Baby's die na een periode van borstvoeding moeite hebben om over te schakelen op een flesje, worden flesweigeraars genoemd. Hoewel dit uitzonderlijk is, kan het voorkomen dat je baby toch geen fles wil. Er zijn verschillende redenen waarom een baby een fles kan weigeren, en gelukkig zijn er ook diverse oplossingen om dit probleem aan te pakken.
Mogelijke oorzaken van flesweigering
De oorzaak van flesweigering is vaak multifactorieel. Een van de meest voorkomende redenen is dat een baby moeite heeft met de drinktechniek. Bij borstvoeding is een wijd open mond nodig om de tepel en het tepelhof goed te kunnen vangen, waarna de tong de tepel kolft om melk te verkrijgen. Bij flesvoeding is echter een gesloten vorm van de lippen rond het speentje vereist, waarbij de mond met de tong zuigt aan de speen.
Daarnaast kan de smaak en textuur van flesvoeding anders zijn dan moedermelk, wat voor sommige baby's wennen is. Baby's hebben een uitstekend reukvermogen en herkennen de geur van hun moeder, die ze associëren met borstvoeding. Dit kan ertoe leiden dat ze de fles weigeren, zeker als deze door iemand anders dan de moeder wordt aangeboden.
Omgevingsfactoren zoals veel geluid, afleiding door bezoek, televisie of fel licht kunnen ook het drinkgedrag negatief beïnvloeden. Soms drinken baby's te snel, waardoor de melk zwaar op de maag valt en ze lucht happen, wat leidt tot ongemakken. Dit kan herkend worden aan signalen zoals klokken, verslikken en morsen.
Andere mogelijke oorzaken zijn:
- Tepel-speenverwarring: een andere drinktechniek is nodig voor een fles dan voor de borst.
- Verandering van melk: de smaak van opvolgmelk kan wennen zijn na borstvoeding.
- Afwezigheid van de moeder: baby's kunnen de geur van de moeder associëren met borstvoeding.
- Afleiding: te veel prikkels in de omgeving.
- Te snelle drinksnelheid: dit kan leiden tot verslikken en maagklachten.
- Fysieke oorzaken: spruw (witte plekjes op de tong) of een griepje/verkoudheid kunnen de eetlust beïnvloeden.

Praktische tips en oplossingen
Om je baby te helpen wennen aan de fles, zijn er verschillende strategieën die je kunt toepassen:
1. Geleidelijke overgang en oefening
Het is aan te raden om te oefenen met een flesje terwijl je nog borstvoeding geeft. Een geleidelijke overgang is over het algemeen gemakkelijker voor de baby. Probeer dit te doen in een ontspannen sfeer, zodat zowel jij als je kindje op jullie gemak zijn. Het kan helpen om voor afleiding te zorgen, zoals een liedje zingen, tijdens de eerste flesvoedingen. Als het niet meteen lukt, blijf dan oefenen. Wacht bij borstvoeding wel ongeveer zes weken met het introduceren van het eerste flesje.
Een andere techniek is om de baby de eerste keer het flesje te laten voelen door het mondje wat meer te sluiten rond het speentje, zodat het mondje automatisch wat meer sluit. Dit helpt het kindje de fles beter te voelen. Voor het sabbelen aan een speen gebruikt een kindje een andere techniek dan aan de borst. Sommige baby's raken in verwarring als ze daarna weer naar de borst omschakelen. Om uit de fles te drinken, is oefening nodig.
2. De juiste houding en omgeving
Probeer de fles in een ontspannen houding te geven. Sommige baby's willen de moeder dicht bij zich hebben, terwijl anderen de fles juist weigeren als de moeder aanwezig is. In dat geval kan iemand anders de fles geven. Een doekje of knuffel met de geur van de moeder kan helpen als de baby de fles wel van haar wil. Het kan ook helpen een fles in de borstvoedingshouding te geven, of juist een heel andere houding te proberen, zoals de baby met de rug tegen je aan op schoot laten zitten of liggen. Houd de fles ongeveer horizontaal zodat de speen net gevuld is. Wandelen of wiegen kan ook helpen. Tijdens het drinken kun je een boek voorlezen of met een rammelaar zwaaien.
Zorg voor een rustige omgeving zonder veel prikkels. Rustige muziek en voeden in het donker kunnen bijdragen aan een prettige sfeer. Oefenen lukt het beste als je kindje niet te hongerig is, maar juist slaperig en ontspannen.
3. Experimenteer met verschillende flessen en spenen
Het is de moeite waard om verschillende soorten en merken flessen en spenen uit te proberen. Vraag hiervoor eventueel advies aan je vroedvrouw. Elk kind heeft een eigen voorkeur. Je weet dat de fles goed is als je baby rustig kan drinken, zonder zich te verslikken en zonder te smakken, en als je de melk in de fles ziet slinken. Sommige baby's hebben moeite met snel stromende melk uit de fles. Houd de fles dan wat horizontaler of gebruik een speen met een kleiner gaatje. Een mooie drinksnelheid ligt tussen de 20-30 minuten, zonder pauzes mee te rekenen.
4. Aangepaste melk en temperatuur
De smaak van de melk kan voor je kleintje vreemd zijn. Het kan helpen om vers afgekolfde melk in plaats van melk uit de koelkast of diepvries te geven. Als je na zes maanden overstapt op opvolgmelk, mix deze dan eerst met borstvoeding en verander geleidelijk de verhouding. Baby's zijn gevoelig voor temperatuur, smaak en geur. Doop de speen van tevoren in de gekolfde melk. Als je baby last heeft van reflux en daarvoor AR-voeding krijgt, moet je een grotere speen gebruiken omdat deze voeding dikker is.
5. Omgaan met gulzig drinken
Als je kindje snel drinkt, kan de voeding zwaar vallen en kan het lucht happen. Dit herken je aan klokken, verslikken en morsen. Als je toeschietreflex sterk is, kun je de ergste druk eerst afkolven en daarna pas aanleggen. Overweeg om een speenmaat kleiner te gebruiken. Het is ook aan te raden om bij vroege hongersignalen aan te leggen en niet te wachten tot je baby huilt van de honger, omdat hij dan gretiger zal drinken.
6. Hulp inschakelen
Heb je alle bovenstaande adviezen geprobeerd, maar is er geen verbetering? Aarzel dan niet om de hulp van je vroedvrouw of consultatiebureau in te schakelen. Zij kunnen je gerichter advies geven, soms al door een voedingsmoment te observeren. Indien nodig kunnen zij je doorverwijzen naar een lactatiekundige. Als je baby tussen de 3 en 6 maanden is, en de voedingsreflexen bijna verdwenen zijn, kan een preverbale logopedist helpen om de baby uit de fles te leren drinken. De jeugdarts kan zorgen voor een verwijsbrief.
Als het drinken uit de fles niet of niet helemaal lukt, kun je proberen de afgekolfde melk of opvolgmelk aan te bieden met een papje, zodat je baby het met een lepel kan eten. Zo kan een flesmoment vervangen worden door een papmoment.
Tips om je baby een flesje te geven | Kraamvragen | Afl. 2 | Kruidvat
Het is belangrijk om de oorzaak van het weigeren of slecht drinken te achterhalen om een passende oplossing te vinden. Ieder kind is anders, dus het is vaak een kwestie van uitproberen wat goed werkt voor jouw baby. Blijf rustig, heb geduld en forceer het drinkmoment niet. Vertrouw op je intuïtie, en wees niet bang om hulp te vragen.