Vroege jaren en muzikale vorming
Hans Sanders, geboren op 18 juni 1945 in Den Bosch, was een Nederlandse zanger, gitarist en tekstschrijver. Hij groeide op in een muzikaal gezin in Eindhoven. Zijn moeder was actief in het zangkoor van de Vereniging van Nederlandse Huisvrouwen, terwijl zijn vader, Huug Sanders, een klassiek geschoolde violist en pianist was. Ook zijn broer Hugo speelde viool en zijn zussen Carla en Agnes bespeelden de piano. Hans begon zijn muzikale reis achter de piano, maar de traditionele solfège-lessen spraken hem niet aan. Na een gitaar voor Sinterklaas te hebben gekregen, leerde hij zichzelf spelen, geïnspireerd door artiesten als Buddy Holly, Elvis Presley, Cliff Richard en Fats Domino. De muziek van The Shadows leerde hem gitaarsolo's spelen, wat hij ervoer als een bevrijdende kracht.
Zijn eerste podiumervaring deed hij op bij een Mierlose carnavalsvereniging. Hoewel hij voor vier avonden was gecontracteerd, bleef het bij één optreden, aangezien het publiek zijn half ingestudeerde repertoire niet kon waarderen. Tijdens zijn schooltijd op het gymnasium en later de HBS, deelde hij zijn passie voor muziek met schoolvriend Jeroen Ophoff. Samen luisterden ze naar jazz en experimenteerden ze met ritmes. Sanders en Ophoff namen deel aan de jaarlijkse schoolrevue, waar Sanders zich uitleefde in zang, gitaarspel en toneel.

Begin van de carrière en invloed van Peter Koelewijn
Na het gymnasium stapte Sanders over naar de HBS en toonde hij meer interesse in muziek en politiek dan in zijn studie. Hij las politieke manuscripten en manifesten. Na zijn eindexamen begon hij aan de Sociale Academie. In februari 1965, op 18-jarige leeftijd, kwam Sanders via een vriendin in contact met Peter Koelewijn, bekend van zijn hit "Kom van dat dak af". Koelewijn zocht een vervanger voor zijn pianist Harry van Hoof, iemand die zowel piano als gitaar kon spelen. Sanders werd aangenomen als lid van de band The Rockets en trad gemiddeld twee keer per week op.
Later voegde Jeroen Ophoff zich ook bij de groep, die tijdelijk verderging onder de naam 4PK, mede met het oog op internationale distributie. Na een conflict met de directeur van de platenmaatschappij, stopte Sanders met zijn studie. Hij moest in militaire dienst, maar werd na vier maanden afgekeurd. Vervolgens begon hij aan een studie politicologie in Amsterdam, waar hij betrokken raakte bij de Provo-beweging. Echter, het repertoire en de "commerciële" aanpak van Koelewijn begon hem tegen te staan. Nog voordat hij zijn baan bij The Rockets opzegde, speelde hij al in een andere band, Dirty Underwear, opnieuw met Jeroen Ophoff.
Experimentele fase en de band Dirty Underwear
Met Dirty Underwear zag Sanders kansen om met zijn muziek meer te doen dan alleen mensen vermaken. Hij brak zijn studie in Amsterdam af en keerde terug naar Eindhoven. De groep experimenteerde met diverse muziekstijlen en werkte samen met alternatieve ensembles zoals het New Electric Chamber Music Ensemble en New Jazz Symphonic. Ze maakten deel uit van een samenwerkingsverband genaamd de Free Community of Peace and Pleasure of the Global City. In deze periode trouwde Hans Sanders met Liesbeth en kregen ze een zoon. Hoewel de groep, die op verzoek van Philips werd omgedoopt tot Dirty voor een single-uitgave, een geduchte reputatie had en regelmatig optrad, bleef geld een probleem.

De Zuid-Nederlandse Fanfare en de geboorte van Bots
Sanders verdiende bij met schilderwerk en begon het gezinsleven te waarderen, maar het eindeloos repeteren begon hem minder te bekoren. Hij schreef zich opnieuw in voor de Sociale Academie en studeerde deze keer wel af. Ondertussen kwam hij in contact met de links-radicale toneelgroep Proloog, die muzikanten zocht voor een kindermusical. Hoewel Lennaert en Astrid Nijgh oorspronkelijk de liedjes zouden schrijven, nam Sanders deze taak op zich voor de Nederlandstalige nummers. In die tijd werd de Zuid-Nederlandse Fanfare, met wie Sanders samenwerkte, getroffen door tegenslagen zoals het afbranden van de repetitieruimte en technische problemen met vervoer. Sanders' wens om te experimenteren met Nederlandstalig repertoire stuitte niet bij alle bandleden op instemming.
Na het uiteenvallen van de Fanfare ging Sanders samen met Sjors van de Molengraft en Bonkie Bongaerts verder met uitsluitend Nederlandstalig repertoire. Dit leidde tot de oprichting van de maatschappijkritische en humoristische popgroep Bots. De muziek van Bots sloeg aan bij het publiek, mede dankzij hits als "Lied van de werkende jeugd" en "Pro deo voor de EO". In 1976 scoorde de band een Top 40-hit met "Zeven Dagen Lang", dat ook in Duitsland een groot succes werd. Vanaf 1978 trad Bots regelmatig op in Duitsland en bracht de groep meerdere Duitstalige albums en singles uit, en speelde ook in de toenmalige DDR. De band stopte met optredens in beide Duitslanden in juni 1988 met twee live-optredens op televisie, één in de DDR en één in West-Berlijn.

Bots: Succes, controverses en latere jaren
De jaren '90 kenmerkten zich door een rustiger bestaan voor Bots. Eind 2003 begon Sanders met het schrijven van nieuwe songs voor een nieuw album. In 2005 werd een remake van de hit "Zeven dagen lang" uitgebracht, in samenwerking met rapper Ali B. Het laatste optreden van Bots vond plaats op 19 januari van dat jaar in De Lievenkamp in Oss. Enkele maanden later kreeg Sanders te horen dat hij ongeneeslijk ziek was. De band was in de laatste maanden bezig met een nieuw album, waarvan Sanders nog enkele nummers had ingezongen.
Bots was in de jaren '90 een controversiële groep. Hoewel ze door sommige linkse groeperingen werden uitgenodigd om bijeenkomsten op te luisteren, lag men met anderen openlijk in de clinch. De muziek van Bots, die vaak maatschappijkritische thema's behandelde zoals bureaucratie, de consumptiemaatschappij, kapitalisme en milieuvervuiling, werd zowel geprezen als bekritiseerd. Kritiekpunten waren onder andere de vermeende vaagheid van teksten, waardoor ze door een breed publiek, inclusief "rechtsen", konden worden meegezongen. Daarnaast werd de commerciële aanpak van de groep, die gebruik maakte van een grote platenmaatschappij als Phonogram om een breder publiek te bereiken, bekritiseerd door meer marginale groepen. Sanders verdedigde deze keuze door te stellen dat ze zo meer publiek konden bereiken en gebruik maakten van de faciliteiten die hen werden geboden, zoals een eigen studio en geen inmenging in het creatieve proces.
De groep presenteerde op hun derde album "Wie zwijgt stemt toe" een breed scala aan onderwerpen, van politieke thema's tot persoonlijke reflecties. Het album bevatte nummers in alfabetische volgorde, waaronder "zelfkritiek (Popmuzikant)". De hoes van het album was in brailleschrift uitgevoerd.
Overlijden en nalatenschap
Hans Sanders overleed in 2007 op 61-jarige leeftijd na een slopende ziekte. Hij liet een indrukwekkende muzikale carrière na, gekenmerkt door zijn rol als frontman van Bots en zijn bijdrage aan de Nederlandse muziekscene. Zijn muziek, die vaak sociaal en politiek geëngageerd was, maar ook toegankelijk en melodieus, blijft generaties inspireren.