De bevalling van je baby kan worden opgedeeld in verschillende fasen, met de ontsluitingsfase als de eerste en vaak de langstdurende. Deze fase is cruciaal voor de geboorte van je kindje en wordt verder onderverdeeld in meerdere stadia.
De Fasen van de Bevalling
De bevalling kent globaal drie hoofdfasen: de ontsluitingsfase, de uitdrijvingsfase en de nageboorte. De ontsluitingsfase zelf is weer onder te verdelen in drie subfasen: de latente fase, de actieve fase en de overgangsfase.

1. De Ontsluitingsfase
Tijdens de ontsluitingsfase begint de baarmoedermond, ook wel de cervix genoemd, zich te rekken en te openen. Dit proces is noodzakelijk om de baby de weg naar buiten te laten vinden. De baarmoedermond transformeert van volledig gesloten naar een opening van ongeveer 10 centimeter. Pas wanneer de cervix volledig ontsloten is, kan de baby geboren worden.
Naarmate de baarmoedermond opengaat, kan er wat vaginale afscheiding optreden die sporen van bloed kan bevatten. Dit is een normaal teken dat de baarmoedermond reageert op de weeën en de druk van het hoofdje van de baby. Het breken van de vliezen kan op elk moment tijdens de bevalling plaatsvinden, maar gebeurt meestal wanneer de ontsluiting goed op gang is gekomen.
De Latente Fase (Eerste Ontsluitingsfase)
De latente fase is de voorbereidende periode van de bevalling. Het kan voor veel vrouwen lastig zijn om te bepalen of de bevalling daadwerkelijk is begonnen, aangezien de eerste weeën soms nog voorweeën of oefenweeën kunnen zijn. Deze weeën kunnen mild zijn, vergelijkbaar met menstruatiepijn, of juist scherp en sterk aanvoelen. In het begin zijn de weeën kort (30-40 seconden) en onregelmatig. Echte weeën kenmerken zich door regelmaat: ze komen om de 5 tot 10 minuten.
De duur van de latente fase varieert sterk per vrouw en per bevalling. Gemiddeld duurt deze fase zo'n 12 tot 14 uur, maar bij een eerste kind kan dit oplopen tot 24 tot 48 uur. Bij een tweede of volgende kind verloopt dit proces doorgaans sneller. Deze fase kan worden gezien als een 'opwarmingsperiode' voor de baarmoedermond, die zachter en korter wordt ter voorbereiding op de geboorte.
Wanneer de baarmoedermond ongeveer 3 tot 4 centimeter ontsluiting heeft, gaat de bevalling over in de actieve fase. De weeën worden effectiever en de baarmoedermond opent zich sneller.
Wat merk je van de latente fase?
- Lichte krampen of samentrekkingen van de baarmoeder, die lijken op menstruatiepijn.
- Onregelmatige weeën met ruime pauzes, die kort duren of waarvan de duur wisselt.
- De weeën kunnen afzakken of stoppen en later weer terugkeren.
- De weeën zijn vaak nog goed op te vangen, waardoor je nog andere activiteiten kunt ondernemen.
- Verlies van de slijmprop, een taai stuk slijm dat uit de baarmoedermond komt wanneer deze begint te openen.
Tips om de latente fase goed door te komen:
- Zoek ontspanning: ademhalingsoefeningen, een rustige omgeving, muziek, een warme douche of bad, massage.
- Doe waar je behoefte aan hebt en probeer afleiding te zoeken.
- Zorg voor voldoende vochtinname en eet licht verteerbare maaltijden.
- Probeer te rusten of te slapen, indien mogelijk.
Wanneer de verloskundige bellen in de latente fase?
Volg de belinstructies die je van je verloskundige hebt gekregen. Bij twijfel, zorgen, minder dan 37 weken zwangerschap, helderrood bloedverlies, of als de weeën erg intens zijn en je het gevoel hebt te moeten poepen, is het verstandig contact op te nemen.
De Actieve Fase (Tweede Ontsluitingsfase)
In de actieve fase komen de weeën goed op gang. Ze worden regelmatiger, heftiger en houden langer aan, ongeveer elke 5 minuten en een minuut lang. Deze fase begint bij 3 tot 4 centimeter ontsluiting en vordert tot ongeveer 8 centimeter. Gemiddeld kan deze fase een uur per centimeter ontsluiting duren, maar dit verschilt per vrouw.
Dit is het moment waarop je de verloskundige belt voor een thuisbevalling of naar het ziekenhuis gaat voor een poliklinische bevalling. De weeën worden nu echt pijnlijk en vereisen je volledige aandacht. Indien gewenst, kan hier pijnbestrijding worden toegepast. De verloskundige controleert de voortgang van de ontsluiting en de ligging van de baby door middel van inwendig onderzoek.
Tijdens de actieve fase is het belangrijk om af te wisselen tussen bewegen en rusten. Beweging kan de baby helpen om te draaien en door het bekken te zakken, en kan de pijn van de weeën verminderen. De verloskundige zal je begeleiden bij het vinden van comfortabele houdingen.
Wat merk je van de actieve fase?
- Weeën komen nu om de 2 tot 3 minuten en duren een volle minuut.
- Je hebt al je aandacht nodig om de weeën op te vangen; je keert je naar binnen.
- Je partner merkt dat je minder contact maakt en grapjes niet meer waardeert.
- Je lichaamseigen pijnstilling (endorfines) kan ervoor zorgen dat je een 'high' gevoel ervaart.
- Misselijkheid, overgeven of diarree kunnen optreden omdat je lichaam alle energie gebruikt voor de weeën.
- Het bloedverlies kan toenemen, maar blijft minder dan tijdens een menstruatie.
De Overgangsfase (Laatste Ontsluitingsfase)
De overgangsfase markeert de laatste centimeters van de ontsluiting, van 8 naar 10 centimeter (volledige ontsluiting). Deze fase wordt gekenmerkt door de meest intense druk en heftige weeën, die elke 2 tot 3 minuten terugkomen. De baarmoeder trekt krachtig samen om de baby naar buiten te duwen, maar de baarmoedermond is nog niet volledig open, wat kan leiden tot persdrang voordat de volledige ontsluiting is bereikt.
Wanneer de baby het geboortekanaal passeert, voel je druk op je weefsels en zenuwen. Vlak voor de geboorte veroorzaakt de druk van de baby druk en spanning in de vagina en tegen het rectum, wat resulteert in persdrang. De weeën worden opgevangen door ze weg te puffen, en de tijd tussen de weeën wordt gebruikt om op adem te komen. Deze fase kan als zeer intens worden ervaren, maar het einde van de bevalling is nabij.
De overgangsfase wordt ook wel de 'wanhoopsfase' genoemd, omdat veel vrouwen hier aangeven het niet meer te kunnen. Gelukkig duurt deze fase meestal niet lang.
2. De Uitdrijvingsfase
Zodra je 10 centimeter ontsluiting hebt bereikt en de persdrang sterk is, begint de uitdrijvingsfase. De verloskundige of gynaecoloog zal je begeleiden bij het persen, waarbij je elke wee gebruikt om je baby naar buiten te duwen. De duur van het persen varieert; bij een eerste kind duurt het gemiddeld zo'n uur, bij een volgende kind vaak korter.
De verloskundige meet de ontsluiting met behulp van inwendig onderzoek. Twee vingers die passen, duiden op 3 centimeter; een 'V'-vorm op 4 centimeter; wijd gespreide vingers op 8 centimeter. Wanneer de verloskundige een dunne rand rond het hoofdje van de baby kan voelen, is er sprake van 10 centimeter, oftewel volledige ontsluiting.
Tijdens het persen helpt de zwaartekracht mee, vooral in verticale houdingen of op handen en knieën. Het plat op de rug liggen wordt afgeraden omdat dit niet optimaal is. De beste houding is er een die bij jou past en waarin je je goed voelt, wat de bevalling kan versnellen en de kans op ingrijpen kan verkleinen.
De geboorte
Tijdens het persen wordt het hoofdje van de baby steeds dieper in het geboortekanaal gedrukt. Je kunt een brandend gevoel ervaren wanneer de baby het perineum oprekt. Het is belangrijk om gecontroleerd te blijven persen om de kans op inscheuren te minimaliseren. Warme doeken tegen het perineum kunnen helpen de huid soepel te houden. Wanneer het brandende gevoel het hevigst is, wordt het hoofdje geboren, gevolgd door de schouders.
Bevalling animatie
3. De Nageboorte
Na de geboorte van de baby is de bevalling nog niet helemaal voltooid. De placenta, ook wel moederkoek genoemd, moet nog geboren worden. Dit gebeurt meestal kort na de geboorte van de baby, binnen ongeveer een uur. Bij het loslaten van de placenta kun je een lichte wee voelen en wat vaginaal bloedverlies ervaren. Je moet de placenta naar buiten duwen, net als bij de geboorte van je baby.
De placenta voorziet de baby negen maanden lang van voeding en zuurstof. Na de geboorte krimpt de baarmoeder verder, mede dankzij naweeën, tot deze weer bijna achter het schaambeen verdwenen is. Goede naweeën helpen om bloedverlies te beperken.
Specifieke Situaties en Medische Procedures
Strippen
Strippen is een methode die wordt toegepast om de bevalling op gang te brengen, meestal vanaf 41 weken zwangerschap. Hierbij worden de vliezen rond de baarmoedermond losgemaakt tijdens een inwendig onderzoek. Dit kan hormonen (prostaglandines) vrijmaken die weeën kunnen opwekken. Strippen kan effectief zijn in het verminderen van het aantal keren dat de zwangerschap langer dan 42 weken duurt.
Het strippen kan als pijnlijk worden ervaren, maar is zelden reden om te stoppen. Na het strippen kun je wat bloedverlies hebben, wat normaal is. Het is niet gegarandeerd dat strippen de bevalling op gang brengt; bij ongeveer 1 op de 6 vrouwen leidt het tot bevalling. Indien nodig kan het strippen na 2 tot 3 dagen herhaald worden.
Breken van de Vliezen
Het breken van de vliezen kan spontaan gebeuren of door de verloskundige worden gedaan. Dit gebeurt meestal wanneer de ontsluiting al enigszins gevorderd is. Bij helder vruchtwater heb je doorgaans acht uur de tijd om zelf weeën te krijgen. Bij meconiumhoudend vruchtwater (poep in het vruchtwater) is een ziekenhuisopname geïndiceerd, omdat dit kan duiden op een verminderde conditie van de baby.
Sommige zorgverleners breken de vliezen standaard bij 3-4 centimeter ontsluiting om de bevalling te bespoedigen. De mening hierover kan verschillen; de vliezen hebben vaak een nuttige functie. Het is belangrijk om je eigen keuze te maken en vragen te stellen aan je zorgverlener.
Inleiden van de Bevalling
Wanneer de bevalling niet spontaan op gang komt, kan deze worden ingeleid. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: door middel van een ballonkatheter, vaginale tabletten, of het breken van de vliezen in combinatie met wee-opwekkende medicatie. Voor een succesvolle inleiding is het belangrijk dat de baarmoedermond 'rijp' is, dat wil zeggen zacht en al enigszins geopend.
Een ballonkatheter kan helpen de baarmoedermond te laten rijpen door druk uit te oefenen. Vaginale tabletten worden ingebracht en moeten enkele uren inwerken. Indien de baarmoedermond voldoende rijp is, kunnen de vliezen worden gebroken om de bevalling op gang te brengen.
De INDEX-studie suggereerde dat inleiden bij 41 weken mogelijk iets beter is voor het kind, maar ook dat het vaker leidt tot een negatieve bevalervaring en behoefte aan pijnstilling. Beide opties, afwachten tot 42 weken of inleiden bij 41 weken, worden als verantwoorde keuzes beschouwd.
Niet-vorderende Ontsluiting
Wanneer de ontsluiting traag verloopt, spreekt men van niet-vorderende ontsluiting. Dit wordt beoordeeld door de verloskundige of gynaecoloog, rekening houdend met complicatierisico's en de ervaring van de vrouw. Soms is medisch ingrijpen nodig, zoals het toedienen van oxytocine of een keizersnede. Zelf kun je proberen te bewegen, een warm bad te nemen of pijnbestrijding te gebruiken.
De Rol van de Verloskundige
Verloskundigen zoals Marieke van Maaren, Arzola Nouws, Janine Viskil en Annemarieke van den Heuvel spelen een cruciale rol bij het begeleiden van zwangere vrouwen door het bevallingsproces. Zij bieden ondersteuning, informatie en zorg, en stellen de wensen van de vrouw centraal. Ze luisteren naar de harttonen van de baby, controleren de ontsluiting, adviseren over pijnstilling en helpen bij het vinden van de meest comfortabele houdingen. Hun expertise zorgt ervoor dat de bevalling zo soepel en veilig mogelijk verloopt.
