Een fopspeen, ook wel bekend als speen of tutje, is een losse speen zonder fles die baby's gebruiken om op te zuigen. Meestal vervaardigd uit rubber of siliconen, dient de fopspeen primair om baby's te kalmeren, in slaap te sussen en hun natuurlijke zuigbehoefte te bevredigen. Het zuiggedeelte wordt geflankeerd door een schildje, van rubber of plastic, dat voorkomt dat de baby de speen per ongeluk inslikt.
Waarom een fopspeen geven? De voordelen op een rij
De belangrijkste reden voor het gebruik van een fopspeen is het bieden van troost en kalmte aan baby's. Zuigen heeft een bewezen rustgevend en stressverlagend effect, wat met name van pas komt bij onrustige baby's. Zelfs in medische settings, zoals bij te vroeg geboren baby's of baby's met startproblemen in ziekenhuizen, wordt de fopspeen ingezet. Het zuigen stimuleert de zuigreflex, bevredigt de zuigbehoefte en kan, bijvoorbeeld tijdens sondevoedingen, helpen om het zuigen te associëren met voeding.

Specifieke voordelen van fopspeengebruik:
- Troost bieden: Naast fysiek contact, wiegen en zingen, kan een fopspeen uitkomst bieden wanneer een baby onrustig is of zich niet fijn voelt.
- Hulpmiddel bij het slapen: Het kalmerende en ontspannende effect van een speentje kan baby's helpen om in slaap te vallen.
- Minder kans op wiegendood: Studies suggereren dat fopspeengebruik de kans op wiegendood kan verminderen. Mogelijke verklaringen zijn de stimulatie van mond- en kaakspieren, waardoor de luchtweg vrijer blijft, en het feit dat speenzuigers minder diep slapen en sneller hun hoofdje opzij draaien.
- Rust voor ouders: In stressvolle situaties, zoals in de supermarkt, wachtkamer, tijdens vliegreizen, bij krampjes of ziekte, kan een fopspeen ook de rust bij ouders bevorderen.
- Beter alternatief dan duimzuigen: Duimzuigen kan blijvende gevolgen hebben voor de kaakstand. Fopspeengebruik is doorgaans tijdelijk en geeft minder druk op de tandjes, waardoor het geen blijvend effect heeft op het gebit en makkelijker af te leren is dan duimzuigen.
Mogelijke nadelen en aandachtspunten bij fopspeengebruik
Ondanks de voordelen kleven er ook nadelen aan het gebruik van een fopspeen, met name in relatie tot borstvoeding en de ontwikkeling van het gebit.
Zuigverwarring en borstvoeding:
Er bestaat discussie over de impact van fopspeengebruik op borstvoeding. Sommigen stellen dat het zuigen op een speen een andere techniek vereist dan aan de borst zuigen, wat kan leiden tot frustratie bij de baby en het weigeren van de borst. Lactatiekundigen benadrukken echter dat het moment van introductie cruciaal is en dat het geven van een speen wanneer de baby honger heeft, belangrijke voedingssignalen kan maskeren.
Negatief effect op melkproductie:
Overmatig speengebruik kan de zuigtijd aan de borst verminderen, wat potentieel kan leiden tot een teruglopende melkproductie. Het advies is daarom om de fopspeen pas te introduceren nadat de borstvoeding goed op gang is gekomen, meestal na ongeveer twee weken.
Effect op kaak- en tandstand:
Langdurig gebruik van een fopspeen kan de stand van de kaak en tanden negatief beïnvloeden. De speen duwt de tong omlaag, wat de groei van de bovenkaak kan verstoren en kan leiden tot een smal gehemelte, scheve tanden en een nauwere neusholte. Kindertandartsen adviseren dan ook om het speengebruik vóór de eerste verjaardag af te bouwen.
Het afleren van de speen:
Het gebruik van een fopspeen is aangeleerd gedrag dat uiteindelijk afgeleerd moet worden. Dit kan voor sommige kinderen gemakkelijker zijn dan voor andere. Het afleren kan soms gepaard gaan met gehechtheid aan de "speenvriendje".
Risico op middenoorontsteking:
Sommige onderzoeken suggereren een verband tussen speengebruik en het ontstaan van middenoorontsteking, met name bij oudere baby's en peuters die de hele dag door op een speen zuigen.

Wel of geen fopspeen? Advies en richtlijnen
De beslissing om een fopspeen te gebruiken is persoonlijk. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid beschouwt het gebruik van een fopspeen als een veiligheidsbevorderende factor, mits verstandig toegepast. Dit houdt in:
- Introductie na op gang gekomen borstvoeding: Als je borstvoeding geeft, wacht dan tot de borstvoeding goed verloopt. Bij flesvoeding is uitstel niet strikt noodzakelijk.
- Beperkt gebruik: Gebruik de fopspeen voornamelijk als hulpmiddel bij het inslapen en bij ongemakken die duidelijk geen honger betreffen (zoals darmkrampjes).
Wanneer mag een baby een speen gebruiken?
Over het algemeen wordt aangeraden om een fopspeen te introduceren wanneer de borstvoeding goed onder de knie is, wat meestal rond de drie tot vier weken het geval is. Als je overschakelt op flesvoeding, kan een fopspeen helpen bij de gewenning aan de kunstmatige speen. Het is echter verstandig om de introductie uit te stellen tot de voedingsmethode en het voedingspatroon van de baby goed zijn aangewend.
Hoe introduceer je een fopspeen bij een pasgeboren baby?
- Vervangt geen maaltijd: De fopspeen mag nooit in plaats van voedingsmomenten komen.
- Niet forceren: Als de baby de speen niet wil, forceer dit dan niet.
- Hygiëne: Steriliseer de fopspeen dagelijks gedurende de eerste zes maanden en daarna tweemaal per week. Steriliseer ook vóór het eerste gebruik.
- Veiligheid: Bind de fopspeen nooit ergens aan vast, zeker niet om de nek, handen of het wiegje.
- Geen zoetstoffen: Gebruik geen honing of suiker op de speen, dit kan tandbeschadiging veroorzaken.
- Tijdens het slapengaan: Bied de speen aan wanneer de baby gaat slapen, maar stop deze niet terug als deze uit het mondje valt tijdens de slaap.
Hoelang mag een speen gebruikt worden?
Het gebruik van een fopspeen is tijdelijk. Het wordt aangeraden om rond de eerste verjaardag te beginnen met het afbouwen van het speengebruik. Te langdurig gebruik kan de spraakontwikkeling en de groei van tanden beïnvloeden. Een geleidelijke afbouw kan helpen, waarbij het gebruik wordt beperkt tot slaapmomenten en uiteindelijk volledig wordt uitgefaseerd. Het vervangen van de speen door een knuffel of een afscheidsritueel kan ondersteunend werken.
Fopspeen afbouwen
Macaroni: culinaire geschiedenis en bereiding
Naast het onderwerp fopspenen, is er ook informatie over macaroni, een populaire pastasoort. Macaroni is oorspronkelijk afkomstig uit Italië en wordt gemaakt van harde tarwe (durumtarwe) en water. Het wordt onder hoge druk door een matrijs geperst. Kenmerkend voor macaroni is de korte, holle vorm, die recht of gebogen kan zijn (elleboogjes). De naam 'macaroni' is afgeleid van het Italiaanse 'maccheroni'.
De geschiedenis van macaroni reikt terug tot de Romeinen. Een bekende misvatting is dat Marco Polo macaroni in de 13e eeuw naar Italië zou hebben gebracht; de pastasoort was al veel eerder bekend. Het oudst bekende recept verscheen rond het jaar 1000. Bekende recepten zijn onder andere macaroni met aubergine en macaroni met sardientjes. De combinatie van pasta met kaas werd al in de 16e eeuw genoemd.
In de wetenschap wordt aangenomen dat het woord 'macaroni' afgeleid is van het Griekse 'makaria', een gerstbouillon. De schrijfwijze "mac(c)aroni" werd in Engeland in de 18e eeuw bekend door 'The Maccaroni Club'. In de meeste landen, met uitzondering van Italië, verwijst 'macaroni' specifiek naar de korte elleboogjes, wat waarschijnlijk zijn oorsprong vindt in Noord-Amerika, waar 'mac and cheese' een geliefd gerecht is.
In de Westers-Chinese keuken, met name in Hongkong, wordt macaroni ook bereid, vaak in bouillon met diverse ingrediënten zoals ham, worstjes en groenten.
Italiaanse eetgewoonten:
De tekst bevat ook inzichten in traditionele Italiaanse eetgewoonten, zoals het gebruik van een vork voor alle pastasoorten, het niet spoelen van pasta na het afgieten, het vermijden van olijfolie in het kookwater, en het belang van eenvoud in gerechten. Ook wordt benadrukt dat Italianen de tijd nemen voor maaltijden en koffie.
