Klompvoetjes bij baby's: oorzaken, symptomen en behandeling

Klompvoetjes zijn een aangeboren afwijking waarbij de botten, pezen en spieren van de voet aanwezig zijn, maar in een afwijkende stand staan. Deze afwijking ontstaat tijdens de zwangerschap. Bij klompvoetjes zijn bepaalde pezen, spieren en banden in het onderbeen en de voet van de baby niet goed gegroeid in de baarmoeder; ze zijn te kort of te lang. Hierdoor komen de botten in een verkeerde stand te staan, wat resulteert in een kromme voet. Kenmerkend is dat de hiel naar beneden wijst en naar binnen gekanteld is, terwijl de voorkant van de voet naar binnen draait. Hierdoor krijgt de voet vaak een komma-achtige vorm en is deze meestal ook hol.

In Nederland worden jaarlijks ruim 200 kinderen geboren met klompvoeten. Deze aandoening komt ongeveer twee keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Ongeveer de helft van de baby's met deze afwijking wordt geboren met twee klompvoeten, terwijl de andere helft één klompvoet heeft. Bij ongeveer 20% van de kinderen met een klompvoet is er sprake van een bijkomende aangeboren afwijking, zoals een open rug.

babyvoetje met klompvoet afwijking

Ontdekking van een klompvoetje

Klompvoetjes zijn meestal al zichtbaar op de 20-wekenecho, maar soms worden ze pas na de geboorte ontdekt. Als de verloskundige of gynaecoloog tijdens de 20-wekenecho een klompvoetje detecteert, volgt er een medische echo. Indien de afwijking hierop wederom zichtbaar is, wordt het paar doorverwezen naar een kinderorthopeed. Deze specialist behandelt na de geboorte de klompvoetjes van de baby. Vlak na de geboorte onderzoekt de kinderorthopeed de voetjes om de ernst van de afwijking vast te stellen en een behandelplan op te stellen, waarbij ook de prognose van de behandeling wordt ingeschat.

Wanneer een kindje met een klompvoet verwacht wordt en er geen andere complicaties rondom de zwangerschap zijn, mogen de ouders zelf kiezen of de bevalling in het ziekenhuis of thuis plaatsvindt.

Oorzaken van een klompvoet

De precieze oorzaak van een klompvoetje blijft vaak onbekend. Wel zijn er enkele mogelijke factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van deze aandoening:

  • Afwijkende ligging in de baarmoeder: Soms raakt de voet van het kindje bekneld tijdens de zwangerschap door onvoldoende ruimte in de baarmoeder. Dit kan voorkomen bij meerlingzwangerschappen of een stuitligging. Deze vorm van klompvoetjes is vaak eenvoudiger te corrigeren.
  • Erfelijkheid: Erfelijkheid speelt waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van klompvoetjes. Indien een ouder zelf met deze aandoening geboren is, bedraagt de kans op een klompvoet bij de baby 3 tot 4%. Als zowel de ouder als het kind een klompvoet hebben, is de kans dat een volgend kind deze aandoening krijgt 25%.
  • Neurologische aandoening: Klompvoeten komen vaker voor bij aandoeningen van het zenuwstelsel, zoals een open rug of spasticiteit.
  • Verstoorde zenuwvoorziening van de voet: Een afwijking aan de voetzenuwen kan ertoe leiden dat de voet scheef komt te staan.
  • Bindweefselziekte: Wanneer er sprake is van een bindweefselziekte, die normaal gesproken spieren en gewrichten ondersteunt en bloedvaten en zenuwen naar organen leidt, kan dit verstoord raken, met het ontstaan van klompvoetjes tot gevolg.
  • Problemen tijdens de zwangerschap: Soms worden klompvoetjes veroorzaakt door complicaties tijdens de zwangerschap, zoals een tekort aan vruchtwater of het amnionstrengsyndroom, waarbij het binnenste vruchtvlies scheurt en dit tot afwijkingen bij de baby kan leiden.
  • Syndroom: In zeldzame gevallen zijn klompvoetjes onderdeel van een syndroom, zoals diastrofische dysplasie (dwerggroei) of Arthrogryposis multiplex congenita, een syndroom dat gewrichtsafwijkingen veroorzaakt.
schematische weergave van oorzaken klompvoet

Behandeling van klompvoetjes

Een tijdige behandeling van klompvoetjes is essentieel om te zorgen voor pijnloze, soepele voeten waarop het kind goed kan lopen. Idealiter starten artsen de behandeling binnen vijf dagen na de geboorte. Tijdens de behandeling wordt de voet van de baby geleidelijk in de correcte stand gemanipuleerd. De specifieke aanpak hangt af van de ernst van de klompvoet. Bij een lichte afwijking volstaan vaak tape en massage, terwijl bij een ernstigere afwijking gips en mogelijk een operatie noodzakelijk zijn.

De behandeling vindt plaats in goedgekeurde Klompvoetcentra, waar gespecialiseerde kinderorthopeden en gipsverbandmeesters samenwerken. In Nederland worden klompvoeten behandeld volgens de Ponseti-methode, die uit vier stappen bestaat: gipsbroek, eventueel een kleine operatie, een brace en nacontroles.

1. Gipsbroek

Als de voet van het kind niet met tape en massage rechtgezet kan worden, wordt een gipsbroek toegepast. Voorafgaand aan het gipsen worden de voetspieren en -banden voorzichtig opgerekt met massage. Het gips zorgt ervoor dat de voet geleidelijk aan de juiste stand aanneemt. Het gips loopt tot boven de knieën en wordt wekelijks verwisseld. Tijdens het verwisselen kan de baby in bad. Het dragen van een gipsbroek belemmert het verschonen van

Klompvoetjes bij baby's: oorzaken, symptomen en behandeling

Een klompvoetje is een aangeboren afwijking van de stand van de voet, die ontstaat tijdens de zwangerschap. Hierbij zijn de botten, pezen en spieren in de voet aanwezig, maar bevinden ze zich in een afwijkende positie. De spieren en pezen in het onderbeen en de voet van de baby zijn niet goed gegroeid in de baarmoeder; ze zijn te kort of te lang. Dit leidt ertoe dat de botten in een verkeerde stand komen te staan, waardoor de gehele voet krom wordt. Kenmerkend is dat de hiel naar beneden wijst en naar binnen gekanteld is, terwijl de voorkant van de voet naar binnen draait, wat de voet een komma-achtige vorm geeft. Vaak is het voetje ook hol.

In Nederland worden jaarlijks ruim 200 kinderen geboren met klompvoeten. Deze aandoening komt ongeveer twee keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Bij circa de helft van de baby's is er sprake van twee klompvoeten, terwijl de andere helft slechts één klompvoet heeft. Ongeveer 20% van de kinderen met een klompvoet heeft ook een andere aangeboren afwijking, zoals een open rug.

Ontdekking van een klompvoetje

Klompvoetjes zijn meestal al zichtbaar tijdens de 20-wekenecho. Soms worden ze pas na de geboorte ontdekt. Indien de verloskundige of gynaecoloog tijdens de 20-wekenecho een klompvoet constateert, volgt een medische echo. Als de afwijking ook hierop zichtbaar is, wordt doorverwezen naar een kinderorthopeed. Deze specialist behandelt na de geboorte de klompvoetjes van de baby. Direct na de geboorte onderzoekt de kinderorthopeed de voetjes om de ernst van de afwijking te beoordelen en een behandelplan op te stellen. Tevens wordt ingeschat hoe goed de klompvoet te behandelen is.

Indien er geen andere problemen rondom de zwangerschap zijn, mogen aanstaande ouders zelf kiezen of ze in het ziekenhuis of thuis willen bevallen.

Echo van een foetus waarbij een klompvoet zichtbaar is

Oorzaken van een klompvoet

De precieze oorzaak van een klompvoetje is vaak onbekend, maar er zijn enkele mogelijke factoren:

Mogelijke oorzaken

  • Afwijkende ligging in de baarmoeder: Soms raakt de voet van de baby bekneld tijdens de zwangerschap door te weinig ruimte in de baarmoeder, wat kan voorkomen bij een tweelingzwangerschap of stuitligging. Deze vorm is vaak makkelijk te corrigeren.
  • Erfelijkheid: Erfelijkheid speelt waarschijnlijk een rol. Als ouders zelf een klompvoet hebben, is de kans 3-4% dat hun baby ook een klompvoet heeft. Als zowel de ouder als de baby een klompvoet hebben, is de kans 25% dat een volgend kind deze aandoening ook heeft.
  • Neurologische aandoening: Klompvoeten komen vaker voor bij aandoeningen aan het zenuwstelsel, zoals een open rug of spasticiteit.
  • Verstoorde zenuwvoorziening van de voet: Afwijkingen aan de voetzenuwen kunnen ertoe leiden dat de voet scheef komt te staan.
  • Bindweefselziekte: Een bindweefselziekte kan de ondersteuning van spieren en gewrichten verstoren, wat kan leiden tot klompvoetjes.
  • Problemen tijdens de zwangerschap: Soms worden klompvoetjes veroorzaakt door zwangerschapsproblemen zoals een tekort aan vruchtwater of het amnionstrengsyndroom, waarbij het binnenste vruchtvlies scheurt en afwijkingen bij de baby kan veroorzaken.
  • Syndroom: In zeldzame gevallen is een klompvoet onderdeel van een syndroom, zoals diastrofische dysplasie (dwerggroei) of Arthrogryposis multiplex congenita (een syndroom met gewrichtsafwijkingen).

De Engelse term voor klompvoet is 'clubfoot', wat verwijst naar de gelijkenis met de stand van een golfclub. Medisch gezien wordt gesproken van pes equinovarus, waarbij 'pes' voet betekent, 'equino' spitsstand, en 'varus' aangeeft dat de voet in de enkel naar binnen gedraaid is. Soms wordt ook de term congenitale talipes equinovarus gebruikt, waarbij 'congenitaal' aangeboren betekent. De talus (een enkelbot) kan een afwijkende vorm hebben bij klompvoeten. Een contractuur is een afwijkende stand van een gewricht.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een syndromale klompvoet, wanneer er naast de klompvoet ook andere aangeboren afwijkingen zijn, vaak als gevolg van een onderliggend syndroom, en een positionele klompvoet, die ontstaat door onvoldoende ruimte in de baarmoeder.

Bij kinderen met een klompvoet is vaak een van de enkelbotten, de talus, onderontwikkeld, wat leidt tot ontwrichting van het talo-calcaneo-naviculaire gewricht. Ook de kuitspieren en de peroneusspieren aan de zijkant van het onderbeen kunnen onderontwikkeld zijn.

Een klompvoet wordt gekenmerkt door een naar beneden gerichte en naar binnen gedraaide voorvoet. De voorvoet is vaak breder dan normaal, terwijl de hiel smaller is.

Illustratie van de anatomie van een klompvoet, met nadruk op de stand van de botten en spieren

Behandeling van klompvoetjes

Een snelle behandeling van klompvoetjes is essentieel om ervoor te zorgen dat het kind pijnloze, soepele voeten krijgt waarop het goed kan lopen. Idealiter starten artsen de behandeling binnen vijf dagen na de geboorte. Tijdens de behandeling wordt de voet van de baby geleidelijk in de juiste stand gebracht. De methode hangt af van de ernst van de klompvoet; bij lichte afwijkingen volstaan tape en massage, terwijl bij ernstigere gevallen gips en een operatie nodig zijn.

De behandeling vindt plaats in gespecialiseerde Klompvoetcentra, waar kinderorthopeden en gipsverbandmeesters samenwerken. In Nederland worden klompvoeten behandeld volgens de Ponseti-methode, die uit vier stappen bestaat: gipsbehandeling, eventueel een kleine operatie, een brace en nacontroles.

1. Gipsbroek

Als de voet niet met tape en massage rechtgezet kan worden, krijgt de baby een gipsbroek. Voorafgaand aan het gipsen worden de voetspieren en -banden voorzichtig opgerekt met massage. Het gips zorgt ervoor dat de voet geleidelijk in de juiste stand komt te staan. Het gips loopt tot boven de knieën en wordt wekelijks verwisseld. Tijdens het wisselen van het gips kan de baby in bad gedaan worden. Het verschonen van de luier is mogelijk met een gipsbroek.

Baby met een gipsbroek die de klompvoet corrigeert

2. Mogelijk een operatie van de achillespees

Na ongeveer zes weken gipsbehandeling controleert de orthopeed de voetjes. Hoewel gipsbehandeling soms volstaat, is in veel gevallen een operatie nodig. Bij kinderen met een klompvoet is de achillespees, de pees bij de hiel, vaak te kort, wat voorkomt dat de voet in de juiste stand blijft staan. Daarom ondergaat 90% van de kinderen met klompvoetjes een kleine operatie. De hiel wordt verdoofd met verdovingszalf. De baby krijgt een flesje om ontspannen te zijn. De arts snijdt de achillespees door, wat slechts enkele seconden duurt en geen hechtingen vereist. Na deze ingreep krijgt de baby opnieuw een gipsverband dat drie weken blijft zitten. Gedurende deze periode groeien de uiteinden van de achillespees weer aan elkaar tot de juiste lengte.

3. Voetbrace

Drie weken na de operatie wordt het gips verwijderd. Vanaf nu is een brace nodig. Als er geen operatie heeft plaatsgevonden, krijgt de baby na ongeveer zes weken gipsbehandeling een brace. De brace bestaat uit twee speciale schoenen die verbonden zijn door een staaf. Deze schoenen zorgen ervoor dat de klompvoet in de juiste stand blijft groeien. De eerste drie maanden draagt het kind de voetbrace dag en nacht. Daarna wordt de brace alleen nog 's nachts en tijdens dutjes overdag gedragen, tot ongeveer vierjarige leeftijd. De arts controleert regelmatig de stand van de voeten.

Baby met een voetbrace die de correctie van de klompvoet ondersteunt

4. Nacontrole

De voetbrace is meestal niet meer nodig wanneer het kind vier of vijf jaar oud is, omdat de voet voldoende tijd heeft gehad om in de juiste stand te groeien. De kans op terugval is dan klein. Elke drie tot vier maanden controleert de arts of de stand van de voet goed blijft. Na twee jaar worden de controles minder frequent, en het kind blijft onder controle tot ongeveer 16-jarige leeftijd. Bij correct gebruik van de brace is de kans op terugval slechts 6%. Bij kinderen die de brace niet correct dragen, is de kans op terugval 80%, wat het belang van adequate draagtijd onderstreept.

De toekomst met klompvoetjes

Een klompvoet is niet te genezen, maar wel te verhelpen. De behandeling streeft ernaar dat het kind de voet normaal kan gebruiken, zonder pijn kan lopen en rennen, en kan sporten. De voet ziet er nagenoeg normaal uit en het kind kan gewone schoenen dragen. Een behandelde klompvoet kan echter iets kleiner zijn dan normaal, en het been kan iets korter zijn, wat doorgaans geen problemen oplevert en nauwelijks opvalt.

Een klompvoet heeft geen invloed op de levensverwachting of vruchtbaarheid. Kinderen van volwassenen met een klompvoet hebben wel een verhoogde kans om zelf ook een klompvoet te krijgen. Dit kan tijdens een volgende zwangerschap via een echo, mogelijk al voor de 20-weken echo, worden beoordeeld.

De Pirani-score of Dimeglio-score kan worden gebruikt om de ernst van de klompvoet te bepalen. Bij kinderen met klompvoeten en meerdere aangeboren afwijkingen kan DNA-diagnostiek worden verricht om onderliggende syndromen op te sporen.

Na de geboorte, bij voorkeur binnen 48 uur en uiterlijk na twee weken, wordt geprobeerd de stand van de voet te corrigeren. De Ponseti-methode, met wekelijkse aanpassing van gips tot bijna in de lies, wordt gebruikt om de voet geleidelijk te verplaatsen en spieren en pezen op lengte te laten komen. Als de achillespees te kort blijft, kan een operatie (tenotomie) de spitsstand corrigeren. Daarna volgt opnieuw gips gedurende drie weken.

Om terugval te voorkomen, krijgen kinderen een speciale brace met schoenen en een staaf, die de voeten naar buiten draait. Deze moet drie maanden lang vrijwel de hele dag gedragen worden, daarna alleen tijdens het slapen tot de leeftijd van vier jaar. Met gipsbehandeling en eventueel een achillespeesverlenging kunnen kinderen zo normaal mogelijk lopen, rennen en bewegen. Een klompvoet wordt zelden een volledig normale voet, maar het doel is maximale functionaliteit, het dragen van normale schoenen en het vermijden van pijnklachten. De voet blijft vaak 1-2 maten kleiner dan de andere voet. Bij ongeveer 10% van de kinderen kan de enkel en voet weer een afwijkende stand aannemen, waarvoor opnieuw behandeling nodig kan zijn.

Tips voor ouders met een kind met klompvoetjes

De volgende tips kunnen ouders helpen wanneer hun kind een gipsverband of voetbrace draagt:

  • Neem badartikelen mee naar de gipsafspraak: Aangezien het kind thuis niet in bad kan met gips, kunnen handdoek, badolie en een schone luier meegenomen worden om de baby tijdens het gips wisselen in bad te doen.
  • Zorg dat het kind warm blijft: Na het gipsen kan het kind het sneller koud krijgen. Warm houden, bijvoorbeeld met een kruik in de voetenzak, is belangrijk.
  • Houd eventuele klachten in de gaten: Let op drukplekken of roodheid veroorzaakt door de brace en meld dit aan de kinderorthopeed.
  • Schaf een speciale slaapzak aan: Een extra brede slaapzak, speciaal voor kinderen met een brace of gipsbroek, is verkrijgbaar via internet en voorkomt problemen met de pasvorm.
  • Koop grotere kleding en sokken: Het gipsverband vereist grotere sokken en broeken. Elastische broeken zijn handig wanneer een brace gedragen wordt.
  • Voorkom rugklachten door een hogere box en bedbodem: Een gipsbroek maakt de baby zwaarder om te tillen. Een hogere bodem van het ledikant en de box kan helpen.
  • Zoek contact met andere ouders: Ervaringen uitwisselen met andere ouders, bijvoorbeeld via de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes, kan ondersteunend zijn.

Het hebben van een kind met klompvoetjes kan een grote impact hebben op ouders. Praten over de ervaringen en het verhaal kunnen delen, is waardevol. Het is belangrijk dat kinderen zelf de vrijheid krijgen om er wel of niet over te spreken of hun hand te laten zien, zonder dat er direct aannames worden gedaan over hun beperkingen.

De Ponseti-methode voor de behandeling van klompvoeten: Waar moet u uw vingers plaatsen?

tags: #afwijking #voetjes #baby