De Groep-B-Streptokok (GBS) is een bacterie die bij veel zwangere vrouwen in de vagina (schede) aanwezig is, zonder dat dit klachten veroorzaakt. Deze brochure biedt gedetailleerde informatie over deze bacterie en de mogelijke gevolgen voor pasgeboren baby's.
Wat zijn Groep-B-Streptokokken?
Streptokokken zijn bacteriën die alleen onder de microscoop zichtbaar zijn. Er bestaan verschillende soorten streptokokken. GBS komt bij ongeveer één op de vijf volwassenen voor, vaak samen met andere bacteriën in de darmen. Deze bacteriën kunnen zich ook in de baarmoedermond of vagina bevinden zonder dat er klachten optreden, hoewel ze soms wel een blaasontsteking kunnen veroorzaken.
De GBS-bacterie kan ook bij grotere kinderen en volwassenen voorkomen. Bij hen uit een GBS-infectie zich meestal in de vorm van een blaasontsteking. Bij vrouwen die recent bevallen zijn, kan de bacterie kraamvrouwenkoorts of wondinfecties veroorzaken, bijvoorbeeld na een keizersnede.
De bacterie staat ook bekend onder de wetenschappelijke naam Streptococcus agalactiae. Er bestaan tien verschillende types GBS-bacteriën, waarvan type Ia, Ib, II, III en V de meest voorkomende zijn die een GBS-infectie veroorzaken. De bacterie wordt niet via seksueel contact overgedragen. Wie drager is van GBS, blijft dat meestal levenslang; een antibioticakuur om de bacteriën te verwijderen, helpt vaak slechts tijdelijk, omdat de bacterie later terug kan keren.

Overdracht van GBS van moeder op kind
Ongeveer de helft van de vrouwen die GBS bij zich dragen, geeft de bacterie tijdens de bevalling door aan hun kind. Dit resulteert in een besmetting bij ongeveer 10% van alle pasgeboren baby's. De bacteriën bevinden zich dan op de huid of slijmvliezen van het kind.
Een GBS-infectie bij pasgeborenen kan op verschillende momenten plaatsvinden:
- In de baarmoeder: Dit kan gebeuren na het breken van de vliezen. Het kind kan vruchtwater drinken dat de bacteriën bevat, of vruchtwater in de longen krijgen. Hoe langer de vliezen gebroken zijn, hoe groter de kans op besmetting. Heel soms kan besmetting in de baarmoeder optreden zonder dat de vliezen gebroken zijn.
- Tijdens de bevalling: De bacterie kan op de huid en slijmvliezen van de baby terechtkomen. Normaal gesproken veroorzaakt dit geen ziekteverschijnselen.
- Na de geboorte: Een klein deel van de baby's wordt pas in de eerste dagen of weken na de bevalling besmet, bijvoorbeeld via de handen van een volwassene. Dit geldt voor ongeveer een derde van alle baby's die de GBS-ziekte krijgen. De kans op besmetting is zeer gering wanneer de baby ongeveer 12 weken oud of ouder is. GBS wordt niet via borstvoeding van de moeder op de baby overgedragen.
Wanneer de vliezen die rondom de baby zitten in de baarmoeder al enige tijd gebroken zijn, kan de bacterie via de opening in de vliezen in het vruchtwater terechtkomen. De ongeboren baby drinkt dit vruchtwater, waardoor de bacterie in de darmen van de baby terecht kan komen. Ook hebben ongeboren baby's vruchtwater in hun longen, zodat de bacterie via het vruchtwater ook in de longen terecht kan komen. Hoe langer de vliezen gebroken zijn voor de baby geboren wordt, hoe groter de kans dat de baby op deze manier besmet raakt met de GBS-bacterie, mits de zwangere een draagster is van de GBS-bacterie.

GBS-infectie bij pasgeborenen: Risico's en symptomen
Van alle pasgeborenen wordt ongeveer één op de duizend ziek door een infectie met GBS. De bacteriën dringen dan het lichaam binnen, wat kan leiden tot ernstige ziekte. Kinderen van moeders die GBS-draagster zijn, worden in één op de honderd gevallen ziek.
Wanneer een pasgeborene ziek wordt als gevolg van een infectie met Groep-B-Streptokokken, is dat in negen van de tien gevallen op de eerste dag na de geboorte. Symptomen kunnen zich in een zeer snel tempo ontwikkelen, soms binnen enkele uren. Daarom kan medische hulp te laat komen.
Vroege GBS-infectie (Early Onset)
De meeste pasgeborenen krijgen in de eerste levensdagen klachten van de GBS-infectie. Typische symptomen zijn:
- Snelle en oppervlakkige ademhaling, soms met een kreunend geluid bij het uitademen.
- Hulpademhalingsspieren die ingezet worden, zoals bewegende neusvleugels en intrekkingen tussen de ribben en boven het sleutelbeen.
- Apneu: het stoppen met ademen voor enkele seconden.
- Grauwe, blauwe of bleke huidskleur.
- Slap en suf aanvoelen van het kind.
- Slecht drinken: de baby pakt de borst of speen moeilijk en laat deze snel weer los. Voeding wordt vaak uitgespuugd en slecht opgenomen.
- Geprikkeld gedrag, zoals gemakkelijk en klagelijk huilen, wat moeilijk te troosten is. Dit kan overgaan in een toestand waarin de baby sloom reageert en veel slaapt.
- Lichaamstemperatuurverhoging (koorts boven 38 graden Celsius).
Deze symptomen kunnen leiden tot ernstige ontstekingen, zoals een longontsteking (pneumonie), een bloedinfectie (sepsis) of een hersenvliesontsteking (meningitis). Soms komen verschillende ontstekingen tegelijkertijd voor.
Guillain Barré Syndrome (GBS) in Children - Causes, Signs & Treatment
Late GBS-infectie (Late Onset)
Bij een deel van de baby's ontstaan de eerste klachten pas na de eerste levensweek. Dit wordt een 'late onset'-infectie genoemd. Deze infectie kan zich ontwikkelen tot drie maanden na de geboorte.
Bij baby's met een late-onset GBS-infectie komen specifieke symptomen vaker voor:
- Hersenvliesontsteking (meningitis): Dit komt vaker voor bij late-onset infecties (30%) dan bij vroege infecties (7%).
- Een bolle fontanel kan aanwezig zijn.
- De baby kan erg geprikkeld raken door het verschonen van een luier (luierpijn).
- Epileptische aanvallen: een groot deel van de baby's met GBS in de hersenen krijgt epileptische aanvallen, vaak in hoog tempo achter elkaar.
- Botinfecties: een klein deel van de kinderen (ongeveer 5%) met late-onset GBS-ziekte krijgt een ontsteking van een bot, vaak in de bovenarm of het boven- of onderbeen.
- Huidinfecties: een klein deel van de kinderen (ongeveer 4%) krijgt een ontsteking van de huid, vaak op het gezicht of de hals.
Kinderen die een longontsteking hebben gehad als gevolg van een GBS-infectie, blijven in hun eerste levensjaren vaak kwetsbaar voor het krijgen van luchtweginfecties.
Diagnose van GBS-infectie
Bij verdenking op een GBS-infectie kunnen verschillende onderzoeken worden uitgevoerd:
- Kweek: GBS-bacteriën kunnen worden aangetoond met behulp van een kweek van slijm uit de vagina en anus, of uit urine. De uitslag duurt meestal twee tot drie dagen. Soms bestaan er sneltests.
- Beeldvorming van de longen: Op een röntgenfoto van de longen kan een diffuse witte verkleuring zichtbaar zijn.
- Ruggenprik: Bij verdenking op een hersen- of hersenvliesontsteking wordt vaak een ruggenprik uitgevoerd om hersenvocht te onderzoeken. Hierin worden dan vaak ontstekingscellen gevonden, met een verlaagd glucosegehalte en verhoogd eiwitgehalte.
- Echografie van de hersenen: Hiermee kunnen zichtbare afwijkingen in de hersenen worden opgespoord die passen bij een ontsteking.
- MRI van de hersenen: Een MRI biedt meer details dan een echo en kan kenmerkende witte verkleuring van de hersenvliezen laten zien.
- EEG: Bij verdenking op epilepsie kan een elektro-encefalogram (EEG) worden gemaakt om de hersenactiviteit te beoordelen.
In sommige gevallen zijn er al vóór de geboorte aanwijzingen voor de aanwezigheid van een infectie, zoals een versnelde hartslag van de baby of een sterke vertraging van de hartslag tijdens een wee. Ook kan de baby in het vruchtwater poepen, wat resulteert in groenige vruchtwater (meconiumhoudend vruchtwater).
Preventie en behandeling
Het is niet altijd mogelijk een GBS-ziekte bij een baby te voorkomen. Echter, in situaties met een verhoogd risico kunnen voorzorgsmaatregelen worden genomen.
Screening en preventie tijdens de zwangerschap
In Nederland wordt niet standaard elke zwangere gescreend op GBS, omdat het aantal infecties bij baby's niet significant lager is in landen waar dit wel gebeurt. Echter, in bepaalde situaties is onderzoek wel verstandig:
- Bij een zwangere die in het ziekenhuis is opgenomen in verband met voortijdige weeën of te vroeg gebroken vliezen.
- Wanneer de vliezen langdurig gebroken zijn (langer dan 18 uur).
- Bij een dreigende vroeggeboorte (zwangerschap van minder dan 37 weken).
- Wanneer de moeder tijdens de bevalling koorts heeft (lichaamstemperatuur groter dan 38 graden Celsius).
- Wanneer de moeder tijdens de zwangerschap een blaasontsteking met GBS heeft gehad.
- Wanneer de moeder eerder een kind heeft gehad met een GBS-infectie.
Als er sprake is van dragerschap van GBS, kan besloten worden om antibiotica toe te dienen om de kans op besmetting van het kind tijdens de bevalling te verkleinen. Het is het beste als de antibiotica minstens 4 uur voor de geboorte van de baby worden toegediend.
Een keizersnede vermindert de transmissie van GBS van moeder op kind hoogstwaarschijnlijk niet en wordt daarom niet als preventieve maatregel geadviseerd.
Behandeling van GBS-infectie
Een GBS-infectie wordt behandeld met antibiotica. Het is belangrijk om zo snel mogelijk met de behandeling te starten om de effectiviteit te vergroten. Bij zieke pasgeborenen wordt vaak al antibiotica gegeven voordat duidelijk is dat er sprake is van een GBS-infectie. De antibiotica worden via een infuus toegediend, zodat ze direct in het bloed hun werk kunnen doen. Vaak wordt behandeld met benzylpenicilline in combinatie met gentamicine. Bij verdenking op een hersenvliesontsteking wordt soms de combinatie van amoxicilline met cefotaxim gegeven.
Kinderen met epilepsie worden vaak behandeld met medicijnen om nieuwe aanvallen te voorkomen, zoals fenobarbital, levetiracetam of vigabatrine. Soms is continue medicatie via een infuus nodig om de aanvallen te onderdrukken.
Baby's die tekenen van GBS-ziekte vertonen, worden onmiddellijk behandeld met antibiotica via een infuus en nauwgezet opgevolgd. Vaak is ook ondersteuning van de bloedsomloop met vochttherapie nodig. Kinderen met slik- of voedingsproblemen kunnen tijdelijk sondevoeding krijgen, waarbij ook afgekolfde borstvoeding kan worden gebruikt.
Een deel van de kinderen herstelt volledig met behulp van antibiotica. Echter, een ander deel van de kinderen houdt blijvende restverschijnselen over aan de GBS-infectie, vooral na een hersenvliesontsteking. Dit kan leiden tot problemen met bewegen, voelen, praten, zien, horen, nadenken of leren. Deze problemen worden soms ook wel cerebrale parese genoemd.
Bij een GBS-infectie is er een kans dat de baby overlijdt. Geschat wordt dat 5 tot 10% van de kinderen met een GBS-ziekte hieraan overlijdt.
Belangrijke overwegingen en adviezen
Als je weer thuis bent na de bevalling, is het cruciaal om goed op je baby te letten. Bel direct je verloskundige, gynaecoloog of kinderarts bij één of meer van de volgende signalen:
- De baby is slap of reageert bijna niet.
- De baby ademt heel snel.
- De baby kreunt.
- De baby krijgt minder kleur (huid wordt bleker of grijzer).
- De baby heeft een temperatuur onder de 36 graden Celsius of boven de 38 graden Celsius.
- Het gedrag van de baby is veranderd (bijvoorbeeld constant huilen en niet te troosten).
- De baby drinkt slecht.
Het is van groot belang dat mensen die in contact komen met een pasgeboren baby goed hun handen wassen om verdere verspreiding van bacteriën te voorkomen.
Als je opnieuw zwanger wordt en je baby in het verleden ziek is geworden van GBS, is het raadzaam om je opnieuw te laten testen rond de 36e week van de zwangerschap. Bij een volgende bevalling kan dan gekozen worden voor preventieve antibiotica om de kans op besmetting van de baby te verkleinen.
Voor meer informatie en ondersteuning kun je contact opnemen met je verloskundig zorgverlener of de Stichting GBS, die zich inzet voor voorlichting en wetenschappelijk onderzoek naar GBS-ziekte.