Baby's die te vroeg geboren zijn, hebben vaak moeite met ademen. Dit komt doordat hun longen en hersenen nog niet volledig ontwikkeld zijn. Als de longen nog niet helemaal ontwikkeld zijn, neemt uw baby te weinig zuurstof op. Als de hersenen nog niet helemaal ontwikkeld zijn, vergeten ze soms een signaal door te sturen dat uw baby moet ademen.
Dit kan leiden tot ademhalingsproblemen, zoals apneus (ademhalingspauzes) en een verhoogde kans op longschade. Om de kans op longschade kleiner te maken, is het belangrijk om te vroeg geboren baby’s te behandelen. Echter, hoe meer hulp artsen moeten geven, hoe groter de kans op longschade.

De Ontwikkeling van de Longen en de Rol van Surfactant
De ontwikkeling van de longen begint al vroeg in de zwangerschap. Tussen 16 en 25 weken zwangerschap worden de kleinste vertakkingen van de luchtwegen (bronchioli) aangelegd, evenals het weefsel (epitheel) en de vaatjes waaruit later de longblaasjes (alveoli) zullen ontstaan. Tegen het einde van de 25 weken komt de aanmaak van surfactant langzaam op gang.
Surfactant is een vloeibaar stofje dat bestaat uit eiwitten en vetten, aangemaakt door speciale cellen in de longblaasjes. Het hecht zich aan het oppervlak van de longblaasjes en verlaagt de oppervlaktespanning. Dit zorgt ervoor dat de longblaasjes open blijven staan na elke uitademing, waardoor een groot longoppervlak ontstaat voor gasuitwisseling (opname van zuurstof en afgifte van kooldioxide).
Vanaf 32 weken zwangerschap wordt er steeds meer surfactant aangemaakt. Rond 34 weken zwangerschap zijn de longen gevormd, maar de verdere ontwikkeling en rijping gaan nog lang door tot in de kinderjaren. Bij premature baby's is de aanmaak van surfactant vaak onvoldoende, wat leidt tot problemen met het openhouden van de longblaasjes.

Oorzaken van Ademhalingsproblemen bij Prematuren
Ademhalingsproblemen bij premature baby's kunnen diverse oorzaken hebben:
Onrijpheid van de Longen
De meest voorkomende oorzaak is de onrijpheid van de longen. Hoe jonger de prematuur, hoe onrijper de longen. Dit leidt tot een tekort aan surfactant, waardoor de longblaasjes na uitademing dichtklappen. Dit bemoeilijkt de gasuitwisseling en vereist meer energie van de baby om te ademen.
Apneus en Bradycardiën
Apneus zijn adempauzes die ontstaan doordat het regelsysteem dat de ademhaling aanstuurt nog niet goed ontwikkeld is. Dit kan leiden tot een daling van het zuurstofgehalte in het bloed (saturatie) en een stijging van kooldioxide. Ook de hartslag kan dalen (bradycardie). Hoe korter de zwangerschapsduur, hoe vaker deze apneus en bradycardiën voorkomen.
Wet Lung
Tijdens de zwangerschap zijn de longen gevuld met vocht. Na de geboorte moeten de longen zich vullen met lucht. Soms, bijvoorbeeld na een keizersnede of een snelle vaginale bevalling, is niet al het vocht uit de longen opgenomen, wat leidt tot ademhalingsproblemen. Dit wordt een wet lung genoemd.
Meconium Aspiratie Syndroom (MAS)
Als een baby voor of tijdens de bevalling in het vruchtwater poept (meconium), kan dit in de luchtwegen terechtkomen en ademhalingsproblemen veroorzaken. Dit syndroom komt vaker voor bij voldragen of overdragen baby's, maar kan ook bij termijnse baby's voorkomen.
Infecties
Een infectie kan eveneens leiden tot ademhalingsproblemen bij pasgeborenen.
Pneumothorax
Een pneumothorax, of klaplong, ontstaat wanneer een longblaasje kapot gaat en er lucht tussen de long en de borstwand lekt. Dit kan ernstige ademhalingsproblemen veroorzaken.
Stridor
Bij premature baby's kunnen nauwe luchtwegen en onvolgroeide ademhalingsorganen leiden tot stridor, een hoog of hees inademingsgeluid. Dit wordt veroorzaakt door een gedeeltelijke obstructie in de bovenste luchtwegen. Mogelijke oorzaken zijn laryngomalacie (zachte weefsels van het strottenhoofd) of stenose van het strottenhoofd (vernauwing), wat bij prematuren ook een gevolg kan zijn van langdurige intubatie.
Gevolgen van Ademhalingsproblemen en Behandelingen
Ademhalingsproblemen bij premature baby's kunnen leiden tot een zuurstoftekort, overschot aan kooldioxide en een te lage hartslag. Langdurige of frequente apneus en bradycardiën kunnen belastend zijn voor de gezondheid en zelfs levensbedreigend. Schommelingen in zuurstof- en kooldioxidegehaltes kunnen schade aan organen veroorzaken.
De behandeling is gericht op het ondersteunen van de ademhaling en het voorkomen van complicaties:
Ademhalingsondersteuning
- Zuurstoftherapie: Continu toedienen van zuurstof via een zuurstofbrilletje.
- CPAP (Continuous Positive Airway Pressure): Het geven van lucht met lichte druk via een neusstukje om de luchtwegen open te houden.
- High Flow: Een hogere stroom van zuurstof en lucht via een neusbril.
- Beademingsmachine: Volledige ademhalingsondersteuning, vaak in combinatie met pijnstilling, op een intensive care afdeling (NICU).
Hoe werkt een CPAP-apparaat?
Medicatie
- Surfactant: Toediening van surfactant via een slangetje in de luchtpijp om de longblaasjes open te houden.
- Corticosteroïden: Injecties met corticosteroïden (zoals celestone) bij de moeder bij dreigende vroeggeboorte voor de 34e zwangerschapsweek, om de aanmaak van surfactant bij de baby te versnellen.
- Dexamethason: Een corticosteroïd dat kan worden ingezet om longschade te verminderen, met name bij baby's met een grote kans op longschade. Het heeft ook andere effecten, zoals het remmen van ontstekingen en het verbeteren van de eetlust.
- Vitamine A: Nodig voor de groei en ontwikkeling van de longen.
- Caffeine: Kan worden gegeven om de eigen ademhaling op gang te houden.
Overige Behandelingen
- Couveuse of warmtebed: Helpt de lichaamstemperatuur op peil te houden.
- Medicijnen voor bloeddruk: Om de bloeddruk stabiel te houden.
- Antibiotica: Bij infecties.
- Vochttoediening: Via een infuus om het lichaam te helpen herstellen.
- Rust: Beperken van geluids- en lichtprikkels om energie te besparen.
- Koelen: Bij zeer zieke baby's op een intensive care, om de lichaamsprocessen te vertragen en de energie- en zuurstofbehoefte te verminderen.
- Voeding: Via sonde als zelf drinken moeilijk gaat, met afgekolfde borstvoeding of kunstvoeding.
- Sucrose: Een suikeroplossing via de mond om pijn en stress te verminderen voor ingrijpende procedures.
Complicaties en Lange Termijn Gevolgen
Behandelingen voor IRDS (Infant Respiratory Distress Syndrome) kunnen leiden tot complicaties zoals bronchopulmonale dysplasie (BPD). Bij BPD hebben baby's langdurig extra zuurstof en soms ademhalingsondersteuning nodig, wat ademhalen energie kost en de groei kan belemmeren. De ontwikkeling van het longweefsel kan hierbij beschadigd raken, waardoor gasuitwisseling moeilijker wordt en de kans op luchtweginfecties toeneemt.
De slangetjes en buisjes van beademing en drukondersteuning kunnen het weefsel van neus, luchtpijp en longen beschadigen en infecties veroorzaken.

Risicofactoren voor Vroeggeboorte
Vroeggeboorte kan spontaan ontstaan of het gevolg zijn van medisch ingrijpen bij risicovolle zwangerschappen. Diverse factoren verhogen de kans op vroeggeboorte:
- Leeftijd van de moeder (ouder dan 35 jaar).
- Lage sociaaleconomische status, ongehuwde status en lage opleiding.
- Eerdere vroeggeboorte.
- Etniciteit.
- Behandeling van vruchtbaarheidsstoornissen, met name door de verhoogde kans op meerlingen bij IVF.
- Leefstijlfactoren zoals roken (verdubbelt de kans op vroeggeboorte), alcohol- en drugsgebruik, en overgewicht.
- Ernstige ondervoeding van de zwangere vrouw.
- Werkomstandigheden, zoals tillen, lang staan, stress en werken in ploegendienst.
Diagnose en Prognose
Bij verdenking op ademhalingsproblemen worden baby's gemonitord (hartslag, ademhaling, zuurstofgehalte). Onderzoeken zoals bloedonderzoek (zuurgraad, infectiewaarden) en röntgenfoto's van de longen kunnen de oorzaak vaststellen.
De herstelduur is afhankelijk van de ernst van de symptomen. Bij een wet lung herstelt het lichaam zich vaak binnen enkele uren. Bij onrijpe longen kan het herstel enkele dagen duren, terwijl ondersteuning nodig is. Bij ernstigere gevallen, zoals het meconiumaspiratiesyndroom of pneumothorax, kan intensievere zorg en beademing nodig zijn.
Als uw baby maar kort hulp bij ademen nodig had, is de kans groot dat uw baby geen longschade krijgt. Als uw baby 28 dagen of langer extra zuurstof heeft gekregen, is er sprake van longschade door de vroeggeboorte. De ernst hiervan kan rond de 36 weken zwangerschap worden beoordeeld.