Oorsprong en leefgebied van de Inuit
Oorspronkelijk kwamen de Inuit (een term die door veel van hen zelf als correcter wordt ervaren dan "Eskimo", wat oorspronkelijk een scheldwoord was dat "rauwe vleeseters" betekent) uit Azië. Ze staken de Beringstraat over en trokken verder naar het oosten, tot in Canada. Pogingen om zich in zuidelijkere gebieden te vestigen mislukten, omdat het strenge klimaat en de weerstand van de Indianen hen telkens terugdreven. Uiteindelijk vestigden zij zich op de Arctische eilanden en aan de kust van de Atlantische IJszee, waar zij hun eigen cultuur ontwikkelden.
De Inuit-stammen kunnen algemeen worden ingedeeld in Adgormiut (mensen die tegen de wind ingaan) en Okkormiut (mensen die naar de warmte trekken). Verdere indelingen vinden plaats op basis van woonplaats en gebruiken, zoals de Shaunertormiut, die leefden van beenderen gekookt met mos.
Leven in een barre omgeving
Wonen en onderdak
Bij het bouwen van een iglo onderzoeken de Inuit eerst de sneeuw met een kariboes-hoorn om de stevigheid te bepalen. Hoe vaster de sneeuw, hoe groter de blokken kunnen zijn. De sneeuwblokken worden in spiraalvorm opgestapeld, waarbij de vorm en grootte afhankelijk zijn van het beoogde gebruik van de iglo. Een dikke sneeuwlaag dient als isolatie tijdens strenge winters, en een gat in de koepel zorgt voor ventilatie.
Soms wonen Inuit ook in tenten gemaakt van kariboes-huiden. Tegenwoordig wonen de meesten echter in houten huizen, aangezien bomen niet groeien in het koude klimaat; het benodigde hout wordt geïmporteerd.

Kleding
Voor kleding werden traditioneel huiden van kariboes gebruikt, die in de zomer werden geschoten. Deze huiden werden gedroogd en vervolgens met een tassijut (een geslepen botinstrument) uitgerekt en soepel gemaakt, wat resulteerde in warme kleding. Tegenwoordig dragen veel Inuit echter kleding van westerse makelij.
De traditionele kleding van de Inuit staat bekend om zijn warmte. Reizigers naar de Zuidpool kochten vroeger kleding van Inuit om zich te beschermen tegen de kou. Kleding van kariboes-huid is bijzonder warm omdat elke haar hol is, waardoor lucht wordt opgesloten en isoleert. Vesten van zeevogelhuid met de veren naar binnen gedragen, en sokken van poolhaikhuid waren ook in gebruik. Een typisch Inuk-ensemble kon bestaan uit een mannuk (broek van ijsberenbont), een anorak (zware jas van kariboebont met poolvossenbont aan de capuchon), en laarzen van zeehondenleer met zolen van baardrobbenhuid en een voering van schaapsvacht.
Voedsel: de drijfveer van alles
De kalender van de Inuit is ingedeeld in dertien maanden, die elk gerelateerd zijn aan specifieke jacht- of wildfenomenen. Zo is er Ittavik (juni/juli) voor de ganzenjacht wanneer ze niet kunnen vliegen, en Kawaatvik (april/mei) wanneer de jonge zeehonden hun vacht krijgen. De Inuit kennen ook zes seizoenen: ukiork (winter), opinraksak (voorlente), opinrak (lente), aujark (zomer), ukkiaksak (voorherfst), en ukkiark (herfst).
In het verleden waren de Inuit volledig afhankelijk van de jacht voor hun voedsel, waarbij ze jaagden op vis, kariboes, zeehonden, walvissen en poolberen. De lever van de ijsbeer, rijk aan vitamine A, is giftig en wordt niet gegeten; de husky's worden weggehouden van de lever. Vlees van ijsberen, walrussen en baardrobben moet gekookt of gebakken worden vanwege mogelijke parasieten.
Dankzij levensmiddelenwinkels in de dorpen verhongeren de Inuit tegenwoordig niet meer direct bij slechte jachtresultaten. Echter, winkelproducten zijn vaak minder voedzaam en bederfelijke waren zoals zuivel en fruit zijn duur door import per vliegtuig.
Jacht en technologie
De Inuit zijn enorm vindingrijk bij de jacht. Hun traditionele jachtattributen omvatten een visspeer (kakiwak), een viswerpharpoen (nauligak), en pijl en boog (katigalik). Voor voortbeweging en jacht gebruikten ze, afhankelijk van het seizoen, een hondenslee of kajak. De Inuit-honden trokken de sleeën, waarschuwden voor gevaar en assisteerden bij de jacht. Met de hondenslee konden grote afstanden worden afgelegd.
Ongeveer zestig jaar geleden deed het geweer zijn intrede, en tegenwoordig bezit bijna elke jager er een of meerdere. De hondenslee is op veel plaatsen vervangen door de skidoo, een gemotoriseerde slee.

Specifieke jachttechnieken
- Vissen: Een Inuk gebruikt een kakivak, een driepuntige speer, om vis te vangen in gaten in het ijs of in meertjes in de zomer.
- Kariboes: Een jager gebruikt een sneeuwscooter om een kudde kariboes te benaderen en schiet vervolgens met een krachtig geweer met vizierkijkers op een dier.
- Zeehonden: In de herfst, wanneer het ijs dun is, worden netten onder het ijs geplaatst op bekende zwemplekken van zeehonden, vaak in water met sterke stroming.
- Zeevogels: In de lente vangen Inuit kleine alken, zwart-witte zeevogels, met een net aan een lange steel (ipau). Dit is lastig vanwege de snelheid waarmee de vogels vliegen.
Het gezinsleven en de opvoeding
Kinderen worden het eerste jaar door hun moeder in een amaut (een soort kinderrugzak) gedragen, voor warmte en bescherming tegen de kou. Tegenwoordig worden wegwerpluiers gebruikt in plaats van mos. Een jonge Inuk-jager trouwt zodra hij een vrouw kan onderhouden, omdat hij hulp nodig heeft bij het schoonmaken van huiden en het maken van kleding. Veel Inuit-meisjes kiezen tegenwoordig echter voor een partner met een baan in de stad vanwege financiële zekerheid, aangezien het leven van een jagersvrouw zwaar is.
Familiebanden zijn erg belangrijk voor de Inuit; grootouders adopteren vaak kleinkinderen als de ouders problemen hebben met de opvoeding.
Culturele verschillen in opvoeding
Onderzoek van auteurs als Michaeleen Doucleff toont significante verschillen in opvoedingsstijlen tussen westerse en niet-westerse culturen. Westerse opvoeding is vaak gericht op controle, waarbij de ouder de leiding heeft. Dit kan leiden tot machtsstrijd en conflicten.
In culturen zoals die van de Maya's in Mexico, waar Doucleff verbleef, ligt de nadruk op samenwerking. Maya-ouders streven ernaar met hun kinderen samen te werken in plaats van hen te controleren. Het concept van acomodida, het inschatten van een situatie en begrijpen wat er gedaan moet worden, is hierbij cruciaal. Kinderen worden betrokken bij huishoudelijke taken, wat bijdraagt aan hun ontwikkeling en zelfstandigheid.
Bij de Inuit in Canada is het nooit dwingen van een kind een belangrijk principe. Ouders praten rustig en respectvol tegen hun kinderen, omdat ze geloven dat kinderen driftig en boos worden als ze gedwongen worden. Schreeuwen en luide reacties maken het opvoeden volgens hen alleen maar moeilijker. Onderzoek van Jean Briggs in de jaren zestig toonde aan dat Inuit, ondanks de uitdagende omstandigheden en de noodzaak van samenwerking, woede-uitbarstingen onderdrukken en buiten uiten, omdat onenigheid in de nauwe leefomstandigheden van een iglo levensbedreigend kan zijn.
In tegenstelling tot de westerse neiging om kinderen te overladen met complimenten, waarderen Maya-ouders kinderen door hun aanbod om te helpen ruimhartig te accepteren. Het kind vindt voldoening in het doen zelf, niet in een beloning. Westerse complimenten, zoals "Geweldig! Heb jij die postzegel op die envelop geplakt?", worden gezien als overdreven.

Heden en toekomst
Vroeger leefden de Inuit in kleine, nomadische groepen. Tegenwoordig worden ze door de Canadese overheid gestimuleerd tot leerplicht, economische hulp en sociale voorzieningen. Veel Inuit wonen nu in dorpen, waarbij sommigen niet meer primair jagen voor voedsel en werk doen dat ze niet gewend zijn. De overheid moedigt hen aan hun eigen gebied te besturen. Kinderen gaan naar school en leren Engels.
Sommige oudere Inuit kijken echter met heimwee terug naar het traditionele leven en keren vaak terug naar hun oorspronkelijke leefgebieden. Hoewel de Inuit hebben bewezen te kunnen overleven in barre omstandigheden, zijn ze afhankelijk geworden van de westerse economie. Voor verdere vooruitgang wordt aangemoedigd dat de Inuit zich aanpassen aan de westerse cultuur.
De Inuit-taal
De Inuit-taal is complex en boeiend. Oorspronkelijk was het een puur gesproken taal, bestaande uit woordstammen met voor-, tussen- en achtervoegsels. Tegenwoordig gebruikt het merendeel van de Canadese Inuit het syllabisch schrift. De taal kent een hoge mate van compositionaliteit, vergelijkbaar met het Turks, wat betekent dat woorden en betekenissen op een gestructureerde manier worden gecombineerd, wat het leren van de taal kan vergemakkelijken.