Hockey: Regels, Geschiedenis en Spelplezier

Na een overtreding of als de bal buiten het veld is gegaan, zijn er een aantal regels voor spelhervattingen in het hockey. Deze regels zorgen voor een eerlijk en gestructureerd spelverloop.

Spelhervattingen

Begin van de wedstrijd en na een doelpunt

Bij het begin van de wedstrijd wordt de bal genomen door één van de teams, vanaf het midden van het veld. Hierbij staan alle spelers op hun eigen helft van het veld. De bal mag in elke gewenste richting worden gespeeld. Ook na een doelpunt wordt het spel op deze manier weer gestart.

Zijlijn

Is de bal over een zijlijn gegaan? Dan wordt het spel hervat met een inslag op de plek waar de bal uit het veld is gegaan, uiteraard door het team dat de bal niet als laatste aanraakte. De tegenstander moet hierbij 5 meter afstand houden. Teamgenoten mogen zo dichtbij staan als ze willen. Een uitzondering hierbij is in het 23 meter gebied aan beide uiteinden van het veld. Hierbinnen moet iedereen op minimaal 5 meter afstand staan.

Uitslaan / Achterlijn

Is de bal over de achterlijn gegaan via de aanvallende partij? Dan geeft de scheidsrechter 'uitslaan' aan. De verdedigende partij hervat het spel dan met een vrije bal ter hoogte van de bovenrand van de cirkel, recht tegenover de plek waar de bal over de achterlijn is gegaan. De tegenstander moet op 5 meter afstand staan.

Lange corner

Is de bal over de achterlijn gegaan via de verdedigende partij? Dan mag de aanvallende partij een vrije bal nemen op de 23 meter lijn, recht tegenover de plek waar de bal over de achterlijn is gegaan. Iedereen moet 5 meter afstand houden.

Vrije slag

Fluit de scheidsrechter voor een overtreding? Bijvoorbeeld voor shoot of hakken, dan wordt het spel hervat met een vrije slag op de plek waar de overtreding was. Hierbij moet de tegenstander altijd 5 meter afstand houden, medespelers mogen zo dichtbij staan als ze willen. Behalve in de 23 meter gebieden aan weerszijde van het veld. Is er binnen dit 23 meter gebied een overtreding gemaakt? Dan moet iedereen 5 meter afstand nemen bij de vrije slag.

Self-pass

Bij alle bovenstaande spelhervattingen mag de speler de bal passen, maar hij of zij kan ook zelf gaan lopen met de bal, dit noemen we een self-pass. De self-pass is een van de vele innovatieve regels binnen het hockey, waardoor het spel veel sneller is geworden. Ook hiervoor geldt, de tegenstander moet bij deze spelhervatting op 5 meter afstand beginnen.

Strafcorner

Een andere, speciale, spelhervatting is een strafcorner. De aanvallende partij krijgt een strafcorner toegekend wanneer er binnen de cirkel een overtreding wordt gemaakt door de verdedigende partij op de aanvallende partij (bijvoorbeeld shoot of hakken). Bij een strafcorner krijgt de aanvallende partij in een overtalssituatie de kans om een doelpunt te scoren.

Illustratie van een hockeyveld met de verschillende lijnen en zones.

Geschiedenis van Hockey

Hockey is een sport met een rijke geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. Vijfduizend jaar geleden speelden rijke Perzen, in het huidige Iran, een spel dat veel leek op POLO, maar dan te paard. De minder welvarende bevolking, waaronder kinderen en arbeiders, wilde dit spel ook graag spelen, maar kon zich geen paarden veroorloven. Zij maakten kortere stokken en speelden het spel zonder paarden, direct op de grond met een stok en een varkensblaas. Het POLOspel verspreidde zich over een groot deel van Azië. In Griekenland werd later ook POLO gespeeld, en uit opgravingen is gebleken dat uit POLO weer andere speelvormen met stok en bal ontstonden. Zo speelden de Grieken 478 jaar voor Christus het spel HORN, eveneens met stok en bal.

In de 17e eeuw ging men in Engeland Bandy spelen, wat op ijsvlakten werd beoefend en ook wel ice hockey werd genoemd. Dit spel werd snel populair, ook in de rest van Europa. In Engeland werden in de 18e eeuw verschillende spellen verboden omdat ze als te gevaarlijk werden beschouwd. Later, in de 19e eeuw, werden allerlei beschermingsmiddelen ontwikkeld om spelers te beschermen tegen verwondingen. Hierdoor konden de spelen weer beoefend worden. Vooral op scholen en universiteiten in Engeland werd toen veel aan sport gedaan, waaronder hockey. De naam 'Hockey' is volgens velen afgeleid van het Engelse woord 'hook' (haak). De Engelsen brachten de sport over naar Australië, Nieuw-Zeeland, India en Pakistan.

In 1891 bracht Pim Mulier het veldhockey van Engeland naar Nederland. Haarlem was de stad waar het eerst hockey werd gespeeld. Bandyspelers gingen buiten het winterseizoen veldhockey spelen. In 1895 werd al gespeeld om het kampioenschap van Nederland. In 1898 werd in Amsterdam door 5 clubs de Nederlandse Hockey en Bandybond (NHBB) opgericht. Vlak na de oprichting gingen de Bandyspelers hun eigen weg. In 1909 waren 11 verenigingen lid van de NHBB, 10 jaar later waren dit er al 29.

Nederland speelde in het begin met een aantal eigen regels. Zo had de stick twee platte kanten en was de bal gemaakt van gevlochten touw en canvas. De bal was groter en veel lichter dan nu, en omdat hij een oranje kleur had, werd hij de 'sinaasappel' genoemd. Spelers mochten de bal met de voet stoppen en de tegenstander met de stick haken. Deze eigen regels waren uiteraard niet handig in wedstrijden tegen teams uit het buitenland.

Hockeyuitrusting

Om te hockeyen heb je verschillende spullen nodig. Je hebt een tenue met de kleuren van de hockeyclub. Een hockeytenue bestaat voor meisjes uit een T-shirt en een rokje, hoewel tegenwoordig ook een broekje is toegestaan. Voor jongens is er een broekje in plaats van een rokje. Om je gebit te beschermen draag je een bitje. Om je schenen te beschermen heb je scheenbeschermers. Je hebt ook hockeyschoenen, die net als bij voetbalschoenen noppen hebben, maar deze zijn kleiner en talrijker. Voor en na de wedstrijd, en als je wissel bent, draag je een sweater, een warme trui om warm te blijven. Je draagt hockeysokken, die lijken op voetbalsokken.

Om te hockeyen heb je een hockeystick en een bal nodig. De hockeybal is vaak wit, maar sommige ballen zijn versierd met een kleurtje. De hockeybal is bijna altijd van kunststof. Hij moet een omtrek hebben van 22,4 cm tot en met 23,5 cm en tussen de 156 en 163 gram wegen. Een hockeystick was vroeger altijd van hout, maar tegenwoordig zijn er ook sticks van kunststof. Een stick heeft een bolle (ronde) en een platte kant. Tijdens een wedstrijd en training mag je alleen de platte kant gebruiken; met de bolle kant mag je de bal niet raken. De stick heeft onderaan een krul. De rest van de stick heet de steel. Hockeysticks hebben verschillende lengtes. Voor volwassenen zijn er twee maten: een gewone maat en een verlengde (lange) maat speciaal voor lange mensen. Een vuistregel voor de juiste lengte is dat de stick onder je oksel moet reiken tot net onder je knie. Jeugdsticks variëren van 69 tot 89 cm, voor volwassenen zijn ze van 91 tot 97 cm. Als je een hockeystick met de platte kant naar beneden legt, mag de hoogte maximaal 25 mm zijn.

Collage van verschillende hockeyattributen: stick, bal, bitje, scheenbeschermers, tenue.

Het Hockeyveld

Een hockeyveld is een rechthoekig veld van 91,4 meter lang en 55 meter breed, wat kleiner is dan een voetbalveld. Er zijn verschillende soorten hockeyvelden: zandvelden (zand met kunstgras), semi-velden (zand en water, kunstgras wordt gesproeid) en watervelden (uitsluitend water en kunstgras, dat ook gesproeid moet worden). Het veld is meestal groen.

Op het veld staan diverse lijnen. De lijn in het midden heet de middenlijn. Twee lijnen lopen van de ene zijlijn naar de andere, parallel aan de middenlijn; dit zijn de 23-meterlijnen. De afstand tussen de middenlijn en de 23-meterlijn is 22,8 meter. Er zijn ook twee cirkels, ook wel halve cirkels genoemd, waarbinnen gescoord mag worden. Ongeveer in het midden van elke cirkel bevindt zich een strafbalstip, op 6,4 meter afstand van het doel. Deze stip heeft een diameter van 15 centimeter.

De afstand tussen de 23-meterlijn en de achterlijn is 22,9 meter. De zijlijnen zijn 7,5 centimeter breed. De lange lijnen die het veld afbakenen, heten zijlijnen, en de korte lijnen heten achterlijnen. Het doel is 3,66 meter breed en 2,14 meter hoog.

Spelregels en Overtredingen

Bij hockey zijn er best veel spelregels. Als de bal tegen je voet komt, is dat shoot (schieten met de voet). Je mag de bal niet met de bolle kant van de stick spelen; de slag wordt dan afgefloten. Als een verdediger de bal expres over de achterlijn speelt, wordt dat bestraft met een strafcorner. Er is ook een strafcorner als iemand in de eigen cirkel een shoot maakt.

Hoe werkt een strafcorner?

Bij een strafcorner staan 3 mensen op de kopcirkel (de rand van de cirkel). Er wordt afgesproken wie de bal aanneemt. Een van de verdedigers gaat met de bal op het tweede streepje staan en zodra er wordt gefloten, mag hij of zij de bal pushen, flatsen of slaan. Een hoge push of hoge flats is niet toegestaan. Er staan 4 tegenspelers en een keeper in het doel. Zodra de bal is genomen, mogen de aanvallers uitrennen. De partij die de strafcorner heeft gekregen, mag de bal pas buiten de cirkel aannemen. De verdedigende partij probeert te voorkomen dat de aanvallende partij de bal krijgt.

Bij veldhockey geldt dat als de bal door de tegenpartij over jouw achterlijn wordt gespeeld, je een vrije bal krijgt op een bepaalde plek op je eigen helft. Bij de lagere teams is dit dichtbij, maar vanaf de D1 is het verder weg. Vanaf de D8 krijg je een strafcorner als je aanvalt en de bal in de cirkel tegen een voet van een tegenspeler komt, of als de keeper de bal expres over de achterlijn speelt. Als de bal langs de zijlijn uit gaat, krijg je een vrije bal op de plek waar hij uit ging.

De bal mag soms hoog gespeeld worden, maar alleen als hij op het doel gaat of als het geen gevaarlijk spel veroorzaakt.

Basis slagen

Bij hockey zijn er drie basis slagen:

  • Push: Gaat niet zo hard en wordt wel gebruikt voor de strafcorner.
  • Flats: Gaat al wat harder en wordt het vaakst gebruikt.
  • Slag (Shot): Gaat het hardst, maar vaak minder vlak.

Zaalhockey

Naast veldhockey bestaat er ook zaalhockey, wat enkele verschillen kent. Zaalhockey speel je meestal vanaf de D-categorie (of F/E), maar dan nog zonder competitie. Bij zaalhockey worden balken gebruikt als hulpmiddel; als je de bal ertegenaan speelt, kaatst de bal terug. De balk fungeert als een soort tweede persoon. Er is ook een speciale zaalhockeystick die platter is en makkelijker hanteerbaar in de zaal. Je kunt in de zaal ook blokken, wat inhoudt dat je je stick met één hand op de grond legt. Als iemand de bal ertegenaan speelt, krijg je een vrije bal.

De bal mag bij zaalhockey niet hoog gespeeld worden, tenzij hij richting het doel gaat. Zaalhockey wordt altijd 6 tegen 6 gespeeld (1 keeper en 5 veldspelers). De speeltijd in de zaalhockeycompetitie is twee keer 20 minuten.

Toernooien en Competities

Er zijn kleine en grote toernooien. Grote toernooien kunnen nationaal of internationaal zijn. Als je een internationaal toernooi wint, speel je sowieso de Europa Cup 1; bij een tweede plaats speel je de Europa Cup 2. De nummers 1, 2 en 3 spelen de EHL (Euro Hockey League), een groot evenement voor de beste teams van Europa. Als je in het Nederlands team zit, kun je het WK en het EK spelen, en daarna de Olympische Spelen. Het WK is het grootste evenement, waar bijna de hele wereld aan deelneemt.

Voor de jeugd zijn er ook toernooien voor de E, D, C, B en A-categorieën. Bij E-toernooien ontvang je vaak een kleine beker, gratis patat of andere kleine prijzen. Bij D-toernooien krijg je een normale beker of een grote taart. Bij C-, B- en A-toernooien win je altijd een grote beker. Kleine toernooien vinden soms plaats bij één club of binnen één provincie, terwijl grotere, niet-internationale toernooien landelijk zijn.

Training

Om beter te worden, is goede training essentieel. Een hockeytraining kan bestaan uit diverse oefeningen en spellen, zoals passen, dribbelen, balcontrole, tactiek, spelletjes, conditie (atletische training), keepers-, verdedigings-, aanvals- en scoringsspelletjes. Als je nog niet zo lang hockeyt, train je één keer per week. Bij de mini's train je op zaterdagochtend om 10 uur. In de F- en soms ook E-categorieën train je één keer per week op een avond. In de D-, C-, B-, A-categorieën en bij de senioren train je vaker. Als je in de E-categorie al achttal speelt, train je twee keer per week; anders één keer.

Wedstrijden

Een hockeywedstrijd van een elftal duurt twee keer 35 minuten en wordt geleid door twee scheidsrechters. Elke scheidsrechter begeleidt één helft van het veld, maar mag voor overtredingen over het hele veld fluiten, behalve in de cirkel van de collega-scheidsrechter. De scheidsrechters werken als team en helpen elkaar, onder andere bij het aangeven aan wie de bal mag worden toegekend. Na de eerste 35 minuten is er een rust van 5 tot 10 minuten.

Aan het begin van de wedstrijd wordt er vanaf het midden van het veld getost. De partij die de toss wint, mag de bal als eerste uitnemen. Na de rust mag het andere team beginnen. Na elk doelpunt wordt het spel weer gestart in het midden.

Regelwijzigingen en Aanpassingen voor Jeugdteams (vanaf september 2019)

Vanaf september 2019 zijn er enkele aanpassingen in de regels voor jeugdteams (U7-U12) doorgevoerd om het spel te verbeteren en de ontwikkeling van spelers te stimuleren.

  1. Coaches mogen niet meer op het veld (vanaf U7): Coaches blijven vanaf nu aan de zijlijn om spelers meer verantwoordelijkheid te geven en hen zelf te laten nadenken over oplossingen en beslissingen. Dit is in lijn met de opleidingsfilosofie.
  2. Elke coach krijgt 1 time-out per wedstrijd (vanaf U7 t/m U12): Om coaches tegemoet te komen, is er per wedstrijd één time-out toegestaan. Deze duurt maximaal 30 seconden en kan niet in de laatste 5 minuten van de wedstrijd worden aangevraagd.
  3. Gentlemen's Agreement tussen coaches U7 en U8: kick en backstick: Coaches mogen onderling afspreken om te spelen met een 'kick' (bewust en onbewust) en 'back-stick' (bewust en onbewust), afhankelijk van het niveau en de ervaring van de spelers.
  4. Keepers bij U9 spelen vanaf nu zonder stick: Om wisselende keepers, die vaak maar kort in de goal staan, sneller te laten wennen aan het pak en het keepen, wordt de stick weggelaten. Handschoenen zijn wel verplicht.
  5. De shoot-out (in U10) wordt vervangen door een penalty corner tegen max. 3 verdedigers en een keeper: Om te voorkomen dat wedstrijden onnodig worden beslist door shoot-outs en om de mentale weerbaarheid van wisselende keepers te bevorderen, wordt de shoot-out vervangen door een penalty corner met beperkte verdedigers.
  6. Lange corner van U9 tot U12 op “middenlijn”: Om het principe van de 23m lijn op een groot veld toe te passen en meer speelruimte te creëren, wordt de lange corner vanaf nu op de middenlijn genomen.

Deze aanpassingen zijn bedoeld om het spel voor jonge spelers leerzamer en plezieriger te maken, waarbij de nadruk ligt op ontwikkeling in plaats van resultaat.

tags: #dreumes #bij #hockeywedstrijd