de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) met betrekking tot kinderopvang. Dit artikel belicht de procedures en de rol van de GGD in het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid van kinderopvanglocaties.
Eerste Stap: Bespreken met de Kinderopvanglocatie
In eerste instantie is het raadzaam om eventuele ontevredenheid over de kwaliteit van de kinderopvang direct te bespreken met het kindercentrum zelf. De medewerkers van de kinderopvang kunnen de situatie het beste toelichten of direct verbeteringen doorvoeren.
Meldingen bij de GGD
Indien u signalen heeft dat een kindercentrum, gastouder of gastouderbureau niet voldoet aan de wettelijke eisen, kunt u een melding doen bij de GGD in de betreffende regio. Het is mogelijk om deze melding anoniem te doen, waarbij uw identiteit niet wordt bekendgemaakt aan de kinderopvanglocatie. De GGD behandelt uw melding vertrouwelijk.
Het is belangrijk te weten dat de GGD geen individuele klachten over specifieke kinderopvanglocaties of gastouders in behandeling neemt. Hiervoor dient u de klachtenregeling van de betreffende kinderopvanglocatie of gastouderbureau te raadplegen. Mocht u er met de locatie niet uitkomen, dan kunt u uw klacht indienen bij de Geschillencommissie.
Melding van Kindermishandeling of Seksueel Misbruik
Bij een vermoeden van mogelijke kindermishandeling of seksueel misbruik door een medewerker van een kindercentrum of een gastouder, dient u dit onmiddellijk te melden bij de directie van de kinderopvanglocatie of het gastouderbureau. De directie is wettelijk verplicht om contact op te nemen met de Vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. U kunt ook zelf direct contact opnemen met de Vertrouwensinspecteur.

Het Onderzoek door de GGD
De GGD voert diverse onderzoeken uit om te controleren of de kinderopvang voldoet aan de Wet kinderopvang. Deze onderzoeken worden ook wel 'onderzoek voor registratie' of 'inspectie' genoemd.
1. Onderzoek voor Registratie (Nieuwe Locatie, Verhuizing of Overname)
Voordat een nieuwe opvanglocatie geopend mag worden, vindt het 'onderzoek voor registratie' plaats. De GGD-toezichthouder (inspecteur) beoordeelt of de locatie naar verwachting zal voldoen aan de eisen van de Wet kinderopvang. Dit onderzoek wordt ook uitgevoerd bij een verhuizing van een bestaande locatie naar een ander adres, of wanneer een nieuwe houder of gastouderbureau de opvanglocatie overneemt. Bij een verhuizing ligt de focus op de nieuwe accommodatie, bij een overname op de beleidsdocumenten.
Sinds 2017 hanteren GGD'en de werkwijze ‘Streng aan de Poort’. Dit houdt in dat bij het onderzoek voor registratie de locatie intensief wordt gecontroleerd, met extra nadruk op het te voeren beleid van de houder. Het doel is om ervoor te zorgen dat alleen potentiële houders met voldoende kennis en kunde een kindercentrum kunnen starten.
Rol van Ouder(commissie)s: Bij de registratie van een nieuwe locatie is er vaak nog geen oudercommissie. Bij een verhuizing of opening door dezelfde houder kunnen ouders signalen doorgeven aan de GGD.
2. Onderzoek na Registratie
Binnen drie maanden na opening van een opvanglocatie vindt het 'onderzoek na registratie' plaats. De GGD-toezichthouder controleert of de locatie, nu er daadwerkelijk kinderen worden opgevangen, voldoet aan alle kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang. Dit onderzoek omvat zowel eerder beoordeelde kwaliteitseisen als de praktijk.
Een uitzondering hierop is het reglement voor de oudercommissie, dat pas binnen zes maanden na registratie vastgesteld hoeft te zijn. Het onderzoek na registratie lijkt sterk op het jaarlijkse onderzoek, waarbij nog alle inspectiedomeinen worden geïnspecteerd omdat er nog geen risicoprofiel is toegekend.
Indien de kwaliteitseisen niet of onvoldoende worden nageleefd, kan de GGD de gemeente adviseren om handhaving toe te passen. Na dit onderzoek volgt jaarlijks een inspectie.
Rol van Ouder(commissie)s: Binnen zes maanden na registratie moet de kinderopvangondernemer een oudercommissie en een bijbehorend reglement hebben ingesteld. Indien de organisatie onvoldoende actie onderneemt, dient u dit bij de GGD aan te geven.
3. Jaarlijks en Onaangekondigd Inspectieonderzoek
Alle kinderdagverblijven, buitenschoolse opvanglocaties en gastouderbureaus worden jaarlijks en onaangekondigd geïnspecteerd. De GGD-toezichthouder controleert de naleving van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving. Dit is doorgaans het enige inspectieonderzoek waar een goed functionerende opvanglocatie mee te maken krijgt, na de registratie en tenzij er wijzigingen plaatsvinden.
Rol van Ouder(commissie)s: Tijdens de jaarlijkse inspectie kan de GGD het ouderrecht controleren. Er zijn specifieke vragenlijsten voor de oudercommissies van kinderdagverblijven/bso en van gastouderbureaus. Van elke inspectie wordt een rapport opgesteld. Het is aan te raden om 'GGD zaken' als vast agendapunt op te nemen tijdens oudercommissievergaderingen.
4. Nader Onderzoek
Wanneer de toezichthouder tijdens een inspectie tekortkomingen of overtredingen constateert, kan een nader onderzoek volgen. Hierbij wordt gecontroleerd of de geconstateerde tekortkoming of overtreding is hersteld. Dit kan plaatsvinden na zowel jaarlijkse als incidentele inspecties. Niet elke overtreding leidt tot een nader onderzoek; dit hangt af van gemeentelijk handhavingsbeleid.
Rol van Ouder(commissie)s: Het is voor oudercommissies van belang om op de hoogte te zijn van nader onderzoek en de uitkomsten daarvan. Het bespreken hiervan tijdens oudercommissievergaderingen kan de drempel verlagen.
5. Incidenteel Onderzoek
Een incidenteel onderzoek vindt eenmalig plaats, bijvoorbeeld na een signaal of klacht van ouders, werknemers of buurtbewoners. De GGD heeft schriftelijke toestemming van de gemeente nodig om dit onderzoek uit te voeren. Afhankelijk van de urgentie kan het onderzoek onaangekondigd zijn.
Rol van Ouder(commissie)s: Het is altijd belangrijk om zorgen te melden bij de GGD, zowel als individuele ouder als via de oudercommissie.
Herstelaanbod en Handhaving
Indien de toezichthouder tekortkomingen constateert, kan hij/zij de houder een herstelaanbod doen. Dit is een mogelijkheid om tekortkomingen snel te herstellen en is gebaseerd op afspraken tussen de GGD en de gemeente. De toezichthouder bespreekt met de houder de benodigde verbetermaatregelen en de termijn waarbinnen deze moeten worden doorgevoerd. De hersteltermijn is maximaal vier weken, afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding.
Geen herstelaanbod vindt plaats bij overtredingen die de directe veiligheid of gezondheid in het geding brengen en waarbij directe ingrijping door de gemeente noodzakelijk is.
De Rol van GGD bij Gezondheid en Ontwikkeling
Naast toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang, speelt de GGD ook een rol in de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Medewerkers van het team Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van GGD'en bieden ondersteuning aan kinderen en ouders op vaste momenten tijdens de schoolperiode en daarbuiten.
Dit omvat onder andere:
- Gezondheidsonderzoeken en gesprekken met jeugdartsen en verpleegkundigen.
- Ogen- en gehoortesten, meten en wegen van kinderen.
- Gesprekken over gezondheid, gedrag, welbevinden en opvoeding.
- Advies en ondersteuning bij vragen van ouders.
Kinderen ontvangen tussen 5 en 6 jaar een uitnodiging voor een gezondheidsonderzoek, aansluitend op de onderzoeken van het consultatiebureau. In groep 7 kan een gezondheidsonderzoek worden aangevraagd. Ook in het speciaal onderwijs vinden gezondheidsonderzoeken plaats.
Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen
De Wet kinderopvang (Wko) stelt dat houders van kinderopvang verantwoorde kinderopvang moeten aanbieden die bijdraagt aan een gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige omgeving. De GGD toetst en beoordeelt of aan deze eisen wordt voldaan.
Alle inspectierapporten van de GGD zijn openbaar en te vinden in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), waar ook een samenvatting van de inspectieresultaten ('In-één-oogopslag') per locatie beschikbaar is.
Flexibilisering van Inspectieactiviteiten
Sinds 1 januari 2022 kunnen GGD'en, in overleg met gemeenten, de reguliere inspecties op de kinderopvang ingrijpend veranderen door middel van Flexibilisering van de inspectieactiviteit. Dit betekent meer flexibiliteit in toezicht en minder verplichte, vaste onderwerpen. Het toezicht wordt meer risicogestuurd, waarbij intensiever wordt geïnspecteerd bij locaties waar zorgen bestaan.
Voorheen was er sprake van verplicht toezicht op onderwerpen als ontwikkeling, kwaliteit, veiligheid, gezondheid, stabiliteit en professionaliteit. Met de invoering van de 'Flexibele inspectieactiviteit' is het aantal verplicht te beoordelen onderwerpen verminderd. GGD GHOR Nederland heeft een afwegingskader ontwikkeld, het risicomodel, om de toezichthouder te ondersteunen bij het bepalen van het risicoprofiel van een locatie.
Het risicomodel kent vier oplopende risicoprofielen: geen, lichte, matige en ernstige aanleiding tot zorg. Hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer tijd de toezichthouder krijgt voor de inspectie. Het risicomodel zelf zegt echter niets over de kwaliteit van de kinderopvang.
Dialoog en Rapportage
De GGD'en hanteren een beleid van dialoog gericht werken. Voordat een inspectierapport definitief wordt opgemaakt, worden de bevindingen besproken met de houder. De houder krijgt de gelegenheid om vragen te stellen of opmerkingen te maken. Na het opmaken van het rapport kan de houder bezwaar maken tegen het oordeel van de toezichthouder en eventuele daaruit voortvloeiende handhaving.
Elk inspectierapport wordt in handen gesteld van de gemeente, en een overtreding kan worden verbonden aan een 'advies tot handhaving'.
