Het Niemeijer Geslacht: Een Kroniek van Afkomst en Leven

Inleiding tot de Kroniek

Deze kroniek over het Niemeijer-geslacht is tot stand gekomen met het doel een inzicht te geven in de afkomst en levensloop van de familie. Hoewel het niet mogelijk is om te pronken met een adellijk voorgeslacht, aangezien de familie van eenvoudige komaf is, biedt het onderzoek naar de geschiedenis van de Niemeijers toch een fascinerende inkijk in het leven van gewone mensen in de provincie Groningen.

De vraag "waarom deze kroniek van ons geslacht Niemeijer?" kan beantwoord worden door het potentieel om bepaalde eigenschappen en karakteristieken van de familie te belichten. De Niemeijers worden omschreven als behorend tot het gemiddelde Groningse volk, maar met een eigen karakter dat wellicht te maken heeft met het dienen van kerkelijke ambten of het verbond.

De publicatie van deze kroniek in 1971 door uitgeverij J. is een poging om de geschiedenis van het geslacht vast te leggen, mogelijk als een waardevolle bijdrage voor toekomstige generaties.

De Oorsprong van de Naam Niemeijer

De oorsprong van de naam Niemeijer is onderwerp van onderzoek geweest. Er is gespeculeerd over mogelijke verbanden met plaatsen als Oerlinghausen en Detmold in Lippe, Duitsland. Een van de stambomen wijst op een Jan Anton Niemeijer, geboren in 'Arrenshausen Lippe (Dld.)', die op 7 september 1855 in Huizinge overleed. Echter, het spoor naar Lippe lijkt dood te lopen, en er is gesuggereerd dat documenten mogelijk vervalst zijn. De heer A. Pathuis, hoofdarchivaris, deelde deze twijfels. Het kan zijn dat er destijds geen vaste spelling van de naam bestond en men afging op de klank.

Een andere theorie, voorgesteld door Dr. J. H. van der Tuuk, suggereert dat de naam "Meier" in "Niemeijer" geïnterpreteerd moet worden als "boer". Dit zou de naam kunnen verbinden met de agrarische achtergrond van de familie.

Er is ook een vermelding van een Niemeijer die in 1819 op 29-jarige leeftijd trouwde. Het is echter niet zeker of hij inderdaad Niemeijer heette, aangezien hij mogelijk gedeserteerd was en zijn herkomst probeerde te verbergen. Het is mogelijk dat de autoriteiten in Nederland niet op de hoogte waren van zijn desertie uit Lippe, en zijn spraak hem wellicht heeft verraden.

Vroege Generaties en Levensomstandigheden

De familiegeschiedenis van de Niemeijers begint met eenvoudige afkomst, waarbij boerenwerk de belangrijkste bron van inkomsten was. De levensomstandigheden waren vaak erbarmelijk, zonder de voordelen van cao's en vakanties.

Trientje Willems Kraaima en Haar Familie

Een belangrijke figuur in de vroege geschiedenis is Trientje Willems Kraaima. Zij was een arbeidersche, geboren in 1778 in Stedum en overleden op 2 februari 1858 in Huizinge. Zij woonde in Huizinge, huis no. 10. Haar man, een boerenknecht, trouwde met haar op 29 oktober 1819 in Huizinge, waar hij gedoopt was in de Ned. Hervormde kerk. Hij overleed op 12 juli 1846 in Huizinge.

Andere Vroege Familieleden

Andere vroege familieleden die genoemd worden zijn:

  • Jantje Harms Kuipers.
  • Lizabeth, boerenmeid en daglonersche, geboren op 16 juli 1817 in Zandeweer en overleden op 17 juni 1896 in Huizinge.
  • Frans Stoffers Niemeijer, geboren in 1841 in Huizinge, gedoopt op 14 februari 1841 aldaar, en overleden op 29 maart 1848 aldaar.
  • Trientje Willems Kraaima (een andere Trientje), geboren op 13 maart 1822 in Huizinge, gedoopt aldaar, en overleden op 8 december 1902 in Toornwerd.
  • Hindertje Jans Zwaagman.
  • Jantje Jans van Dellen.
  • Hindriktje Jacobs Smit, geboren in 1848 in Huizinge en overleden op 15 januari 1849 aldaar.
  • Hindrik Smit, geboren op 26 november 1850 en overleden op 27 mei 1851 in Middelstum.
  • Hendrikje Smit, geboren op 10 maart 1852 en overleden op 17 oktober 1909 in Middelstum.
  • Lizabeth Pieters Timmer, boerenknecht, geboren op 11 oktober 1842 in Huizinge, gedoopt op 4 december 1842 aldaar, overleden op 25 mei 1924 in Middelstum en aldaar begraven.

Pieter Niemeijer en Jantje Jager: Een Bijzonder Echtpaar

Een opmerkelijk lid van het geslacht Niemeijer was Pieter Niemeijer, ook wel Pait Kraai genoemd. Ondanks zijn beperkte scholing en financiële middelen, had hij een grote belangstelling voor geestelijke zaken. Hij verzamelde artikelen uit kranten en tijdschriften en plakte deze in schoolschriften, die hij bewaarde in een turfbak. Na zijn overlijden gaf zijn vrouw, Jantje Jager, opdracht om deze "rommel" te verbranden, maar gelukkig is er nog iets van zijn "geestelijke nalatenschap" bewaard gebleven.

Pieter maakte ook lange wandelingen en bezocht kerkhoven om bijzondere grafschriften te verzamelen. Na zijn huwelijk keerde hij terug naar Huizinge en werkte bij boer Stork. Later woonde hij met Jantje op 'Hallwegen', vervolgens in Colpende en tenslotte in Middelstum.

Kinderen van Piet en Jantje moesten al op jonge leeftijd meehelpen. Elibert, een van hun zonen, herinnert zich hoe hij als jongetje op het land aan het aren lezen was en wenste dat ze weggejaagd zouden worden.

Een oude foto van een Groninger boerderij, typerend voor de omgeving waarin de familie Niemeijer leefde.

De Verhalen van Pait Kraai en Jantje Jager

De Groninger schrijver J. de Graaf publiceerde in 1946 een verhalenbundel genaamd 'Grunneger beelden', waarin een verhaal sterk geïnspireerd is op Pait Kraai en zijn vrouw Jantje Jager. Jantje leed aan een zenuwziekte en lag lange perioden onmachtig op bed. In het verhaal wordt beschreven hoe ze "gloazen bainen" (glazen benen) had, waar de dokters geen raad mee wisten. Ondanks de fragiliteit van haar benen, leefde ze op door de verzorging en liefde van Piet. Het verhaal suggereert dat haar aandoening mogelijk psychisch van aard was.

Een getuigenis uit februari vermeldt dat de schrijver van het verhaal, de heer De Graaf, niet veel kon vertellen over "ol Pait en ol Jaantje". Hij verklaart dat het verhaal "Gloazen bainen" gedeeltelijk geïnspireerd is op P. Niemeijer en Jaantje, maar dat het deel waarin de dokter op bed wilde, op een andere vrouw slaat. Het huis waar zij woonden, was eigendom van de schoonvader van de getuige. De jonge Niemeijer kocht het huis na het overlijden van de grootmoeder van de vrouw van de getuige, rond 1904-1905. De getuige, die 82 jaar oud was op 12 juli 1967, woonde 7 jaar naast hen.

Een kleinkind van Jantje Jager voegde toe dat zij een vrome vrouw was die veel getuigde van haar geloof.

Verdere Nakomelingen en Levenspaden

Nog meer familieleden die genoemd worden:

  • Derk, veldarbeider, geboren op 9 december 1838 in 't Zandt en overleden op 4 juli 1911 in Huizinge.
  • (Elizabeth) Ham, geboren op 4 augustus 1866 in Huizinge en overleden op 27 oktober 1953 in Garsthuizen. Zij werd 87 jaar, 2 maanden en 23 dagen oud.
  • Elske Heun, geboren op 13 januari 1869 in Huizinge en overleden op 20 oktober 1940 in Middelstum.
  • Jantje Ham, geboren in 1871 en overleden op 25 januari 1875 in Huizinge.
  • Martje Dekker.
  • Aldert Ham, geboren op 8 juni 1876 in Huizinge en overleden op 15 juli 1951 aldaar.
  • Jantje Ham, geboren in 1878 in Huizinge en overleden op 4 juni 1882 aldaar.
  • Tiebegien Huisman.
  • Jantje Ham, geboren in 1882 en overleden op 5 november 1884 in Huizinge.
  • Trientje Koets.
  • Ida Mechiels Delhaas, geboren op 21 maart 1844 in Huizinge en overleden op 9 september 1874 aldaar.
  • Jakob Smit, geboren in april 1872 in Westerwijtwerd en overleden op 4 juni 1872.
  • Hindriktje Jans Hoogland.
  • Elisabeth Frans Niemeijer, naaister, geboren op 13 maart 1856 en overleden op 19 maart 1909 in Middelstum.
  • Aaltje Ouwes Tuinman.
  • Klaas, boerenknecht, geboren in 1857 in Bellingeweer en overleden op 16 oktober 1900 in Middelstum.
  • Jacob van Wolde, geboren in september 1898 en overleden op 11 december 1898 in Toornwerd.

Jan Niemeijer en Jantje Hogendorf: Streven naar Verbetering

Jan Niemeijer, de oudste zoon van Piet Niemeijer en Jantje Jager, werd vanwege zijn zachte karakter "zieden lapke" (zacht lapje) genoemd. Hij was echter vastbesloten dat de toekomst van zijn gezin niet op het platteland lag, gezien de zware arbeid en karige lonen die hij had ervaren. Ook zijn vrouw, Jantje Hogendorf, kende het harde boerenleven. Op jonge leeftijd werd ze uitbesteed en werkte ze onder andere bij de hervormde predikant van Huizinge, die tevens een boerderij exploiteerde.

Jantje moest al om vijf uur de koeien melken, het vuur aanmaken en heet water brengen. De behandeling van het personeel was karig; er werd in twee potten gekookt en het personeel kreeg inferieur voedsel. Appels uit de overvolle boomgaard werden verboden, en als dienstboden toch appels meenamen, werden ze berispt. De fruitvoorraad werd in de kelder bewaard, achter gesloten deuren.

Jantje Hogendorf had weinig waardering voor haar inhalige broodheer en zijn vrouw. Zelfs na haar huwelijk met Jan Niemeijer ging ze nog de kost verdienen op het land, terwijl de kinderen bij een buurvrouw werden ondergebracht.

Illustratie van het harde boerenleven in Groningen in de vroege 20e eeuw, met mensen die op het land werken.

Een Dag in het Leven van Jan en Jantje

Een typische dag voor Jan en Jantje begon om vijf uur. Na een korte maaltijd brachten ze de kinderen weg en begonnen om zes uur aan een uur durende wandeling naar Westeremden om te werken. De hele dag brachten ze op de knieën door met aardappelen rooien. 's Avonds om zes uur begonnen ze aan de vermoeiende terugreis, om thuis om zeven uur aan te komen. Daar wachtte nog een volle avondtaak: het bereiden van de warme maaltijd, het wassen en naar bed brengen van de kinderen, en verstelwerk. Daarna moesten ze direct naar bed om de volgende ochtend weer vroeg op te staan.

Jan Niemeijer en zijn vrouw werkten enige tijd als zetbaas op een boerderijtje in Toornwerd. In 1905 besloten ze te verhuizen naar Groningen, in de hoop op betere kansen voor hun kinderen. Hun oudste zoon, Piet, een geboren koopman, was al een jaar eerder naar de stad vertrokken en bood hen waarschijnlijk morele en praktische steun.

Om snel werk te vinden, vroeg Jan Niemeijer aanbevelingen van mensen die hem goed kenden. Hij ontving lovende getuigschriften van arts dr. L. Wildervanck, architect P. Tilbusscher, diaken in de Gereformeerde kerk, rijtuigfabrikant W. Renkema en directeur K. De Niemeijers verhuisden op 27 april 1905 naar Groningen en betrokken een huisje aan de Bedumerweg 57. Vader Jan ging werken bij aannemer...

Van Europa naar het land van onbegrensde mogelijkheden - Immigratiegolven naar de VS in het begin...

Nalatenschap en Toekomst

De geschiedenis van het Niemeijer-geslacht is een verhaal van veerkracht, hard werken en het streven naar een beter leven. Van de eenvoudige boerenarbeiders tot degenen die de stap naar de stad waagden, de familie heeft zich aangepast aan veranderende omstandigheden. De kroniek dient als een herinnering aan hun afkomst en de waarden die hen hebben gevormd.

tags: #niemeijer #geboorten #franeker