Dit verhaal over Truus Wijsmuller, een van de drijvende krachten achter het befaamde Kindertransport, waarmee tegen de tienduizend Joodse kinderen in veiligheid konden worden gebracht, verscheen oorspronkelijk in 2018. Het documenteert een afgerond project voor een documentaire over Wijsmuller, geschreven door de makers destijds. Op 3 mei 2023 werd het online geplaatst, aan de vooravond van de Nationale Dodenherdenking.
Truus Wijsmuller was een van de grote helden van de Tweede Wereldoorlog, hoewel ze dat zelf nooit zo zou hebben voorgesteld. Hoewel ze onderscheidingen ontving voor haar werk, is er relatief weinig aandacht geweest voor iemand die zoveel Joodse kinderen heeft gered. Begin 2017 schreef rabbijn Lody van de Kamp een oproep naar aanleiding van zijn roman ‘Sara, het meisje dat op transport ging’.

Naarmate we meer lazen, werden we gegrepen door een naam die steeds weer opdook in de verzamelde informatie: die van Truus Wijsmuller. Het verbaasde ons hoe we haar naam nooit eerder bewust waren tegengekomen, ondanks het volgen van colleges over de Tweede Wereldoorlog, het lezen over de Holocaust en het zien van de gevolgen van een door oorlog overschaduwde kindertijd.
Het Begin van de Redding: De Kristallnacht en Truus Wijsmuller
Het begon allemaal met de Kristallnacht, de nacht van negen op tien november 1938. Deze gebeurtenis maakte duidelijk dat Joden in een groot deel van Europa niet langer veilig waren. Truus Wijsmuller belandde uiteindelijk aan tafel met Adolf Eichmann en wist het onwaarschijnlijke voor elkaar te krijgen. Als 'test' kreeg ze de opdracht om binnen enkele dagen zeshonderd Joodse kinderen te verzamelen die zonder hun ouders op de trein naar het veiligere Nederland zouden worden gezet.
De succesvolle onderhandelingen van Truus Wijsmuller markeerden het begin van een omvangrijke reddingsactie. Vanaf 10 december 1938 tot het moment dat Hitler heel Europa in zijn greep had, werden ongeveer tienduizend kinderen naar Nederland en voornamelijk Engeland gebracht.
Dat Truus Wijsmuller slechts bij een relatief kleine groep mensen bekend is, is een haast onvergeeflijke historische fout. Gelukkig wordt dit, tachtig jaar later, nog steeds rechtgezet. Er komen nog steeds nieuwe verhalen naar boven die aantonen wat Truus Wijsmuller allemaal heeft gedaan om kinderen te redden, zelfs als het slechts om één extra kind ging.
Recentelijk werd een van haar 'kinderen' teruggevonden in de VS, die tweemaal door haar werd gered. Als tweejarig weesmeisje werd ze door Truus Wijsmuller aan boord gezet van het schip de Simon Bolivar, op weg naar haar adoptieouders op Aruba. Na haar ontslag daar werd ze rechtstreeks teruggestuurd naar Wijsmuller in Amsterdam. Zij ving haar thuis op en bracht haar enkele maanden later via Frankrijk in veiligheid in Spanje. Deze verhalen blijven naar boven komen en verdienen een plek in het verhaal en de film over Truus Wijsmuller.
Esther (Etty) Hillesum: Een Innerlijke Ontwikkeling in Oorlogstijd
Esther (Etty) Hillesum (Middelburg, 15 januari 1914 - Auschwitz, ca. 30 november 1943), geboren in een Joods-Nederlandse familie, verwierf in 1981 bekendheid door de publicatie van een bloemlezing uit haar dagboek, 38 jaar na haar dood in Auschwitz. In haar dagboek verwoordde ze haar persoonlijke, innerlijke ontwikkeling te midden van de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog en de absurditeiten van de Holocaust.
Etty Hillesum werd geboren in Middelburg. Na eerst in Hilversum en Tiel te hebben gewoond, verhuisde het gezin Hillesum naar Winschoten en vervolgens in 1924 naar Deventer. Haar vader, Levie (Louis) Hillesum, was rector van het Stedelijk Gymnasium, waar Etty ook leerling was. Haar moeder, Riva (Rebecca) Hillesum-Bernstein, vluchtte vanuit Rusland na een pogrom naar Amsterdam.
Hoewel Etty's overgrootvader opperrabbijn was, kreeg ze tijdens haar jeugd weinig mee van het joodse geloof. In 1932 begon ze in Amsterdam met een studie rechten, die ze op 4 juli 1939 afrondde. Daarna volgde ze een studie Slavische talen, die ze vanwege de anti-Joodse maatregelen van de bezetter niet kon voltooien. Tot haar vertrek naar Kamp Westerbork voorzag ze in haar levensonderhoud door privélessen Russisch te geven.

In 1941 ontmoette ze de 54-jarige, uit Duitsland gevluchte ex-bankier Julius Spier. Tussen hen ontstond een liefdesrelatie. Spier was psychochiroloog (handlezer) en op advies van hem begon Etty op 9 maart 1941 met het schrijven van een dagboek. Inmiddels had ze al verschillende Joodse studenten geholpen en in juli 1942 kreeg ze een baan als administratief medewerkster bij de Joodsche Raad.
Na enige tijd kwam ze terecht op de afdeling 'Sociale Verzorging Doortrekkenden' in deportatiekamp Westerbork. Vanwege haar werk genoot ze een uitzonderingspositie en mocht ze vrij het doorgangskamp in en uit. In het kamp, dat ze in haar dagboek als "de hel" omschrijft, probeerde ze haar Joodse lotgenoten die wachtten op transport naar Polen te helpen. In juli 1942 werd ze zelf geïnterneerd in kamp Westerbork.
Ondanks dat vrienden haar probeerden te overtuigen, besloot ze niet onder te duiken. Ze wilde "het lot van haar volk delen". Op 7 september 1943 werd ze met haar ouders en broer gedeporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz, waar ze op 9 september aankwam. Ze werd vóór 30 november 1943 vermoord op 29-jarige leeftijd.
Nieuwe inzichten: Etty Hillesum en het Smuggelen van Kinderen
In december 2018 werd bekend dat Hillesum geholpen heeft met de ontsnapping van een aantal Joodse kinderen uit kamp Westerbork. Dit bleek uit notities van de Joodse verzetsstrijder Ies Spetter. In de memoires van Spetter werd ontdekt dat "Mr. Hillesum" (Etty, die de academische titel mr. had) "samen met een vriendin (...) erin slaagde enkele kinderen uit het kamp te smokkelen". Dit feit was opvallend, omdat van Hillesum bekend is dat zij tegen onderduiken was.
Vanwege deze visie is Hillesum omstreden in een deel van de Joodse gemeenschap. Haar dagboek eindigt op 6 september 1943 met het bericht van een vriend. Het boek "Het verstoorde leven" werd een bestseller en is in achttien talen vertaald.
Publicaties en Eerbetonen
De dagboeken van Etty Hillesum zijn in verschillende edities uitgegeven:
- 1962: Twee brieven uit Westerbork
- 1981: Het verstoorde leven: Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943
- 1982: Het denkende hart van de barak. Brieven van Etty Hillesum
- 1984: In duizend zoete armen: Nieuwe dagboekaantekeningen van Etty Hillesum
- 1986: Etty: De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943 / Het Werk
In Deventer is sinds 5 mei 1996 het Etty Hillesum Centrum gevestigd. De Deventer organisatie voor voortgezet onderwijs heet het Etty Hillesum Lyceum. Aan de Universiteit Gent is in 2006 het Etty Hillesum Onderzoek Centrum (EHOC) opgericht. Verder zijn in tal van plaatsen in Nederland straten naar Etty Hillesum vernoemd. In maart 2022 gaf de gemeente Amsterdam de naam Etty Hillesumbrug aan brug 409 over het Noorder Amstelkanaal.
Het huis in de Gabriël Metsustraat 6, waar Etty Hillesum haar dagboeken schreef en dat het laatste huis was waar ze woonde, is in 2020 aangewezen als gemeentelijk monument om sloop te voorkomen.
Andere Verhalen van Redding en Verlies
De blog beschrijft ook het verhaal van een jong Joods meisje dat in 1942 in Auschwitz is overleden. De schrijfster deed genealogisch onderzoek naar Joodse gezinnen in Rotterdam en werd benaderd door een ouder echtpaar. De vrouw van dit echtpaar herinnerde zich een Joods gezin met drie dochters in haar straat: Eva, Sophie en Ruby. Na de oorlog waren zij weg, om nooit meer terug te komen.
De Poolse Irena Sendler redde tijdens de Tweede Wereldoorlog 2500 Joodse kinderen uit het bezette Warschau. Vanaf 1942 was ze lid van een verzetsgroep en voltooide ze haar levensgevaarlijke opdracht met verve. Ze slaagde erin om 2500 Joodse kinderen uit het getto te laten ontsnappen, door ze onder te brengen in rooms-katholieke gezinnen en instellingen.
The Nurse Who Saved 2,500 Jewish Children from the Ghetto in Coffins and Toolboxes
Dagboekfragmenten uit Amsterdamse Oorlogstijd
De Amsterdam Diaries Time Machine brengt het verleden tot leven met dagboekfragmenten van Amsterdamse vrouwen tijdens WOII. Deze fragmenten geven een inkijkje in het dagelijks leven, familie, vrienden, plaatsen en gebouwen in de stad.
Een fragment uit de zomer van 1943, geschreven door Margaretha van Hinte, die samen met haar partner Cornelia Hennekam een Joodse onderduikbaby, Berdi Pront, in huis nam. Het dagboek is geschreven vanuit het perspectief van de baby.
De fragmenten beschrijven onder andere luchtalarmen, wandelingen, het tekort aan fruit en paling, en de impact van de oorlog op het dagelijks leven. Ook wordt de bevrijding beschreven, met de aankomst van Amerikaanse vliegtuigen en het vallen van levensmiddelen op Schiphol. De berichten over Hitler's dood en Dönitz' benoeming brachten hoop op spoedige onderhandelingen.
Op 2 mei 1945 werd de bevrijding gevierd, met de hoop dat de oorlog ten einde zou komen. De Amsterdam Diaries Time Machine brengt deze verhalen tot leven, zodat het verleden niet vergeten wordt.
tags: #joodse #vrouw #met #kinderwagen #tweede #wereldoorlog