Het centrum voor bijwerkingen Lareb heeft tot februari 2022 in totaal 662 meldingen ontvangen na het toedienen van ongeveer 33,5 miljoen coronavaccins. Deze meldingen betroffen verschillende vaccins: 471 na Pfizer/BioNTech (Comirnaty), 77 na AstraZeneca (Vaxzevria), 71 na Moderna (Spikevax) en 20 na Janssen. Het is belangrijk op te merken dat het aantal meldingen niet direct gelijkstaat aan een causaal verband en dat de meeste meldingen milde reacties betreffen.
Bekende zeldzame bijwerkingen en overlijdensgevallen
Er zijn specifieke zeldzame bijwerkingen geïdentificeerd die in verband zijn gebracht met bepaalde vaccins. Drie patiënten zijn vrijwel zeker overleden aan de zeldzame bijwerking van uitgebreide trombose in combinatie met een laag aantal bloedplaatjes na het AstraZeneca-vaccin. Ontsteking van de hartspier (myocarditis) en ontsteking van het hartzakje (pericarditis) zijn bekende, zeldzame bijwerkingen van de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna. Drie patiënten zijn overleden aan hartproblemen na een ontsteking van de hartspier of het hartzakje na vaccinatie met het Pfizer/BioNTech-vaccin. Bij deze meldingen kunnen echter ook infecties of andere hartaandoeningen een rol hebben gespeeld.
Een andere zeldzame bijwerking, het capillair leksyndroom, is in verband gebracht met de vaccins van AstraZeneca en Janssen. Eén patiënt overleed met een zeer gecompliceerd ziektebeeld, waarbij er waarschijnlijk ook sprake was van een capillair leksyndroom.

Mogelijke bijdrage aan reeds bestaande kwetsbaarheden
In 22 meldingen hebben bekende bijwerkingen mogelijk bijgedragen aan het verslechteren van een al kwetsbare gezondheid of sluimerende onderliggende conditie, mede door hoge leeftijd. Deze gevallen benadrukken het belang van het meewegen van individuele gezondheidstoestanden bij vaccinatie.
Meldingen na vaccinatie tegen Mexicaanse griep
Na de eerste vaccinatieronde tegen de Mexicaanse griep heeft het centrum voor bijwerkingen Lareb twee meldingen ontvangen van kinderen die kort na de inenting zijn overleden. In beide gevallen werd nader onderzoek verricht.
- Eén kind van drie jaar had een ernstige hartafwijking en overleed vijf dagen na vaccinatie. Het centrum gaf aan dat er geen aanwijzing was voor een relatie met de vaccinatie, maar onderzocht het geval wel nader.
- Het tweede kind, twee jaar oud, kreeg na de griepprik koorts en stierf een dag na toediening van het vaccin. Hoewel er geen andere verschijnselen waren die wezen op een relatie met het vaccin, kon er ook geen duidelijke andere doodsoorzaak worden gevonden.
Lareb kon destijds niet aangeven hoe lang het zou duren voordat er uitsluitsel was over de doodsoorzaak. Na de eerste vaccinatieronde tegen de Mexicaanse griep ontving Lareb 4271 meldingen van mogelijke bijwerkingen, waarvan het merendeel milde reacties betrof.
Desinformatie en misinterpretatie van data
Er circuleert op sociale media veel informatie over ernstige bijwerkingen en overlijdensgevallen na vaccinatie. Het is echter cruciaal om kritisch te kijken naar de bronnen en de interpretatie van de data. Een veelgenoemd voorbeeld is de verspreiding van verhalen over gezichtsverlamming (Bell's palsy) na vaccinatie met het Pfizer-BioNTech vaccin. Hoewel er gevallen bekend zijn, stelde de Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenautoriteit FDA dat deze zeldzaam waren en in lijn met het gemiddelde aantal Amerikanen dat jaarlijks het syndroom ontwikkelt. De FDA concludeerde dat er voorlopig geen reden was om aan te nemen dat het vaccin het syndroom veroorzaakte, maar adviseerde wel verdere opvolging.
Ook meldingen van overleden proefpersonen tijdens klinische studies worden soms selectief geciteerd. Een blog meldde dat twee proefpersonen voor het Pfizer-vaccin waren overleden, verwijzend naar een FDA-document. Dit document vermeldde echter dat van de zes overleden proefpersonen, er twee het vaccin hadden ontvangen en vier een placebo. Het FDA ging ervan uit dat geen van de twee gevaccineerde overledenen aan het vaccin te wijten was; de doodsoorzaken waren een hartaanval en aderverkalking, die passen binnen de risico's van de betreffende leeftijdscategorie en de omvang van de testgroep.
Een ander voorbeeld is de claim dat het FDA 22 ernstige ziekten en tegenreacties door Covid-19 vaccins zou vermelden. Dit lijstje komt echter uit een document van het Amerikaanse Center for Biologics Evaluation and Research (CBER), dat specifieke ziektes en bijwerkingen opvolgt voor het geval deze zich in zeer lage aantallen zouden voordoen. Deze lijst is gebaseerd op ervaringen met eerdere vaccinaties en dient als monitoringsinstrument, niet als bewijs van causaliteit.
ONVRUCHTBAAR door het VACCIN? | De waarheid over heftige bijwerkingen
Onderzoek naar vaccinatie en oversterfte
Onderzoek naar de bijdrage van vaccinatie aan de totale sterfte in 2021, specifiek niet-COVID-19 overlijdens, laat zien dat het relatieve risico op overlijden na vaccinatie over het algemeen lager is dan 1. Dit duidt op een verlaagde kans op overlijden aan andere oorzaken kort na vaccinatie. Voor de eerste mRNA-vaccinatie waren de meeste Hazard Ratio's (HR) significant lager dan 1. Na de tweede dosis van de basisserie waren de meeste HR's eveneens significant kleiner dan 1, met uitzondering van een groep jongere volwassenen waar het risico rond 1 lag, wat wijst op geen effect van vaccinatie op niet-COVID-19 overlijden.
Veelvoorkomende, kortdurende bijwerkingen van COVID-19 vaccins zijn hoofdpijn, koorts en vermoeidheid. Ernstigere bijwerkingen zoals myocarditis en pericarditis (na mRNA-vaccinatie) zijn zeldzaam, en het trombose en trombocytopenie syndroom (na vectorvaccinatie) is zeer zeldzaam. Overlijdensgevallen na vaccinatie worden gemeld aan het Bijwerkingencentrum Lareb, dat onderzoekt of mogelijke bijwerkingen verband kunnen houden met het overlijden.
Onderzoek naar overlijden na vaccinatie met BMR-DTP
De Nationale ombudsman heeft een onderzoek ingesteld naar de klacht van ouders wiens achtjarige zoontje is overleden na een vaccinatie met het BMR-DTP vaccin. De ouders vinden dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hen niet goed heeft voorgelicht over mogelijke complicaties en het verband tussen de vaccinatie en het overlijden onvoldoende onafhankelijk heeft onderzocht. Ze stellen ook dat het RIVM een second opinion in de weg staat door geen weefsel van hun zoon ter beschikking te stellen.
Het RIVM heeft de opdracht om de veiligheid van vaccinaties te bewaken. Na het overlijden van de jongen, enkele dagen na zijn BMR- en DTP-vaccinaties, heeft het RIVM het verband onderzocht. De ouders betwisten de onafhankelijkheid van dit onderzoek en het weigeren van weefsel voor een second opinion. De ombudsman onderzoekt de klacht, met name hoe het RIVM ouders informeert over mogelijke complicaties en de onafhankelijkheid van het onderzoek.
Individuele gevallen en vaccinatiebereidheid
Het verhaal van Wessel, het zoontje van Nelleke, die overleed toen hij veertien maanden oud was kort na een vaccinatie, wordt soms gebruikt in de discussie rondom vaccinatie. Nelleke zelf blijft voorstander van vaccineren, ondanks dat de doodsoorzaak van Wessel nooit volledig duidelijk is geworden. Zij denkt wel dat de vaccinatie een rol kan hebben gespeeld door zijn weerstand te verlagen, waardoor een virus meer schade kon aanrichten. Ondanks deze onzekerheid, merkt Nelleke dat zijn verhaal door anderen wordt aangegrepen om niet te vaccineren. Zij benadrukt echter dat ze zou betreuren als andere kinderen overlijden door te voorkomen ziektes, terwijl vaccinatie die bescherming kan bieden.
Bijwerkingen van specifieke vaccins
Rotavirusvaccinatie
Mogelijke bijwerkingen van het rotavirusvaccin kunnen onder andere zijn: koorts, buikgriep en bloed in de ontlasting. Wereldwijd onderzoek toont echter geen significant verschil in koorts bij kinderen die het vaccin hebben ontvangen vergeleken met degenen die dat niet hebben. Darminvaginatie wordt gemeld als een zeer zeldzame bijwerking, maar komt ook spontaan voor. Om het risico te minimaliseren, wordt geadviseerd de vaccinatiereeks vóór zes maanden af te ronden en de eerste dosis niet later dan op 12 weken te geven. Hoewel sommige onderzoeken geen verhoogd risico aantonen, wordt rekening gehouden met een licht verhoogd risico.
Parenterale vaccinaties
Na parenterale vaccinaties kunnen bijwerkingen optreden, meestal binnen twee dagen na de vaccinatie. Veelvoorkomende reacties zijn pijn, zwelling of roodheid op de injectieplaats, last bij het bewegen van de arm of het been, koorts, hangerigheid, onrustig of juist extra veel slapen, flauwvallen (vanaf 4 jaar), spierpijn, hoofdpijn en malaise. Ernstigere bijwerkingen zoals collaps, verkleurde benen, koortsstuipen en huiduitslag komen veel minder frequent voor. Een bijzondere reactie is 'extensive limb swelling' (ELS), een uitgebreide lokale reactie die soms wordt gezien bij kleuters na de DKTP-vaccinatie. Koelen en eventueel paracetamol volstaan doorgaans.
Niet-lokale bijwerkingen na de BMR-vaccinatie, zoals koorts en huiduitslag, kunnen 5 tot 21 dagen na vaccinatie optreden. Anafylactische reacties zijn uitermate zeldzaam; er wordt daarom niet geadviseerd om adrenaline of een noodkit aanwezig te hebben tijdens het vaccineren. In noodgevallen moet 112 gebeld worden.
Omgaan met bijwerkingen en meldingen
Informatie over mogelijke bijwerkingen en wat ouders kunnen doen, is te vinden in folders en infographics die worden meegestuurd met de uitnodigingen voor vaccinaties. Paracetamol kan worden gegeven bij pijn, langdurig huilen of als profylaxe na eerdere vaccinaties, hoewel eerder onderzoek suggereerde dat het de immuunrespons negatief kon beïnvloeden. Nieuwer onderzoek toont echter aan dat een geringe afname van antistoffen klinisch niet relevant is op individueel niveau. De eerste dosis paracetamol moet, indien nodig, ongeveer een half uur voor de vaccinatie worden toegediend. Bij een BMR-vaccinatie is profylaxe niet zinvol; paracetamol wordt alleen zo nodig gegeven.
Koorts is een belangrijke signaalfunctie en geen directe indicatie voor paracetamol. Het is belangrijker om het kind voldoende te laten drinken. Bij kinderen jonger dan 1 maand met koorts (rectaal gemeten > 38 °C) of kinderen jonger dan 3 maanden met koorts zonder duidelijke focus, moet de huisarts worden gewaarschuwd. Niet alle vaccinaties veroorzaken koorts als bijwerking.
De huisarts moet gewaarschuwd worden bij heftige, onverklaarbare klachten of klachten die niet overgaan na paracetamolgebruik. Vaccinaties die worden toegediend aan een doelgroep die niet in de bijsluiter staat, zoals een rotavirusvaccinatie na 24 weken of een HPV-vaccin aan een peuter, moeten worden gemeld bij Lareb.
Zorgverleners zijn wettelijk verplicht om ernstige en onverwachte postvaccinale reacties te melden aan Lareb. Dit geldt voor ernstige gebeurtenissen zoals ziekenhuisopname, blijvende invaliditeit of overlijden, ongeacht het vermeende causale verband, evenals voor onverwachte of bijzondere bijwerkingen, twijfel over vervolgvaccinaties, en onrust of negatieve publiciteit.

Jeugdgezondheidszorg-professionals kunnen rechtstreeks contact opnemen met Lareb voor overleg, maar Lareb is niet bevoegd advies te geven over vervolgvaccinaties of de behandeling van klachten.
tags: #kind #overleden #na #vaccinatie