De uitgerekende datum markeert het einde van de 40 weken zwangerschap, maar de meeste baby’s worden niet precies op die dag geboren. Dit is volkomen normaal. De keuze om een bevalling al dan niet in te leiden, brengt specifieke risico's met zich mee. Hoewel het overlijden van een baby 3 op de 1000 gevallen betreft, kan bij een eerste zwangerschap afwachten een iets grotere kans op dergelijke problemen met zich meebrengen.
Tijdens een spontane bevalling kan de duur van de weeën variëren; soms is deze korter, soms langer. Vaak is er vaker onderzoek via de vagina nodig. Tijdens de bevalling kan de bewegingsvrijheid soms beperkt zijn, bijvoorbeeld bij het rondlopen of in bad gaan. Dit komt vaak door de aanwezigheid van een infuus.
Als de bevalling spontaan begint en goed verloopt, kunt u bevallen onder begeleiding van uw eigen verloskundige. Het is belangrijk om samen met uw verloskundige of gynaecoloog te bespreken wat voor u belangrijk is en welke keuzes het beste bij uw situatie passen. Elke keuze is waardevol en er is geen 'betere' optie. Een keuzekaart kan u hierbij helpen, samen met uw arts, om de beste beslissing voor u te nemen.
Wat is de Arbeid?
De arbeid is de periode voorafgaand aan de bevalling waarin het lichaam van de vrouw zich voorbereidt op de geboorte van de baby en de placenta, ook wel de moederkoek genoemd. Kenmerkend voor de arbeid zijn de contracties of weeën.
Het Verloop van de Arbeid
Net voor de start van de arbeid laat de slijmprop van de baarmoederhals los, wat vaak gepaard gaat met enig bloedverlies. Dit gebeurt meestal in de week vóór de bevalling.
Fasen van de Arbeid
-
Eerste Fase (Ontsluitingsfase): De weeën worden regelmatig en de baarmoederhals ontsluit zich tot een opening van 10 cm. Het hoofdje van de baby (of de billen bij een stuitligging) daalt geleidelijk af in het bekken. Bij een eerste bevalling kan deze fase 7 tot 9 uur duren, terwijl deze bij een volgende bevalling doorgaans korter is. Gedurende deze fase breken de vliezen meestal spontaan.
-
Tweede Fase (Uitdrijvingsfase): Deze fase omvat de periode tussen de volledige ontsluiting van de baarmoederhals en de geboorte van de baby. Zodra het kindje in het geboortekanaal is gezakt, voelt de moeder de aandrang om te persen. Als deze fase langer dan 1,5 uur duurt, kan de moeder uitgeput raken. In dergelijke gevallen kunnen hulpmiddelen, zoals een zuignap, worden ingezet.
-
Derde Fase (Nageboorte): In deze fase worden de moederkoek en de vliezen die rond de baby zaten, spontaan afgedreven. Indien dit niet binnen een uur na de bevalling gebeurt, worden ze manueel verwijderd.

Wanneer Bent U in Arbeid?
Tegen het einde van de zwangerschap kunt u te maken krijgen met voorbijgaande contracties, ook wel Braxton Hicks-contracties of oefenweeën genoemd. Deze contracties betekenen niet noodzakelijk dat de bevalling begonnen is. De arbeid wordt herkend aan het frequenter en geleidelijk krachtiger worden van de weeën. Ze duren dan bijvoorbeeld 40-60 seconden en komen om de 10 minuten. De arbeid begint dus wanneer u met regelmatige tussenpozen weeën krijgt. Het breken van de vliezen is eveneens een belangrijk signaal dat de arbeid kan beginnen.
Opvolging van de Arbeid
Tijdens de arbeid worden de harttonen van de foetus gemonitord. Dit kan gebeuren met een foetale stethoscoop, een Doppler-echografiesonde of via cardiotocografie (CTG). Bij CTG worden het hartje van de foetus en de contracties van de baarmoeder via de buik van de moeder gemonitord. In zeldzame gevallen gebeurt de monitoring via een elektrode op de hoofdhuid of stuit van de foetus (STAN-monitoring).

Wat Kunt U Zelf Doen?
Het is cruciaal om te weten wanneer u naar de kraamkliniek moet gaan:
- Wanneer de weeën regelmatig en heviger worden.
- Bij plotseling verlies van veel vocht of helderrood bloed.
- Wanneer de baby minder beweegt.
- Wanneer u om een andere reden ongerust bent.
Om de pijn tijdens de bevalling te beheersen, is ontspanning essentieel. Dit kan bereikt worden door verschillende houdingen aan te nemen, massage of het luisteren naar relaxerende muziek.
Wat Kan de Arts Doen?
De arts kan besluiten de bevalling in te leiden indien u bijvoorbeeld overtijd bent of bij bepaalde complicaties bij de foetus of moeder. Een bevalling die niet vordert, kan worden versneld met behulp van een zuignap (vacuümextractie) of een verlostang (forceps). Bij een stuitligging wordt in de 35e tot 36e zwangerschapsweek geprobeerd de baby uitwendig te keren, hoewel dit niet altijd succesvol is. Bij een stuitligging wordt een spontane arbeid weliswaar geprobeerd, maar altijd onder toezicht van ervaren professionals.
Bij een tweelingbevalling wordt zoveel mogelijk het natuurlijke verloop ondersteund. Vaak krijgt de moeder na de geboorte van het eerste kind weeënopwekkers om de weeën te versterken. Soms wordt het tweede kindje geboren via een spoedkeizersnede.
Meer Weten Over de Zwangerschap en Bevalling?
Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken of 280 dagen, gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Het is raadzaam om vanaf 41 weken extra alert te zijn op de bewegingen van uw baby (minimaal 10 bewegingen per dag).
Het einde van de zwangerschap kan uitdagend zijn. Probeer geduld op te brengen en laat uw bevalling niet zomaar inleiden. De gynaecoloog stelt een inleiding voor wanneer verwacht wordt dat de situatie van uw baby buiten de baarmoeder gunstiger zal zijn.
Redenen voor Inleiding
-
Langdurig Gebroken Vliezen: Als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn, ontstaat er een infectiegevaar voor zowel de baby als de baarmoeder. In dit geval wordt uw temperatuur regelmatig gecontroleerd. Meestal adviseert de gynaecoloog een inleiding als er 24 uur na het breken van de vliezen nog steeds geen weeën zijn.
-
Groeivertraging van de Baby: Indien de baby onvoldoende groeit, wordt het welzijn extra nauwkeurig opgevolgd door middel van cardiotocografie en echografie.
-
Minder Functioneren van de Moederkoek: De moederkoek voorziet de baby van voeding en zuurstof. Bij aandoeningen zoals een hoge bloeddruk of suikerziekte tijdens de zwangerschap, kan de moederkoek minder goed gaan functioneren.
Daarnaast kunnen er nog andere redenen zijn om een bevalling in te leiden, soms ook om persoonlijke redenen.
Het Inleiden van een Bevalling
Het inleiden van een bevalling is het kunstmatig op gang brengen van weeën. Dit kan op verschillende manieren. Als de baarmoedermond nog onrijp is (gesloten), wordt vaak een dun rubber slangetje, een Foley-katheter, ingebracht. Aan het uiteinde wordt een ballonnetje gevuld met water. Vanaf 1 februari 2021 is het in bepaalde laag-risico situaties mogelijk om na plaatsing van de Foley-katheter naar huis te gaan.
Er zijn twee hoofdmethoden voor het inleiden:
- Medicatie: Bij een onrijpe baarmoedermond worden medicijnen in de vagina ingebracht in de vorm van een tablet of gel.
- Vliezen Breken: Als de baarmoedermond voldoende ontsloten is, kunnen de vliezen gebroken worden.

Bij een ingeleide bevalling meldt u zich op het afgesproken tijdstip op de verloskamer. De gynaecoloog informeert u over het tijdstip van inleiding.
Spontane Bevalling versus Ingeleide Bevalling
We spreken van een natuurlijke (of spontane) bevalling wanneer deze het gevolg is van een spontane start zonder kunstmatige ingrepen. Wanneer er ingegrepen wordt in het natuurlijke proces van arbeid en bevalling, spreken we van een ingeleide bevalling. De natuurlijke bevalling komt het meest voor.
Bij een spontane vaginale bevalling, waarbij de baby met het hoofd of de billen naar beneden ligt en de lichaamsbouw van de moeder dit toelaat, zal zij over het algemeen vaginaal bevallen. De ontsluitingsfase, waarin de baarmoederhals verzacht, verkort en zich opent tot 10 cm, kan enkele uren duren. Daarna begeleidt de gynaecoloog of vroedkundige de moeder bij het persen. De nageboorte vindt ongeveer 10 tot 30 minuten na de geboorte plaats.
Bevallingskamer en Begeleiding
Tijdens uw arbeid en bevalling verblijft u samen met uw partner en eventueel een tweede persoon van uw keuze in een bevallingskamer. Tijdens de arbeid is het toegestaan om te drinken en eventueel iets licht verteerbaars te eten. Bij opname op de verloskamer krijgt u een bevallingskamer toegewezen waar u tot na de bevalling blijft. De vroedvrouw begeleidt u en voert indien nodig een vaginaal onderzoek uit. De hartslag van uw baby en de weeënactiviteit worden gemonitord.
Voor de zekerheid wordt een infuus geplaatst. Om effectieve weeën te krijgen, die 3 à 4 keer per 10 minuten komen, kan het nodig zijn om weeënversterkers toe te dienen indien de intensiteit onvoldoende is. Zodra de ontsluiting 10 cm bereikt heeft, start het persen.
Tijdens elke contractie dient u te persen. Na de geboorte wordt de baby minstens 1 uur huid-op-huid op de mama gelegd, indien de toestand van de baby dit toelaat, om de binding te bevorderen. Dit huid-op-huidcontact helpt de baby de stem, hartslag en geur van de moeder te leren kennen, versterkt de onderlinge band, helpt de moeder het gedrag van de baby te observeren en de hongersignalen te herkennen, stabiliseert de lichaamstemperatuur en is gunstig voor de bloedsuikerspiegel. De baby zal dieper slapen en rustiger ademen.
Indien gewenst, kan de baby nu voor de eerste keer aangelegd worden.
Medische Hulpmiddelen en Ingrepen
In België wordt in ongeveer 21% van de gevallen een keizersnede uitgevoerd. Een groot deel hiervan betreft geplande keizersneden, terwijl het overige deel plaatsvindt vanwege onvoorziene complicaties. Minder vaak worden een vacuümpompje (6%) of een verlostang (0,1%) gebruikt, bijvoorbeeld bij een stuitligging (1%).
Als de bevalling moeizamer verloopt of de baby het niet goed stelt, kan de arts de bevalling bespoedigen met hulpmiddelen. Op dat moment wordt ook de kinderarts geroepen om de baby te controleren.
Na de geboorte wordt de baby gewogen, gemeten en aangekleed. De gynaecoloog zal nagaan of er hechtingen nodig zijn. In het verloskwartier zijn er permanent vroedvrouwen aanwezig om u te begeleiden.
Indien uw baby te vroeg geboren is of extra opvolging nodig heeft, wordt het kindje naar de dienst Neonatologie gebracht voor gespecialiseerde zorg.
Pijnbestrijding Tijdens de Bevalling
Bevallen kan pijnlijk zijn, wat normaal is. De intensiteit van de pijn varieert per persoon. Het team van gynaecologen, anesthesisten en vroedvrouwen staat klaar om u te ondersteunen.
-
Lachgas (Kalinox®): Dit is een snelwerkende pijnstiller die een licht verdovend effect heeft, waardoor de scherpste pijn minder voelbaar is. Lachgas kan geen kwaad voor de baby, maar is niet bij elke bevalling mogelijk. Vraag vooraf advies aan uw gynaecoloog.
-
Beweging: Het veranderen van houding, leunen op de bedrand, steun zoeken tegen de muur, bewegen op een zitbal of wandelen kan helpen tegen de pijn.
-
Ademhalingsoefeningen: Indien u ademhalingsoefeningen heeft geleerd, kunt u deze nu toepassen.
-
Epidurale Verdoving (Ruggenprik): Dit kan vooraf beslist worden, maar ook nog tijdens de arbeid. Voor een epidurale verdoving wordt een infuus geplaatst. Met deze verdoving kunt u nog bewegen, maar mag u niet uit bed komen. Eten is niet toegestaan, maar heldere dranken wel.
Een onderwatergeboorte, waarbij u in een warm bad bevalt, kan ontspannend werken en de kans op scheuren verkleinen. Het biedt de baby een zachtere overgang van de baarmoeder naar de buitenwereld. Een onderwaterbevalling is echter alleen mogelijk als de bevalling vlot en normaal verloopt.
Een epidurale verdoving
Belangrijke Overwegingen en Adviezen
Als uw zwangerschap zonder problemen verloopt en u tussen de 41 en 42 weken zwanger bent, wordt u in overleg met uw verloskundige en gynaecoloog vaak doorverwezen naar het ziekenhuis voor controle. Hierbij wordt de conditie van u en uw baby geëvalueerd met behulp van echo en CTG. Een CTG meet de hartslag van de baby en de weeënactiviteit gedurende ongeveer 45 minuten.
Met een echo wordt de hoeveelheid vruchtwater beoordeeld. Weinig vruchtwater kan duiden op een verminderde werking van de placenta. De uitkomsten van deze onderzoeken worden met u besproken.
Sommige vrouwen vinden het moeilijk om tot 42 weken af te wachten. Als u tussen de 41 en 42 weken zwanger bent en een inleiding wenst, bespreek dit dan met uw verloskundige en gynaecoloog. Vraag uitleg over de gevolgen voor u en uw baby, en de kans op een langer ziekenhuisverblijf voor extra controles. Denk na over wat voor u en uw partner het belangrijkst is, zoals het spontaan op gang komen van de bevalling.
Als u niet zeker bent of uw weeën begonnen zijn, onthoud dan dat echte weeën regelmatig komen en steeds sneller na elkaar. Als ze 1 uur lang om de 5 minuten komen, is het tijd om te overwegen naar het ziekenhuis te gaan.
Het wordt aangeraden om uw koffer vanaf week 34 klaar te zetten. Neem elastische kleding mee met een ruime V-hals of knoopjes vooraan, wat handig is voor huid-op-huidcontact. Sommige ouders maken twee aparte zakken: een voor de verloskamer en een voor de materniteit.
Een studie in Maleisië suggereert dat vrouwen die na week 36 seks hebben, 90% meer kans maken op een natuurlijke bevalling op 41 weken, vergeleken met vrouwen die geen seks hadden. Bij vrouwen die gevrijd hadden, bedroeg het percentage ingeleide bevallingen 6,9%, tegenover 29,8% bij vrouwen zonder seks.