De eicel is de niet-beweeglijke, vrouwelijke gameet of geslachtscel die tijdens geslachtelijke voortplanting bevrucht wordt door de mannelijke gameten, de zaadcellen. Deze laatste zijn beweeglijk doordat ze flagellen bezitten.
Ontwikkeling en Aantal Eicellen
Bij hogere dieren, inclusief de mens, ontstaan eicellen in de vrouwelijke geslachtsklieren, de eierstokken. Bij de geboorte heeft een vrouw in aanleg enkele duizenden eicellen. Hiervan komen er gedurende haar vruchtbare leven een paar honderd tot rijping.
In tegenstelling tot de zaadcel is de eicel niet zelf mobiel. Daarentegen bevat een eicel een grote hoeveelheid reservevoedsel om na de versmelting, de zygote en het vroege embryo voor de eerste tijd van energie te voorzien.
In het vruchtbeginsel van een bedektzadige plant kunnen één of meerdere zaadknoppen met elk een eicel (embryozak) voorkomen. De embryozak van een plant bevat in tegenstelling tot een dierlijke eicel minder reservevoedsel. Bij de bedektzadigen versmelt na bevruchting één kern uit de stuifmeelbuis met de secundaire embryozakken en vormt zo een triploïde (3n) kern. Deze kern groeit uit tot het endosperm (kiemwit), dat reservevoedsel bevat voor de zich later te ontwikkelen plant. De andere kern versmelt met de eicel, dat vervolgens uitgroeit tot het kiempje.

De Reis naar Bevruchting
Als je zwanger wilt worden, is het cruciaal om te weten wanneer je de grootste kans hebt. Bereken vooraf je vruchtbare dagen, dit is de periode rond je eisprong. De bevruchting draait namelijk om de eisprong, het moment waarop een rijpe eicel vrijkomt.
Tijdens elke menstruatiecyclus komt er één rijpe eicel vrij. Dat gebeurt in een met vocht gevuld blaasje. Dit blaasje noem je een follikel en is zo groot als een kers. Tijdens je eisprong barst het blaasje open en komt de eicel in je eileider terecht, klaar om bevrucht te worden.
Een rijpe eicel leeft ongeveer 24 uur en is slechts 12 uur lang hoog vruchtbaar. Daarna neemt de vruchtbaarheid snel af, totdat de eicel uiteindelijk afsterft.
Als je seks hebt en je partner klaarkomt, komen er bij de zaadlozing miljoenen zaadcellen vrij in je vagina. Maar slechts een paar honderd van deze zaadcellen zijn sterk en snel genoeg om de spannende reis naar de eileiders te maken. Ze zwemmen door de baarmoedermond en de baarmoeder. Hoewel de eerste zaadcellen de eileiders binnen 5 minuten kunnen bereiken, duurt het ongeveer 24 uur voordat de bevruchting daadwerkelijk plaatsvindt.
Hoe lang de zaadcellen overleven in de baarmoederhals is afhankelijk van de kwaliteit van het sperma. Sommige zaadcellen blijven - in de meest ideale omstandigheden - wel 6 dagen in leven. Bij een slechtere kwaliteit is dit veel korter. Een gezonde levensstijl heeft grote invloed op de kwaliteit van sperma.
Bemestingsprocessen (3D-animatie)
Het Moment van Bevruchting
Uiteindelijk bereiken slechts ongeveer honderd zaadcellen het gebied rondom de eicel. Slechts één van deze zaadcellen zal de eicel kunnen binnendringen. Zodra dit magische moment aanbreekt, versmelten beide cellen met elkaar. Dit noemen we de bevruchting.
Je vraagt je misschien af: kan ik de bevruchting voelen? Nee, je kunt het niet voelen. Wel kun je ongeveer 8 dagen na de bevruchting ‘innestelingspijn’ ervaren. Dit is niet wetenschappelijk bewezen, maar sommige vrouwen ervaren een soort buikkramp tijdens de innestelingsperiode. De innesteling is het moment dat het bevruchte eitje (embryo) zich innestelt in je baarmoederwand. Soms kan dit ook gepaard gaan met een innestelingsbloeding. Dit hoeft overigens niet zo te zijn. Er zijn ook genoeg vrouwen die niets van de innesteling merken.
Ontwikkeling na Bevruchting
De bevruchte eicel wordt een zygote genoemd. Deze zygote bevat alle genetische informatie die nodig is om uit te groeien tot een baby. De helft van de genen komt van de eicel van de moeder en de andere helft van de zaadcel van de vader. Na de bevruchting wordt de zygote in enkele dagen naar de baarmoeder vervoerd via de eileider. Tijdens deze reis delen de cellen zich intensief. De zygote ontwikkelt zich tot een embryo. Eenmaal aangekomen in de baarmoeder, nestelt het embryo zich in de baarmoederwand om verder te groeien.
Bij de meeste vrouwen duurt het een paar weken, voordat ze zich echt zwanger voelen. Er zijn ook vrouwen die zich direct na de bevruchting meteen zwanger voelen, doordat zij de eerste zwangerschapssymptomen menen te ervaren. Denk bijvoorbeeld aan hoofdpijn of gevoelige borsten. Deze zwangerschapskwaaltjes worden veroorzaakt door het zwangerschapshormoon hCG. Het hCG-hormoon neemt toe vanaf het moment dat je niet meer ongesteld bent geworden. Waar de ene zwangere al snel iets merkt, krijgt de ander pas vanaf 6 of 7 weken de eerste kwaaltjes. Het kan ook zijn dat je nauwelijks iets merkt.
Hoe Groot is een Eicel?
Een eicel heeft een doorsnede van ongeveer 0,10 mm. Daarmee is het een van de grootste cellen in je lichaam. De eicel is zo groot dat je geen microscoop nodig hebt om deze te kunnen zien. Met het blote oog is ze ook net te zien. Ter vergelijking: een eicel is ongeveer dertig keer zo groot als een zaadcel.

Hormonale Regulatie van de Eisprong
Het proces van rijping en eisprong wordt geregeld vanuit je hersenen, met name door de hypofyse. Deze maakt twee geslachtshormonen aan: het follikel stimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH).
Tijdens en na je menstruatie maakt de hypofyse meer FSH aan. Dit hormoon geeft iedere maand vijf tot twintig follikels het seintje om te gaan groeien en ontwikkelen. Hiervan blijft er één over die zich verder blijft ontwikkelen. Deze ‘springt’ tijdens de eisprong uit haar follikel. De rest van de follikels sterft af. De follikel van de gesprongen eicel blijft achter in je eierstok. Dit overblijfsel, het gele lichaam, maakt nu oestrogeen en progesteron aan. Deze hormonen bereiden je baarmoeder voor op een mogelijke bevruchting. Het baarmoederslijmvlies wordt dikker. Hierdoor kan de gesprongen eicel zich na een bevruchting makkelijker innestelen. Slaagt de bevruchting? Dan zorgen progesteron en oestrogeen ervoor dat het slijmvlies je baarmoeder niet verlaat.
Het FSH zorgt er dus voor dat één follikel zich blijft ontwikkelen in je eierstok. Is de eicel die hierin zit rijp genoeg en is er een piek in de hoeveelheid oestrogeen? Dan neemt de hoeveelheid FSH af. De hoeveelheid LH stijgt juist. Er ontstaat een piek van LH, die ervoor zorgt dat je lichaam de eisprong in gang zet. De follikel barst open aan de rand van de eierstok. Vervolgens ‘springt’ de eicel eruit en komt ze in de eileider terecht, klaar om bevrucht te worden.
De eicel blijft ongeveer 24 uur in de eileider, tot ze de baarmoeder bereikt. Tijdens deze reis wordt ze vooruit gebracht door kleine trilhaartjes in de eileider. Een eicel kan zichzelf namelijk niet vooruit bewegen, in tegenstelling tot een zaadcel. Ook het stromen van vloeistof in de eileider zorgt ervoor dat ze beweegt en in de baarmoeder terechtkomt. De hoeveelheid oestrogeen neemt na de eisprong een beetje af, terwijl de hoeveelheid progesteron toeneemt. Progesteron maakt de baarmoederwand verder klaar voor een mogelijke innesteling. Ook remt het de aanmaak van FSH en LH. Zo voorkomt je lichaam dat er nieuwe eicellen rijpen.
Levensduur van de Eicel en Zaadcel
Na de eisprong is een eicel ongeveer twaalf uur lang hoog vruchtbaar. Hierna neemt de vruchtbaarheid van de eicel snel af. Hoe snel dit precies gebeurt, hangt af van de kwaliteit van de eicel. Meer dan een dag na de eisprong is de kans op een bevruchting bijna nul.
Een zaadcel kan gemiddeld drie dagen overleven in je vagina, eileiders en baarmoeder. Wil je de kans op een zwangerschap vergroten? Dan kan je het beste vrijen in de periode vanaf drie dagen voor de eisprong tot en met de dag van de eisprong zelf. Zo heb je de grootste kans op een succesvolle bevruchting.
| Fase van het leven | Geschat aantal eicellen |
|---|---|
| Foetus (in de baarmoeder) | 6-7 miljoen |
| Geboorte | 1-2 miljoen |
| Puberteit | Enkele honderdduizenden |
| Vruchtbare leven (tot menopauze) | Ongeveer 400 ovuleren |