De impact van smartphonegebruik op kinderen en de uitdagingen voor kinderopvang

In een tijdperk waarin smartphones alomtegenwoordig zijn, rijst de vraag hoe dit onze kinderen beïnvloedt. Gemiddeld kijkt een smartphone-eigenaar maar liefst 221 keer per dag op zijn telefoon, wat neerkomt op ongeveer 1.500 keer per week. Hoewel deze apparaten online interactie mogelijk maken, leiden ze ook tot een 'uitchecken' van de directe omgeving en de mensen om ons heen.

Dit fenomeen heeft ook gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. Ouders die meer op hun smartphone kijken dan naar hun kind, bieden hun kinderen niet de onverdeelde aandacht die nodig is voor een gezonde sociale en emotionele ontwikkeling. Samen wandelen, spelen en praten zijn essentieel voor kinderen om op te groeien tot evenwichtige individuen. Vroeger was dit vanzelfsprekender, maar tegenwoordig delen kinderen de aandacht van hun ouders met hun smartphones.

Onderzoek in de Verenigde Staten toont aan dat zeventig procent van de ouders tijdens een maaltijd in een restaurant afgeleid is door hun smartphone. Dit gebrek aan interactie baart ook zorgen in het onderwijs. In het Verenigd Koninkrijk hebben basisschoolleraren aangegeven dat een derde van de kleuters nog niet klaar is om naar school te gaan. Deze kinderen kampen met spraakproblemen en slecht ontwikkelde sociale vaardigheden, wat mede wordt toegeschreven aan ouders die meer tijd besteden aan hun telefoon dan aan gesprekken met hun kinderen.

Pedagogisch adviseur Nelleke den Herder benadrukt in het artikel 'Appen boven de kinderwagen' het belang van gerichte aandacht, spel en echt luisteren voor de ontwikkeling van kinderen. Een krachtig voorbeeld hiervan is een video op YouTube die miljoenen keren is bekeken. In deze video wordt de impact van een moeder die haar baby negeert voor haar telefoon getoond. De baby probeert aanvankelijk aandacht te trekken, maar slaat uiteindelijk om in boosheid en verdriet. Wetenschappers concluderen hieruit dat actieve aandacht cruciaal is voor de ontwikkeling van een baby en dat een gebrek aan respons kinderen het gevoel geeft dat ze niet gehoord worden.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer bevestigde tijdens haar kinderrechtentour door Nederland dat kinderen behoefte hebben aan aandacht. Te veel aandacht besteden aan de mobiel kan kinderen kwetsen. Het is daarom belangrijk om bewust om te gaan met 'schermtijd' in het bijzijn van kinderen. Speeltijd is bij uitstek tijd zonder telefoon, waarin ouders volledig met hun kind kunnen meespelen. Ook tijdens gezamenlijke maaltijden is het raadzaam om andere schermen, zoals televisie, computer of tablet, uit te schakelen.

Het constant gebruiken van de mobiele telefoon geeft kinderen de boodschap dat ze niet de volledige aandacht krijgen. Hoewel het niet nodig is om volledig zonder smartphone te leven, is bewustzijn van het eigen schermgebruik essentieel. Het kan zelfs helpen om kinderen af en toe te betrekken bij wat er op het scherm gebeurt. Daarnaast heeft het af en toe wegleggen van de telefoon ook voordelen voor de ouder zelf; het stelt hen in staat om meer te genieten van kleine dingen zonder constante afleiding.

Een ouder die telefoon gebruikt terwijl kind speelt

De uitdagingen van frequente telefoontjes vanuit de kinderopvang

Een veelvoorkomende zorg bij ouders die hun kinderen naar de kinderopvang brengen, is het aantal telefoontjes dat ze ontvangen. Een ouder deelt haar ervaring met een zoontje van bijna anderhalf jaar, dat één dag per week naar de opvang gaat. Regelmatig wordt ze gebeld omdat haar kind niet lekker in zijn vel zit, weinig heeft geslapen, of omdat er een overleg nodig is. Vaak krijgt ze dan het dringende advies om haar kind eerder op te halen. Bij thuiskomst blijkt er echter vaak niets aan de hand te zijn, of het gedrag van het kind is thuis vergelijkbaar met dat op de opvang.

Deze ouder uit respect voor de medewerkers van de kinderopvang, maar vraagt zich af of het normaal is om zo vaak gebeld te worden. In twee maanden tijd is ze bijvoorbeeld 4 tot 5 keer opgebeld, terwijl haar kind slechts één dag per week naar de opvang gaat. Ze benadrukt dat ze haar kind met liefde komt ophalen bij koorts of wanneer het de hele dag huilt, maar dat het niet altijd mogelijk is om zomaar weg te gaan van het werk.

Een kinderopvangmedewerker die aan de telefoon praat

Veiligheid en procedures in de kinderopvang

Veiligheid is een essentieel aspect binnen de kinderopvang. Dit omvat alles van veilige slaappraktijken en levensreddend handelen tot risicoanalyse en crisisaanpak. Duidelijke procedures en snelle actie zijn hierbij van groot belang.

Veilig slapen

Om het risico op onverwacht overlijden tijdens de slaap te verkleinen, zijn er specifieke adviezen voor een veilige slaaphouding en omgeving. Deze adviezen zijn te vinden op de website van Kind en Gezin.

Belangrijke adviezen voor veilig slapen in de kinderopvang:

  1. Leg een baby op de rug: Kinderopvang is verplicht om baby's jonger dan één jaar op hun rug te laten slapen. Dit is een cruciale maatregel om wiegendood te voorkomen. Ouders moeten hierover geïnformeerd worden tijdens het eerste kennismakingsgesprek. Uitzonderingen zijn mogelijk op medische gronden (met attest van een arts) of via een ouderlijk attest, maar deze situaties zijn zeldzaam.
  2. Hou het kinderbed eenvoudig: Voor elk kind moet een veilig bed beschikbaar zijn. Baby's tot 18 maanden slapen in een veilig bed of wieg met minstens twee spijlenwanden, een ventilerende bodem en een stevig passende matras. Controleer op de markering EN716 of EN 1130, die voldoet aan Europese veiligheidsnormen. Kinderen jonger dan 1 jaar mogen geen kussen of dekbed gebruiken. Bedden moeten voldoende uit elkaar staan en de circulatie moet mogelijk zijn. Hoogslapers en duo-slapers kunnen ruimte besparen, maar vereisen een grondige risicoanalyse om valpartijen te voorkomen en adequate ventilatie te garanderen. Brandveiligheid is ook een aandachtspunt, waarbij hoogslapers duidelijk gemarkeerd moeten worden op het evacuatieplan.
  3. Blijf dichtbij: Kinderen die slapen, vereisen actief, auditief en visueel toezicht. Het personeel moet in de buurt blijven en continu de situatie observeren. Baby's slapen bij voorkeur in dezelfde ruimte als de begeleiders, zeker tot 6 maanden. Extra toezicht is nodig tijdens de eerste opvangweken, na ziekte, of na ingrijpende veranderingen in het leven van het kind.
  4. Laat een baby wennen aan nieuwe situaties: Wennen is een verplicht onderdeel van het pedagogisch beleid en moet worden opgenomen in het huishoudelijk reglement.
  5. Zorg voor een gezonde, rookvrije omgeving: Een goed evenwicht tussen temperatuur, bedmateriaal en kleding is belangrijk. Roken in de kinderopvang is wettelijk verboden.
Een kind dat veilig slaapt in een kinderbedje

Risicoanalyse in de kinderopvang

Een risicoanalyse is cruciaal om een veilige en gezonde omgeving in de kinderopvang te garanderen. Dit is een continu proces waarbij medewerkers alert zijn op mogelijke gevaren en inschatten of een risico aanvaardbaar is. Onaanvaardbare risico's moeten onmiddellijk worden aangepakt.

Adviezen voor risicoanalyse:

  • Evalueer risico's bij dagelijkse handelingen.
  • Betrek collega's bij het signaleren en bijsturen van mogelijke gevaren.
  • Kinderen leren door te vallen en op te staan; de kinderopvang moet verstandig omgaan met risico's om speelkansen te bieden.
  • Onaanvaardbare risico's zijn risico's met een grote kans op ernstige schade en weinig tot geen speelwaarde (bv. knoopcelbatterijen binnen bereik van kinderen).
  • Aanvaardbare risico's bieden speelkansen met een beperkte kans op ernstige gevolgen (bv. een peuter onder begeleiding een banaan laten snijden).

De aanpak is contextgebonden en hangt af van factoren zoals het aantal en de leeftijd van de kinderen, de aanwezigheid van medewerkers, het type activiteit en de inrichting van de opvangruimte.

De wettelijk verplichte risicoanalyse brengt gevaren in kaart op vier domeinen: verwondingen en ongevallen, crises en levensbedreigende situaties, het verdwijnen van kinderen, en ziekte, besmetting en verontreiniging.

Een praktische methode om risico's te analyseren en met collega's in gesprek te gaan, is het gebruik van de 3 A's:

  • Aandacht voor risico's en noden van kinderen: Observeren van gevaren, gewoonten en gedrag, en aandacht hebben voor de fysieke en emotionele veiligheid.
  • Afweging maken: Wegen van speelkansen tegen risico's, inschatten van de kans op letsels en rekening houden met contextfactoren.
  • Actie ondernemen: Het team bespreekt de risico's en neemt beslissingen, waarbij foto's van spelende kinderen als startpunt voor reflectie kunnen dienen.

Het is belangrijk om alle medewerkers, inclusief vrijwilligers, stagiairs en ouders, bij dit proces te betrekken. Het bijhouden van een logboek van (bijna-)incidenten en deze evalueren met de 3 A's is essentieel. De omgeving moet ook door de ogen van een kind bekeken worden om de veiligheid beter in te schatten.

Een risicokaart met gevarenzones

Crisismanagement en verontrusting

In de kinderopvang kunnen onverwachte situaties ontstaan, zoals een kind dat wegloopt, brand of grensoverschrijdend gedrag. Een crisis of grensoverschrijdend gedrag kan grote impact hebben. Er zijn procedures voor het melden van dergelijke situaties en het indienen van klachten.

Medewerkers in de kinderopvang komen vaak in contact met gezinnen en kunnen situaties opmerken die hen ongerust maken over een kind en zijn thuissituatie. Kleine signalen, zoals een vaak vuile luier, een beschimmeld flesje of te lichte kleding, kunnen belangrijk zijn. Het is belangrijk om actie te ondernemen, hoe klein ook, en bezorgdheden open met ouders te bespreken om een vertrouwensband op te bouwen.

De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling. Kinderopvang speelt hierin een belangrijke rol door emotionele en sociale steun te bieden. Er zijn hulpmiddelen en gidsen beschikbaar om kinderopvang te helpen bij het herkennen, bespreekbaar maken en adequaat reageren op verontrustende signalen.

Medewerkers moeten minstens om de drie jaar een basisopleiding levensreddend handelen bij kinderen volgen en na afloop een geldig attest voorleggen. Kennis moet jaarlijks worden opgefrist. De infrastructuur moet voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften, wat aangetoond wordt met een brandveiligheidsattest. Het is belangrijk om een lijst met noodnummers zichtbaar op te hangen en vooraf na te denken over de boodschap die bij nooddiensten moet worden doorgegeven.

Speelterreinen en speeltoestellen moeten voldoen aan de regelgeving van de FOD Economie. Bij twijfel over de authenticiteit van personen die zich voordoen als inspecteurs, brandweerpersoneel of politieagenten, is het raadzaam om altijd om een identificatiekaart te vragen en de gegevens te controleren. Blijf in de buurt tijdens hun opdracht of laat een medewerker dit doen. Bij twijfel kan het telefoonnummer via een officiële bron gecontroleerd worden.

Een persoonlijk verhaal: een bijna-ongeluk en de nasleep

Een blog van een moeder beschrijft een beangstigende ervaring op de kinderopvang. Haar veertien maanden oude dreumes had zichzelf weten op te sluiten in een andere ruimte en had daarbij mogelijk iets ingeslikt. De leidster belde de moeder onmiddellijk. Na overleg met de huisarts werd een röntgenfoto in het ziekenhuis aangevraagd. Gelukkig bleek er niets ingeslikt te zijn, maar de schrik zat er goed in bij de moeder.

Aan het eind van de dag voerde de moeder een openhartig gesprek met de leidster. Ze erkende dat de dreumes niet uit het oog verloren had mogen worden en geen mogelijkheid had mogen hebben om ergens bij te kunnen waar hij niets te zoeken had. De moeder koos ervoor om geen verwijten te maken, wetende dat de leidsters ook maar mensen zijn met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ze benadrukte dat dit voorval de leidsters alerter zal maken en dat ze dankbaar was voor de goede afloop.

Een moeder die haar kind knuffelt na een beangstigende gebeurtenis

tags: #vaak #gebeld #door #kinderdagverblijf