Het gewicht van een pasgeboren baby is niet alleen een belangrijk gezondheidskenmerk, maar ook een bron van nieuwsgierigheid en zorg voor nieuwe ouders. Het is begrijpelijk dat je vragen hebt over wat normaal is en hoe je ervoor kunt zorgen dat je baby gezond groeit. Een pasgeboren baby kan variëren in gewicht, maar gemiddeld weegt een pasgeboren baby tussen de 2,7 tot 4,5 kilogram na een zwangerschap van 9 maanden. Sommige baby's kunnen lichter of zwaarder zijn dan dit, en dat is volkomen normaal. De gemiddelde lengte van een pasgeboren baby varieert, maar over het algemeen ligt deze tussen de 45 en 55 centimeter. De lengte van een pasgeboren baby wordt vaak gemeten met behulp van een meetlint, terwijl de baby plat op zijn of haar rug ligt. Onthoud dat de lengte en het gewicht van een pasgeboren baby in de eerste maanden snel kunnen veranderen, omdat ze snel groeien en zich ontwikkelen.

Gewichtsverlies en -toename bij Pasgeborenen
Gemiddeld kunnen pasgeboren baby's in de eerste paar dagen na de geboorte wat gewicht verliezen. Dit is normaal omdat ze wat vocht verliezen na de bevalling. Na ongeveer een week tot tien dagen beginnen de meeste baby's weer gewicht aan te komen. Over het algemeen kun je verwachten dat een pasgeboren baby ongeveer 150-200 gram per week aankomt tijdens de eerste maand. Maar onthoud, dit is slechts een gemiddelde en er kunnen variaties zijn.
Na de geboorte is het normaal dat uw baby 6 tot 12% gewicht verliest; uw baby bestaat namelijk voor een groot deel uit water. Het is de bedoeling dat uw baby binnen 1 of 2 weken weer op het geboortegewicht is. Als uw baby weer zijn geboortegewicht heeft bereikt, streven we naar een groei van 15-20 g/kg/dag, net zoals de groei in de baarmoeder. Bij een baby van 2 kilo betekent dat dus 30 tot 40 gram per dag.
Schrik niet wanneer je kindje in de eerste week wat gewicht verliest. Alle baby’tjes verliezen ongeveer vijf tot acht procent van hun geboortegewicht in deze periode. Als kindjes twee weken oud zijn, zijn ze weer ongeveer terug op hun geboortegewicht. Blijft je baby afvallen? Neem dan contact op met het consultatiebureau.
Wanneer het gewichtsverlies meer dan 10% is, is het belangrijk om contact op te nemen met het consultatiebureau of je huisarts. Wanneer het gewicht van je baby ver onder het gemiddelde gewicht ligt, kan dit betekenen dat je baby moeite heeft met drinken.
De Rol van Voeding en Colostrum
Het terugkomen op hun geboortegewicht is niet alleen een kwestie van het soort voeding. Een pasgeboren baby die vaak aan de borst drinkt, zal weinig gewicht verliezen en dus eerder op zijn of haar geboortegewicht terug zijn. De maaginhoud van een pasgeborene is ongeveer 5-10 ml. En op de derde dag ongeveer 25-30 ml. Je kunt dus stellen dat de hoeveelheid beschikbare colostrum per voeding en de maaginhoud van de pasgeborene ongeveer gelijk zijn. Daardoor kun je aannemen dat dit de hoeveelheid is die de pasgeboren baby per voeding nodig heeft.
Een baby die zo vaak en lang mag drinken als hij of zij nodig heeft, zal groeien op de manier die bij hem of haar past. Vaak voeden zorgt er ook voor dat de moeder haar baby vaak in haar armen heeft. Dit komt weer ten goede aan de band tussen moeder en kind.
Colostrum is van groot belang voor een goede start van de groei van de baby. Het bevat hoge concentraties eiwitten en suikers. Colostrum heeft echter niet alleen een hoge voedingswaarde. Het bevat ook algemene ziektewerende stoffen, en specifieke ziektewerende stoffen (beschermende stoffen tegen ziekten die de moeder zelf heeft doorgemaakt). Daarnaast bevat colostrum nauwelijks bestanddelen die de baby nog niet kan verteren en is het een lichaamseigen stof. Dit houdt in dat het lichaam van de baby de stof als die van zichzelf herkent en er geen afweer op afstuurt. Colostrum is laxerend. Dat zorgt ervoor dat de taaie, zwarte ontlasting (meconium) snel wordt uitgescheiden.
De voeding van uw baby kan daarom aangepast worden op basis van de groei. Ook kunnen er extra voedingsstoffen gegeven worden om de groei te bevorderen, bijvoorbeeld door het toevoegen van extra eiwitten en calorieën.
Als uw baby borstvoeding krijgt en onvoldoende groeit of een geboortegewicht heeft lager dan 2000 gram, kan aan de borstvoeding Breast Milk Fortifier toegevoegd worden. Dit bevat extra calorieën en speciale voedingsstoffen. Breast Milk Fortifier wordt in poedervorm toegevoegd aan afgekolfde moedermelk en via de fles gegeven. Mocht dit ook na opname nodig zijn, dan krijgt u hiervoor een recept mee naar huis.
Je baby drinkt in principe zoveel als hij of zij zelf wil. Je weet wanneer je kindje genoeg drinken binnen krijgt wanneer je baby zes natte luiers heeft per dag. Er zijn ook richtlijnen over hoeveel een baby ongeveer moet drinken. Per kilo van het gewicht van de baby heeft je kindje ongeveer 150 milliliter voeding nodig, per dag. Voorbeeld; is je baby drie kilo? Dan heeft je baby ongeveer 450 milliliter voeding nodig per dag. Dit zijn richtlijnen en geen harde regels.
De voordelen van moedermelk zijn voor een baby met een laag geboortegewicht extra belangrijk: het is makkelijker te verteren en vermindert de kans op darmproblemen. Als uw baby in het begin nog niet zelf aan de borst kan drinken, kunt u de moedermelk afkolven en wordt deze via een voedingssonde aan uw kindje gegeven. Wanneer u kunt beginnen met aanleggen, hangt af van de conditie van de baby. Als uw baby wakker is tijdens het geven van de sondevoeding en zuigbehoefte laat zien, dan kan dit een teken zijn dat hij of zij wil drinken. Zie voor meer informatie de folder ‘Van buidelen naar borstvoeding’.
Dysmaturiteit en Mogelijke Complicaties
Dysmaturiteit is een te laag geboortegewicht in verhouding tot de zwangerschapsduur. Dysmaturiteit kan samengaan met vroeggeboorte (prematuriteit) maar het kan zich ook voordoen bij een voldragen zwangerschap. Kenmerkend voor een baby met een te laag geboortegewicht zijn een magere buik en een relatief groot hoofd.
Factoren die dysmaturiteit kunnen veroorzaken zijn onder andere roken, alcohol en/of drugsgebruik tijdens de zwangerschap.
Mogelijke complicaties van een te laag geboortegewicht zijn schommelingen in lichaamstemperatuur, lage bloedsuikers (hypoglycemie), te hoog aantal rode bloedcellen (polycythemie), te laag aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) en een te ruim gewichtsverlies (> 10%) in de eerste dagen na de geboorte. Om deze problemen tijdig te herkennen en te behandelen, houden wij uw baby op de afdeling Neonatologie goed in de gaten.
Wanneer je baby minder dan 2500 gram weegt, is er sprake van een laag geboortegewicht. Dit kan bijvoorbeeld komen door een vroeggeboorte, stress of verdovende middelen tijdens de zwangerschap of wanneer er sprake is van een meerling.
Effect op de Groei en Ontwikkeling
Een veel gestelde vraag is of de baby zijn groeiachterstand zal inlopen. Dit is afhankelijk van het moment in de zwangerschap waarop de achterstand optreedt. Als dat al vroeg is en het duurt de hele zwangerschap, dan zijn alle organen (ook hoofd en hersenen) kleiner. We noemen deze baby’s ‘proportioneel klein’. Bij deze kinderen is de kans groot dat er een achterstand blijft bestaan. Als de achterstand pas laat in de zwangerschap optreedt, is het lichaamsgewicht te laag maar de schedelomtrek normaal. Bij deze kinderen is de kans op een achterstand klein.
Bij te vroeg geboren kinderen wordt de weergave van de meetwaarden aangepast, rekening houdend met het aantal weken prematuriteit. Te vroeg geboren kinderen vertonen de eerste maanden vaak een inhaalgroei. Afhankelijk van factoren zoals infecties of andere aandoeningen kan die inhaalgroei trager verlopen. Het gewicht is doorgaans ingehaald voor het einde van het eerste levensjaar. De lengte wordt mogelijk pas ingehaald op kleuterleeftijd. Het hoofdje van een vroeggeboren kind groeit de eerste maanden sneller dan het lichaam. Hierdoor ziet het hoofdje er relatief groter uit.
De dagelijkse groei van een pasgeboren baby varieert, maar over het algemeen kun je verwachten dat een pasgeboren baby ongeveer 1 tot 1,5 centimeter per maand groeit. Het is belangrijk om te onthouden dat groei niet alleen afhankelijk is van de dagelijkse lengtetoename, maar ook van factoren zoals voeding, gezondheid en genetica.
Qua lengtegroei wordt bij prematuren 1,25 cm per week en bij op tijd geboren baby's 0,5 cm per week nagestreefd. Qua schedelomtrek is dit 1 cm/week bij prematuren en 0,5 cm/week bij op tijd geboren baby's.
Medisch Onderzoek en Behandeling
Omdat uw baby een verhoogde kans heeft op lage bloedsuikers, wordt dit tijdens de opname een aantal keer gecontroleerd. In ieder geval 1, 3, 6, 9, 12 en 24 uur na geboorte. Indien nodig worden de bloedsuikers vaker en/of langer gecontroleerd. Afhankelijk van de ernst van de dysmaturiteit worden de rode bloedlichaampjes en de bloedplaatjes in het bloed onderzocht. Voor het bloedonderzoek wordt er bij uw kindje een klein beetje bloed afgenomen via een prikje in de hiel.
Als er geen verklaring is voor het lage geboortegewicht, wordt de urine onderzocht op het CMV virus. Via een zogenaamd plaszakje vangen we de urine op.
Eventueel wordt er een echografisch onderzoek van de hersenen uitgevoerd. Uw baby krijgt wat gel op het hoofd en er worden via geluidsgolven afbeeldingen van de hersenen gemaakt. De geluidsgolven zijn onschadelijk.
Op de vijfde dag na de geboorte wordt bij uw baby - net als bij alle pasgeborenen - de neonatale hielprikscreening uitgevoerd. De screening levert belangrijke informatie op over een aantal ernstige aandoeningen. Vroegtijdige opsporing hiervan is belangrijk om schade aan de gezondheid te voorkomen of te beperken.
Behandeling: Warmte en Couveuse
Omdat baby's met een laag geboortegewicht weinig vetweefsel hebben, koelen ze na de geboorte snel af. Daarom is uw baby na de geboorte in een warme doek en warme molton opgevangen en kreeg het een warm mutsje op. Als het geboortegewicht veel te laag is, wordt uw baby in een couveuse of warmtebed verzorgd om op deze manier de temperatuur goed te houden.
Voeding: Maag-Darmkanaal en Infuus
Het maagdarmstelsel van een op tijd geboren dysmature baby is volledig ontwikkeld maar kan nog wat onrijp zijn. De maag is klein en kan daarom maar kleine hoeveelheden voeding verteren. Als uw kindje moeite heeft met het verteren van de voeding, geven we heel regelmatig (bijvoorbeeld om de twee uur) kleine beetjes voeding. Naarmate uw kindje de voeding beter verdraagt, krijgt het grotere hoeveelheden, maar minder vaak.
Het kan zijn dat uw baby in het begin nog geen voeding via het maagdarmkanaal binnen kan krijgen. Als uw baby nog geen voeding via het maagdarmkanaal binnen kan krijgen, krijgt hij vocht en calorieën (glucose 10%) via een infuus. Het infuus wordt ingebracht in een bloedvat in de hand, arm, voet of het hoofd. Als uw kindje langere tijd geen voeding via de maag verdraagt, wordt soms volledige voeding via het infuus gegeven. Dit is TPV (Totaal Parenterale Voeding).
Als uw baby wel voeding via het maagdarmkanaal kan binnenkrijgen, maar nog niet zelf kan drinken, krijgt hij/zij een voedingssonde. Dit is een dun slangetje dat door de neus, via de keel naar de maag wordt ingebracht en vastgeplakt zit op de neus. Via de sonde geven we moedermelk of speciale kunstvoeding voor dysmaturiteit. In het begin zijn dit hele kleine hoeveelheden. Als uw baby gaat spugen, stoppen we de voeding via de sonde en geven we vocht en voeding tijdelijk via een infuus.
Voordat we bij uw baby een handeling uitvoeren die vervelend kan zijn (zoals het inbrengen van een infuus of sonde), geven we sucrose. Dit is een suikeroplossing die pijn en stress vermindert.
Groeicurven en Opvolging
De groei van je baby kun je bijhouden in een grafiek, ook wel de groeicurve genoemd, waarin de lengte en het gewicht tegen de leeftijd worden afgezet. Een groeicurve is een handige tool die laat zien of je baby goed groeit.
De groei van uw baby wordt vervolgd in een groeicurve. Op de curve wordt het gewicht, de lengte en de schedelomtrek van uw baby bijgehouden ten opzichte van een gemiddelde groep kinderen. De gemiddelde groei van een grote groep kinderen wordt aangegeven met de donkere lijn. Er zijn verschillende groeicurves. Het is fijn als uw baby zijn eigen lijn volgt in de curve. Als de groei van uw baby erg afwijkt van de gemiddelde curve, of als de groei plotseling verandert, kan dit een signaal zijn dat er verder onderzoek nodig is. De groeicurves verschillen per zwangerschapsduur, en voor jongens en meisjes zijn er ook aparte groeicurves.
Bij elk bezoek aan de jeugdgezondheidszorg meten en wegen ze je baby. Lengte en gewicht worden ingevuld op een groeidiagram. Op groeicurves zie je hoe lang jongens of meisjes gemiddeld zijn op een bepaalde leeftijd. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige zal op de groeicurve laten zien hoe jouw baby groeit.
Veel baby’s zijn iets langer of korter dan het gemiddelde of wegen iets meer of minder dan gemiddeld. Bijna geen kind groeit precies volgens de gemiddelde lijn. Hoe je kind groeit, hangt vooral af van de lengte en afkomst van de ouders.
Gaat de lijn ineens heel anders lopen, doordat je kind te snel of te langzaam groeit? Dan kun je een of meer extra afspraken krijgen op het consultatiebureau. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige probeert te ontdekken hoe het komt dat je kind opeens langzamer of sneller groeit.
Het Consultatiebureau
Je bent het eerste jaar veel op het consultatiebureau te vinden. Bij elke afspraak wordt je baby gemeten en gewogen en wordt zijn of haar hoofdomtrek opgenomen. Deze metingen worden tegen de gemiddelde groeicurve afgezet. Het gaat zowel om kinderen die borstvoeding kregen, als kinderen die kunstvoeding kregen, of een combinatie daarvan. De groeicurve laat dus de gemiddelde groei van alle kinderen in België zien.
Waarom wordt ook de hoofdomtrek gemeten? Als je met je baby naar het consultatiebureau gaat wordt, naast het gewicht en de lengte, ook gekeken naar de hoofdomtrek. Het breedste deel van het hoofdje wordt dan gemeten. Hierbij wordt niet zozeer gekeken naar de grootte van het hoofd, maar vooral naar in welk tempo het groeit. Wanneer dit te veel afwijkt van de curve, zal het consultatiebureau je doorsturen naar een kinderarts voor verder onderzoek.
Kind en Gezin zal daarom bij elk contact het gewicht, de lengte en de hoofdomtrek opvolgen. Soms verloopt de groei anders dan verwacht. Tijdens het eerste huisbezoek zal de verpleegkundige het gewicht en de hoofdomtrek van je kind meten. Aan het begin van elke consultatie in het consultatiebureau zal de vrijwilliger je kind wegen en meten. De hoofdomtrek wordt gemeten door de arts of verpleegkundige. De meetgegevens worden in het Kindboekje genoteerd. De arts of verpleegkundige registreert ze in het elektronisch dossier van je kind waar ze automatisch overgezet worden op de groeicurven. Vervolgens kijkt de arts of verpleegkundige samen met jou naar de groeicurven en bespreekt hoe de groei van je kind verloopt. Je kan de groeicurven van je kind ook zelf raadplegen in het Kindrapport via My Health Viewer.
Wil je tussendoor langskomen om je kind te wegen of meten? Dat kan! Je bent steeds welkom tijdens de openingsuren van het consultatiebureau. De vrijwilliger staat klaar om je kind te wegen of meten. Je kan vragen om het resultaat in het Kindboekje te noteren. Vrije momenten zijn niet gekoppeld aan een consultatie bij een arts of verpleegkundige. Zij kunnen dus geen interpretatie en opvolging van de groei uitvoeren. Ben je bezorgd? Neem dan contact op met jouw Kind en Gezin-team of met de Kind en Gezin-Lijn.

Naar Huis en Verdere Zorg
Uw baby mag naar huis als hij/zij zwaar genoeg is, zichzelf warm kan houden in een gewone wieg en volledig zelf kan drinken. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor controle bij de kinderarts.
Als bekend is wanneer uw baby naar huis kan, bieden wij u de mogelijkheid aan om samen met uw baby 24 uur te verblijven in een eigen kamer, de zogenaamde ‘rooming in’ kamer. U kunt dan zelf alle voedingen van uw baby aanbieden en ook de zorg op u nemen zodat u kunt wennen aan elkaar. Zo leert u ook goed om te gaan met de voedingssignalen die uw baby geeft.
Het is begrijpelijk dat je graag met je kindje naar buiten wilt. Je kunt dit doen wanneer je pasgeboren baby op goed gewicht is. Een richtlijn daarvoor is ongeveer 2,2 kilo. Ook is het belangrijk dat je baby zelf temperatuur kan houden. In de eerste week zal de temperatuur van je pasgeboren baby vaak worden opgemeten, hieraan is te zien of je kindje dat kan. In de meeste gevallen kun je dus na de eerste week naar buiten. Kleed je kindje wel goed aan tijdens zijn eerste avontuur! Twijfel je of je al naar buiten kunt gaan met je kindje? Vraag de kraamhulp om advies.
Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, stel deze dan gerust aan de kinderarts of kinderverpleegkundige.
ZORG VOOR PASGEBORENEN: Gids voor kinderartsen voor week 1
tags: #pasgeboren #baby #2 #kilo