Zoekt je kind voortdurend grenzen op? Heb je het gevoel dat hij niet luistert, dat je woorden niet doordringen en dat hij je soms zelfs uitlacht? Weet dan dat achter dat uitdagend gedrag andere behoeften schuilgaan. Psycholoog Valentine Anciaux geeft tekst en uitleg aan de hand van enkele sleutelvragen.
Waarom daagt mijn kind mij uit?
“Achter uitdagend gedrag - dat vaak zeer irritant is - gaat altijd een behoefte schuil. Je kind heeft op dat moment iets nodig en hij vraagt erom op een ongepaste manier. Een kind kan zich bijvoorbeeld gewoon vervelen en een relletje organiseren is dan een vorm van entertainment. Bovendien krijgt hij op dat moment een zekere vorm van aandacht. Hoe meer je boos wordt, hoe leuker hij het vindt. Hij daagt je dus niet uit met als doel om je te irriteren of te kwetsen, maar omdat het zijn behoefte aan aandacht vervult. Sterker nog: hij heeft nu geleerd hoe hij je aandacht kan krijgen."
Hoe kan je best reageren op uitdagend gedrag van je kleuter?
“Het is allereerst belangrijk om die dingen niet persoonlijk op te vatten. Het is ons instinct om er onmiddellijk op te reageren, maar dat doe je in feite beter niet, want zo loopt het snel uit de hand. Ik maak altijd een onderscheid tussen reactie en interventie. Zeg je "Zo praat je niet tegen mij, dat is niet aardig" of "Ga weg, ik wil je niet meer zien", dan is dat een reactie. Bij een interventie probeer je de behoefte achter het gedrag te begrijpen, zodat je er in de toekomst beter mee kan omgaan en een gelijkaardige situatie kan voorkomen. Het doel is dus om preventief te kunnen handelen. Heeft mijn kind aandacht nodig? Dan geef ik hem op een positieve manier aandacht, voordat hij ook maar denkt aan uitdagen. Uiteraard is dat in de praktijk niet altijd evident. Je bent moe, hebt geen tijd… Maar ik raad aan om het toch eens te proberen. Welke behoeften kunnen schuilgaan achter uitdagend gedrag?"
De behoefte aan aandacht en de behoefte aan controle
“De behoefte aan aandacht en de behoefte aan controle zijn de meest voorkomende. Ze zijn doorgaans ook met elkaar verbonden.
De behoefte aan controle
We zijn vaak geneigd om te zeggen tegen ons kind dat hij niet de baas is en dat jij "dat zelf wel zal beslissen". Zo riskeer je de ontwikkeling van de eigen wil de kop in te drukken. Nochtans is het belangrijk om als kind geregeld zelf de touwtjes in handen te hebben, om zo autonomie te ontwikkelen. Een goede tip die ik kan meegeven is om je kind te laten kiezen tussen twee opties die voor jou allebei aanvaardbaar zijn. "Wil je een bad of een douche?", "Wil je je huiswerk nu maken of over 15 minuten?” Op die manier geef je hem verantwoordelijkheid en vraag je zijn mening, uiteraard binnen de grenzen van wat kan.
De behoefte aan aandacht
Merk je dat je kind zich begint te vervelen of op zoek is naar jouw aandacht? Laat dan alles vallen en speel een spel, vertel een verhaal, maak een praatje... Door het emmertje met aandacht van je kind gevuld te houden, voorkom je dat hij er op een ongepaste manier om moet vragen. Doe dat trouwens liever te veel dan te weinig. Als z’n emmer vol zit, zal hij dat sowieso laten blijken. "Mama, ga weg!” (lacht)
De behoefte aan stimulatie
Een kind dat zich verveelt, ergert zich aan iedereen, omdat dat de eerste ‘activiteit’ is die hij gevonden heeft. Hou hem dus zoveel mogelijk bezig op een leuke manier. Let erop dat je kind voldoende positieve prikkels krijgt."

Wat als je kind je uitlacht?
“Als het kind lacht als je hem iets vraagt en je voelt je daardoor persoonlijk beledigd, dan kan je het gesprek beter afbreken. Ga er niet op in. Iets zeggen als "Dat meen je niet", of er op een andere manier tegen ingaan, kan hem alleen maar meer laten lachen, wat jou nog bozer maakt. Voel je dat het te veel voor je wordt, dat je dreigt te 'ontploffen'? Ga dan even uit de kamer om tot rust te komen, zodat de situatie niet escaleert. De kans bestaat trouwens dat je kind lacht, omdat hij zich ongemakkelijk voelt en niet weet hoe te reageren. Of misschien is het een nerveus lachje? Of misschien is de situatie gewoon wel een beetje grappig? Als je voelt dat je zelf ook moet lachen, hou die lach dan zeker niet in. Het is een hele uitdaging voor ons als opvoedingsfiguren om te achterhalen wat de onderliggende reden of behoefte is van het ‘lastige’ gedrag - en dat is ook voor ieder kind anders - maar het is wel heel waardevol om dit te leren kennen omdat het op lange termijn voor meer verbinding zorgt. Meer verbinding met onze kinderen = meer rust in huis. ‘Yes’, want wie straft er nu eigenlijk graag? Niemand.
Het voelt wat tegenstrijdig aan en het klinkt logisch om kinderen ‘even te laten afkoelen in een time-out’ maar op het moment van een woedebui hebben kinderen net nood aan contact, verbinding en erkenning van hun onderliggende noden. Erkenning hebben voor deze onderliggende boodschap of behoefte staat helemaal niet gelijk aan het zomaar tolereren van elk gedrag. Emoties mogen er zijn, gedrag niet altijd. Kinderen hebben grenzen nodig, dit geeft hen veiligheid en voorspelbaarheid.
Straffen doen we vaak uit een gevoel van onmacht; we voelen ons van onze autoriteitstroon gestoten en willen dit kost wat kost herstellen. ‘Maar hij stopt er dan wel mee hoor!’ is iets wat ouders dan vaak antwoorden. Klopt, je kind stopt … even … uit schrik voor jouw (machts)reactie. Dit heeft op korte termijn dus inderdaad effect want ‘zie je wel, het is voorbij’ maar op langere termijn heeft dit als gevolg dat kinderen hun emoties en noden niet meer durven vertellen, dat ze zich inhouden bij jou en het achter jouw rug doen, uit schrik voor jouw reactie.
Met straffen leer je kinderen eigenlijk niets. Of jawel … je leert hen dat je hen enkel graag ziet wanneer ze zich goed gedragen en dat conflicten opgelost worden met macht en straf, niet met verbinding. En laat die “verbinding” nu net een basisbehoefte zijn die bij iedere mens in zijn grote stuk ijsberg onder water zit.
Wat kan je wél doen om het gedrag van je kind te begrenzen?
-
Blijf in verbinding - zoek een voor jou helpende “mantra” om rustig te blijven.
‘Een woedebui of een huilbui is een onderontwikkeld kinderbrein dat in ‘overdrive’ is.’ Of ‘Door zo te roepen en te stampen wil mijn zoon mij eigenlijk iets duidelijk maken.’ Ik hoor van ouders dat het helpend kan zijn om een zinnetje, een uitspraak die jou als ouder rustig houdt helpend kan zijn om in verbinding te blijven en zelf niet uit je sloffen te vliegen. Ook mij helpt dit, als mama van een peuter en een kleuter. Rustig blijven als ouder is een eerste belangrijke stap in het aanpakken van de emotie-orkaan omdat onze kinderen verbinding nodig hebben in het (co-)reguleren van hun gevoelens.
Om die verbinding te behouden kan het helpend zijn om op ooghoogte van je kind te komen, te benoemen wat je ziet en wat dit doet met jou (bv ‘ik zag jou slaan naar jouw broer toen hij jouw blokkentoren omver gooide; dat vind ik geen leuke reactie omdat je zo jouw broer pijn doet’). Toon begrip voor de reden van dit gedrag maar keur daarom het gedrag niet goed (‘ik kan begrijpen dat je dit deed omdat je boos en teleurgesteld bent omdat je zo lang aan de toren gewerkt hebt, maar jouw broer hiervoor slaan is helemaal geen goed idee en niet ok’) en maak afspraken over hoe de situatie op te lossen en in de toekomst aan te pakken (‘hoe gaan we het nu oplossen met broer? Wanneer jouw broer jouw toren nog eens stuk maakt kan je duidelijk ‘stop’ zeggen en het aan mama komen zeggen zodat we het kunnen oplossen’).
Om in verbinding te blijven is het belangrijk dat we ons kind niet gelijkstellen aan zijn/haar gedrag om geen onnodige deuken te maken in zijn/haar zelfbeeld. Zeg dus niet ‘jij bent een stout kind’ maar wel ‘dat was stout gedrag en dat kan niet’.
-
Maak op voorhand afspraken en geef aan wat er wél kan
Kinderen hebben grenzen en afspraken nodig; grenzen en afspraken geven onze kinderen structuur, veiligheid en voorspelbaarheid. Door op voorhand voldoende structuur en informatie te geven aan onze kinderen weten ze wat er van hen verwacht wordt. Voorspelbaarheid geeft rust en dus minder kans op conflict. Zo kan je hen op voorhand vertellen dat jullie op bezoek gaan bij oma in het rusthuis maar dat daar veel mensen wonen die willen rusten dus dat we geen loopwedstrijd houden in de gang. Bied alternatieven, zeg niet enkel wat er niet mag maar geef aan wat er dan wél kan. “We gaan daar als stille muisjes door de gang sluipen.” Yes, duidelijkheid.
Speel ook in op de ontwikkeling en behoeften van jouw kind; verwacht niet dat jouw 4-jarige kleuter een uur rustig in de zetel kan zitten bij oma op de kamer in het rusthuis - nope, dit kan hij écht nog niet - dus maak op voorhand samen een tasje klaar met wat boekjes en speelgoed om zich daar rustig te kunnen mee vermaken.
-
Kinderen hebben nood aan begrenzing van hun gedrag maar hun emotie mag er wel zijn.
Erkenning hiervan (‘je mag boos zijn, dat is oké’) kan de spanning in een kinderlijfje ook al doen dalen. ‘We gaan niet slaan’ maar wat kunnen onze kleintjes dan wel doen om hun stress er uit te laten? ‘Je mag wel knijpen in het ballonnetje met zand in jouw zak of je kan naar jouw rusthoekje gaan en even hard roepen in een kussen.’ … Gaat het al wat beter?
-
Luister naar en communiceer over jouw eigen ijsberg. Vraag hulp indien nodig.
De metafoor van de ijsberg is ook op ons als volwassenen van toepassing; ook ons zichtbare gedrag komt voort uit onderliggende emoties en behoeften. Wanneer we boos worden of ons kind straffen doen we dit vanuit een onderliggende frustratie of gevoel van machteloosheid (hallo overbelast volwassenbrein!). We kunnen maar goed voor anderen zorgen als we goed voor onszelf kunnen zorgen, cliché maar o zo waar. Als ouder zijn we continu een spiegel voor onze kinderen dus communiceer gerust over jouw behoeften en jouw gevoelens naar jouw kinderen: ‘Mama is nu even moe dus ik word nu sneller boos als jullie roepen in de auto. Kunnen jullie zachtjes praten?’ Door te benoemen naar onze kinderen wat we zelf als ouder nodig hebben leren we hen dat het belangrijk is om eigen behoeften uit te drukken en dat emoties er mogen zijn.
Enneuh ...het is helemaal oké om ook even te moe te zijn als mama of papa om het allemaal alleen te doen als het wat te veel wordt, dus schakel gerust hulp in als je voelt dat dit nodig is. Oma en opa vinden het best ook wel leuk om bij te springen. ‘It takes a village to raise a child’. En dat is helemaal ok.
Liesbeth, kinderpsychologe en coördinator Praktijk Mobiel.
De koppigheidsfase en driftbuien bij peuters
Vanaf 18 maanden komt je peuter in de koppigheidsfase of peuterpuberteit. Je peuter ontdekt dat het zelf dingen kan bepalen en invloed kan hebben op de omgeving. Het zelfbesef groeit en je kind wordt alsmaar zelfstandiger. Maar je kind botst op lichamelijke en verstandelijke grenzen of grenzen gesteld door de ouders of begeleiders. Het ervaren van deze grenzen veroorzaakt driftbuien. 1 op de 5 kinderen heeft vaak driftbuien. Een driftbui is een heftige manier van reageren en gevoelens uiten. Ze voelen emoties en hebben nog niet geleerd hiermee om te gaan. Daarom dat de emotie er heel heftig uitkomt. Als het bijvoorbeeld tijd is om te vertrekken na een uur spelen in de speeltuin, vindt je peuter dit niet leuk. Hij of zij laat zich op de grond vallen, slaat wild met zijn of haar armen of benen of bonkt met zijn of haar hoofd op de grond. Het is ook mogelijk dat je kind volledig verstijft. Hij of zij reageert niet meer gedurende enkele minuten. Beangstigend voor sommige ouders, maar volstrekt normaal en positief in de ontwikkeling van kinderen. Als een peuter zijn of haar gevoelens kan verwoorden, verdwijnt dit gedrag vanzelf. Daarom is het belangrijk in de buurt te blijven bij een driftbui. Als je peuter driftig of koppig is, betekent dat niet dat hij of zij jou of andere opvoeders niet graag ziet of niet meer nodig heeft. Integendeel. Je peuter gebruikt jou als proefkonijn omdat hij zich bij jou het veiligst voelt. Een goede band tussen jou en je kind zorgt ervoor dat hij of zij kan laten zien dat hij of zij het moeilijk heeft.
Hoe omgaan met driftbuien?
Tijdens een driftbui is het moeilijk om je peuter te kalmeren. Hij of zij wordt dan helemaal overspoeld door emoties en heeft geen controle meer over zichzelf. Laat je kind uitrazen. Bij sommige kinderen werkt oppakken kalmerend, maar de meeste worden er nog kwader van. Blijf zelf zo rustig mogelijk. Zet je peuter op een veilige plaats, bijvoorbeeld op een tapijt als hij of zij vaak met het hoofd bonkt. Als je kind heftig reageert op de grenzen die je stelt, komt de verleiding om je grenzen te verleggen. Dit doe je beter niet. Kinderen hebben grenzen nodig. Soms zoeken ze zelfs net die grenzen op om de emoties die ze door de dag hebben opgestapeld, te uiten. Deze zes tips kunnen een houvast zijn om met drift en koppigheid om te gaan. Elk kind is anders, dus het is uitzoeken welke tips voor jouw kind werken.
De peuter wil gezien worden
Een peuter wil gezien worden: hij of zij wordt ‘ik’ en is trots op alles wat hij of zij al kan. Toch heeft je peuter nog veel hulp nodig. Een koppige of driftige peuter krijgt veel aandacht. Je probeert hem of haar te kalmeren of wordt boos. Je peuter leert al snel dat lastig gedrag extra aandacht betekent. Daarom is het belangrijk om ook spontaan aandacht te schenken aan je peuter, buiten conflictsituaties. Stimuleer je kind in de ontwikkeling naar een eigen persoontje. Geef ruimte, zodat je peuter zijn of haar mogelijkheden leert kennen en uitbreiden. Laat je peuter experimenteren met zelfstandig eten, zich wassen … Zo stimuleer je hem of haar om zelfstandiger te worden. Heb geduld als het een knoeiboel wordt. Je peuter vindt het fijn om mee te helpen in de tuin, in het huishouden en bij het verzorgen van dieren. Het werk gaat wellicht wat trager vooruit, maar je peuter zal heel wat bijgeleerd hebben.
De peuter wil zelfstandig worden
Je peuter leert zelfstandig worden en wil daarbij van alles bereiken, maar wordt daarbij in zijn of haar ogen gehinderd door anderen of door zijn of haar eigen beperkingen. Je peuter krijgt de deur van een kast niet open. Probeer de reden van zijn of haar frustratie te achterhalen en toon begrip. Je peuter leert zichzelf en zijn of haar omgeving kennen. Die ontdekkingstocht is belangrijk om zelfstandiger te worden.
De peuter durft op ontdekking te gaan
Je peuter durft op ontdekking te gaan als hij of zij weet dat er iemand in de buurt is. Als je peuter weet dat er iemand beschikbaar is als er iets zou mislopen of als hij of zij plots iemand nodig heeft, zal je peuter veel meer ondernemen. In deze periode is het erg belangrijk om grenzen te stellen en regels aan te leren. Dit zorgt voor voorspelbaarheid en geven veiligheid en rust aan je kind. Je kind weet vooraf wat je gaat doen, waaraan hij of zij zich moet houden of wat hij of zij kan verwachten. Je peuter zal echter niet altijd begrijpen waarom er een bepaalde grens is. Stel niet te veel grenzen. Je peuter heeft nood aan ruimte voor zijn of haar ontdekkingstocht. Pas je regels consequent toe. Als je kind een driftbui heeft, is het belangrijk dat je ‘nee’ een ‘nee’ blijft. Vermijd een machtsstrijd met je kind. Verwoord je regels eens als een uitdaging (bv. Je kind doet ongetwijfeld veel waar je blij van wordt, maar ook dingen die je niet fijn vindt. Op al die gebeurtenissen kan je reageren om het gedrag van je kind bij te sturen. Elke peuter heeft een eigen karakter en ontwikkelt op zijn of haar eigen tempo. Geef korte, duidelijke boodschappen. Iedereen probeert om zo goed mogelijk te reageren op het koppige en driftige gedrag van een peuter. Soms word je er moe en ongeduldig van. Het hangt van heel wat factoren af of de drift en de koppigheid van een kind een echt probleem wordt. Maar als een ouder of begeleider het gedrag als een probleem ervaart, dan is het dat ook.
Wat als je kind denkt dat anderen hem uitlachen?
Wordt jouw kind regelmatig uitgelachen of denkt het vaak dat anderen om hem lachen? Vindt je kind het moeilijk om hiermee om te gaan en reageert het boos en verdrietig? Je kind kan het gevoel hebben dat anderen om hem lachen, terwijl er wordt gelachen om iets anders. Hoe komt het dat je kind hier gevoelig voor is? Als je kind zich onzeker voelt en bang is dat anderen hem niet leuk vinden, zal het steeds naar bevestiging zoeken. Dan kan je kind lachen al snel verkeerd oppikken, terwijl het niet over hem gaat. Als je kind weinig zelfvertrouwen heeft, vindt hij het ook moeilijk om voor zichzelf op te komen. Als je kind steeds bang is voor een negatieve beoordeling van anderen, kan dit duiden op sociale faalangst. Het belangrijkste is dat je kind een positief zelfbeeld ontwikkelt. Het is belangrijk dat je kind weerbaarder wordt en kan reageren op momenten dat hij zich uitgelachen voelt. Neem het gevoel van je kind serieus en stel vragen over het uitlachen: ‘Waar zouden ze je over uitlachen?’, ‘Wat vind je het ergste wat dan gebeurt?’ en ‘Wat doe jij waardoor zij om je moeten lachen?’. Je kind gaat zelf nadenken en samen kunnen jullie tot de conclusie komen dat je kind niets heeft waarom gelachen mag worden. Doe een gedachtenraadspelletje om je kind te laten ervaren dat je niet weet hoe anderen over je denken. Bekijk samen dezelfde situatie, bijvoorbeeld iets op tv of van die plaatjes waar je meerdere dingen in kunt zien. Ga daarna bij elkaar raden wat de ander hierover denkt en vraag of het klopt. Waarschijnlijk niet, want je kunt niet in de ander zijn hoofd kijken. Leer je kind om het te checken als hij denkt dat anderen hem uitlachen. Help je kind om bang denken te stoppen. Bedenk samen met je kind gedachten die helpen op het moment dat het zich uitgelachen voelt. Bijvoorbeeld: ‘Ik denk aan mama die mij lief vind’ of ‘Ik denk aan dat ik goed ben in sport’. Leer je kind om een stevige houding te hebben. Dit helpt je kind om zich sterk te voelen. Wil je graag dat jouw kind meer zelfvertrouwen krijgt en weerbaarder wordt.