Een kind huilt om te laten merken dat hij of zij iemand nodig heeft. Door te huilen vertelt een baby dat hij of zij zich niet prettig voelt. Een peuter kan huilen uit pure frustratie, vermoeidheid of verveling. Het is niet altijd gemakkelijk om te achterhalen wat er scheelt als je kind huilt.
Huiltrends bij baby's en peuters
Baby's huilen vaak gebundeld, tijdens de zogenoemde huiluurtjes, meestal in de late namiddag en tijdens de avond. Het aantal uren dat je baby huilt, verschilt van kind tot kind, maar is ook leeftijdsgebonden. Rond 6 weken is er een huilpiek. Dan huilt een baby gemiddeld tweeënhalf uur per dag. Na de derde maand vermindert bij de meeste baby’s het huilen tot gemiddeld anderhalf uur per dag. Ongeveer 10 tot 30% van de baby's onder de 4 maanden huilen overmatig. Krachtiger huilen is een uitzonderlijke situatie in het normale huilpatroon dat elke baby kent tijdens de eerste 3 à 4 maanden, met een piek rond 6 weken. Meestal verdwijnt het overmatig huilgedrag op 4 à 5 maanden. Overmatig huilen komt zowel voor bij baby’s die borstvoeding krijgen, als bij baby’s die flesvoeding krijgen.

Mogelijke oorzaken van huilen bij een dreumes van 19 maanden
Een baby huilt omdat hij of zij zich niet prettig voelt. Honger, moe, verveling, een te strakke luier… Het is niet altijd gemakkelijk om de verschillende soorten huilen te herkennen. Meestal gaat het huilen gepaard met andere signalen. Leer de hongersignalen van je baby herkennen, zodat je hem of haar tijdig kan voeden. Een huilende baby drinkt onrustiger. Je baby kan ook huilen van vermoeidheid.
Fysieke oorzaken en ongemak
Darmkrampen kunnen een van de oorzaken zijn waarom een baby overmatig huilt. Kijk of de baby correct aanligt en juist zuigt. Geef je flesvoeding? Een dreumes kan ook huilen door:
- Honger of dorst: Dit is een duidelijk signaal dat het lichaam iets nodig heeft.
- Vermoeidheid: Als je kleine toe is aan een slaapje, kan hij huilerig worden.
- Pijn of ongemak: Denk aan doorkomende tandjes, een vieze luier, te warm of te koud hebben.
- Ziekte: Medische oorzaken zoals oorontsteking, slaapapneu of allergieën kunnen ook leiden tot veel huilen.
Emotionele en gedragsmatige oorzaken
Dreumesen en peuters kunnen om verschillende redenen huilen:
- Frustratie: Peuters hebben het moeilijk om langere tijd alleen te spelen en huilen dan om aandacht te vragen omdat ze zich vervelen of omdat iets niet lukt.
- Verveling: Als een kind niet genoeg gestimuleerd wordt, kan het uit verveling gaan huilen.
- Scheidingsangst: Vanaf 8 maanden hebben heel wat kinderen het moeilijk om afscheid te nemen van hun ouders. Vanaf die leeftijd hebben ze namelijk vaak last van scheidingsangst. Ook dan zullen ze vaker huilen.
- Overprikkeling: Kinderen hebben nood aan regelmaat. Te veel prikkels, zoals fel licht of lawaai, kunnen leiden tot huilen.
- Driftbuien: Het is normaal als je dreumes of peuter huilt. Als je weet waarom je kind huilt, kun je beter reageren. Een dreumes of peuter kan ook een driftbui krijgen uit frustratie of vermoeidheid, omdat hem iets niet lukt bijvoorbeeld.
- Ontdekking van het 'nee': Als je baby rond de 10 maanden is, begint hij het woordje ‘nee’ te begrijpen. Hij komt er de komende maanden achter dat papa en mama ook weleens nee zeggen, en dat is in het begin best even schrikken.
- Peuterpuberteit: Je dreumes ontdekt steeds meer zijn eigen willetje en onderzoekt hoe ver hij kan gaan. Gaat iets niet zoals hij wil of mag iets niet? Dan is dat helemaal niet leuk. Met tranen tot gevolg natuurlijk.
- Emoties reguleren: Je peuter kan zijn emoties nog niet goed herkennen en reguleren. Daarnaast is het voor je kleine nog erg moeilijk om zijn gevoelens goed onder woorden te brengen. Huilen en boos worden zijn een van de weinige manieren waarmee je kindje zijn emoties kan uiten en reguleren.
- Magisch denken: Je kleine snapt de wereld om zich heen nog niet helemaal. Om deze toch begrijpelijk te maken, vult zijn fantasie het aan met oplossingen: magisch denken. Deze invulling is voor je kindje werkelijkheid.
- Egocentrisme: Voor je kindje is het nog niet mogelijk om zich in anderen te verplaatsen. Hij bekijkt alles vanuit zijn eigen oogpunt en vormt zelf het middelpunt van zijn wereld.
- Willen vs. kunnen: Je kleine begrijpt de wereld langzaam iets beter en heeft door dat er veel meer dingen mogelijk zijn dan hij nu kan. En dat is best frustrerend!
Trauma bij baby's en jonge kinderen
Trauma kan een mogelijke oorzaak zijn van het vele huilen en slecht slapen van je baby of kind. Trauma wordt erg miskend bij baby’s. Het is belangrijk om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Want vroegtijdig herkennen, erkennen en behandelen bij baby’s en kinderen is belangrijk.
Wat is een trauma? Een trauma is een nare of indrukwekkende gebeurtenis die het brein onder hoge mate van stress opslaat met alle negatieve lading van dat moment. Dat kan ontstaan wanneer een gebeurtenis heftig en/of te verwarrend is en de emoties te groot zijn om in één keer te verwerken. Veel mensen denken ten onrechte dat baby’s traumatische gebeurtenissen niet opslaan of herinneren.
Wanneer kan trauma bij een baby ontstaan? In feite kan alles wat oudere kinderen en volwassenen in een gezin treft, ook een baby treffen. Traumatische gebeurtenissen kunnen incidenten zijn zoals auto-ongelukken, plotselinge ziekte of overlijden van iemand in het gezin, misbruik of geweld. In de praktijk zien we bij baby’s en jonge kinderen vaak andere vormen van trauma. Denk aan ingrijpende gebeurtenissen die veel impact kunnen hebben op het leven van het kind, de ouder en daarmee de ouder-kindrelatie. Veelvoorkomende situaties waarin een traumatische ervaring kan ontstaan:
- Het doormaken van overmatig veel stress tijdens de zwangerschap.
- Een lange, zware bevalling met mogelijk complicaties en/of ingrepen.
- Kort na de geboorte veel stress door medische handelingen bij moeder of baby.
- Prematuur geboren kindjes.
- Postnatale (oftewel postpartum) depressie bij moeder of vader.
- Koemelkallergie of verborgen reflux.
- Opname in ziekenhuis voor onderzoek of operatie.
- Afwezigheid of ziekte van een ouder.
- Huiselijk geweld, verwaarlozing en kindermishandeling.
- Persoonlijke problematiek bij de ouder waardoor de ouder moeite heeft zichzelf te reguleren.
Dit zijn momenten die enorme impact op je baby, kind kunnen hebben. Hierdoor kan een mogelijk trauma ontstaan. En dit kan ook impact hebben op hechting met je kind.

Oplossingen en copingstrategieën voor ouders
Een baby stelt je als ouder of begeleider soms echt op de proef. Frustratie, vermoeidheid of woede kunnen ertoe leiden dat je de baby door elkaar wil schudden. Schud een baby nooit! Word niet kwaad op de baby, want dit maakt het huilen alleen maar erger.
Omgaan met huilgedrag
Als je de spanning voelt toenemen bij jezelf is het goed om even tijd te nemen voor jezelf: naar een andere ruimte, even naar buiten, … om op adem te komen. Leg de baby op een veilige plek. Kom even tot rust en verzet je gedachten: ga naar een andere kamer, zet een kop thee of koffie, kijk wat tv of luister naar de radio. Als je een partner hebt en die is in de buurt, vraag dan om even over te nemen. Zoek steun bij een vertrouwenspersoon of praat met een arts of verpleegkundige over de spanningen. Contacteer de Kind en Gezin-Lijn. Praat met een arts of verpleegkundige over het huilgedrag van je baby en de spanningen die daarbij ontstaan.
Tips voor het troosten van je kind
Het is een beetje uitzoeken op welke manier jouw kind het best getroost kan worden. De persoonlijkheid, de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en temperament van je kind hebben hier een invloed op. Ook jouw persoonlijkheid en manier van omgaan met je kind spelen een rol. Enkele tips:
- Draag je kind dicht tegen je aan: Gebruik een draagdoek voor een baby.
- Wieg of streel je kind: Wrijf zachtjes over de rug.
- Knuffel je kind.
- Zing voor je kind.
- Zuigen: Zuigen op een fopspeen of duim/vinger kan ook een vorm van troost zijn.
- Inbakeren: Inbakeren is een kind in doeken wikkelen voor het slapen. Ingebakerde kinderen slapen rustiger omdat ze minder beweeglijk zijn.

Structuur en regelmaat
Kinderen hebben nood aan regelmaat, zoals een vaste dagindeling. Het maakt het leven voorspelbaar en dat geeft rust. Ook vaste patronen maken het leven voorspelbaar en geven rust. Denk bijvoorbeeld aan een vast ritueel voor het slapengaan.
Omgaan met driftbuien
Als je dreumes of peuter een driftbui krijgt, probeer hem dan meteen af te leiden. Zing een liedje, zeg dat je een mooie vogel ziet vliegen of vraag je kind of hij zijn trein of pop wil pakken. Soms is je dreumes of peuter niet af te leiden en raakt hij toch in een driftbui. Is jouw kindje in zo’n driftbui zo buiten zinnen dat hij zichzelf op de grond gooit? Zorg dan wel dat het veilig is. Zoek op dat moment een rustige plek op. Zeurt je kindje om bijvoorbeeld snoep en eindigt zijn gezeur in een driftbui? Geef dan niet toe! Ook niet als er bezoek is en je hebt er echt even geen zin in. Als je dan toegeeft, beloon je de driftbui. De kans is groot dat hij de volgende keer weer een driftbui krijgt als jij hem zijn zin niet geeft, omdat hij de vorige keer is beloond.
Probeer op zo’n moment zelf rustig te blijven. Loop desnoods even de kamer uit. Ga niet tegen je kind schreeuwen en geef hem geen draai om de oren. Als ouder moet jij je kind leren hoe het hoort. Jij wilt ook niet dat jouw kind schreeuwt of slaat, dus moet je het zelf ook niet doen.
Na een driftbui kun je het beste neutraal blijven. Maar als je kind naar je toekomt en een knuffel wil, dan geef je hem die. Of als hij een auto pakt om mee te spelen, ga dan even met hem spelen. Haal de driftbui van je dreumes of peuter niet nog eens aan.
Oogcontact en interactie
Maak vaak contact met je kind op een dag, ook als je kind niet huilt. Is je kind geschrokken? Troost je kind dan even en blijf zelf rustig. Als je kind jou niet meer ziet, is hij of zij misschien bang dat je niet meer terugkomt. Dat is normaal en heeft te maken met de ontwikkeling van kinderen. Je kind moet nog leren dat je weer terugkomt. Zeg altijd waar je naartoe gaat als je even wegloopt, bijvoorbeeld als je in de keuken bezig bent. Speel ‘kiekeboe’.
Hulp zoeken
Heb je de indruk dat je baby vaak of langdurig huilt? Ben je ongerust? De huilkaart geeft je een meer precieze en objectieve kijk op het huilgedrag van je kind. Dit kan je bespreken met je partner of familie, maar ook met je verpleegkundige of arts. Een huilkaart werkt ook verhelderend. Je merkt misschien terugkerende patronen op.
Wanneer moet je hulp zoeken? BELANGRIJK: Misschien herken je een aantal van de symptomen, maar dat wil NIET zeggen dat je baby per definitie een trauma heeft (en die ook behandeld moet worden). Deze symptomen kunnen altijd bij een ontwikkelingsmijlpaal, slaapregressies of tijdens ziekte aanwezig zijn. Maar wanneer je steeds weer twijfelt of het gedrag van je kindje wel normaal is, is het raadzaam er iets mee te doen. Je kunt dan contact opnemen met je huisarts, een Infant Mental Health-specialist, een andere kinderpsycholoog of orthopedagoog die gespecialiseerd is in het behandelen van trauma bij baby, dreumes en peuter.
Waar kun je hulp krijgen? Het is belangrijk om bij vermoedens van trauma contact op te nemen met je huisarts, kinderarts of consultatiebureau. Of ga opzoek naar een behandelaar die gespecialiseerd is in het behandelen van trauma bij jonge kinderen. Je kunt deze via www.imhnederland.nl / www.adimh.nl vinden. Dit om een juiste diagnose te kunnen stellen. Dit kun jij niet zelf doen, dat kan alleen een specialist.
Huilt je baby ontroostbaar en slaapt hij of zij slecht? Start nog geen slaaptraining. Hier lees waarom je beter kunt wachten. Lees meer over de verschillende methoden van slaaptraining en waarom een responsieve aanpak belangrijk is als het gaat om slaapproblemen van je baby of kind.