In de rubriek Feit of Fabel onderzoeken we aannames uit het dagelijks leven op het zorg- of gezondheidsgebied. Als je een kind wilt, denk je wellicht na over het geslacht van dat kind. Mogelijk wens je een groot, gemengd gezin, of juist specifiek een jongen of een meisje. Als je al meerdere zoons hebt, zou je het wellicht leuk vinden om ook een dochter te krijgen. Op internet zijn allerlei tips te vinden over hoe je ervoor zorgt dat jouw baby een meisje wordt. Maar werken deze tips daadwerkelijk?
Tips voor het Beïnvloeden van het Geslacht van de Baby
De tips die online te vinden zijn, gaan over uiteenlopende zaken, zoals voeding, slaaphouding en het moment van conceptie. Zo zou een vrouw die zwanger wil worden van een jongetje veel zout moeten consumeren, extra veel (rood) vlees eten en in de avond seks moeten hebben. Om een meisje te krijgen, zou men juist overdag seks moeten hebben, zout moeten vermijden, caloriearm moeten eten en veel fruit en melk moeten consumeren.
De Wetenschappelijke Basis van Geslachtsbepaling
Klinisch geneticus Klaske Lichtenbelt legt uit: "Het geslacht van de baby ligt al vast vanaf het moment van de bevruchting. Het hangt af van welke mannelijke zaadcel de vrouwelijke eicel bevrucht. De zaadcel bevat een X-chromosoom of een Y-chromosoom. Dat chromosoom bepaalt het geslacht van het kind. De vrouw kan in de eicel alleen een X-chromosoom meegeven, omdat vrouwen alleen X-chromosomen hebben. Afhankelijk van welke zaadcel de eicel bevrucht, wordt het dus een jongen (XY) of een meisje (XX)."
Zaadcellen met een Y-chromosoom zwemmen sneller dan zaadcellen met een X-chromosoom, maar ze sterven ook sneller. Op basis hiervan bestaat de aanname dat seks vlak vóór de eisprong zaadcellen met een X-chromosoom meer kans zou geven, omdat deze langer moeten overleven. Net ná de eisprong zouden juist de zaadcellen die een jongetje voortbrengen meer kans hebben, omdat ze sneller zijn.

De Shettles-methode: Theorie en Realiteit
In de jaren '70 ontdekte dr. Shettles een verschil tussen vrouwelijke en mannelijke zaadcellen. Volgens zijn bevindingen waren mannelijke zaadcellen kleiner, zwommen ze sneller en leefden ze korter dan vrouwelijke. Shettles geloofde dat als een koppel rond de ovulatie seks heeft, de mannelijke zaadcel een grotere kans had om de eicel te bereiken dan de vrouwelijke. Als de eicel dan bevrucht werd, zou het koppel een grotere kans hebben om een jongen te krijgen.
Shettles suggereerde ook dat de sekspositie tijdens het orgasme van de vader invloed had op de kans op een jongen of meisje. Diepe penetratie, zoals bij 'doggy style', zou betekenen dat de snellere mannelijke zaadcel de race dichter bij de baarmoederhals begint en een grotere kans heeft om de eicel eerst te bereiken, met een jongen tot gevolg. Een andere theorie van Shettles betrof het baarmoederhalsslijm. Dit slijm is tijdens de ovulatie het meest geschikt voor sperma, namelijk als het meer basisch is. Vóór de ovulatie is het slijm zuriger, wat niet ideaal is voor sperma en alleen de sterkste zaadcellen overleven. Shettles suggereerde dat de fittere vrouwelijke zaadcellen een grotere kans hadden om te overleven in een zurige omgeving, wat zou leiden tot de verwekking van een meisje. Een meer basische omgeving zou beter zijn voor de snellere mannelijke zaadcellen, wat resulteert in de verwekking van een jongen.
Echter, uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze methodes niet effectief zijn. Klaske Lichtenbelt licht toe: "Uit de grotere studies is niet gebleken dat er een verband is tussen het moment van de conceptie en het geslacht van het kind: er raken nog steeds evenveel vrouwen zwanger van een jongetje als van een meisje. Ook je dieet, slaapritme of slaaphouding aanpassen lijkt geen effect te hebben op het geslacht van je baby. De kans dat je zwanger raakt van een jongetje of meisje is vijftig procent, iedere keer weer."
Het Mysterie van Gezinnen met Kinderen van hetzelfde Geslacht
Hoe komt het dan dat sommige gezinnen veel kinderen van hetzelfde geslacht krijgen? Klaske legt uit: "Dat kun je vergelijken met het opgooien van een muntje. De kans op kop of munt is altijd vijftig procent, maar dat betekent niet dat je om en om kop en munt gooit. Het kan best voorkomen dat je eerst zes keer kop gooit voordat je een keer munt gooit. Hetzelfde geldt voor zwangerschappen: de kans dat je zwanger raakt van een meisje is voor iedere zwangerschap weer vijftig procent."

De Menstruele Cyclus en Vruchtbaarheid
De cyclus van vrouwen duurt gemiddeld 28 dagen en kent verschillende fases. Eerst rijpt een eitje in een follikel in de eierstok. Als het eitje 'klaar' is, barst de follikel open en belandt het eitje in de eileider, waar eventuele bevruchting kan plaatsvinden. Dit gebeurt ongeveer 14 dagen voor de volgende menstruatie. Een vrouw is in de dagen rondom de eisprong het vruchtbaarst. Geen bevruchting? Dan begint ongeveer twee weken na de eisprong de volgende menstruatie.
Fases van de Menstruele Cyclus
- Groei en rijping van de eicel: De menstruele cyclus begint met de groei en rijping van een nieuwe eicel in een blaasje, de follikel genoemd. In reactie op de piek in de oestrogenenproductie scheidt de hypofyse plots veel luteïniserend hormoon af. Een rijpe follikel puilt duidelijk uit de eierstok en is goed zichtbaar.
- Ovulatie (eisprong): Dit is het moment waarop de rijpe follikel barst en de eicel vrijkomt. Kort voor de eisprong plooien de eileider en de franjes aan het uiteinde ervan zich rond de eierstok. Het transport van de eicel naar de eileider gebeurt in minder dan zeven uur.
- Vorming van het Gele Lichaam: De resten van de follikel ondergaan na de eisprong een verandering en vormen zich om tot een geel lichaam (corpus luteum), onder invloed van het luteïniserend hormoon. Het gele lichaam maakt progesteron aan, wat het baarmoederslijmvlies voorbereidt op innesteling.
- Menstruatie: Als de eicel niet wordt bevrucht, raakt het gele lichaam uitgeput. De progesteronproductie neemt af, het baarmoederslijmvlies sterft af en wordt afgestoten. Het begin van de menstruatie markeert de aanvang van een nieuwe cyclus.
Een menstruele cyclus duurt gemiddeld 28 dagen, maar de lengte kan variëren. Schommelingen zijn meestal het gevolg van variaties in de duur van de folliculaire fase.
Vruchtbare Periode en Bevruchting
Ontmoet een eicel kort na de eisprong een zaadcel, dan kan bevruchting plaatsvinden in de eileider. Tegen de tiende dag na de bevruchting is de innesteling afgerond. Het embryo en het baarmoederslijmvlies scheiden tijdens dit proces stoffen af, waaronder humaan choriongonadotrofine (hCG).
Recent onderzoek toont aan dat de vruchtbare periode van de cyclus sterk kan schommelen, zelfs bij vrouwen met een regelmatige cyclus. Er zijn maar weinig dagen waarop een vrouw vruchtbaar is. Zonder rekening te houden met de dag van de cyclus of het moment van de eisprong, heeft men de grootste kans op bevruchting wanneer men om de 2 dagen, dus ongeveer 2 tot 3 maal per week, seks heeft. Koppels die minder dan een keer per week vrijen, hebben aanzienlijk minder kans op zwangerschap.
Zaadcellen kunnen soms vrij lang overleven in de baarmoederhals en de eileiders, dankzij afgescheiden vocht en voedingsstoffen. Dit kan betekenen dat vrouwen die gedurende zeker een week voor de eisprong niet hebben gevrijd, toch zwanger kunnen raken.
Ovulatie Stoornissen en Vruchtbaarheidsproblemen
Ovulatiestoornissen zijn de meest frequente oorzaak van verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen. Dit komt door een verstoorde hormonale wisselwerking tussen de hersenen en de geslachtsorganen, meestal met de eierstokken als probleemgebied. Er kunnen voldoende follikels aanwezig zijn, maar deze blijven in een rusttoestand in plaats van zich verder te ontwikkelen, wat polycysteus ovarium (PCO) wordt genoemd. De eierstokken zijn dan lichtjes gezwollen en bevatten kleine cystes (te kleine follikels).
Symptomen geassocieerd met PCO zijn onder andere een onregelmatige cyclus of het uitblijven van menstruatie, overgewicht, overmatige lichaamsbeharing, acne en een vette huid. De diagnose wordt gesteld via bloedafname en vaginale echografie. De primaire oorzaak van PCO is waarschijnlijk gerelateerd aan metabolismestoornissen, zoals insulineongevoeligheid.
Behandeling van Ovulatieproblemen
Het gebrek aan eisprong bij PCO wordt in eerste instantie behandeld met clomifeencitraat (Clomid®). Dit medicijn geeft de hypofyse de indruk dat er onvoldoende oestrogeen aanwezig is, waardoor deze meer FSH en LH afgeeft. Als patiënten niet reageren op Clomid® of na vier cycli niet zwanger zijn, wordt gestimuleerd met gonadotrofines (Menopur®). Deze injecties bevatten FSH met een direct stimulerend effect op de eierstokken.
Gonadotrofines zijn omslachtiger in gebruik dan Clomid®, maar hebben een gunstiger effect op het baarmoederslijmvlies. De terugbetaling voor gonadotrofines is er enkel voor patiënten die Clomid®-resistent zijn of na vier cycli niet zwanger zijn.

Meerlingzwangerschappen en Risico's
Elke cyclus die aanleiding geeft tot een eisprong, biedt een kans op zwangerschap van 15 tot 25%, mits er geen andere problemen zijn en het sperma van goede kwaliteit is. Van al deze zwangerschappen is ongeveer 90% eenling, 8% tweeling en minder dan 2% drieling.
Meerlingzwangerschappen worden zoveel mogelijk vermeden vanwege de aanzienlijke risico's voor de kinderen, zoals vroeggeboorte en een lager geboortegewicht. Wanneer te veel follikels zich tegelijk ontwikkelen, kan de gynaecoloog adviseren de stimulatie af te breken of geen geslachtsgemeenschap te hebben op het moment van de eisprong. In geval van herhaalde stimulaties met een te sterke reactie kan een reducerende punctie worden uitgevoerd om het risico te verkleinen.
Symptomen van Ovulatie
Het moment van de eisprong kan vaak worden bepaald aan de hand van verschillende symptomen:
- LH-piek: Ongeveer twee dagen voor de ovulatie stijgt de hoeveelheid luteïniserend hormoon (LH) in het lichaam. Deze piek kan worden opgespoord met een ovulatietest.
- Ovulatiepijn: Ongeveer één op de vijf vrouwen kan de eisprong voelen als een stekende pijn rondom één van de eileiders. Dit kan enkele uren aanhouden.
- Veranderd cervixslijm: Tijdens de vruchtbare dagen is het slijm uit de baarmoederhals helder, doorzichtig en elastisch, en voelt het nat en glibberig aan. Buiten de vruchtbare dagen is het slijm meer wit of gelig en stugger.
- Veranderingen aan de baarmoedermond: Vlak voor de eisprong komt de baarmoedermond hoger te liggen, opent zich een beetje en voelt zacht aan. Na de ovulatie sluit deze zich en wordt harder.
- Verhoogd libido en gevoelige borsten: Door hormonale veranderingen kan het libido rond de eisprong verhoogd zijn en kunnen borsten gevoelig zijn. Dit is echter geen betrouwbaar symptoom op zich.
- Stijging van de lichaamstemperatuur: Op het moment van de eisprong daalt de lichaamstemperatuur bij de meeste vrouwen ongeveer een halve graad, waarna deze weer stijgt met 0,2 tot 0,5 graad. Dit symptoom is echter pas achteraf zichtbaar.
- Ovulatiebloeding: Sommige vrouwen ervaren licht bloedverlies of bruinige afscheiding op de dag van de eisprong, mogelijk door het barsten van een bloedvaatje bij het openbreken van de follikel.
Wat is de MENSTRUATIECYLCUS en wat te doen in welke FASE? | Etos Legt Uit
De Evolutie van het Vrouwelijk Orgasme
De precieze reden waarom vrouwen een orgasme krijgen, is nog niet volledig duidelijk. Een nieuwe hypothese stelt dat het vrouwelijk orgasme een evolutionair overblijfsel is van een oud systeem dat bij een aantal andere zoogdieren nog voorkomt. Bij sommige soorten controleert omgevingsfactoren het rijp worden van het eitje en de daaropvolgende eisprong. Bij andere soorten, zoals konijnen, veroorzaakt gemeenschap met het mannetje de vrijkomst van het eitje.
Bij mensen en andere primaten is de ovulatiecyclus spontaan geworden. Vrouwen ondergaan echter nog steeds hormonale veranderingen tijdens het orgasme die vergelijkbaar zijn met die bij soorten met een geïnduceerde eisprong. Onderzoek suggereert dat geïnduceerde ovulatie in de evolutionaire geschiedenis voorafgaat aan spontane ovulatie. Bij oudere zoogdieren vormt de clitoris een deel van de vagina, wat stimulatie tijdens gemeenschap verzekert en de ovulatie op gang brengt.
Deze theorie helpt verklaren waarom vrouwen relatief zelden een orgasme krijgen tijdens de geslachtsgemeenschap, omdat het niet strikt noodzakelijk is voor de voortplanting. Er is echter meer onderzoek nodig om deze hypothese volledig te bevestigen. Sommige wetenschappers uiten kritiek op de interpretatie van onderzoeksresultaten en de details van hormonale veranderingen.
