Welzijn van Pasgeboren Kalfjes op Nederlandse Melkveebedrijven

De sterfte onder pasgeboren kalfjes op Nederlandse melkveebedrijven is een significant probleem. Gemiddeld overlijdt 12,5% van de kalveren voordat ze 14 dagen oud zijn. Dit percentage bestaat uit 9% doodgeboren kalveren en 3,5% die de eerste twee weken na de geboorte niet overleven. Deze cijfers werden in 2018 naar buiten gebracht door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Om de kalversterfte te verminderen en het welzijn van de jonge dieren te verbeteren, is een integrale aanpak noodzakelijk. Deze aanpak vereist een combinatie van kennis, tijd, aandacht en discipline. Echter, melkveehouders ervaren steeds vaker een tekort aan tijd, wat de zorg voor pasgeboren kalveren bemoeilijkt.

De Geboorte en Vroege Zorg

Een kalf wordt doorgaans geboren in een hok dat is voorzien van stro. Direct na de geboorte wordt het kalf door de boer bij de koe weggehaald. Dit gebeurt om te voorkomen dat moeder en kalf een sterke band opbouwen, wat de stress bij de onvermijdelijke scheiding zou vergroten.

Omdat de zorg voor het kalf volledig berust bij de melkveehouder na de scheiding van de moeder, is de eerste melk, ook wel biest genoemd, van essentieel belang. Biest bevat antistoffen die cruciaal zijn voor de bescherming van het kalf, aangezien het pasgeboren dier nog geen eigen immuunsysteem heeft. Het tijdig toedienen van deze biest is dus van levensbelang.

Pasgeboren kalfje in een strohok, kort na de geboorte.

Variatie in Sterftecijfers en Erkenning van het Probleem

Er bestaat een aanzienlijke variatie in de sterftecijfers tussen verschillende melkveebedrijven. In 2018 had 33% van de melkveebedrijven (5.547 bedrijven) een kalversterfte die hoger lag dan 13%. Op 8% van de bedrijven (1.265 bedrijven) overschreed de sterfte zelfs 20%. Deze gegevens zijn afkomstig uit een Kamerbrief van 15 mei 2019, opgesteld door Carola Schouten, destijds Minister van LNV.

De zuivelketen erkent de problematiek rondom kalversterfte. Als reactie hierop is in 2018 een programma gestart, genaamd "Het nemen van maatregelen is noodzakelijk en een laag sterftepercentage is mogelijk", zoals gesteld door de Dierenbescherming.

Verbeteringen en Welzijnscriteria

De Dierenbescherming ziet mogelijkheden voor verbetering en heeft recentelijk binnen haar Beter Leven keurmerk voor zuivel deze verbeterpunten doorgevoerd. Naast adequate zorg voor het kalf, is ook goede huisvesting die aansluit bij de specifieke behoeften van het kalf van groot belang. Op sommige melkveebedrijven is de huisvesting nog niet optimaal, mede door een gebrek aan specifieke wet- en regelgeving op dit gebied.

Een belangrijk aspect van de natuurlijke behoefte van een kalf is de manier van drinken. In de natuur drinkt een kalf in een zoogpositie, met de kop omhoog en uit een speen. Een kalf drinkt normaal gesproken ongeveer 7 keer per dag bij de moederkoe, met een totale inname van 10 tot 12 liter melk per dag.

Illustratie van een kalf dat in de natuurlijke zoogpositie drinkt uit een speen.

Het Beter Leven Keurmerk en Toekomstige Huisvesting

In april van het lopende jaar heeft de Dierenbescherming dierenwelzijnscriteria met 1 ster voor de melkveehouderij geïntroduceerd. Deze criteria zijn bedoeld om de lacunes in de wetgeving op het gebied van huisvesting te dichten met een welzijnsnorm. De zorg voor het kalf is hierin eveneens meegenomen.

Boeren die deelnemen aan het Beter Leven keurmerk, zorgen ervoor dat hun kalveren melk krijgen in de natuurlijke zoogpositie uit een speen. Jonge kalveren ontvangen daarnaast water en worden na 14 dagen in groepjes gehouden. Op de lange termijn, bij verbouwingen of nieuwbouw van stallen, zullen de dieren nog sneller, al na 5 dagen, in groepen worden gehuisvest.

Melkveehouders die voldoen aan de eisen van het Beter Leven keurmerk, zullen op de langere termijn hun kalveren zodanig huisvesten dat een goed regelbaar klimaat in de stal gewaarborgd is.

tags: #pasgeboren #kalfjes #in #kooien #ciwf