Een functioneel-neurologische stoornis treedt op wanneer de hersenen tijdelijk de normale werking van lichaamsdelen belemmeren. Dit kan leiden tot diverse symptomen bij kinderen, waaronder bewegingsproblemen, bewustzijnsverlies, spraak-, zicht- of gehoorstoornissen.
Symptomen van een functioneel-neurologische stoornis
Kinderen met een functioneel-neurologische stoornis kunnen diverse klachten ervaren, zoals:
- Verlamming: Plotseling onvermogen om een arm of been te bewegen.
- Gevoelsstoornissen: Een vreemd gevoel, zoals tintelingen, of juist het ontbreken van gevoel in een ledemaat.
- Wegraken: Tijdelijk verlies van contact met de omgeving.
- Trillingen of spastische bewegingen: Onwillekeurige bewegingen van bijvoorbeeld een arm, zonder controle hierover.
- Plotselinge problemen met spreken, zien of horen, of moeite met slikken.
Deze symptomen zijn reëel en wijzen op een verstoring in de signaaloverdracht tussen de hersenen en het lichaam. De signalen bereiken een lichaamsdeel niet of op de verkeerde manier, wat de normale functie belemmert.

Oorzaken en diagnose
Een functioneel-neurologische stoornis kan soms ontstaan na het meemaken van een heftige gebeurtenis. Bij de eerste klachten die hierop wijzen, zal de huisarts doorgaans doorverwijzen naar een neuroloog. Deze arts zal de symptomen met het kind en de ouders bespreken en een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Indien nodig kunnen aanvullende onderzoeken worden verricht.
Prognose en gevolgen
Hoewel de klachten van een functioneel-neurologische stoornis ingrijpend kunnen zijn en de dagelijkse activiteiten van een kind tijdelijk kunnen beperken, is de prognose vaak gunstig. De symptomen verdwijnen meestal vanzelf, hoewel dit soms dagen, weken of zelfs maanden kan duren. De angst voor permanente handicaps is doorgaans ongegrond.
Omgaan met de stoornis
Het kan voorkomen dat kinderen zich schamen voor hun klachten, of dat de omgeving de situatie niet begrijpt. Open communicatie hierover kan helpen. Het is nuttig om de mensen om het kind heen te informeren over de aard van de stoornis, de plotselinge aard van de klachten en het feit dat het kind er geen controle over heeft. Dit bevordert begrip en voorkomt onnodige angst of paniek bij omstanders, met name wanneer het kind het contact met de omgeving verliest.
De impact van een functioneel-neurologische stoornis kan groot zijn voor het hele gezin, inclusief broers en zussen. Ouders kunnen zich angstig voelen bij het observeren van de symptomen bij hun kind. Het delen van deze gevoelens met vertrouwde personen of zorgverleners is belangrijk.
Ondersteuning en behandeling
Het is cruciaal om het kind te steunen en de klachten serieus te nemen, ook als er geen duidelijke lichamelijke oorzaak wordt gevonden. Het kind simuleert de klachten niet.
Behandelingsmogelijkheden
De behandeling is afhankelijk van de specifieke klachten en de individuele situatie van het kind. Verschillende zorgverleners kunnen hierbij een rol spelen:
- Fysiotherapeut of oefentherapeut: Nuttig bij krachtverlies of bewegingsproblemen in ledematen. Een psychosomatisch fysiotherapeut of hypnotherapeut kan ook ondersteuning bieden.
- Psycholoog of psychiater: Kan helpen bij langdurig herstel of bij het omgaan met de emotionele gevolgen van de stoornis, zoals angst of somberheid.
- Logopedist: Indien er spraakproblemen optreden.
- Ergotherapeut: Ondersteunt bij problemen met bewegen en het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
Er bestaan geen medicijnen specifiek voor de functioneel-neurologische stoornis zelf. Soms worden medicijnen ingezet om de gevolgen ervan te behandelen.

Pijnverlichting bij kinderen
Pijn bij kinderen kan diverse oorzaken hebben, variërend van acute pijn na een blessure tot chronische pijnklachten. Een effectieve aanpak vereist een nauwkeurige pijnmeting en een passende behandeling.
Wat is pijn?
Pijn is een complexe ervaring. In de kindergeneeskunde wordt pijn gedefinieerd als 'datgene dat het kind voelt en bestaat als dit verbaal en/of non-verbaal door hem wordt geuit óf wanneer de ouder en/of kinderverpleegkundige, vanuit hun specifieke deskundigheid, veronderstellen dat het kind pijn heeft.' Dit betekent dat, zelfs als een kind niet direct kan aangeven dat het pijn heeft, de pijn als reëel wordt beschouwd wanneer de omgeving dit vermoedt.
Pijnmeting bij kinderen
Om pijn zo objectief mogelijk te kunnen meten, worden verschillende methoden toegepast, afhankelijk van de leeftijd en het vermogen van het kind om pijn te uiten:
- Comfort Score: Gebruikt bij jonge kinderen en kinderen die hun pijn niet goed kunnen verwoorden. Meet gedragskenmerken zoals alertheid, onrust en spierspanning.
- VAS-score (Visual Analog Scale): Geschikt voor oudere kinderen, vaak met behulp van gezichtjesschalen waarbij het kind aangeeft hoeveel pijn het ervaart.
- POKIS (Pijn Observatie Kind Schaal): Specifiek voor kinderen onder de zes jaar die pijn uiten via lichaamstaal en gedragsveranderingen.
Daarnaast wordt gekeken naar zelfrapportering, rapportering door ouders en observeerbaar gedrag, zoals veranderingen in hartslag, ademhaling en zweten.

Behandeling van pijn
De behandeling van pijn bij kinderen kan op verschillende manieren plaatsvinden:
Niet-medicamenteuze methoden
- Uitleg en voorbereiding: Het kind en de ouders informeren over wat er gaat gebeuren, kan spanning en angst verminderen. Boekjes en verhalen kunnen hierbij helpen.
- Afleiding: Voorlezen, spelen of televisie kijken kan de aandacht afleiden van pijn en angst.
- Comfort en nabijheid: De aanwezigheid van ouders biedt veiligheid en troost.
- Koudetherapie: IJs kan ontstekingsverschijnselen en zwelling verminderen.
- Suikerwater en fopspeen: Een zuigeling kan een pijnstillend effect ervaren door het zuigen op een fopspeen met een paar druppels suikerwater.
- Lachgas (Kalinox): Een mengsel van 50% lachgas en 50% zuurstof, toegediend via een masker, kan angst en pijn verminderen tijdens procedures.
Medicatie
Wanneer pijn gediagnosticeerd is, kan een arts een aangepaste pijnbehandeling voorschrijven. Medicatie kan op vaste tijdstippen worden toegediend en kan variëren van plaatselijk werkende middelen tot systemische pijnstillers. Het is belangrijk om de effectiviteit van de medicatie te communiceren met zorgverleners.
Specifieke behandelingen
- Pijnblokkades: Kan worden toegepast bij specifieke oorzaken zoals een beknelde zenuw of ontsteking.
- TENS (Transcutane Elektrische Zenuwstimulatie): Een apparaatje dat lichte stroomstootjes afgeeft om pijnsignalen te moduleren.
- Kinderrevalidatie: Een gespecialiseerd traject kan helpen bij complexe pijnklachten.
- Psychologische ondersteuning: Behandeling van angst, somberheid en andere psychische componenten die de pijnbeleving beïnvloeden.
- Hypnotherapie: Kan effectief zijn bij chronische buikpijn wanneer er geen medische oorzaak wordt gevonden.
TENS-apparaat voor pijn uitgelegd | Hoe en waarom een TENS-apparaat te gebruiken
Chronische pijn bij kinderen
Chronische pijn wordt gedefinieerd als pijn die langer dan drie maanden aanhoudt. Dit kan diverse oorzaken hebben, waaronder letsel, infecties, ontstekingen, stress of een ontregeld zenuwstelsel.
Kenmerken van chronische pijn
- Overgevoeligheid van pijnzenuwen: De zenuwen reageren al op lichte prikkels, wat leidt tot een vicieuze cirkel van pijn.
- Verminderde fysieke activiteit: Kinderen vermijden beweging door pijn, wat leidt tot spierzwakte en gewrichtsstijfheid.
- Psychische impact: Chronische pijn kan leiden tot somberheid, angst, prikkelbaarheid en depressie.
- Concentratieproblemen en vermoeidheid: Constante pijn kost veel energie en beïnvloedt het concentratievermogen en de slaapkwaliteit.
Behandeling van chronische pijn
De behandeling van chronische pijn richt zich niet primair op het wegnemen van een fysiek letsel (dat vaak niet meer aanwezig is), maar op het aanleren van nieuwe manieren om met de pijn om te gaan.
- Acceptatie en loslaten: Het accepteren van de pijn en het stoppen met vechten ertegen is een belangrijke stap.
- Bewustwording en ontspanning: Het zenuwstelsel tot rust brengen door middel van ontspanningstechnieken zoals yoga, mindfulness of meditatie.
- Beweging: Geleidelijk opbouwen van fysieke activiteit, vaak met begeleiding van een fysiotherapeut, om de conditie te verbeteren en de aandacht van de pijn af te leiden.
- Medicatie: Specifieke medicijnen die de overgevoeligheid van pijnzenuwen kunnen beïnvloeden, zoals bepaalde anti-epileptica of antidepressiva in lage doseringen.
- Zenuwblokkades: Tijdelijke blokkade van zenuwen om pijnsignalen te onderbreken.
- Psychologische begeleiding: Hulp bij het omgaan met emotionele gevolgen en het ontwikkelen van copingstrategieën.
Een gecombineerde aanpak met betrokkenheid van diverse zorgverleners in pijnteams is vaak het meest effectief.
Groeipijnen
Groeipijnen zijn een onschuldige vorm van pijn in de benen bij kinderen tussen 3 en 8 jaar, waarvoor geen specifieke medische oorzaak kan worden gevonden. Deze pijn treedt meestal 's avonds en 's nachts op, verdwijnt 's ochtends en is niet aanwezig tijdens inspanning.
Wat te doen bij groeipijnen?
- Lokale warmte (hotpacks, warm bad) en massage kunnen verlichting bieden.
- In ernstige gevallen kan paracetamol worden overwogen.
- De arts zal vooral andere aandoeningen willen uitsluiten.
tags: #peuter #pijnverlichting #aft