Stuitligging: Oorzaken, Gevolgen en Oplossingen

Gefeliciteerd met je zwangerschap! Deze bijzondere periode brengt veel mooie momenten met zich mee, maar soms ook wat zorgen. Een stuitligging kan daar een van zijn. Wist je dat ongeveer 3-4% van de baby’s aan het einde van de zwangerschap in stuitligging ligt? Bij een normale ligging ligt je baby met het hoofdje naar beneden, klaar om als eerste geboren te worden. Bij een stuitligging ligt je baby anders in de baarmoeder: met de billen of voetjes naar beneden.

In het begin van de zwangerschap is het normaal dat je baby vaak van positie verandert. Er is dan nog veel ruimte in je baarmoeder, waardoor je baby makkelijk kan bewegen. Later in de zwangerschap ligt je baby meestal met het hoofd naar beneden. Ligt je baby met de billen of voeten naar beneden? Dan noemen we dat een stuitligging.

Illustratie van een baby in stuitligging in de baarmoeder

Wat is een stuitligging?

De meeste baby's liggen tegen het einde van de zwangerschap met het hoofd naar beneden. Dit heet een hoofdligging. Het kan ook zo zijn dat de billen of benen naar beneden liggen. Dat noemen we een stuitligging. Vroeg in de zwangerschap is dit normaal. Aan het einde van de zwangerschap liggen baby’s steeds minder vaak in stuitligging. De baby wordt groter, terwijl de baarmoeder minder hard meegroeit. Daardoor heeft de baby steeds minder ruimte om te draaien. De meeste baby’s liggen uiteindelijk met het hoofd naar beneden. Bij 36 weken liggen nog 3-4 van de 100 baby’s niet met het hoofd naar beneden.

Welke soorten stuitligging zijn er?

Bij een stuitligging is de stuit van de baby (de billen) het diepst ingedaald in het bekken. Er zijn verschillende soorten stuitligging:

  • Volkomen stuitligging: beide benen liggen gebogen, de voeten liggen bij de billen (kleermakerszit).
  • Onvolkomen stuitligging: beide benen liggen gestrekt omhoog langs het lichaam.
  • Half-onvolkomen stuitligging: één been ligt gebogen en het andere been ligt gestrekt omhoog.
  • Voetligging: een baby kan ook met de voeten onder de billen liggen of met één of beide benen gestrekt naar beneden. In deze gevallen is een vaginale geboorte meestal niet mogelijk.

De positie van benen en voeten kan soms per dag wisselen.

Hoe vaak komt een stuitligging voor?

Rond 37 weken liggen 3-4 van de 100 baby’s niet met het hoofd naar beneden. Eerder in de zwangerschap heeft de baby meer ruimte en komt een stuitligging vaker voor.

Wat betekent een stuitligging voor jou en je baby?

Tijdens de zwangerschap maakt het niet uit hoe de baby in de buik ligt. Tijdens de bevalling heeft een hoofdligging de voorkeur. Een vaginale geboorte van een baby in stuitligging geeft meer uitdagingen en hierdoor is de kans op medische handelingen of ingrepen ook iets groter. Daarom is het streven dat een baby tijdens de geboorte met het hoofd beneden ligt.

Infographic met de verschillende soorten stuitliggingen en de ideale hoofdligging

Oorzaken van stuitligging

Hoewel er bij meer dan 85% van de stuitliggingen geen aanwijsbare oorzaak te vinden is, kan een stuitligging worden veroorzaakt door:

  • Een meerlingzwangerschap: er is simpelweg minder ruimte in de baarmoeder, waardoor een of meer baby’s in stuitligging kunnen liggen.
  • Een afwijkende vorm van de baarmoeder of een afwijkende vorm van het bekken: de vorm van je baarmoeder kan invloed hebben op de ligging van je baby.
  • De ligging van de placenta (moederkoek): dit speelt ook een rol.
  • Te veel vruchtwater: dit geeft je baby meer bewegingsruimte, waardoor het moeilijker kan zijn om in de juiste positie te blijven.
  • Een vrij slappe buikwand.
  • Bekkeninstabiliteit of -scheefstand: een scheefstand of instabiliteit in je bekken kan de ingang van je bekken verkleinen of de vorm ervan veranderen. Dit kan het voor je baby moeilijker maken om in de juiste positie te draaien.
  • Verhoogde spanning in de buikspieren of bekkenbodemspieren kan de ruimte voor je baby beperken, waardoor draaien moeilijker wordt.
  • In zeldzame gevallen kan een stuitligging het gevolg zijn van aangeboren afwijkingen bij de baby, zoals bepaalde neurologische aandoeningen die de beweging beperken.
  • Als je al eerder een baby in stuitligging hebt gehad, is de kans iets groter dat het bij een volgende zwangerschap weer gebeurt.

Een baby’tje in de buik gaat niet ‘zomaar’ een stuitligging aannemen. Hij heeft daar wel degelijk een goede reden voor. Het is voor een kindje ideaal om met zijn hoofdje eerst geboren te worden. Het hoofdje van een baby’tje is speciaal voorzien om de druk van het bekken van de mama tijdens een bevalling aan te kunnen. Het is het hardste deel van het skelet van de baby en het is opgebouwd uit veel kleine stukjes bot. Het kan dus enerzijds heel wat druk opvangen en anderzijds is het flexibel om zich aan te passen aan het geboortekanaal.

De ligamenten rond de baarmoeder en ter hoogte van het bekken staan dikwijls aan één kant van het lichaam verkort (bv. als gevolg van eerdere operaties zoals een appendectomie of langdurige chronische spanning zoals bij een beenlengteverschil, bij endometriose,…). In dat geval kan het zijn dat de baarmoeder niet centraal mooi en ontspannen in het midden ligt. De ingang van het bekken van de mama kan ‘te klein’ zijn. Dit is echter maar in een bepaald percentage van de gevallen echt zo. In het merendeel van de gevallen zit er een blokkade ter hoogte van het linker of rechter bekkengewricht.

Oorzaken van deze spierspanningen, blokkades, verkorte ligamenten,… zijn o.a. ons sedentair leven, weinig gevarieerde lichaamsbeweging en vaak een zittend beroep; stress en opgebouwde spanning in het lichaam; vroegere trauma’s.

bevruchting + embryonale fase

Welke keuzes heb je bij een stuitligging?

Wanneer je baby aan het eind van de zwangerschap in stuit ligt, kan je kiezen voor een uitwendige versie. Daarbij probeert een verloskundige of een gynaecoloog de baby met de handen via de buitenkant van de buik te draaien, zodat het hoofd naar beneden komt te liggen. Een uitwendige versie vindt meestal plaats vanaf de 36e week.

In sommige ziekenhuizen gebruiken ze daarbij medicijnen om de baarmoeder te laten ontspannen. Daardoor kan het draaien soms makkelijker gaan, maar het is niet altijd nodig. Je krijgt informatie over de voor- en nadelen.

Alternatieve methodes

Er zijn ook dingen die je zelf kunt proberen, die misschien zouden kunnen helpen om de baby te laten draaien:

  • Spinning Babies methode: Hierbij leer je houdingen voor meer ontspanning en ruimte in je buik en bekken. Dit zou het gemakkelijker voor de baby kunnen maken om te draaien.
  • Moxa-therapie: Hierbij worden acupunctuurpunten verwarmd, om het draaien te stimuleren.

Naar beide methodes is nog weinig onderzoek gedaan. Wanneer deze methodes niet lukken, of wanneer je dit niet wil proberen, kan je ook afwachten. Heel soms draait een baby ook na 36 weken nog vanzelf.

Hoe kan de verloskundige of gynaecoloog je helpen?

Wanneer een stuitligging is vastgesteld, neemt je verloskundige of gynaecoloog de keuzes die je hebt met je door. Jullie bespreken samen de voor- en nadelen van elke optie. Daardoor kan je zelf besluiten wat jouw voorkeur heeft.

Uitwendige versie: procedure en succespercentage

De uitwendige versie vindt meestal plaats tussen 35 en 37 weken zwangerschapsduur. Er wordt gepoogd de baby naar hoofdligging te draaien door het gebruik van de handen aan de buitenzijde van de buik. De bedoeling is dat de baby een koprol maakt.

Procedure:

  1. Je ligt op een bed of onderzoeksbank.
  2. Voordat men met het draaien begint, wordt een hartfilmpje (CTG, cardiotocogram) van de baby gemaakt en de ligging gecontroleerd door middel van een echo.
  3. Soms wordt een weeënremmend middel toegediend om de baarmoeder te laten ontspannen. Mogelijke bijwerkingen hiervan zijn een versnelde hartslag en hartkloppingen.
  4. De verloskundige of arts pakt het kind vast. Eén hand pakt net boven het schaambeen de billen van het kind en probeert deze omhoog te drukken. De andere hand pakt aan de bovenkant van de buik het hoofd van het kind en probeert dit naar beneden te duwen.
  5. De duur van het draaien kan variëren van minder dan 30 seconden tot soms meer dan 5 minuten.
  6. Na afloop wordt opnieuw een CTG gemaakt.

Succespercentage: Over het algemeen geldt: hoe vroeger in de zwangerschap en hoe meer vruchtwater, des te gemakkelijker is het om het kind te draaien. Naarmate de zwangerschapsduur vordert, neemt de hoeveelheid vruchtwater af, wordt de baby groter en het draaien dus moeilijker. Gemiddeld is de kans op succes van het draaien ongeveer 40 tot 60%. Bij een eerste zwangerschap zijn de baarmoeder en de buikwand nog stevig en zal het draaien minder kans op succes hebben dan bij een tweede of derde zwangerschap.

Mogelijke gevolgen en complicaties: Voor de moeder is de kans op complicaties zeer klein. De buik kan door het duwen een paar dagen gevoelig en wat pijnlijk zijn. Na het draaien is de hartslag van de baby soms wat trager, maar bijna altijd wordt deze vanzelf weer normaal. In zeldzame gevallen kan een keizersnede nodig zijn als de hartslag van de baby laag blijft.

Diagram dat de stappen van een uitwendige versie toont

Vaginale bevalling of keizersnede bij stuitligging

Blijft de baby in stuit liggen, dan is het advies om te bevallen in het ziekenhuis, met een gynaecoloog. Je kunt vaginaal bevallen van een kindje in stuitligging, of kiezen voor een keizersnede.

Wanneer is een vaginale bevalling bij stuitligging verantwoord?

Een vaginale bevalling bij stuitligging is verantwoord als:

  • Er bij een vorige bevalling geen ernstige problemen waren, zoals een moeizame vacuüm- of tangverlossing.
  • Het geschatte gewicht van het kind niet te hoog is.
  • Het hoofd van het kind voorover ligt.
  • Er sprake is van enige indaling in het bekken.
  • De ontsluiting en de uitdrijving goed vorderen.

Risico's van een stuitbevalling

Bij een stuitbevalling is er tijdens de bevalling een grotere kans op complicaties, zowel voor moeder als kind, dan bij een geboorte in hoofdligging:

  • Het kind wordt vaker opgenomen op de couveuseafdeling door zuurstoftekort bij een vaginale stuitbevalling, of door ademhalingsmoeilijkheden na een keizersnede.
  • De moeder heeft na een keizersnede meer kans op wondinfectie, nabloeding, beschadiging van de blaas of het niet goed op gang komen van de darmen.
  • Door de keizersnede ontstaat ook een litteken in de baarmoeder. In een klein percentage (1%) scheurt dit bij een volgende bevalling. Ook is er een kleine kans dat tijdens een volgende zwangerschap de moederkoek ingroeit in het litteken van de keizersnede.
  • Bij een stuitbevalling is het lastiger te beoordelen of het hoofdje door het bekken past, omdat het hoofdje pas als laatste komt.
  • Er is een grotere kans op zuurstoftekort bij je baby.

Een vaginale bevalling heeft echter nog veel meer voordelen. Eén daarvan is het contact dat de baby maakt tijdens de bevalling met de vaginale wand van de mama. In deze slijmlaag bevinden zich vele goede bacteriën die een baby’tje nodig heeft om zijn (tot dan toe) steriele darm te bevolken. Deze bacteriën gaan in de darm zorgen voor de vertering, maar ook voor de immuniteit van je kindje.

Een keizersnede is een operatie waarbij het kind via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten. Een keizersnede brengt risico’s met zich mee, die groter zijn dan na een gewone bevalling. Het gaat hier om niet-levensbedreigende complicaties zoals bloedarmoede, trombose, nabloeding in de buik, bloeduitstorting of wondinfectie, beschadiging van de blaas, of het niet goed op gang komen van de darmen. Ook een blaasontsteking komt na deze operatie vaker voor.

Het litteken in de baarmoeder is een nadeel bij een volgende bevalling. U krijgt na een keizersnede het advies in het ziekenhuis te bevallen, omdat het litteken een verhoogde kans op complicaties tijdens een volgende bevalling met zich meebrengt.

tags: #stuitligging #pijnlijke #buik