Voedingswaarde en bereiding van babyvoeding

De voeding van een baby is een cruciaal aspect van de gezondheid en ontwikkeling. In de eerste levensmaanden krijgt een baby uitsluitend melk binnen. Het is belangrijk om te begrijpen dat baby's zelf aangeven wanneer ze honger hebben en wanneer ze genoeg hebben gegeten. Een gezonde baby is in staat om de benodigde hoeveelheid en frequentie van voedingen zelf te reguleren.

Melkbehoefte per lichaamsgewicht

De minimale en maximale melkbehoefte van een baby is gerelateerd aan het lichaamsgewicht. Deze behoefte kan variëren in zowel de hoeveelheid per voeding als het aantal voedingen per dag. Niet elk kind drinkt evenveel, en de inname kan ook per voeding verschillen. Het is dan ook niet aan te raden om een baby te dwingen om een fles leeg te drinken.

Als algemene richtlijn geldt de basisbereiding van 1 maatschepje per 30 ml water. Houd er rekening mee dat na bereiding de hoeveelheid melk in de fles vaak groter is dan de baby direct nodig heeft. Ter illustratie: een baby van 4 kg drinkt gemiddeld tussen de 440 en 750 ml flesvoeding per dag, verdeeld over de dag volgens het eigen ritme van de baby.

Grafiek met minimale en maximale melkbehoefte per kilo lichaamsgewicht voor baby's

Borstvoeding en afgekolfde moedermelk

Wanneer er borstvoeding en afgekolfde moedermelk wordt gegeven, zijn er subtiele signalen waaruit blijkt dat een baby honger heeft, nog voordat deze begint te huilen. Nachtvoedingen kunnen vanaf het begin zo kort en rustig mogelijk gehouden worden, met weinig licht en geluid. Tot ongeveer 6 maanden worden veel baby's nog wakker voor een nachtvoeding. Zorg ervoor dat de baby tijdens de avondvoeding voldoende drinkt, maar voeg geen extra ingrediënten toe, aangezien dit het slaappatroon niet zal veranderen.

Als een baby na enkele maanden 's nachts weinig interesse toont in voeding, kan de nachtvoeding eventueel weggelaten worden, mits de baby een normale groei doormaakt en overdag spontaan om voeding vraagt. Ook baby's die geen nachtvoeding meer nodig hebben, worden soms nog wakker. In plaats van direct een fles te geven, kan geprobeerd worden de baby zachtjes aan te spreken, te troosten of een fopspeen aan te bieden.

Ontlasting en spijsvertering

De eerste dagen na de geboorte bestaat de ontlasting van een baby uit een zwarte, plakkerige en pekachtige substantie. De stoelgang bij baby's die flesvoeding krijgen, is doorgaans iets vaster dan bij baby's die borstvoeding ontvangen. Een verandering in het stoelgangpatroon kan optreden bij veranderingen in de voeding, zoals het wisselen van kunstvoeding of de overgang naar vaste voeding. Bij flesvoeding wordt aangeraden een aangepaste melkvoeding te geven.

Als een baby erg gulzig drinkt, kan de melkstroom te snel zijn. Een voeding duurt bij voorkeur 20 tot 30 minuten. Als de voeding veel sneller verloopt en de baby na de flesvoeding nog steeds een sterke zuigbehoefte toont, is het raadzaam te controleren of de melkstroom niet te snel is. Het aanpassen van de houding of het vertragen van de melkstroom kan hierbij helpen. Indien een baby een fopspeen gebruikt, kan deze na de voeding aangeboden worden.

Vochtbehoefte bij verhoogd verlies

Omstandigheden zoals warme dagen of verhoogd vochtverlies door koorts, diarree of extra inspanning kunnen leiden tot een grotere vochtbehoefte bij een baby. Een indicatie van voldoende vochtinname is minimaal 6 plasluiers per dag, waarbij de urine lichtgeel gekleurd is.

Bij braken of diarree heeft een baby alleen melkvoeding nodig. De dagelijkse inname van melkvoeding ligt dan rond de 600 tot 900 ml. Naast vaste voeding, die ook vocht bevat, heeft een baby extra vocht nodig. Hierbij heeft plat, mineraalarm water de absolute voorkeur als dorstlesser. Babythee zonder toegevoegde suiker of honing is een tweede optie. Vers, ongezoet fruitsap, groentesap of bouillon kan ook afwisselend aangeboden worden. Gezoete dranken dienen vermeden te worden vanwege de negatieve impact op de tandjes.

Illustratie van een baby die een flesje drinkt, met daarnaast een glas water en een glas babythee

Overgang naar vaste voeding

Tussen de 3 en 5 maanden veranderen de voedingsreflexen van een baby geleidelijk in bewuste mondbewegingen. Rond 4 tot 6 maanden is er een 'gevoelige periode' om baby's te leren eten van een lepel. Baby's van deze leeftijd drinken gemiddeld nog 5 tot 7 flessen per dag.

De introductie van vaste voeding begint met oefenhapjes. Aanvankelijk wordt hierbij nog steeds melkvoeding gegeven. Wanneer de eerste vaste voeding goed gaat, kan gestart worden met een tweede vaste voeding, wederom met aanvullende melkvoeding. De hoeveelheid van een volledige fruit- of groentepap bedraagt ongeveer 150g tot 200g.

Bereiding van flesvoeding

Het klaarmaken van flesvoeding is een proces dat hygiëne en nauwkeurigheid vereist. Het is essentieel om alle stappen goed te volgen en het flesje grondig schoon te maken. Indien een fles van tevoren wordt klaargemaakt, dient deze gekoeld bewaard te worden en niet langer dan 8 uur. Zorg ervoor dat zowel de fles als de speen goed schoon zijn.

Raadpleeg altijd de verpakking van de kunstvoeding voor de juiste hoeveelheden water en voeding. Het is niet altijd nodig om het water eerst te koken, tenzij anders aangegeven op de verpakking of bij specifieke waterkwaliteit (bijvoorbeeld bij loden leidingen). Gebruik geen warm water direct uit de kraan, omdat leidingen dan meer metalen kunnen afgeven.

Stappen voor het bereiden van flesvoeding:

  1. Doe de benodigde hoeveelheid water in de fles.
  2. Verwarm het water tot een temperatuur van ongeveer 30 tot 35°C. Dit kan bijvoorbeeld in een pan met warm water.
  3. Voeg het poeder toe met het bijgeleverde maatschepje. Gebruik geen extra schepje of een schepje met een hoopje poeder.
  4. Controleer altijd de temperatuur van de melk door een druppeltje op de binnenkant van de pols te laten vallen. De melk is goed als deze ongeveer even warm is als de huid.
  5. Laat het kind niet langer dan een half uur drinken.

Baby's hebben een zwakkere weerstand dan volwassenen en kunnen sneller ziek worden van schadelijke bacteriën, wat ernstiger gevolgen kan hebben.

Waterkwaliteit en veiligheid

In Nederland is het koken van kraanwater voor flesvoeding meestal niet nodig, tenzij er sprake is van loden waterleidingen in oudere huizen. Als er loden leidingen aanwezig zijn, dienen deze vervangen te worden. Bij nieuwe leidingen of kranen, bijvoorbeeld in nieuwbouwwoningen, is het raadzaam de kraan eerst even te laten stromen voor gebruik. Gebruik geen water uit privébronnen vanwege een mogelijk te hoog nitraatgehalte.

In sommige landen, zowel binnen als buiten Europa, kan het beter zijn om geen kraanwater te gebruiken voor flesvoeding. Als het advies geldt om geen kraanwater te drinken, kook het water dan of gebruik mineraalwater. Niet al het mineraalwater is geschikt; controleer de verpakking. Mineraalwater dat arm is aan natrium en nitraat is over het algemeen geschikt.

Flessenmakers en hygiëne

Er bestaan apparaten, zogenaamde flessenmakers, die automatisch schepjes kunstvoeding en warm water mengen. Een nadeel van deze apparaten is dat het belangrijk is om continu te letten op de hygiëne. Water dat lang in het reservoir blijft, kan bacteriegroei veroorzaken. Het advies is om telkens vers water in het reservoir te doen. Controleer of de instellingen van het apparaat kloppen, aangezien maatschepjes van verschillende merken kunnen variëren. Te veel of te weinig poeder kan de voedingsinname van de baby beïnvloeden.

Hygiëne bij het klaarmaken van flesvoeding:

  • Was grondig de handen voordat je een flesje klaarmaakt.
  • Zorg voor een schone werkplek, bij voorkeur een vaste plek in de keuken die vrijgehouden wordt van andere voedingsmiddelenbereidingen (zoals rauw vlees of eieren).
  • Spoel direct na het voeden de fles, ring en speen om met koud water.
  • Spoel de fles en speen na met warm water om zeepresten te verwijderen.
  • Een sopje of de vaatwasser is voldoende voor de dagelijkse reiniging.
  • Voor optimale hygiëne kunnen de fles, speen en ring voor elk gebruik 5 minuten gesteriliseerd worden met stoom, in kokend water of met tabletten.
Infographic met stappen voor het steriliseren van babyflesjes

Opslag en transport van klaargemaakte voeding

Klaargemaakte flesvoeding kan maximaal 2 flessen van tevoren bereid worden. Sla stap 5 (het verwarmen van de fles) over en plaats de flessen direct na bereiding achterin de koelkast. Bewaar de klaargemaakte flesvoeding niet langer dan 8 uur in de koelkast. Restjes dienen altijd weggegooid te worden. Neem geen klaargemaakte fles mee op reis, omdat flesvoeding altijd gekoeld bewaard moet worden.

Voor onderweg is het aan te raden de juiste hoeveelheid melkpoeder mee te nemen in een speciaal melkpoeder-doseerdoosje. Warm water kan mee in een thermosfles. Doe gekookt water in de thermosfles; dit koelt binnen enkele uren af tot warm water. Neem een flesje koud water mee om te mengen als het hete water nog te warm is.

Alternatieven voor flesvoeding

Moedermelk bevat van nature alle benodigde voedingsstoffen en wordt beschouwd als de beste voeding voor een baby. Echter, niet elke vrouw kan of wil borstvoeding geven, waardoor flesvoeding een goed alternatief is. Het geven van kunstvoeding betekent niet dat men een slechte moeder is.

Voor de meeste baby's is gewone zuigelingenvoeding op basis van melk geschikt. Indien een kind na minimaal een week proberen problemen ondervindt, kunnen er diverse oorzaken zijn, zoals een melkallergie, spugen, honger of darmkrampjes. Klachten als diarree en verstopping komen bij flesvoeding iets vaker voor dan bij borstvoeding.

De opbouw van de voeding begint met kleine beetjes, in overleg met een arts of consultatiebureau. Afhankelijk van het geboortegewicht krijgt een baby zes tot zeven keer per 24 uur voeding. Aan het einde van het kraambed zit een gemiddelde baby op zes tot zeven keer 80 ml flesvoeding, wat niet voor elke baby voldoende is. De benodigde hoeveelheid voeding is sterk afhankelijk van het gewicht van de baby. Een vuistregel is 150 ml voeding per kg lichaamsgewicht per dag.

Om te controleren of een baby voldoende voeding binnenkrijgt, is het belangrijk om te letten op voldoende plasluiers, goede groei en algehele tevredenheid.

Schema dat de opbouw van vaste voeding voor baby's illustreert

Veranderingen in voeding

Bij het veranderen van voeding, bijvoorbeeld naar een andere soort kunstvoeding of bij de overgang naar vaste voeding, kan het stoelgangpatroon van de baby veranderen. Raadpleeg bij twijfel over de voeding altijd het consultatiebureau of de huisarts voor advies. Zij kunnen adviseren welke voedingen het beste gebruikt kunnen worden.

De hoeveelheid flesvoeding die een baby nodig heeft, is afhankelijk van het gewicht en de eetlust. Het is belangrijk om de flesvoeding in de juiste verhouding van poeder en water te bereiden. Te weinig poeder resulteert in een tekort aan voedingsstoffen. De ideale temperatuur van de flesvoeding is ongeveer 37°C, vergelijkbaar met moedermelk.

Let op: Gebruik 1 afgestreken doseerlepel poedermelk per 30 ml water. Als een baby bijvoorbeeld 180 ml melk drinkt, voeg je 6 afgestreken lepels poedermelk toe aan 180 ml water.

Water kan opgewarmd worden in de magnetron of met een flessenwarmer. Voor onderweg kan gekookt water in een thermosfles meegenomen worden. Het is aan te raden flesvoeding vers te bereiden op het moment van gebruik. Poeder kan vooraf afgemeten en in een melkpoedertoren bewaard worden. Controleer altijd de temperatuur voordat de fles aan de baby wordt gegeven.

Belangrijk: Een half leeggedronken flesje mag niet bewaard worden voor later. De voeding moet binnen een half uur na bereiding gebruikt worden om bacteriegroei te voorkomen.

Illustratie van een melkpoedertoren

tags: #nutrition #babyvoeding #4 #schepjes #hoeveel #water