In de ouderengeneeskunde worden veel gegevens vastgelegd gedurende het zorgproces. Deze gegevens worden momenteel niet optimaal benut voor continuïteit van zorg, kwaliteitsverbetering, onderzoek of beleid. Het programma Leren van Data brengt hierin verbetering. Dit gebeurt door het ontwikkelen van eenheid van taal voor specialisten ouderengeneeskunde, het opzetten van een continue zorgregistratie en het organiseren van een landelijke infrastructuur ten behoeve van kennisontwikkeling. In dit artikel wordt het programma inhoudelijk toegelicht.

Inleiding
Met minder personeel dienen in de toekomst steeds meer verpleeghuispatiënten te worden voorzien van goede kwaliteit zorg. Om dit mogelijk te maken is inzicht en kennis over zorg en behandeling van essentieel belang. Kennis over bijvoorbeeld diagnoses, zorgzwaarte en opnameduur, maar ook over de effecten van behandeling en medicatie. Kennis over deze thema's biedt de mogelijkheid tot kwaliteitsverbetering, onder andere op basis van spiegelrapportages en benchmarking voor specialisten ouderengeneeskunde. De opgedane kennis kan daarnaast worden gebruikt voor richtlijnontwikkeling en onderzoek.
Om alle gegevens die door specialisten ouderengeneeskunde worden vastgelegd zo optimaal mogelijk te kunnen benutten, werkt Verenso in een consortium met UNO Amsterdam (het universitair netwerk ouderenzorg van Amsterdam UMC, locatie VUmc) en onderzoeksinstituut Nivel samen aan het programma Leren van Data. Het programma is gestart in november 2019 en loopt tot eind 2024, met een focus op de intramurale verpleeghuiszorg. Door het ontwikkelen van 1) eenheid van taal voor en door specialisten ouderengeneeskunde, 2) het gebruik van routine zorgdata en het opzetten van een landelijk netwerk van peilstations, en 3) het ontwikkelen van een landelijke data-infrastructuur wordt het hergebruik van behandelgegevens in de ouderengeneeskunde bevorderd. Het uiteindelijke doel is om de continuïteit van zorg aan bewoners te verbeteren, een goede overdracht van gegevens tussen zorgprofessionals inhoudelijk te ondersteunen, en gegevens te ontsluiten voor onderzoek en beleid.
Eenheid van taal
Binnen de intramurale ouderengeneeskunde wordt nu al veel informatie door specialisten ouderengeneeskunde vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier (EPD). Daarbij wordt gebruik gemaakt van EPD's van verschillende leveranciers, die allemaal hun eigen werkwijze hebben. Hierdoor ontbreekt eenheid in de wijze waarop gegevens worden vastgelegd; er is sprake van een gebrek aan 'eenheid van taal'. Het uitwisselen van gegevens tussen zorgprofessionals wordt hierdoor bemoeilijkt, zowel tussen zorgprofessionals van verschillende organisaties als binnen het verpleeghuis zelf. Verpleegkundigen en verzorgenden leggen in verpleeghuizen namelijk gegevens vast in een elektronisch cliëntendossier (ECD), dat slechts beperkt gekoppeld is aan het dossier van de arts en paramedici.
Er is sprake van eenheid van taal als zorginformatie voor de ene zorgverlener of patiënt dezelfde betekenis of bedoeling heeft als voor de andere zorgverlener of patiënt wanneer deze informatie (elektronisch) wordt uitgewisseld. Eenheid van taal is geen doel op zich, maar een hulpmiddel om de kwaliteit van zorg voor de patiënt te verbeteren. Essentieel hierin is dat informatie in de zorgomgeving van de patiënt kan worden gedeeld en hergebruikt zonder dat het aan betekenis verliest. Eenheid van taal gaat niet over één en dezelfde 'taal' voor álle zorgverleners, maar over het maken van afspraken wanneer en hoe welke informatie wordt vastgelegd en gebruikt bij uitwisseling.
Op dit moment zijn er binnen de verpleeghuissector een aantal standaardisaties in gebruik of in ontwikkeling, zoals de informatiestandaarden Basisgegevens Langdurige Zorg en de verpleegkundige eOverdracht. Specialisten ouderengeneeskunde geven aan dat deze informatiestandaarden een goede basis bieden voor het ontwikkelen van eenheid van taal in de ouderengeneeskunde.
Binnen het programma Leren van Data heeft Verenso, samen met specialisten ouderengeneeskunde, een Minimale Dataset (MDS) ontwikkeld, die in december 2021 is vastgesteld. De MDS gaat niet uit van één standaardisatie, maar heeft betrekking op gegevens die in het EPD in principe door elke specialist ouderengeneeskunde worden geregistreerd. De MDS bevat gegevens over de volgende thema's: patiëntgegevens, voorgeschiedenis, actuele diagnoses en symptomen, beleidsafspraken, fysiek functioneren, cognitief functioneren, en onvrijwillige zorg. De MDS sluit aan bij de eenheid van taal die op andere plekken in de gezondheidszorg wordt ontwikkeld en maakt gebruik van zorginformatiebouwstenen (zibs). Zibs worden gebruikt voor het standaardiseren van gegevens waarin inhoudelijke (niet technische) afspraken worden vastgelegd volgens (inter)nationale standaarden. In zibs wordt nauwkeurig beschreven wat er over een bepaald onderwerp in het zorgproces van de patiënt moet worden vastgelegd, met afspraken over inhoud, structuur en onderlinge relatie. Tijdens de uitwerking van de MDS is zoveel mogelijk aangesloten op de inhoud van de informatiestandaarden Basisgegevensset Zorg (BGZ) en de verpleegkundige eOverdracht.
De MDS is nog niet afgerond. Specialisten ouderengeneeskunde missen in de huidige ontwikkelingen specifieke informatie die relevant is voor de ouderenzorg, zoals de vastlegging van multimorbiditeit, kwetsbaarheid, mentale/cognitieve problemen en de wijze waarop mogelijke risico's worden gesignaleerd en in kaart gebracht. In de komende periode werkt Verenso aan de uitwerking van de MDS op deze thema's.

Resultaat in de praktijk: COVID-19 registratie in de verpleeghuiszorg
Een voorbeeld van de wijze waarop Leren van Data bijdraagt aan de kennisontwikkeling in de praktijk, is de COVID-19 registratie. In deze registratie zijn afspraken gemaakt over hoe en op welke manier gegevens omtrent COVID-19 door specialisten ouderengeneeskunde worden vastgelegd en uitgewisseld. Op basis van deze registratie en de inzet van EPD-leveranciers is het mogelijk om vanaf maart 2020 COVID-19 informatie uit verpleeghuizen openbaar te maken en inzicht te geven in een mogelijke stijging of daling in besmettingen, zowel binnen verpleeghuizen als op landelijk niveau.
Deze registratie is ontwikkeld door specialisten ouderengeneeskunde, onderzoekers van UNO Amsterdam, EPD-leverancier Ysis en Verenso. De registratie brengt zowel een verdenking op COVID-19 als een feitelijke besmetting met COVID-19 en de geregistreerde symptomen in kaart. Daarnaast wordt het ziektebeloop geregistreerd.
Gegevens zijn in het kader van het programma Leren van Data gebruikt door UNO Amsterdam voor meerdere inhoudelijke factsheets en wetenschappelijke publicaties. Deze informatie is van essentieel belang gebleken voor het opstellen van behandeladviezen voor zorgprofessionals en het maken van beleidskeuzes op landelijk niveau. De COVID-19 registratie is vrij uitgebreid. Momenteel wordt door Verenso i.s.m. UNO Amsterdam onderzocht of een selectie van de COVID-19 registratie kan worden opgenomen in de MDS, zodat de administratieve lasten worden beperkt, maar essentiële informatie ook op langere termijn beschikbaar blijft.
Register Leren van Data in Verpleeghuizen
Om gegevens uit het EPD breder te kunnen ontsluiten, is het Register Leren van Data in Verpleeghuizen ontwikkeld. Het Register werkt toe naar een landelijke infrastructuur, waar alle specialisten ouderengeneeskunde die werken in de intramurale zorg zich bij kunnen aansluiten. Vanaf maart 2022 is er begonnen met het uitnodigen van alle specialisten ouderengeneeskunde voor deelname aan het Register.
In het Register worden (niet-herleidbare) behandelgegevens van patiënten die specialisten ouderengeneeskunde nu al registreren in het EPD, bij elkaar gebracht. Het gaat daarbij om het verzamelen van gegevens die deel uitmaken van de MDS. Specialisten ouderengeneeskunde ontvangen bij deelname spiegelrapportages met benchmarkgegevens, die zij kunnen delen met de zorgorganisatie. Hierin staan cijfers over bijvoorbeeld diagnoses, behandelafspraken en opnameduur van patiënten op de locatie, afgezet tegen landelijke cijfers. Derden, bijvoorbeeld universiteiten en onderzoeksinstituten, kunnen daarnaast vragen om onderzoek te mogen doen met gegevens uit het Register.
Hoe leren machines van data?
Generieke voorzieningen en IT-infrastructuur
Binnen de afdeling Generieke Voorzieningen van de Belastingdienst/IV is de train HI verantwoordelijk voor de realisatie van IT-software die de business gebruikt om handhaving- en inkomensgegevens in te winnen, te bewerken, te verstrekken of ter beschikking te stellen. Deze train bestaat uit 7 ontwikkelteams: 6 Java-teams en 1 Cobol-team. Daarnaast is er een voorbereidingsteam dat in samenwerking met portfolioteams uitwerkt welke features de ontwikkelteams kunnen oppakken. De train werkt volgens de SAFE Agile methodiek.
Bij een van de Java-ontwikkelteams, team Uranus, is een vacature ontstaan door het vertrek van een senior Java developer. Het team Uranus realiseert de nieuwbouw en het onderhoud voor het Ontsluiten van de BasisRegistratie WOZ (OBW). De gegevens worden ontsloten via het Kadaster, Logius en O&M. Ze worden ter beschikking gesteld en/of verstrekt aan DF&A (voor Analyse en BI), het VIA-proces en aan alle middensystemen die WOZ-gegevens nodig hebben in hun primaire proces (IH, Toezicht etc.). Van de inzet wordt verwacht dat de medewerker alle relevante bouwactiviteiten oppakt.
De IV-organisatie van de Belastingdienst is verantwoordelijk voor en verzorgt de ICT-voorzieningen. Naast de zorg voor continuïteit op de massale heffing- en inningsprocessen die plaatsvinden binnen een degelijke, stabiele omgeving, wordt er tevens volop gewerkt aan modernisering van het IV-landschap. De vereiste vaardigheden omvatten onder andere:
- SQL, JDBC, JPA, MQ, webservices, REST (3 jaar ervaring)
- Testautomatisering (Cucumber)
Van de toekomstige collega wordt verwacht dat hij/zij, als volwaardig teamlid, participeert in het Agile proces. Een teamplayer gericht op samenwerking, analytisch sterk, met een assertieve persoonlijkheid, een kritische blik en een resultaats- en oplossingsgerichte mentaliteit.
Functieomschrijving Projectleider BRP
Als projectleider BRP draag je zorg voor de ontwikkeling en realisatie van het beleid over de aansluitingen op de basisregistraties binnen Amsterdam, in nauwe samenwerking met OIS, in het bijzonder de BRP (Basisregistratie Personen). Hiermee bevorder je de onderlinge samenhang binnen de gemeente. Daarnaast lever je tactische en strategische input in landelijke overleggen die van invloed zijn op het werk binnen Amsterdam en vice versa. Je adviseert het management van basisinformatie over de invloed van de ontwikkelingen in het I-domein op de doorontwikkeling van de ontsluiting van de basisregistraties. Jouw adviezen zijn kaderstellend en richtinggevend. Je zorgt in deze rol voor input vanuit AGM voor de transitie in het I-domein.
Werkzaamheden
Als projectleider BRP bij AGM ben je verantwoordelijk voor de ontsluiting van de BRP-gegevens en het Handelsregister ten behoeve van de processen in de stad. Je draagt in deze functie zorg voor het proces van aansluiting en schakelt daarvoor met de inhoudelijke directies, de privacy officers, IV en ICT. Je bent contactpersoon voor de stadsdelen en clusters en zorgt onder andere voor de aansluiting op het Handelsregister ten behoeve van het nautisch domein en Programma Varen. Aan deze projecten geef je leiding en draag je zorg voor de uitwerking van beleid in verordeningen, regelingen, maatregelen en technische specificaties.

Gemeentelijke organisatie
De gemeentelijke organisatie bestaat uit vijf clusters, een bestuurs- en concernstaf en zeven bestuurscommissies (stadsdelen). De stadsdelen besturen samen met de gemeenteraad, burgemeester en wethouders de stad Amsterdam. De clusters Ruimte en Economie, Sociaal, Dienstverlening en Informatie, Interne Dienstverlening en Stadsbeheer bestaan uit afdelingen die expertise hebben op een specifiek terrein, zoals sport, jeugd of parkeren. Zij werken beleid uit tot stadsbrede kaders waarbinnen de stadsdelen het uitvoerende werk kunnen doen. Ook bieden zij directe ondersteuning aan bewoners die dit nodig hebben, bijvoorbeeld op het gebied van participatie of werk. De stadsdelen houden zich onder andere bezig met de inrichting van straten en pleinen, groen en parken en welzijnswerk in de buurt. Ze zorgen ervoor dat wat ze doen, past bij de behoeften in hun stadsdeel en bij het beleid voor de hele stad. Daarmee wordt de stad voorzien van gegevens, van onder meer personen, bedrijven, adressen, gebouwen en topografie, die nodig zijn bij de uitvoering van meer dan 90% van de gemeentelijke taken.
Basisinformatie heeft als stelselbeheerder van de Gemeente Amsterdam een forse opgave om een excellente beheerder van basis- en kernregistraties te worden. Zorgen dat de gegevens kloppen, volledig en actueel zijn, en dat de afnemers daar maximaal rendement uit kunnen halen. Dat stelt eisen aan inwinning, beheer en toegankelijkheid. Basisinformatie richt zich op de volgende onderdelen en uitdagingen:
- efficiëntere inwinning van gegevens voor basis- en kernregistraties;
- het verhogen van de kwaliteit van de gegevens;
- het verhogen van het rendement uit het gebruik van data uit basis- en kernregistraties;
- het efficiënter en laagdrempelig beschikbaar stellen en ontsluiten van de gegevens vanuit één centraal punt.
Midofficefuncties en systeemintegratie
Binnen GEMMA, de landelijke referentiearchitectuur voor gemeenten, is een midofficefunctie een generieke informatie- of verbindingsfunctie voor de hele organisatie. De midoffice is de virtuele omgeving waarin een gemeente functies met software invult. Uitgangspunten daarbij zijn klantgerichtheid, zaakgericht werken én digitalisering van de informatievoorziening. De meest centrale functies zijn de verbindingsfunctie en de functie zakenbeheer. Maar pas in combinatie met de functies beheer documentaire informatie, ontsluiting basisgegevens en klantcontactenbeheer gaat de midoffice echt werken, intern en naar de klant.
Informatiefuncties en informatiesystemen
Elke functie wordt ingevuld met software: óf een geautomatiseerd informatiesysteem (applicatie), óf een softwaremodule die onderdeel is van een geïntegreerd softwarepakket voor de midoffice (midofficesuite of zakensysteem). De informatiefuncties voor de midoffice zijn stabieler dan de systemen waarmee die functies worden ingevuld, aangezien systeemoplossingen voortdurend worden vernieuwd. De markt biedt naast midofficesuites ook zogenoemde best-of-breed-oplossingen: losse, gespecialiseerde en voor hun functie geoptimaliseerde systemen zoals een Document Management Systeem (DMS).
Verbindingsfunctie
De verbindingsfunctie heeft een centrale betekenis omdat deze alle informatiefuncties van een gemeente en de achterliggende systemen onderling én met externe functies en systemen verbindt. Op die manier ontsluit het intern de gegevens in sectorspecifieke systemen op afdelingsniveau, dus in de backoffice, naar de rest van de organisatie, inclusief de frontoffice waar deze gegevens beschikbaar komen voor gebruik naar de klant. Naar buiten toe koppelt de verbindingsfunctie naar systemen van ketenpartners én naar de landelijke e-overheidvoorzieningen zoals de basisregistraties. Het is gebruikelijk de verbindingsfunctie op systeemniveau in te vullen met een zogenoemde message of service broker, ook wel Enterprise Service Bus (ESB) of Gemeentelijke Service Bus (GSB) genoemd. Deze broker verzorgt het uitwisselen van gegevens tussen alle aangesloten systemen met berichten of webservices. Een moderne broker moet goed aansluiten op de techniek van Digikoppeling, de overheidsstandaard voor landelijke koppelingen.
Zakenbeheer
Zakenbeheer is de centrale functie voor zaakgericht werken. Het registreert zaken, de voortgang van zaken (met statusinformatie), bestuurt het zaakbehandelproces en bewaakt de voortgang. Vaak is het tevens de ingang naar aan een zaak gekoppelde documenten die worden opgeslagen en beheerd door de functie beheer documentaire informatie. Oplossingen variëren van een eenvoudig zakenmagazijn tot geavanceerde zakensystemen met geautomatiseerde workflow en Business Process Management (BPM) voor geautomatiseerde procesorkestratie.
Beheer documentaire informatie
De informatiefunctie beheer documentaire informatie, geleverd door een Content Management Systeem (CMS), omvat naast het beheren van content ook het publiceren ervan op internet. De functies documentenbeheer, dossiervorming en archivering zijn verbonden met de levenscyclus van documenten en zaakdossiers. Een zaakdossier bevat niet alleen traditionele tekstdocumenten, maar ook inhoud die afkomstig is van diverse andere functies en achterliggende systemen, zoals klantcontacten en sectorale gegevens.
Ontsluiting basisgegevens
De functie ontsluiting basisgegevens richt zich op zowel externe landelijke als interne gemeentelijke basisgegevens (kerngegevens). Een veelgebruikte invulling is een gegevensmagazijn dat fungeert als buffer en ontkoppelpunt, met actuele kopieën van alle basisgegevens. Met moderne webservicestechnologie is ontsluiting van basisgegevens ook zonder gegevensmagazijn mogelijk, waarbij de functie volledig verschuift naar de verbindingsfunctie.
Klantcontactenbeheer
De functie klantcontactenbeheer ondersteunt onder andere het klantcontactcentrum (KCC) door klantinformatie beschikbaar te stellen aan KCC-medewerkers. Ook kunnen de medewerkers met deze functie de inhoud van klantcontacten vastleggen, zoals nog te beantwoorden vragen, gedane toezeggingen of gemaakte afspraken. Deze informatie moet ook voor collega's die een zaak behandelen, raadpleegbaar zijn.

Samenwerking van midofficefuncties bij een concrete zaak
Het proces van zaakbehandeling begint vaak met een digitale aanvraag via een e-formulier. Na ontvangst wordt de aanvraag via de Gemeentelijke Service Bus naar zakenbeheer gestuurd, waar een zaak wordt aangemaakt met een zaaknummer, initiële status en afhandeltermijn. Een zaakdossier wordt geopend en de aanvraag wordt opgeslagen. De zaak wordt toegewezen aan een medewerker of sectorale applicatie, waarna de status wordt gewijzigd naar 'aanvraag is in behandeling genomen'. De klant kan de voortgang volgen via internet. KCC-medewerkers kunnen, dankzij koppelingen met zakenbeheer en het zaakdossier, de klant goed te woord staan en eventuele toezeggingen vastleggen. Gedurende de behandeling wordt het zaakdossier verder gevuld. Na het besluit van de gemeente wordt de status gewijzigd naar 'zaak is afgehandeld' en wordt het zaakdossier archiefwaardig gemaakt, waarbij onder andere documenten worden omgezet naar pdf-formaat.
De samenhang tussen de midofficefuncties is cruciaal voor een goede invulling van klant- en zaakgericht werken. Het zaakdossier speelt daarbij een centrale rol, omdat alle relevante gegevens voor een zaak daarin samenkomen. Dit resulteert uiteindelijk in een archiefwaardig zaakdossier waarvan de inhoud, zowel virtueel als fysiek, gebundeld is in één systeem.
Inventarisatie van erfgoed
Een actuele inventaris van het bouwkundig en landschappelijk erfgoed binnen een grond- of werkingsgebied is een belangrijke basis voor het onroerenderfgoedbeleid. Steden en gemeenten kunnen zelf hun inventarisgegevens van bouwkundig en landschappelijk erfgoed actualiseren, aanvullen en invoeren in de Inventaris van het Onroerend Erfgoed en op het Geoportaal. Bijbehorende foto's kunnen worden geüpload en gekoppeld in de Beeldbank na het ondertekenen van een gebruikersovereenkomst en het doorlopen van een onboardingprocedure.
Elk erfgoedobject in de inventaris wordt geregistreerd aan de hand van administratieve basisgegevens: een adres, afbakening op kaart en een actuele bewaringstoestand (fysieke toestand en erfgoedwaarde). Deze gegevens moeten juist en actueel zijn om een lokaal erfgoedbeleid te kunnen enten op de bestaande Inventaris van het Onroerend Erfgoed. Aangesloten lokale besturen nemen enkele verplichtingen op rond het actueel houden van de administratieve gegevens van de overgedragen objecten.
Voor de opmaak van de inventarisbeschrijvingen kan men zich laten inspireren door het agentschap, dat handleidingen deelt rond inhoudelijke kwaliteit, taalgebruik en tekststructuur. Bij het invoeren van teksten en ontsluiten van foto's worden ook auteurs, fotografen en uitvoerders van inventarisatiecampagnes toegevoegd in de auteursdatabank. Er is een uitgebreide set handleidingen beschikbaar voor medewerkers van lokale besturen die instaan voor de invoer en bewerking van inventarisobjecten en de toevoeging van beelden in de beeldbank.
Vacaturebank en bemiddeling
Bij het publiceren van een vacature op vdab.be of bij het gebruik van de cv-databank, dienen gebruikersnamen en wachtwoorden enkel binnen Mijn VDAB te worden gebruikt en niet te worden doorgegeven aan anderen, aangezien deze strikt persoonlijk zijn. Er zijn korte instructievideo's beschikbaar voor hulp bij Mijn VDAB.
Een bemiddelaar kan vacatures nalezen en aanpassen om de kans op het vinden van een geschikte werknemer te vergroten. Indien er voor een vacature geen kandidaten gevonden worden, wordt er begeleiding geboden en worden er extra acties ondernomen. Bij begeleiding door VDAB wordt medewerking van de kandidaat verwacht.
tags: #vacature #generieke #ontsluiting #basisgegevens