De Sinterklaastijd is een periode vol magie en spanning, vooral voor peuters en kleuters. Om deze periode extra speciaal te maken, zijn er tal van creatieve activiteiten en verhaaltjes te bedenken. Deze poppenkastverhalen en Sinterklaasactiviteiten zijn speciaal ontworpen om de jongste kinderen te boeien en hen tegelijkertijd te laten leren over belangrijke concepten zoals doorzettingsvermogen, samenwerking en taalontwikkeling.
Poppenkastverhaal: Het Cadeautje voor Sinterklaas
Op een dag, het was bijna vijf december, waren alle pieten druk bezig met het inpakken van cadeautjes. Toen zei een van de pieten plotseling: "Wat zijn wij toch gemeen, we hebben niet eens een cadeautje voor Sinterklaas! Hij geeft altijd cadeaus, maar krijgt zelf nooit iets." Jullie begrijpen zeker wel dat we daar allemaal van schrokken. De pakjespiet had gelijk, wij waren gemeene pieten.
Die nacht, toen Sinterklaas ons hoorde, waren wij aan het overleggen wat we hem konden geven. Een andere piet wilde hem laarzen geven, maar in Spanje regent het nooit, dus dat was ook geen goed plan. Het was al bijna morgen toen we eindelijk gingen slapen en we hadden nog steeds geen cadeautje voor Sinterklaas.
Ja, kinderen, en ik was heel boos! Ja, Sinterklaas! Ja, Sinterklaas! En doordat de Sint dat zei van die wekker, kreeg ik een idee! Ik trommelde alle pieten bij elkaar en vertelde ze van de wekker en of dat geen goed cadeau was voor Sinterklaas. Ja Piet, want iedere dag word ik nu op tijd wakker door mijn mooie rode wekker. Nou, jongens, ik ben nu wel heel nieuwsgierig, maar ook ik moet geduld hebben, net als jullie!

Sinterklaasactiviteiten voor Peuters en Kleuters
Taal en Rijm: De Zak van Piet
Zoek van tevoren enkele spulletjes bij elkaar waar je makkelijk op kunt rijmen en stop ze in een juten zak (bijvoorbeeld: paard, schaar, pak, kraal, muts, papier). Vertel de kinderen dat je 's morgens op school een zak vond van Piet. Er lag een briefje bij van de rijmpiet waarop stond dat het de rijmpiet niet lukte om een goede rijm te maken. In de zak heeft Piet voorwerpen gestopt waarop hij geen rijmwoord weet. Weten de kinderen hier wel een rijmwoord op? Er is vast een luisterpiet in de buurt die de kinderen hoort en de rijmwoorden doorgeeft aan de rijmpiet.
Maak de activiteit spannend door de spullen één voor één uit de zak te halen door middel van een spelletje. Eén kind voelt en kijkt in de zak en omschrijft het voorwerp. Voelt het hard of zacht, groot of klein, wat kun je ermee, enz. De kinderen in de klas raden.
Spelletje: Wat is weg? Haal spullen uit de zak en leg ze in de kring. Kinderen kijken er goed naar en doen de ogen dicht. Je stopt één voorwerp terug in de zak. Kinderen raden welk voorwerp er weg is.
Taalspelletje: Spullen uit de zak halen. Wat begint met de 'm...'? Kun je ... (woord) klappen? Welk woord is heel lang?
Chocoladeletters en Woordenschat
Met de kinderen uit groep 2 kun je leuke spelletjes doen met chocoladeletters, zoals woorden bedenken waar een bepaalde letter in zit en deze op een groot vel papier schrijven. Kijk voor meer letterspelletjes bij de taalactiviteiten op deze site.
Precisie en Letters met Pepernoten
Laat de kinderen de eerste letter van hun naam met pepernoten leggen. Wanneer dit nog lastig is, kun je op een A4-tje tekenen waar ze de pepernoten moeten leggen. Je tekent de letter van het kind dan gewoon met cirkels en het kind legt op elke cirkel een pepernoot. Tip! Leg de letter van de week samen met de kinderen met pepernoten.

Woordenschat uitbreiden en Luisteren: Pepernoten Bakken
Maak van het pepernoten bakken een taalactiviteit door de kinderen bij het hele proces te betrekken. Begin met te vragen wat je nodig hebt om pepernoten te bakken (bijv. deeg, bakmix, een beslagkom, een lepel, maatbeker). Benoem de verschillende benodigdheden en laat ze aan de kinderen zien. Vraag de kinderen wat zij denken dat er gebeurt als je de mix in de kom doet en hier water bij doet. Maak het deeg samen. Laat de kinderen vertellen wat er gebeurt en laat hen kneden/mixen. Vraag de kinderen ook hoe je nu van dit deeg pepernoten kunt maken.
Tellen met Pepernoten
Met pepernoten kun je allerlei leuke telspelletjes bedenken, zoals:
- Hoeveel pepernoten hebben we nodig om alle kinderen uit de klas één pepernoot te geven?
- Hoeveel voor de jongens en hoeveel voor de meisjes?
- Hoeveel pepernoten hebben we nodig als we telkens 4 kinderen één pepernoot geven?
- Hoe kun je 5 pepernoten verdelen?
Maak twee groepen pepernoten en stel tel- en vergelijkingsvragen: Waar liggen er meer? Waarom denk je dat?
Activiteiten met Getalkaarten
Onder het menu-item rekenen vind je een heleboel leuke activiteiten om met getalkaarten te doen.
Pepernoten Tellen, Terugtellen en Cijfersymbolen
Leg een aantal pepernoten op een rij (bijvoorbeeld 6). Neem een handpop, zoals Piet, die wat pepernoten heeft gebakken. Hij is er trots op en vertelt de kinderen: 'Kijk, mijn pepernoten! Mooi zijn ze, hé!' 'Hoeveel zijn het er eigenlijk?' De kinderen tellen.
Piet vertelt verder: 'Ik was na het bakken nog wat in de fabriek aan het werk. Toen kwam mijn beste vriend, Profpiet. Hij wilde wel een pepernootje. Dus, wat zei ik? Tuurlijk mag dat! Pak er maar één.' Laat een leerling een pepernoot wegnemen. 'Hoeveel pepernoten zijn er nu nog?'
Kunnen we de pepernoten mooi neerleggen, zodat we meteen zien hoeveel het er zijn? Een kleuter uit mijn klas legde de 5 pepernoten in de dobbelsteenstructuur. We hebben toen een dobbelsteen bij de pepernoten gelegd en ook een cijferkaartje met de 5.
'Hé, daar komt de hoofdpiet. Die is wel belangrijk, hé?! Die zal ik ook maar een pepernoot geven.' Hoeveel pepernoten zijn er nu nog? Speel dit op een leuke, grappige manier, waarbij telkens een Piet of de Sint langskomt die een pepernoot mag eten. Leg telkens een cijferkaartje bij het aantal wat er ligt en een dobbelsteen met de juiste hoeveelheid. Piet blijft uitdelen, net zolang tot er niets meer ligt.
De kinderen van groep 1 vonden het erg leuk en grappig en waren een half uur enthousiast!
De Pepernotendief
In de pepernotenfabriek liggen 5 of 10 pepernoten. Maar op een nacht, als alle pietjes slapen, komt er een dief. Hij lust maar al te graag wat pepernoten. De kinderen hebben de ogen dicht, de dief pakt wat pepernoten weg. De kinderen mogen weer kijken. Hoeveel pepernoten liggen er nog? Hoeveel pepernoten zijn er weg?
Cadeautjes Bezorgen: Tellen en Meer/Minder
Neem twee kleine, jute zakken en twee handpoppen van Piet. Stop in elke jute zak 20 teldopjes. Vertel de kinderen dat er vannacht iets vreselijk mis ging. Piet ging op pad om cadeaus te bezorgen, maar er zat een gat in zijn zak. Eén voor één verloor hij de cadeaus en nu liggen ze op straat. Haal de teldopjes één voor één uit één van de zakken en tel ze met de kinderen. Hoeveel teldopjes (cadeautjes) zijn het?
Vertel dat je op straat nog meer cadeautjes zag. Er was nóg een Piet met een kapotte zak! Haal de teldopjes ook uit de andere zak en tel ze met de kinderen. Leg de pieten in de kring en leg de teldopjes in twee lange rijen voor hen. Leg de jute zakken erbij. Verdeel de klas in twee groepen. Elke groep helpt een Piet met het terugvinden van de cadeaus. Om de beurt gooien de groepen met de dobbelsteen (liefst een 1-2-3 dobbelsteen) en stoppen het aantal teldopjes gelijk aan het aantal gegooide ogen in de jute zak.
Pepernotenspel: Rangtelwoorden
Leg 10 pepernoten op een rij. Spreek af welke pepernoot de eerste is en welke de laatste. Eén kind gaat naar de gang. De klas spreekt af welke pepernoot geraden moet worden. Is het de eerste, de derde, de zesde? Het kind van de gang komt terug en wijst pepernoten aan.
Wegen met de Weegpiet
De pieten sjouwen zich een breuk. Zakken vol met pepernoten gaan het pietenhuis uit. De pepernoten worden 's nachts bij de kinderen in de schoen gelegd. Soms ligt daar wat lekkers voor het paard. Dat neemt Piet in de zak mee terug naar het pietenhuis. Maar wat weegt nu eigenlijk het zwaarst? Al die pepernoten of het lekkers voor het paard?
Print de weegkaartjes, zorg voor pepernoten en wortelschijfjes en zet de balans in de kring. Bekijk één van de weegkaartjes samen met de kinderen en weeg wat hierop staat met de balans. Leg de voorwerpen in de kring en leg de twee jute zakken erbij. Zet de balans in de kring. Vertel de kinderen dat deze voorwerpen cadeaus zijn die Piet rond gaat brengen. Piet stopt alle cadeaus in zijn zak, maar wanneer hij zijn zak vol zware cadeaus stopt, kan hij de zak nauwelijks meer dragen. Daarom vraagt Piet of de kinderen de cadeaus voor hem willen wegen. Laat de kinderen telkens twee voorwerpen in de bakjes van de balans leggen en deze met elkaar vergelijken. Wat weegt zwaar en wat weegt licht? Maak twee groepen in de kring: een groep met de zware cadeaus en een groep met lichte cadeaus. Wanneer alles gewogen is, verdeel je de spullen over de twee zakken.

De Zak: Meten en Wegen
Vul 2 zakken. Eén zak vol met knuffels of ander licht materiaal. Eén zak halfvol met blokken of ander zwaar materiaal. Laat de zakken zien. Laat de kinderen erin kijken. De ene zak zit vol, de andere niet. Welke zou nu het zwaarst zijn? Onderzoek het maar.
Cadeaus Inpakken: Meten
Benodigdheden: enkele doosjes, verschillend van grootte, stukken pakpapier, verschillend van grootte.
De pakpiet begint aan zijn eerste dag als pakpiet. "Pff, hoe moet hij beginnen? Wat veel pakjes, wat veel papier!" In de kring liggen doosjes van verschillende grootte en stukken pakpapier van verschillende grootte. Kunnen de kinderen raden welk stukje pakpapier bij welk doosje hoort? Waarom denken ze dat?
Het Allerkleinste Pietje: Seriëren met Cadeautjes
Benodigdheden: verschillende ingepakte cadeautjes van verschillende grootte, huizen van blokken en een klein pietje (handpop).
Het allerkleinste pietje mag vandaag voor de eerste keer pakjes gaan bezorgen. Gebruik een handpop van Sinterklaas die dit aan het allerkleinste pietje komt vertellen. Het allerkleinste pietje is heel erg blij en trots. Maar, Sinterklaas heeft gezegd dat het pietje met het kleinste pakje moet beginnen en als dat goed gaat het pakje dat een beetje groter is en zo verder.
Het allerkleinste pietje vraagt de kinderen om hulp. Kunnen zij hem het kleinste pakje aanwijzen? Dit pakje wordt naar één van de huizen gebracht. Daarna gaat het kleine pietje verder met zijn werk en de kinderen helpen hem daarbij. De volgende morgen komt het allerkleinste pietje bij Sinterklaas op het kantoor. De Sint vraagt aan de kinderen of het bezorgen goed gelukt is.
Als dat zo is, mag het kleinste pietje nu ook naar de huisnummers kijken. Schrijf nummers op de pakjes en leg getalkaartjes bij de huizen, bijvoorbeeld 2, 4, 6, 8 en 10. Naar welk huis moet het kleinste pakje gebracht worden?
Over de Daken: Ruimtelijk Inzicht
Voorbereiding: Bouw met kleine blokken 3 huisjes, een klein huis (bijv. 6 blokjes), een groot huis (10 blokjes) en een huis daar tussenin (8 blokjes). Bouw de huisjes zodanig dat niet meteen duidelijk is welk huis het grootst is.
De pieten lopen over de daken. Kleine piet (vingerpoppetje), de middelste piet (handpop) en grote piet (handpop). Sinterklaas heeft kleine piet de opdracht gegeven een pakje in de schoorsteen van het kleinste huis te doen. De middelste piet heeft een pakje voor het middelgrote huis en de grote piet heeft een pakje voor het grootste huis.
De huisjes staan in de kring. Leg een doek over 2 van de 3 huisjes. Het eerste huis is zichtbaar. Uit hoeveel blokjes bestaat dit huis? Hoe kunnen we dat te weten komen? Ziet het huis er aan alle kanten hetzelfde uit? Laat het 2de huis zien en daarna ook het 3de. Welke piet moet nu naar welk huis? Wat denken de kinderen? Waarom denken ze dat? Hoe kunnen we het zeker weten? Laat de kinderen maar vertellen en laat ze het aan de klas zien.
Het Grootste Huis: Ruimtelijk Inzicht
Bouw 2 huizen van een verschillend aantal blokken. Eén huis is heel hoog (alle blokken op elkaar). Dit is het huis met de minste blokken. Het huis met de meeste blokken is laag en compact.
De Wegwijspiet: Links en Rechts
De wegwijspiet is zijn wegwijsboek kwijt. Het ligt nog in het grote pietenhuis. Zonder wegwijsboek kan de wegwijspiet niks. Kunnen de kinderen de wegwijspiet helpen terug naar het pietenhuis te komen? De juf of meester weet de weg vast wel. De wegwijspiet gluurt door een kiertje mee en kan de route zo onthouden.
Alle kinderen houden hun rechterarm voor zich uit en krijgen hier een lintje om. De kinderen gaan voor hun stoel staan en blijven hier staan. Jij vertelt de route. We gaan rechtdoor. De kinderen houden hun beide armen gestrekt voor zich. Nu gaan we rechtsaf. De kinderen steken hun rechterarm omhoog. We lopen weer een stukje rechtdoor. Nu slaan we linksaf. De kinderen steken hun linkerarm omhoog. We komen bij een plein. We steken het plein schuin over. De kinderen steken hun armen schuin naar voren. We gaan een rotonde over en moeten een stukje terug. De kinderen draaien een rondje. We gaan rechtsaf en dan achter de kerk (de kinderen gaan achter hun stoel staan) nog een keer rechtsaf. In een hoekje van de kelder...
Piet Pepernoot, 'n maatje te groot
Sinterklaasverhalen met een Groeimindset Boodschap
Sinterklaasverhalen zijn niet alleen leuk, maar kunnen ook waardevolle lessen overbrengen. Het concept van een groeimindset - het idee dat je capaciteiten kunt ontwikkelen door inzet en oefening - is hierbij belangrijk. Deze verhalen moedigen kinderen aan om uitdagingen aan te gaan, door te zetten bij tegenslag en te geloven in hun eigen potentieel.
1. De Jonge Piet en de Fiets
Op een mooie ochtend in Spanje, net voor Sinterklaas naar Nederland zou vertrekken, stond een jonge Piet opgewonden naast een glimmende rode fiets. Sinterklaas kwam naar buiten en zag de jonge Piet met een grote glimlach staan. Maar toen hij op de fiets stapte, begon het avontuur pas echt. De eerste paar keer viel Piet om. Hij schaafde zijn knie en kreeg een blauwe plek op zijn arm. Tranen vulden zijn ogen. Sinterklaas kwam naast hem staan en legde een hand op zijn schouder. “Piet, herinner je je hoe je leerde pepernoten bakken? In het begin ging dat ook niet zo goed, maar je gaf niet op.” Piet dacht na en veegde zijn tranen weg. “U heeft gelijk, Sinterklaas. Met hernieuwde moed stapte Piet weer op de fiets. Hij wiebelde en wankelde, maar bleef deze keer rechtop. Na veel oefenen, fietste Piet soepel en zelfverzekerd rond. Zijn glimlach was breder dan ooit. Sinterklaas glimlachte trots. “Zie je wel, Piet, je kunt alles leren als je maar doorzet en in jezelf gelooft.” Vanaf die dag was Piet niet alleen een geweldige pepernotenbakker, maar ook een uitstekende fietser.
2. Speelgoedpiet en de Gebroken Trein
In de speelgoedwerkplaats van Sinterklaas was het altijd een drukte van belang. Speelgoedpiet was bezig met het schilderen van een mooie houten trein, toen opeens - krak! - een wiel brak af. “Oh nee!” riep Speelgoedpiet uit. Sinterklaas hoorde het lawaai en kwam kijken. “Wat is er aan de hand, Speelgoedpiet?” vroeg hij bezorgd. Speelgoedpiet liet de trein met het gebroken wiel zien. Sinterklaas knikte begrijpend. “Weet je, Speelgoedpiet, soms lijken dingen moeilijk, maar met een beetje doorzettingsvermogen en creativiteit kun je veel bereiken.” Speelgoedpiet twijfelde even, maar besloot toen om het te proberen. Hij pakte zijn gereedschap en begon voorzichtig aan het wiel te werken. Na veel proberen, en een beetje hulp van Sinterklaas, zat het wiel weer stevig vast. Speelgoedpiet keek vol trots naar zijn werk. “Ik heb het gedaan!” Sinterklaas glimlachte. “Zie je wel, met een beetje geduld en inzet kun je veel meer dan je denkt.” Vanaf die dag twijfelde Speelgoedpiet nooit meer aan zijn kunnen. En zo leerden Speelgoedpiet dat je, zelfs als iets moeilijk lijkt, altijd moet proberen en niet moet opgeven.
3. Sinterklaas' Fout en Leren
Lang geleden, toen Sinterklaas nog maar net Sinterklaas was, stond hij voor een grote uitdaging. Op zijn eerste pakjesavond maakte Sinterklaas een fout. Hij vergat de cadeautjes voor een klein dorpje. Toen hij dit ontdekte, was hij heel verdrietig. “Ik heb gefaald,” zei hij tegen Hoofdpiet. Hoofdpiet keek hem aan en zei: “Sinterklaas, u bent nog jong en leren hoort erbij. Fouten maken betekent niet dat u niet geschikt bent.” Sinterklaas dacht hierover na. Hij besloot om terug te gaan naar het dorpje en de vergeten cadeautjes alsnog te brengen. Vanaf dat moment leerde Sinterklaas dat fouten maken een deel van het leren is. Hij nam zich voor om altijd te leren van zijn fouten en zichzelf te verbeteren. En zo deed hij het. Jaar na jaar werd Sinterklaas wijzer, vriendelijker en beter in zijn werk.
4. Kleurenpiet en het Mengen van Kleuren
In de grote werkplaats van Sinterklaas was er één Piet die altijd moeite had met kleuren mengen. Op een dag, terwijl hij probeerde een perfecte groene kleur te maken, eindigde hij weer met een modderig bruin. “Oh nee, het is alweer niet gelukt,” zuchtte Kleurenpiet. Sinterklaas, die toevallig langs de werkplaats liep, hoorde Kleurenpiet en besloot om hem een bezoekje te brengen. Kleurenpiet keek bedroefd naar zijn mengsels. Sinterklaas glimlachte en zei: “Weet je, Kleurenpiet, kleuren mengen is net als magie. Het vraagt geduld en veel oefening.” Geïnspireerd door de woorden van Sinterklaas, besloot Kleurenpiet om niet op te geven. Hij experimenteerde met verschillende hoeveelheden rood, geel en blauw. Na vele pogingen gebeurde het eindelijk - Kleurenpiet maakte een prachtige heldergroene verf. Hij sprong van blijdschap in de lucht. “Ik heb het gedaan!” Sinterklaas kwam terug om het resultaat te zien en was erg onder de indruk. “Prachtig gedaan, Kleurenpiet!” Vanaf dat moment was Kleurenpiet nooit meer bang om nieuwe kleuren te proberen. Zelfs als het soms misging, wist hij dat hij van elke fout iets kon leren.
5. Sinterklaas' Grote Boek en Samenwerking
In het grote, oude kasteel van Sinterklaas lag een heel bijzonder boek. Het was het grote boek van Sinterklaas, waarin alle namen van de kinderen en hun wensen stonden. “Ik kan dit nooit allemaal onthouden,” zuchtte Sinterklaas. Hoofdpiet zag dat Sinterklaas zich zorgen maakte en zei: “Sinterklaas, u heeft zoveel jaren zoveel kinderen blij gemaakt.” Sinterklaas dacht even na. “Dat is een goed idee, Hoofdpiet.” Samen met Hoofdpiet en de andere Pieten begon Sinterklaas aan het grote project. Ze verdeelden de wensen in verschillende categorieën en maakten lijsten voor elk dorp en elke stad. Het was een grote uitdaging, maar Sinterklaas gaf niet op. Toen pakjesavond eindelijk aanbrak, was alles perfect voorbereid. De cadeautjes werden op tijd en bij de juiste kinderen bezorgd. Sinterklaas voelde een grote voldoening.
6. De Stoomboot en Teamwork
Elk jaar maakte Sinterklaas de lange reis van Spanje naar Nederland met zijn prachtige stoomboot. Paniek brak uit onder de Pieten. “Hoe kunnen we nu naar Nederland?” vroegen ze zich af. “We moeten samenwerken en creatief zijn,” zei Sinterklaas. Eén voor één kwamen de Pieten met verschillende ideeën. Sommige waren grappig, zoals het idee om de boot te laten trekken door meeuwen. Andere waren slim, zoals het gebruik van windzeilen. Met vereende krachten en een hoop inventiviteit gingen de Pieten aan de slag. Het was hard werken en er waren momenten waarop ze dachten dat het niet zou lukken. Na vele uren van hard werken, was de motor gerepareerd. De Pieten juichten van blijdschap. Sinterklaas glimlachte trots. “Dankzij jullie teamwork en doorzettingsvermogen kunnen we nu naar Nederland varen.” De reis naar Nederland was dat jaar extra speciaal.
7. Sterrenpiet en het Leren van de Sterrenbeelden
Op een heldere avond, vlak voor Sinterklaas naar Nederland zou vertrekken, stond Sterrenpiet op het dek van de stoomboot en keek naar de fonkelende sterren. “Het zou zo mooi zijn als ik de namen van de sterrenbeelden kon leren,” mijmerde Sterrenpiet. Sinterklaas knikte begripvol. “Het universum is een groot en wonderlijk iets, Sterrenpiet. Maar met een beetje geduld en doorzettingsvermogen, kun je veel leren.” Geïnspireerd door de woorden van Sinterklaas, begon Sterrenpiet met het bestuderen van één sterrenbeeld. Elke avond bestudeerde hij de sterren en leerde hij een beetje meer. Langzaam maar zeker leerde Sterrenpiet de sterrenbeelden herkennen. Hij was trots op zichzelf en zijn nieuwe kennis. “Kijk, Sinterklaas!” riep hij uit. Sinterklaas glimlachte tevreden.
tags: #poppenkastverhalen #voor #peuters #sinterklaas