Ouderschapsverlof is een wettelijke regeling die werknemers de mogelijkheid biedt om hun arbeidsprestaties te verminderen of tijdelijk volledig stop te zetten om meer tijd door te brengen met hun kinderen. Dit thematisch verlof kan, onder bepaalde voorwaarden, recht geven op een onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
Voorwaarden voor Ouderschapsverlof
Om aanspraak te maken op ouderschapsverlof, moet een werknemer aan specifieke voorwaarden voldoen met betrekking tot zijn of haar dienstverband en de relatie tot het kind.
Wie kan ouderschapsverlof opnemen?
- Werknemers in loondienst, zowel in de privésector als de openbare sector.
- Werknemers in de privésector of voor lokale en provinciale besturen moeten gedurende 12 maanden (niet noodzakelijk aaneensluitend) verbonden zijn geweest aan hun werkgever via een arbeidsovereenkomst in de 15 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
- Werknemers in de openbare sector of het onderwijs kennen geen specifieke anciënniteitsvoorwaarde.
Ouderschapsverlof per kind
Het recht op ouderschapsverlof geldt voor elk kind dat aan de gestelde leeftijdsvoorwaarde voldoet. Dit recht is individueel voor beide ouders.
Recht op ouderschapsverlof bij afstamming of pleegzorg
Het recht op ouderschapsverlof geldt ten aanzien van elk kind waarmee de werknemer een afstammingsband heeft in de eerste graad. Daarnaast geldt dit recht ook voor een kind dat in het kader van langdurige pleegzorg in het gezin van de werknemer is geplaatst. Hiervoor is vereist dat de werknemer is aangesteld als pleegouder door de rechtbank, een erkende dienst voor pleegzorg, de diensten van l'Aide à la Jeunesse of het Comité Bijzondere Jeugdbijstand. Langdurige pleegzorg wordt gedefinieerd als pleegzorg waarbij het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin verblijft.
Indien twee werknemers officieel als pleegouder zijn aangesteld in het kader van langdurige pleegzorg, maakt elk van hen aanspraak op ouderschapsverlof voor het kind dat langdurig in hun gezin is geplaatst, mits aan alle voorwaarden is voldaan. Dit recht blijft bestaan zolang het kind in hun gezin verblijft in het kader van langdurige pleegzorg.
Belangrijk: Als de ene ouder zijn recht op ouderschapsverlof niet (volledig) opneemt, kan dit recht niet worden overgedragen op de andere ouder.
Specifieke situaties
- Biologische moeder of wettelijke vader van het kind.
- De persoon die het kind heeft erkend, waardoor de afstamming aan vaderskant vaststaat.
- De echtgenote of partner van de biologische moeder die meemoeder is geworden (indien de biologische vader het kind niet erkend heeft).
- Een van de adoptieouders.
- De pleegouders die werden aangewezen door de rechtbank, een erkende dienst voor pleegzorg of een bevoegde gemeenschapsdienst voor jeugdbescherming, en die een kind in het kader van langdurige pleegzorg in hun gezin opvangen.
Leeftijdsvoorwaarde voor het kind
Het ouderschapsverlof moet aanvangen voordat het kind 12 jaar wordt. In geval van een fysieke of mentale handicap bij het kind, wordt deze leeftijdsgrens verhoogd tot 21 jaar. Hiervoor dient een bewijs van de handicap te worden voorgelegd. Onder fysieke en mentale ongeschiktheid wordt verstaan: een handicap van minstens 66%, een aandoening die minstens 4 punten toekent in pijler 1 van de medisch-sociale schaal voor kinderbijslag, of een aandoening die minstens 9 punten toekent in de 3 pijlers samen van de medisch-sociale schaal.

Opnamevormen en Duur van Ouderschapsverlof
Ouderschapsverlof kan op verschillende manieren worden opgenomen, waarbij flexibiliteit centraal staat. De duur en de opnamemogelijkheden zijn afhankelijk van de gekozen vorm.
Mogelijkheden voor vermindering van arbeidsprestaties
- Halftijds ouderschapsverlof: Een voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van acht maanden zijn arbeidsprestaties halftijds voortzetten. Deze periode kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst.
- 1/5de ouderschapsverlof: Een voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van twintig maanden zijn arbeidsprestaties met één vijfde verminderen. Deze vermindering kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst.
- 1/10de ouderschapsverlof: Een voltijds tewerkgestelde werknemer kan gedurende een periode van veertig maanden zijn arbeidsprestaties met één tiende verminderen, mits akkoord van de werkgever. Deze vermindering kan worden opgesplitst.
Opsplitsing en Overstap tussen Regelingen
Een overstap van de ene regeling naar de andere is mogelijk. Daarbij geldt de volgende omrekening:
- Eén maand voltijdse schorsing van de arbeidsovereenkomst staat gelijk aan twee maanden halftijdse voortzetting van de arbeidsprestaties.
- Eén maand voltijdse schorsing staat gelijk aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde.
- Eén maand voltijdse schorsing staat gelijk aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.
De werknemer kan gebruikmaken van verschillende opnamemogelijkheden en mag deze ook afwisselen. Een overstap tussen de klassieke opnamemogelijkheden en de flexibele opnamevormen is eveneens mogelijk. Voor de flexibele opnamevorm geldt dat vier weken schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan één maand schorsing.
Flexibele opname: Met akkoord van de werkgever kan het voltijds ouderschapsverlof worden opgesplitst in weken, en het halftijds ouderschapsverlof in maanden (in plaats van periodes van twee maanden). De werknemer kan kiezen om het voltijds ouderschapsverlof op te splitsen in weken, waarbij de aangevraagde weken gespreid kunnen zijn over een periode van maximaal drie maanden.

Procedure en Aanvraag
Het aanvragen van ouderschapsverlof vereist een correcte procedure waarbij zowel de werkgever als de RVA geïnformeerd moeten worden.
Melding aan de Werkgever
De werknemer dient de werkgever schriftelijk op de hoogte te stellen van de wens tot ouderschapsverlof. Dit kan via een aangetekende brief of door de overhandiging van een brief, waarvan de werkgever een afschrift ondertekent als ontvangstbewijs. In de brief moeten de gewenste aanvangsdatum, de einddatum en de vorm van het ouderschapsverlof worden vermeld. De aanvraag dient te gebeuren met inachtneming van specifieke termijnen:
- Voor werknemers in de privésector of bij lokale/provinciale besturen: ten vroegste 3 maanden en ten laatste 2 maanden vóór de gewenste begindatum.
- Voor alle andere werkgevers: 3 maanden vóór de gewenste begindatum.
De werkgever kan een kortere aanvraagtermijn accepteren. De werknemer kan slechts één aaneengesloten periode van ouderschapsverlof per aanvraag indienen, tenzij gebruik wordt gemaakt van de flexibele opsplitsing in weken voor voltijds verlof.
Aanvraag bij de RVA
Gelijktijdig met de melding aan de werkgever of uiterlijk op het moment dat het verlof ingaat, moet de werknemer de nodige documenten bezorgen aan de RVA. Dit omvat onder andere een kopie van de geboorteakte, een attest van adoptieprocedure of een bewijs van langdurige pleegzorg, en een attest van gezinssamenstelling. Voor kinderen met een handicap is een attest van de handicap vereist.

Akkoord van de Werkgever
Het recht op voltijds, halftijds en 1/5de ouderschapsverlof is niet afhankelijk van het akkoord van de werkgever. Deze vormen van verlof kunnen dus niet worden geweigerd indien de werknemer aan de voorwaarden voldoet.
Het recht op 1/10de ouderschapsverlof en de flexibele opnamemogelijkheden (opsplitsing in weken of maanden) zijn daarentegen wel afhankelijk van het akkoord van de werkgever. Een werkgever die een dergelijke aanvraag wil weigeren, moet dit schriftelijk en gemotiveerd meedelen aan de werknemer binnen een maand na de kennisgeving. Het uitblijven van een beslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord.
Mogelijkheid tot Uitstel door de Werkgever
Binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van het ouderschapsverlof, kan de werkgever de aanvang van het verlof schriftelijk en gemotiveerd uitstellen indien de opname ervan de goede werking van de onderneming ernstig zou verstoren. Deze uitstelmogelijkheid bestaat niet wanneer de opname van het aangevraagde ouderschapsverlof afhankelijk is van het akkoord van de werkgever.
Bescherming tegen Ontslag en Vergoedingen
Werknemers die ouderschapsverlof opnemen, genieten bescherming tegen ontslag. Daarnaast maken zij, onder voorwaarden, aanspraak op een onderbrekingsuitkering.
Ontslagbescherming
De werknemer die zijn recht op ouderschapsverlof uitoefent, is beschermd tegen ontslag. De ontslagbeschermingsperiode gaat in op de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever en eindigt drie maanden na het einde van het ouderschapsverlof. Indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd met een opzeggingstermijn tijdens een voltijds ouderschapsverlof, loopt de opzeggingstermijn niet verder tijdens de verlofperiode.
Indien er sprake is van een ontslag tijdens de beschermingsperiode, of een hiermee gelijkgesteld ontslag (omwille van voorbereidingen die tijdens de beschermingsperiode werden getroffen), dient de werkgever de reden voor het ontslag te bewijzen.
Onderbrekingsuitkering
In principe maakt de werknemer tijdens het ouderschapsverlof aanspraak op een onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). De exacte hoogte en voorwaarden van deze uitkering zijn te raadplegen bij de RVA.
Specifieke Regelingen en Vergoedingen
Er bestaan specifieke regels en aandachtspunten met betrekking tot ouderschapsverlof, met name wat betreft vergoedingen en de toepassing in de publieke sector.
Geboorteverlof versus Ouderschapsverlof
Ouderschapsverlof en geboorteverlof zijn beide wettelijke verlofregelingen voor werknemers met pasgeboren kinderen. Geboorteverlof (ook wel vaderschaps- of partnerverlof genoemd) biedt partners van pas bevallen vrouwen de mogelijkheid om enkele dagen vrij te nemen. Ouderschapsverlof is een langdurigere verlofperiode om de zorg voor het kind op te nemen.
Reiskosten- en Thuiswerkvergoeding tijdens Ouderschapsverlof
Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft standpunten gepubliceerd over de vaste reiskosten- en thuiswerkvergoeding tijdens ouderschapsverlof. Volgens de huidige wetgeving zijn deze vergoedingen gericht vrijgesteld. Wanneer een werknemer na het geboorteverlof ouderschapsverlof opneemt, wordt dit beschouwd als een nieuwe aanleiding binnen hetzelfde kalenderjaar. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de vaste vergoedingen. Elke verlofperiode wordt afzonderlijk beoordeeld voor de vaststelling van deze vergoedingen, tenzij het verlof aaneengesloten is. Werkgevers en werknemers moeten deze regels nauwkeurig begrijpen en toepassen om correcte vergoedingen te waarborgen.
#7 Wat is het verschil tussen ouderschapsverlof en geboorteverlof?
Ouderschapsverlof in de Publieke Sector
De regeling voor ouderschapsverlof geldt in principe ook voor het statutair en contractueel personeel van provincies, gemeenten en federaties van gemeenten. De openbare inrichtingen en publiekrechtelijke verenigingen die hiervan afhangen, worden gemachtigd om deze regeling toe te passen op hun personeel. Voor specifieke informatie dienen deze werknemers zich te wenden tot de betrokken openbare diensten. Voor andere openbare diensten bestaan er vergelijkbare regelingen.
Werknemers van de Vlaamse overheid of het onderwijs dienen hun personeelsdienst te raadplegen, aangezien er mogelijk afwijkende regels van toepassing zijn.
tags: #belastingdienst #aftrek #ouderschapsverlof