Quinsy's Kritische Spiegel: Een Analyse van Nieuwstedelijke Praktijken en Kolonialisme

Het resultaat van de opdracht aan Quinsy is een tekst die de lezer een kritische spiegel voorhoudt. Deze reflectie heeft intern voor aanzienlijke vragen en discussies gezorgd. Hoewel de tekst afwijkt van de oorspronkelijke vraagstelling, biedt hij waardevolle inzichten in structureel racisme, institutioneel racisme en gerelateerde problematieken zoals tokenism en wit privilege.

cartografie van stedelijke praktijken

De Verbinding tussen Cartografie, Kolonialisme en Taal

Quinsy legt een verband tussen het in kaart brengen en beschrijven van nieuwstedelijke praktijken en kolonialisme. Hij stelt dat het ontstaan van wereldkaarten voortkwam uit de behoefte om land in kaart te brengen. De geschiedenis leert ons echter dat het vastleggen van gebieden middels een kaart altijd een middel is geweest om deze te beheersen, in te nemen en te koloniseren. Dit leidt tot de constatering: "Beschrijven is bepalen". Dit staat in contrast met de oorspronkelijke veronderstelling van Kunstenpunt: "beschrijven is celebreren, is verbinden". Deze discrepantie roept de vraag op of er een inschattingsfout is gemaakt en waarom de kritiek van Quinsy op bezochte plekken niet altijd herkenbaar was.

Het sleutelwoord hier is "herkennen". De blik en leesbril van Kunstenpunt zijn die van een steunpunt: overwegend wit en institutioneler dan de praktijken samengebracht in het dossier "Diepstedelijke Grond". De keuze voor verbinding vloeit voort uit deze positie en de bijbehorende privileges, waarmee in de toekomst bewuster omgegaan wil worden. Quinsy legt dynamieken bloot die niet voor iedereen even zichtbaar zijn.

De Opdracht aan Quinsy en zijn Achtergrond

Eind april 2018 werd Quinsy benaderd door Sofie Joye met het verzoek om een 'zachte cartografie' van de 'territoria van nieuwstedelijke creatie' in Antwerpen te maken voor Kunstenpunt. Antwerpen is de stad waar de koloniale atlas voor het eerst op industriële schaal werd vervaardigd door drukkerij Plantin-Moretus, wat de opdracht intrigerend maakte voor Quinsy. Als persoon afkomstig van de Nederlandse Antillen, een levende erfenis van het kolonialisme, kreeg hij de kans om kunst te onderzoeken in de stad waar verhalen over zijn voorouders werden verzonnen.

Bij Kunstenpunt behandelt Joye de dossiers diversiteit, stedelijkheid en jonge makers. Dit project is een tweede in een reeks voor Vlaanderen; het onderzoek van 2017 vond plaats in Brussel. Destijds deed Chris Keulemans, eveneens Nederlands paspoorthouder, een vergelijkbaar onderzoek en schreef een reflectie na een maand in Brussel te hebben verbleven.

Kunstenpunt: Een Informatie- en Steunpunt

Kunstenpunt is een informatie- en steunpunt dat is ontstaan uit de fusie van de steunpunten voor de sectoren beeldende kunst, muziek en podiumkunsten. Het steunpunt organiseert ook excursies naar onder andere Tunesië en Palestina. Het doel hiervan is om deelnemers uit gevestigde instellingen en dominante groepen te stimuleren tot kritische reflectie over evenwaardigheid en gelijkwaardigheid in internationale relaties.

Door mensen als Joachim Ben Yakoub hierbij te betrekken, probeert de organisatie meer te informeren dan alleen over praktische zaken rond internationale samenwerking. Volgens Kunstenpunt is het de bedoeling dat dit soort reizen en initiatieven de eigen positie kritisch voor het voetlicht houdt. De vraag blijft of de gekozen deelnemers van deze excursies dit altijd ter harte nemen. Het feit dat Kunstenpunt in het Engels het Flanders Arts Institute heet, maar online geen Franse benaming te vinden is, de tweede taal van het land, zegt ook iets.

Eerste Kennismaking en The Big Conversation on Decolonisation

Een maand eerder maakte Quinsy voor het eerst kennis met Joye in de Beursschouwburg in Brussel. Vanuit tijdschrift Rekto:Verso en de Beursschouwburg kwam de uitnodiging om tafelgast te zijn tijdens The Big Conversation on Decolonisation. Het blad had kort daarvoor een nummer gewijd aan dekolonisatie en deze avond was een verdere verkenning van dat thema. Het format van de avond is eenvoudig: ongeveer tien tafelgasten zitten aan een tafel waarbij het publiek kan aanschuiven over drie rondes. De complexiteit van de materie maakt het gesprek boeiend voor zowel de spreker als de gesprekspartners.

De Beursschouwburg had eerder al een succesvolle Big Conversation georganiseerd over feminisme. De uitnodiging om zich onder te dompelen in Brussel en daarop te reflecteren, aanvaardde Quinsy enthousiast. Het is niet alledaags dat een gevestigde organisatie, een pilaar van het dominante discours over de kunsten, hem uitnodigt voor een dergelijke opdracht. Het was ook een van de weinige keren dat een werknemer van zo'n organisatie zijn ideeën en standpunten zonder tussenkomst van een mediakanaal heeft ervaren en daarna een project wil beginnen.

Antwerpse Scene en Persoonlijke Ervaringen

Quinsy kende de Antwerpse scene een beetje, mede door zijn verschillende optredens en uitstapjes naar de stad. Met Poetry Circle Nowhere stond hij in 2009 in Park Spoor Noord op uitnodiging van The Writer’s Bench. In datzelfde jaar volgde hij een workshop van de spoken word dichter en theatermaker Kain The Poet in CC Berchem. De avond ervoor had deze artiest bij ‘Nuff Said opgetreden. Ook stond Quinsy op het podium van Mama’s Open Mic, toen het nog bij Mama Matrea werd georganiseerd, en later in de Zomerfabriek. Het Bos, en de zaal waar het onderzoek tijdens het Theaterfestival werd georganiseerd, kende hij van een optreden op uitnodiging van Seckou Ouologuem en Felix Poetry.

Door deze geschiedenis voelde hij zich, in tegenstelling tot Chris in Brussel, aanvankelijk geen indringer. Door zijn eigen kunstpraktijk werden hem ook gevoelige informatie toevertrouwd. Deze informatie was afkomstig van de initiatieven en betrokkenen waar Joye het over had toen ze uitlegde wie voor Kunstenpunt belangrijk waren om te spreken over de stad.

artistieke optredens in Antwerpen

Chris' Reflectie en de Positie van de Kunstenaar

Chris gaf aan bekend te zijn met de vier grote podia van Brussel, maar dat de mensen die hij ontmoette en tegenkwam in een andere stad leefden dan de stad die hij kende. In zijn reflectie op de praktijken die hij in Brussel tegenkwam en de gesprekken die hij voerde, schreef hij dat hij soms het gevoel had op een plek te zijn gekomen waar hij niet hoorde te zijn.

Ook de tekst die nu gelezen wordt, vertrekt vanuit het bewustzijn dat de auteur een buitenstaander is. De reflectie van Chris betrof observaties over de positie van de kunstenaar in de stad en de netwerken waarin de kunstenaar zich kan bevinden. Hij schreef over historisch gegroeide werkelijkheden van de stad, ontstaan door een aaneenschakeling van collectieve en individuele acties, variërend van bewonderenswaardige initiatieven tot politiek falen.

Zijn tekst is voor de sector een blik op een groep mensen die, volgens Keulemans en Kunstenpunt, vanuit het perspectief van het geïnstitutionaliseerde circuit en het kunstenbeleid niet-dominante contemporaine praktijken beoefenen. Het doel is, zoals Kunstenpunt het omschrijft, meer erkenning te krijgen voor de waarde en betekenis van dit soort praktijken. Voor hen gaat het om de opbouw van een discours dat deze praktijken als uitgangspunt neemt en hen niet probeert in te passen binnen de waarden en referentiekaders van het beleid en dominante instellingen. Op die manier willen ze interessante inzichten over de stad voor de sector behouden.

Input voor de Landschapstekening Kunsten

De verslagen - van Chris, van Quinsy en van de persoon die over Gent een reflectie zal schrijven - zijn input voor de Landschapstekening Kunsten. Na de nationale verkiezingen van mei 2019 zal deze tekening de volgende Minister van Cultuur informatie verschaffen voor de verdere uitwerking van zijn Visienota voor de kunsten.

Cartografie als Machtsinstrument

In Terra Infirma schrijft Irit Rogoff dat het van belang is om cartografie te analyseren als een machtsinstrument. Antwerpen was ten tijde van de Europese vlucht voor de pest en andere ziektes, die Europa onbewoonbaar dreigden te maken, de stad waar de industriële productie van kaarten en atlassen is geïnitieerd. Toen en nu gaat het bij het maken van een kaart om het beschrijven van een onbekend of bekend gebied naar de maatstaven van de maker, voor de aandeelhouders van diens wereld, met diens kenmerken en begrippen. Het is een manier om de macht van definiëring naar je toe te trekken en gebieden voor te stellen volgens eigen principes en idealen. Kaarten zijn politieke instrumenten die de maker de mogelijkheid bieden, of vaak dwingen, tot een andere omgang met de wereld om ons heen.

historische wereldkaarten en atlassen

Rogoffs Uiteenzetting en de Antwerpse Kunstscene

Rogoffs uiteenzetting over cartografie kwam op Quinsy's pad nadat hij een bijeenkomst van Kunstenpunt over internationalisering in de kunstensector in het Zuiderpershuis had bezocht. Tussen de afspraken door bezocht hij snel het M HKA, dat praktisch naast het Zuiderpershuis ligt. In de drie weken die hij tot dan toe in de stad had doorgebracht, had hij nog geen stap in het museum gezet.

In het M HKA liep een tentoonstelling over barok, samengesteld door Luc Tuymans, een van de stichters van kunsthal Extra City. Geen van de mensen die Quinsy in de stad sprak, had het over deze tentoonstelling of het M HKA als een vernieuwende instelling in het kunstenlandschap van de stad. Echter, in de vernieuwde inkomhal, die op een leeszaal van een bibliotheek moet lijken, stond een rij onbeduidende tijdschriften. Deze rij boeken stond tegenover de spektakeluitgaves, kunstenaarsboeken of tentoonstellingscatalogi.

Quinsy kijkt altijd met bewondering naar dit soort publicaties, maar de prijzen brengen hem weer met beide benen op de grond. Op de plank met tijdschriften stonden echter de laatste edities van AS, het inmiddels opgedoekte driemaandelijkse tijdschrift van het museum over visuele media. Elke editie had een thema, en een editie uit 2013 ging over cartografie. Deze bevatte, naast artikelen die voor het tijdschrift waren geschreven, ook vertalingen van stukken uit andere publicaties, waaronder een verkorte versie van een hoofdstuk uit Terra Infirma van Rogoff.

De Rol van de Kunstenaar en het Werk van Michael van den Abeele

Rogoff beschrijft verder dat het de rol van de kunstenaar is om kaarten en nationale begrenzing kritisch te herschrijven. Recent kwam Quinsy erachter dat het M HKA in haar collectie het tweedelige werk Birth Of A Nation van Michael van den Abeele heeft. Dit werk bestaat uit de nationale vlag van België, uitgevoerd in een serie grijstinten, en een foto. Op deze foto zijn twee witte mannen te zien die hun gezicht zwart hebben geschminkt, terwijl een van hen een niet-aangestoken sigaret in zijn hand heeft. In de voorgrond van het beeld is de top van een fles champagne te zien.

Dit werk roept veel vragen op over nationalisme, racisme, het koloniale verleden en de toe-eigening van materie in een stad waar het woord 'natie' overal opduikt en waar een schrikbarende concentratie Vlaams-nationalisten is. Dit laatste werd duidelijk nadat Sofie Joye en Quinsy de galerij Troebel Neyntje hadden bezocht en op zoek gingen naar Forbidden City, een andere instelling in de underground kunstscene. Forbidden City was echter gesloten. Toen ze om de hoek bij jazzcafé Muze gingen zitten, werden ze door een meneer gewaarschuwd om geen cafés binnen te lopen waar de Vlaams-nationalistische vlag buiten hangt. Er werd hen verteld dat wie daar naar binnen gaat, alleen maar ellende over zich heen krijgt als die niet op de dominante raciale en etnische groep lijkt.

Taalpolitieke Strijd en Privilege

Quinsy vond het gebruik van leeuwen in een Europese context altijd al vreemd, en zo in het zwart tegen een gele achtergrond nog meer. Het leek op een simultane weergave van een schaduw van een schoongepoetste fantasie van vergane glorie en een van achteren belicht imaginair toekomstbeeld, waardoor de werkelijke inhoud niet meer zichtbaar is.

Hij bleef een half uur hangen in de entree van het M HKA, zijn afspraak was verzet, en kocht uiteindelijk Afterall, de Engelstalige publicatie die voor het M HKA als opvolger van AS diende. In Afterall stond een boeiend gesprek tussen Walter Mignolo en Wanda Nanibush over dekoloniseringprocessen. Het verraste hem dat het museum een partner was van een volledig Engelstalig magazine en dat dit weinig zichtbare ophef veroorzaakte in de stad. De (taal)politieke strijd had dus toch geen grip op ieders doen en laten, zoals hij uit tal van gesprekken had vernomen.

De alledaagsheid van die keuze is een privilege dat eigenlijk gemeengoed hoort te zijn. Ook nu hij in het Nederlands schrijft, realiseert hij zich de tekortkomingen van deze taal en wie binnen- en buitengesloten worden. Zeker als het de bedoeling is om te reflecteren op kunstpraktijken in een stad met minstens 140 nationaliteiten en zoveel moedertalen. Hierom heeft hij aangegeven dat deze tekst in alle nationale talen van België zou moeten verschijnen, dus ook in het Duits en Frans. Maar eigenlijk zijn er nog meer talen en media waarin hij zou moeten verschijnen om juist iedereen die 'nieuwstedelijk' bezig is, hoe je dat ook wilt definiëren, in de stad te bereiken.

Onzichtbare Kunstenaars en de Missie van de Kunstensector

De kunstenaars die kunst maken in de niet-dominante (talen)circuits die de stad rijk is, bleven voor Quinsy deels onzichtbaar. Dit betekent echter niet dat informatie over de stad voor hen onbereikbaar moet zijn. Hij weet dat er een gure politieke wind waait die het daarmee oneens is en hen wil dwingen te werk te gaan binnen een systeem waarin de kosmologie achter hun esthetiek, talen en gebruiken inferieur wordt geacht.

Als kunstensector kunnen we ons niet onttrekken aan de missie om die gewelddadige superioriteitsfantasie af te breken. De begrenzing van deze reflectie tot Antwerpen kon, met de rijkdom van al die culturele, etnische en raciale achtergronden die in die representatie van nationaliteiten besloten ligt, best beklemmend en essentialistisch worden. Er is een specifiek historisch geankerd sociaal-politiek landschap dat men betreedt bij het zoeken naar infrastructuur om kunst te maken in deze stad. De kunst die gemaakt wordt, moeten we echter niet verengen tot een specifiek op Antwerpen gefocust vertrekpunt.

Lokale Verankering en Internationale Oriëntatie

Veel mensen met wie Quinsy sprak, gaven aan dat Antwerpen hun basis is, waar ze verblijven, maar dat hun gedachten, inspiraties en aspiraties zich niet tot de stad beperkten omdat hun levens niet tot de stad beperkt zijn.

Zelfs Dennis Tyfus, die inmiddels is uitgegroeid tot een icoon van Antwerpen, vertelde Sofie en Quinsy hoe hij zich door middel van zijn uitgeverij, galerie en kunst ook internationaal oriënteerde. Hij vond die internationale samenwerkingen echter juist doordat hij oog hield voor lokaal geankerde initiatieven. Hijzelf was geïnspireerd door de energie in Scheld’apen, het roemruchte oude pand van de oprichters van Het Bos, en vond zijn weg in de kleine maar hechte alternatieve kunstenaarsgemeenschap van de stad. Inmiddels wordt hij door grote instellingen uitgenodigd en heeft hij zelfs in het kunstpark van het Middelheimmuseum De Nor opgericht, een werk dat de grens tussen een sculptuur en evenementenlocatie opblaast.

Grenzen - nationaal of gewestelijk - zoals geconfigureerd in de centra van op papier voormalige kolonia...

tags: #verspreking #aankondiging #lange #frans