Oorzaken van het uitblijven van een eisprong (anovulatie)

Een regelmatige menstruatiecyclus, waarbij ongeveer twaalf tot dertien keer per jaar een eisprong plaatsvindt, is het resultaat van een nauw samenspel tussen de eierstokken en de hypofyse, een hormoonklier in de hersenen. Wanneer deze balans verstoord is, kan dit leiden tot een onregelmatige cyclus en het uitblijven van de eisprong. Dit fenomeen wordt een ovulatiestoornis genoemd.

Illustratie van de hormoonbalans tussen de hypofyse en de eierstokken

Veelvoorkomende oorzaken van ovulatiestoornissen

Het Policysteus Ovarium Syndroom (PCOS) is de meest voorkomende oorzaak van een onregelmatige cyclus en anovulatie. Bij dit syndroom worden tijdens een echo-onderzoek meerdere kleine blaasjes (follikels) in de eierstokken waargenomen. Deze follikels bevatten niet-rijpe eicellen, wat duidt op een verstoorde hormoonbalans.

Bij sommige vrouwen kan een verhoogde concentratie van mannelijke hormonen (androgenen) in het bloed leiden tot zowel overmatige haargroei op het lichaam als problemen met de eisprong. Dit kan gepaard gaan met symptomen zoals acne en een vettige huid.

Overgewicht is eveneens een significante factor die de eisprong kan beïnvloeden. Een gezond lichaamsgewicht is cruciaal voor een regelmatige hormoonhuishouding en een optimale ovulatiefunctie.

Daarnaast kunnen diverse andere factoren bijdragen aan anovulatie:

  • Hormonale disbalans: Stoornissen in de hormoonproductie door de hypofyse of hypothalamus, zoals een te laag lichaamsgewicht (met name een lage vetmassa), chronische ziekten, extreme fysieke inspanningen of het gebruik van bepaalde medicijnen (zoals antidepressiva), kunnen de hormoonspiegels verstoren en de ovulatie beïnvloeden.
  • Hyperprolactinemie: Een overmatige productie van het hormoon prolactine door de hypofyse kan de aanmaak van FSH en LH negatief beïnvloeden, wat leidt tot anovulatie. Dit kan veroorzaakt worden door een goedaardig hypofysetumor, medicatie of stress.
  • Vervroegde overgang (Premature Ovarian Failure - POF): Wanneer de eierstokken voor de leeftijd van 40 jaar stoppen met functioneren, spreekt men van een vervroegde menopauze. Dit betekent dat de eierstokken onvoldoende eicellen produceren en de hormoonproductie afneemt.
  • Genetische aanleg: Bepaalde genetische aandoeningen, zoals het syndroom van Turner, kunnen de ontwikkeling van de eierstokken beïnvloeden en leiden tot anovulatie.
  • Infecties: Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) zoals chlamydia en gonorroe kunnen leiden tot een ontsteking in het kleine bekken (PID), wat de eierstokken kan aantasten en de ovulatie kan verstoren.
Schema van de menstruatiecyclus met focus op de rol van hormonen

Diagnose van anovulatie

Om anovulatie vast te stellen, worden doorgaans verschillende onderzoeken uitgevoerd:

  • Hormonale bepalingen: Bloedonderzoek op specifieke dagen van de cyclus (meestal de derde dag) om de waarden van hormonen zoals FSH, LH, oestrogeen, progesteron en testosteron te meten. Soms wordt ook prolactine gemeten.
  • Echoscopie: Een inwendige echoscopie om de eierstokken te beoordelen, het aantal follikels te tellen en de dikte van het baarmoederslijmvlies te meten.
  • Ovulatietesten: Zelf te gebruiken testen die de aanwezigheid van LH in de urine detecteren, wat een piek aangeeft vlak voor de eisprong.
  • Luteale fase defect: Een te korte luteale fase (minder dan 10 dagen tussen ovulatie en menstruatie) kan leiden tot innestelingsproblemen. Dit kan worden vastgesteld door het bijhouden van de cycluslengte en eventueel door bloedonderzoek.

Behandelingsmogelijkheden

De behandeling van anovulatie is gericht op het herstellen van de eisprong en het verhogen van de kans op zwangerschap. De aanpak hangt af van de onderliggende oorzaak:

1. Leefstijlveranderingen

Afvallen bij overgewicht is vaak een cruciale eerste stap. Bij ongeveer de helft van de vrouwen met PCOS herstelt de cyclus zich na gewichtsverlies, met spontane ovulatie als gevolg. Afvallen verhoogt ook de effectiviteit van medische behandelingen en verlaagt het risico op zwangerschapscomplicaties.

2. Medicamenteuze behandeling

  • Clomifeencitraat (Clomid): Dit is de meest gangbare eerstebehandeling. De tabletten worden ingenomen vanaf dag drie tot en met zeven van de cyclus en stimuleren de hypofyse om meer FSH te produceren, wat de eierstokken stimuleert om een follikel te ontwikkelen. Ongeveer 80% van de vrouwen reageert op clomifeen met een eisprong, en ruim de helft wordt zwanger.
  • Hormooninjecties (Gonadotrofinen): Als clomifeen onvoldoende effect heeft, kunnen injecties met FSH worden voorgeschreven. Deze stimuleren de eierstokken direct om eicellen aan te maken. De dosering wordt aangepast op basis van echo- en bloedonderzoek. Na het bereiken van de juiste follikelrijping wordt een injectie met HCG toegediend om de eisprong op te wekken.
  • Metformine: Dit medicijn, oorspronkelijk gebruikt voor diabetes type II, kan de insulineresistentie bij sommige vrouwen met PCOS verbeteren. Het verlaagt de insulinespiegel, wat kan leiden tot een vermindering van de aanmaak van androgenen en een verbetering van de ovulatie. Metformine wordt vooral ingezet bij vrouwen met overgewicht of verhoogde insulinewaarden.

Hoe werkt de eierstokcyclus?

3. Chirurgische ingrepen

LEO-behandeling (Laproscopische eierstok-ovulatie-inductie) of 'drilling': Bij deze procedure worden kleine gaatjes in de eierstokken gebrand tijdens een kijkoperatie. Dit kan de hormoonbalans in de eierstokken veranderen en de eisprong stimuleren. Deze methode wordt meestal toegepast als medicamenteuze behandelingen falen.

4. Alternatieve therapieën

Sommige vrouwen ervaren baat bij acupunctuur, kruidensupplementen of stressmanagementtechnieken, hoewel de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor beperkter is.

5. IUI en IVF

Indien medicamenteuze en chirurgische behandelingen niet tot zwangerschap leiden, kunnen intra-uteriene inseminatie (IUI) of in-vitrofertilisatie (IVF) worden overwogen.

Mogelijke complicaties en langetermijngevolgen

Bij vrouwen met anovulatie, met name door PCOS, zijn er enkele potentiële complicaties en langetermijngevolgen:

  • Meerlingzwangerschappen: Behandelingen met clomifeen en gonadotrofinen verhogen de kans op een meerlingzwangerschap.
  • Overstimulatie van de eierstokken: Bij hormooninjecties bestaat het risico op het Ovarium Hyperstimulatie Syndroom (OHSS), waarbij de eierstokken overmatig reageren.
  • Vroegtijdige overgang: Hoewel niet direct gerelateerd aan anovulatie, kan een lage ovariële reserve bijdragen aan vruchtbaarheidsproblemen.
  • Gezondheidsproblemen op latere leeftijd: Vrouwen met PCOS hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes type II, hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk, vaak gerelateerd aan overgewicht en insulineresistentie.
  • Emotionele impact: Het traject van vruchtbaarheidsbehandelingen kan emotioneel belastend zijn door de onzekerheid, teleurstellingen en de noodzaak van regelmatige medische controles.
Infographic met de belangrijkste oorzaken van anovulatie en hun behandelingsopties

Andere factoren die vruchtbaarheid beïnvloeden

Naast ovulatiestoornissen kunnen andere factoren de vruchtbaarheid beïnvloeden:

  • Problemen met de eileiders: Obstructies of beschadigingen van de eileiders, vaak veroorzaakt door infecties (zoals chlamydia), endometriose of eerdere operaties, kunnen het transport van de eicel en zaadcellen belemmeren.
  • Baarmoederproblemen: Afwijkingen zoals vleesbomen (myomen), een afwijkende vorm van de baarmoeder, of verklevingen in de baarmoederholte kunnen de innesteling van een embryo bemoeilijken.
  • Cervixslijm problemen: Veranderingen in het cervixslijm (bijvoorbeeld door hormonale stoornissen of infecties) kunnen de beweging van zaadcellen belemmeren.
  • Leeftijd: De vruchtbaarheid van de vrouw neemt af naarmate ze ouder wordt, met een merkbare daling vanaf begin dertig en een sterkere daling na 35-37 jaar, voornamelijk door verminderde eicelkwaliteit en -kwantiteit.
  • Leefstijlfactoren bij mannen: Alcoholmisbruik, roken, overgewicht en blootstelling aan bepaalde toxische stoffen kunnen de spermakwaliteit en -productie negatief beïnvloeden.
  • Immunologische factoren: Antistoffen tegen zaadcellen bij zowel mannen als vrouwen kunnen de bevruchting bemoeilijken.

tags: #geen #eisprong #37 #jaar