Dit interview is een bewerking van aflevering 2 (deel 1 en 2) van de podcast Herboren, een initiatief van ‘Samen voor Respectvolle Geboorte’. Interview: Ruth Sneyers en Sophie Van Cauwelaert.
De Vroedvrouw: Een Historische Rol
Historica Noëmi Willemen, die zelf een doctoraat over de geschiedenis van de geboortezorg aan de Université catholique de Louvain (UCL) werkt, deelt haar inzichten over de evolutie van de geboortezorg. Haar onderzoek richt zich met name op de naoorlogse periode, de tweede helft van de twintigste eeuw, waar nog mondelinge getuigenissen van beschikbaar zijn.
Voor de Middeleeuwen speelden vroedvrouwen een cruciale rol in de samenleving. Zij waren verantwoordelijk voor het overleven van de volgende generatie en werden zelfs als onafhankelijk expert ingeroepen bij rechtszaken over vondelingen of infanticide. In de 15e en 16e eeuw werden zij echter doelwit van heksenvervolgingen, deels vanwege hun relatief onafhankelijke positie in een steeds patriarchaler wordende samenleving.
De 17e eeuw markeerde een periode van professionalisering voor de vroedvrouw, met de mogelijkheid tot opleiding en een beëdigde rol. Dit duurde echter niet lang. Vanaf het einde van de 17e eeuw begonnen mannelijke artsen zich te interesseren voor verloskunde. Zij introduceerden verloskundige instrumenten die enkel door hen gebruikt mochten worden, waardoor vroedvrouwen stelselmatig terrein verloren. Ook de spirituele rol van de vroedvrouw, die waakte over de ziel van het ongeborene, verdween door de invloed van katholieke artsen.

De Opkomst van de Medische Verloskunde
De geschiedenis van de obstetrie, de medische verloskunde, is met name geschreven door mensen met een professionele achtergrond in het geboorteveld. Dit is begrijpelijk gezien de noodzaak van gedegen kennis van anatomie. Vaak worden deze verhalen gekenmerkt door een eenzijdig vooruitgangsperspectief, waarbij nieuwe technieken leiden tot verdere daling van morbiditeit en mortaliteit. Dit wordt door historici wel een 'whiggish' geschiedschrijving genoemd.
Als spiegelbeeld hiervan bestaat een historische traditie vanuit het perspectief van de vroedvrouwen, die de teloorgang van de vroedvrouw beschrijft. Ook de rol van bakers, vaak oudere vrouwen uit de gemeenschap met praktische verloskundige ervaring die hun kennis van generatie op generatie doorgaven, verdween uit de geschiedschrijving.
Vanaf de 20e eeuw namen mannelijke artsen en vroedmeesters hun concurrentiepositie ten opzichte van de vroedvrouw nog verder aan. Rijke dames kozen voor de duurdere mannelijke arts, terwijl vroedvrouwen zich voornamelijk bezighielden met arme vrouwen op het platteland die zich geen arts konden veroorloven. Verder in de 20e eeuw kreeg de geboortezorg te maken met een dalend geboortecijfer en de culturele beweging richting het ziekenhuis.
Vanaf de jaren veertig van de 20e eeuw ontstond er een nog strakkere hiërarchie, waarbij vroedvrouwen de assistent van de arts werden. Vrouwen werden voor de bevalling geschoren en schoongemaakt in een chirurgische omgeving, waarbij mannen en familie buiten moesten blijven. In deze periode ontstond ook de cultuur van interventionisme.
Het Tijdperk van Interventionisme en Medicalisering
De norm werd de inactieve zwangere. De uitdrijvingsfase aan het begin van de 20e eeuw werd door artsen gepathologiseerd, gezien als een risicovolle periode voor moeder en kind. Men stelde dat deze fase vervangen moest worden door een knip en dat het kind actief gehaald moest worden met een verlostang. Objecten in de verloskamer, zoals de verlostafel, die handig was voor dokters maar niet voor zwangeren, speelden een bepalende rol in het ontstaan van deze cultuur.
De medische benadering van de Belgische geboortezorg reflecteert de hedendaagse samenleving, waarin op wetenschap en technologie wordt gerekend en risico's gemanaged worden. Zwangerschap wordt hierdoor ook als een risico gezien. Hoewel de levenstandaard, hygiëne en medische technologie zijn verbeterd, wordt geboorte nog steeds vaak beschouwd als iets op leven en dood. Dit culturele gegeven, waarbij vroeger 1 op de 20 vrouwen rond de bevalling stierf, draagt bij aan de angst voor complicaties.

Willemen benadrukt dat ze niet tegen medicalisering is, maar wel pleit voor een kritische blik. De verloskunde is geen exacte wetenschap en niet alle uitgevoerde ingrepen zijn evidence-based; vaak komen ze voort uit culturele gewoontes. Een voorbeeld hiervan is de episiotomie (knip). In Vlaanderen ondergaat zo'n 60% van de vrouwen die voor het eerst bevallen een knip, een percentage dat aanzienlijk hoger ligt dan in omringende landen zoals Groot-Brittannië, Nederland, Frankrijk en Denemarken, zonder dat de uitkomsten slechter zijn.
De grote variaties in cijfers tussen artsen, ziekenhuizen en regio's binnen België, ondanks dezelfde wetenschappelijke literatuur en populatie, duiden erop dat de knip voor een groot deel cultuur en gewoontes reflecteert. Het idee dat een bevalling pas als normaal beschouwd kan worden na afloop, en daarvoor als risicobevalling moet worden gezien, is vanuit aansprakelijkheidsoogpunt begrijpelijk, maar gaat ten koste van de patiëntenrechten.
Patiëntenrechten en het Patriarchaat in de Verloskamer
Er is in de medische zorg veel aandacht voor de juridische kant, maar weinig voor het juridische kader van de patiëntenrechten. De nevenschade van een systeem dat puur focust op mortaliteit en morbiditeit wordt genegeerd. De nadruk ligt op 'mensen die bevallen', niet enkel op 'baarmoeders'. Dit is geen pleidooi voor droombevallingen, maar voor respectvolle bevallingen waarin de autonomie van de zwangere gewaarborgd is.
Volgens de wet op de patiëntenrechten moet men volledig geïnformeerd worden over risico's, behandelingen en alternatieven, en moet men behandelingen kunnen weigeren. De praktijk is echter vaak anders, geworteld in de culturele opvatting dat de arts het beter weet. Dit is historisch te duiden, aangezien moderne verloskundige wetten deels stammen uit een tijd waarin gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam waren en het heersende vrouwbeeld van onmachtige, passieve wezentjes werd verankerd.
Willemen stelt dat er weinig plekken zijn waar het patriarchaat zo sterk aanwezig is als in de verloskamer, waar men fysieke integriteit in handen van een ander moet leggen. Hoewel consent na #Metoo steeds belangrijker wordt in de context van seks, wordt dit in de verloskamer nog onvoldoende toegepast. Veel vrouwen, met name uit de hoogopgeleide middenklasse, ervaren een schok wanneer de realiteit van de geboortezorg botst met de rooskleurige verwachtingen over zwanger worden. De verwachting is dat men simpelweg doet wat er gezegd wordt, terwijl informatie zoeken en dieetvoorschriften volgen wel worden aangemoedigd vanuit de heersende moederschapsideologie.
FEMHISTORIES, mini-docu over de Leuvense vrouwenbeweging
Tegenbewegingen en de Zoektocht naar Respectvolle Geboortezorg
Al in de jaren '60 van de vorige eeuw ontstond er een tegenbeweging tegen de medicalisering van de geboortezorg. Vrouwen verzetten zich tegen het systeem, zoals blijkt uit anonieme brieven over de 'twilight-sleep', een methode waarbij vrouwen gedeeltelijk gesedeerd werden tijdens de bevalling. Ook de hippiebeweging ontwikkelde een natuurlijke geboortebeweging, met figuren als Ina May Gaskin.
Bekende antropologe Sheila Kitzinger deed kwalitatief onderzoek naar ervaringen van vrouwen met episiotomieën, en sociologe Ann Oakley onderzocht in de jaren '80 het 'gezichtloze geweld' van het systeem. Deze ontwikkelingen vallen samen met de tweede feministische golf, die zich bezighield met het recht op werk en het doorbreken van het glazen plafond.
In de hedendaagse context is er een groeiende roep om respectvolle geboortezorg, waarin de autonomie van de zwangere centraal staat en de nadruk ligt op een holistische benadering die verder gaat dan enkel medische interventies.
tags: #betty #de #vries #verloskundige