Inleiding tot het Shropshire Schaap
Het Shropshire schaap, met een oorsprong die teruggaat tot het midden van de 19e eeuw in het graafschap Zuid Shropshire, tegen de grens met Wales, staat bekend om zijn uitstekende moedereigenschappen, ruime melkgift en een gemiddelde lammerengroei van meer dan 1.7 lammeren per ooi. Een van de meest opvallende kenmerken van dit ras is dat ze geen boombast vreten. Dit maakt ze uiterst geschikt voor grootschalig gebruik in boomgaarden in Denemarken, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, waar ze effectief onkruid en gras onder de bomen bestrijden. Dit fenomeen, ontdekt twintig jaar geleden, komt uitsluitend voor bij raszuivere Shropshires.
De oorsprong van de Shropshire is niet volledig eenduidig, maar algemeen wordt aangenomen dat het ras is ontstaan door de verbetering van de inheemse rassen van Staffordshire en Shropshire. Deze inheemse rassen waren robuust, ongevoelig voor voetrot en schurft, en bezaten wol van superieure kwaliteit. Door kruisingen met de New Leicester en Southdown rassen is het huidige Shropshire schaap ontstaan. Het is een dual purpose ras met een zeer goede voederconversie.
De bronst van de Shropshire is niet seizoensgebonden, wat betekent dat ooien vanaf jonge leeftijd gedekt kunnen worden. Ze staan bekend als zeer goede moeders met een overvloedige melkgift. De lammeren worden meestal geboren tussen maart en mei, en vereisen zelden assistentie tijdens de geboorte. Shropshire schapen bereiken een hoge leeftijd en blijven doorgaans lang inzetbaar voor de fokkerij; lammeren na 10-jarige leeftijd zijn geen uitzondering, wat resulteert in een zeer hoge fokwaarde per ooi.
Het ras wordt beschouwd als een vlees- en wolschaap, tamelijk lang gebouwd, met witte, hoogwaardige wol. De kop, oren en poten zijn donker van kleur, met witte wol tussen de rechtopstaande oren die uitloopt in een kuif. De lammeren zijn veelgevraagd, zowel voor de fokkerij als voor het vlees. Vanwege hun soberheid is er geen sprake van overmatige vetopbouw. De wol is van prima kwaliteit, met een fijne structuur van ongeveer 58 micron, en is zeer elastisch, waardoor het uitermate geschikt is als breiwol.
Fokkerij en Dekking
Bronst en Geslachtsrijpheid
Tijdens de bronsttijd is de ooi vruchtbaar en bereid een ram te ontvangen. Haar cyclus herhaalt zich elke 17 dagen. In het najaar, meestal van augustus tot en met december, komen de ooien van de meeste rassen onder invloed van hormonen in de bronst. De lengte en duur van deze periode verschilt per ras; sommige rassen planten zich het hele jaar voort, terwijl andere alleen in specifieke periodes bronstig zijn. De meeste schapenhouders plannen de dekking van hun ooien in de laatste maanden van het jaar, zodat de lammetjes in het voorjaar geboren worden.
De leeftijd waarop een schaap geslachtsrijp wordt, is afhankelijk van het geslacht. Een ooi kan soms al vanaf 6 maanden oud geslachtsrijp zijn. Bij een lichaamsgewicht van 60% van het volwassen gewicht is het mogelijk om een jonge ooi te laten dekken. Het is echter aan te raden een dekseizoen over te slaan en te wachten tot de ooi volgroeid is, aangezien zij dan sterkere lammeren voortbrengt. Een ram is vanaf zeven tot acht maanden geschikt om te dekken. Een jonge ram kan een koppel van 25 tot 30 ooien dekken, terwijl een oudere, ervaren ram zelfs 35 tot 40 ooien aankan.
Het Dekproces
Voor de dekking wordt een geschikte ram geselecteerd, die gekocht of geleend kan worden van een andere schapenhouder. In het najaar, rond half oktober, wordt de ram bij de ooien in de wei geplaatst. Het is cruciaal om de ooien vóór de dekkingsperiode te controleren op hun conditie, inclusief de hoeven, uier en het gebit. Pijn of ongemak kan de bereidheid tot paren verminderen.
De ram herkent de bronstige ooi aan de geur die zij verspreidt. Hij snuffelt aan haar, hapt in haar vacht en ruikt aan haar urine. Als de ram de juiste geur opvangt, vertoont hij vaak flemen: hij krult zijn bovenlip en steekt zijn kop in de lucht. Wanneer de ooi klaar is om gedekt te worden, staat ze stil voor hem, waarna de dekking plaatsvindt.
Bevestiging van Dracht
Om bij te houden welke ooien gedekt zijn, wordt de ram voorzien van een dektuig. Hiermee laat hij tijdens het dekken een kleurenstempel achter op de rug van de ooi. Door de kleur van de stempel elke twee weken te wisselen, kan men de periode van dekking vaststellen, wat handig is voor het voorspellen van de geboortedata van de lammeren. Een ram dient minimaal vijf weken bij de ooien te lopen. Als de eerste dekking mislukt, zijn de ooien na 17 dagen weer klaar voor een nieuwe dekking.
Om met zekerheid vast te stellen of een ooi drachtig is, kan een scan worden uitgevoerd, waarmee ook de verwachte worpgrootte kan worden bepaald. Op het oog is een drachtige ooi herkenbaar aan haar dikker wordende lijf en een grotere behoefte aan drinkwater.
Bevordering van de Worpgrootte
Een gezonde lichaamsconditie van de schapen bevordert de worpgrootte. Ooien met onder- of overgewicht werpen doorgaans minder lammeren, en te dikke schapen zijn minder vruchtbaar. De worpgrootte is afhankelijk van het aantal eicellen dat tijdens de ovulatie vrijkomt. De methode om dit met voeding te beïnvloeden heet 'flushing'. Tot ongeveer vier weken voor het dekseizoen grazen de ooien in een schrale weide. Vervolgens worden ze overgebracht naar rijker grasland en krijgen ze krachtvoer bijgevoerd. Deze intensievere voeding verbetert hun conditie, wat een positief effect heeft op de productie van eicellen en de kans op grotere worpen vergroot.
De Geboorte van Lammeren
Voorbereidingsfase
De voorbereidingsfase van de bevalling kenmerkt zich door specifieke gedragingen van de ooi. Ze stopt met grazen en herkauwen, wordt onrustig en zoekt een geschikte plek om te werpen. Ze loopt rondjes, gaat liggen en staat weer op, krabt met de voorpoten over de grond en likt langs haar lippen. Mogelijk jaagt ze andere schapen weg. Daarnaast is er zichtbare zwelling van de uier en de kling, waarbij de uierhuid glanzend, rozerood is en de spenen gespannen staan. De geboorte volgt meestal binnen 36 uur na het begin van deze fase.
In de week vóór de geboorte kan de wol rond de vulva, op de buik en rond de uier worden weggeschoren om de evolutie van de ooi te volgen. De uier groeit, de schaamlippen zwellen op en kleuren roder. Bij ooien die een meerling verwachten, begint de uierontwikkeling vroeger. Als de geboorte nadert, blijft de ooi op rustige momenten rechtop staan, terwijl andere dieren liggen. Vervolgens wordt ze onrustiger, begint ze te krabben met de voorpoten en gaat ze afwisselend liggen en opstaan. Bij ooilammeren die voor de eerste keer werpen, kan het geboorteproces plotseling op gang komen, zonder veel voortekenen.
Ontsluitingsfase
Tijdens de ontsluitingsfase verwijdt de baarmoedermond. De ooi is onrustig en verliest kleine beetjes urine. Bij sommige schapen kan in deze fase al melk uit de uier komen. De eerste weeën duwen de vruchtblazen in de geboorteweg. Wanneer de ooi de waterblaas heeft uitgedreven, is de ontsluitingsfase voorbij en is er voldoende ruimte voor de geboorte van het lam. Het uitdrijven van de blaas duurt doorgaans niet langer dan drie uur.
Uitdrijvingsfase (Geboorte van het Lam)
Na het uitdrijven van de waterblaas begint de uitdrijvingsfase, de geboorte van het lam. De ooi heeft voldoende buikpers om de pootjes naar buiten te duwen. Bij een normale ligging komen eerst de twee voorpootjes, met het kopje erbovenop, naar buiten. Binnen twee uur dient het schaap gelammerd te hebben. Als er een volgend lam wordt verwacht, volgt de uitdrijving daarvan ongeveer een uur na het eerste lam.
Het geboorteproces kan één tot enkele uren duren. Een geboorte die een halve of ganse dag duurt, kan leiden tot dode lammeren en zelfs een dode moeder. Normaal gesproken verschijnt eerst de waterblaas en daarna de vruchtblaas. Soms breekt het vruchtwater inwendig, waardoor de ooi begint te persen op de vrucht/het lam zonder veel uitwendige tekenen.
Een lam ligt bij de geboorte normaal gesproken in voorste voorstelling: de beide voorpootjes met de kop komen in de geboorteweg. Praktijkervaring leert echter dat 10 tot 20% van de lammeren in achterste voorstelling (achterstevoren) ligt. Dit is een risicovolle ligging, waarbij eerst de achterpoten worden gepresenteerd. Als de uitdrijving te lang duurt, kan het lam, na het breken van de navelstreng, niet ademen en dood geboren worden.
Zowel in de normale als in de achterste ligging kunnen afwijkingen voorkomen, zoals een kop zonder voorpoten, voorpoten met een teruggeslagen kop, een kop met één pootje, of bij achterwaartse ligging een stuitligging waarbij alleen het staartje naar buiten wordt geduwd. Bij drie- of vierlingen kan een lam dwars voor het bekken komen te liggen en alles blokkeren.
Grijp niet te vroeg in bij een geboorte, omdat dit stress kan veroorzaken en de worp juist langer kan duren. Schakel de hulp van een dierenarts in als:
- De weeën wegvallen.
- Er een uur na het uitdrijven van de waterblaas nog geen lammetje zichtbaar is.
- Een jong in een afwijkende geboortehouding ligt.
- De ooi uitgeput raakt of onverklaarbare pijn vertoont.

Geboortehulp bij Afwijkende Liggingen
Bij een normale geboortepositie komt het lam met de kop op de voorpoten in de geboorteweg. Een blokkade kan ontstaan als de voorpoten niet gestrekt zijn of als de kop erg zwaar is in verhouding tot de bekkenopening. Afwijkende liggingen kunnen zijn: de kop met één voorpoot, de kop zonder voorpoten, of de voorpoten zonder kop.
Om deze situaties te corrigeren, is ervaring nodig. Bij gebrek aan ervaring is het raadzaam de dierenarts te hulp te roepen. Bij geboortehulp is het essentieel om hygiënisch te werken door de handen en armen tussentijds te ontsmetten.
Indien de kop met twee niet gestrekte voorpootjes in het bekken zit, kan men proberen de voorpootjes te strekken, zodat de uitdrijving normaal kan verlopen. Bij voorpootjes zonder kop moet eerst de kop in de juiste positie op de voorpootjes worden gebracht. Bij een zwaar lam met dikke voorpoten en een zware kop kan, met enige training, een verloskoordje om de kop (achter de oren en onder de kin) worden gelegd om met enige trekkracht de kop met de beide voorpoten samen in het bekken te krijgen.
Liggen de kop en één voorpoot in het bekken en de andere voorpoot is teruggeslagen, dan moet de kop voorzichtig teruggeduwd worden richting de baarmoeder om eerst de tweede poot erbij te halen. Met teruggeslagen poot of poten en een normaal ontwikkeld lam wordt de schoudergordel immers zo breed dat een normale geboorte onmogelijk wordt. Bij relatief kleine lammeren kan een lam met één of twee teruggeslagen voorpoten soms wel uitgedreven worden.
Bij geboortehulp bij een meerlingdracht moet men altijd verifiëren dat de voorpoten die men voelt, van hetzelfde lam zijn, alvorens trekkracht uit te oefenen. Anders ontstaat een blokkade. Omdat hier ervaring voor nodig is, dient men niet te lang te wachten met het inschakelen van de dierenarts.
Een achterste voorstelling, waarbij het lam met de achterpoten in de bekkenopening komt, komt ook regelmatig voor. In deze positie mag de geboorte niet te lang aanslepen, omdat het lam bij het op gang komen van de ademhaling vruchtwater in de longen kan krijgen.
Problemen bij een achterste voorstelling kunnen zijn: een stuitligging, waarbij de achterpoten niet in het bekken komen en men alleen het staartje voelt. Dit leidt meestal tot een volledige blokkade. Dit moet gecorrigeerd worden door voorzichtig de achterpoten te strekken, waarbij de hoefjes beschermd moeten worden. Eenmaal de poten gestrekt, helpt men met zachte trekkracht bij de uitdrijving en begeleidt men het lam voorzichtig richting de uier. Bij zware lammeren in achterste voorstelling kan de borstkas blijven steken tegen de bekkenrand, wat bij het uitoefenen van trekkracht kan leiden tot gebroken ribben. Het is dus essentieel het lam nooit te bruuskeren. Kortom, een achterste voorstelling brengt aanzienlijk meer risico's met zich mee dan een voorste voorstelling, en hier is ervaring of deskundige hulp zeker gewenst.
Permanente aandacht in de aflamperiode is essentieel voor goede bedrijfsresultaten. Hoewel geboorteproblemen rasgebonden kunnen zijn, komen zelfs bij vruchtbare rassen met veel lammeren geregeld afwijkende liggingen voor die zonder hulp niet levend geboren worden. Ervaren schapenverlossers kunnen veel problemen zelf oplossen. Voor schapenhouders met weinig verloskundige ervaring is het aan te raden, bij een te lang aanslepende geboorte, de dierenarts erbij te halen. Tijdig ingrijpen is levensreddend!
Nageboortefase
Twee uur na het lammeren dient de nageboorte volledig uit de ooi te zijn verdwenen. Duurt dit langer of blijft er iets achter, dan dient de dierenarts te worden ingeschakeld. Achtergebleven resten in de baarmoeder kunnen baarmoederontsteking veroorzaken, en worden daarom altijd door de veearts verwijderd. Indien er toch een ontsteking ontstaat, wordt deze behandeld met antibiotica.
Na de geboorte is het altijd aan te raden om te voelen of er geen lam achtergebleven is in de baarmoeder, zelfs bij ooien die alleen gelammerd hebben en de nageboorte nog niet uitgestoten hebben. Om infecties te voorkomen, worden de navels van de lammeren ontsmet met bijvoorbeeld joodtinctuur. Ook worden de tepels van de moeder doorgetrokken, aangezien soms een prop in de tepels het vrijkomen van biestmelk blokkeert, waardoor lammeren kunnen verhongeren ondanks een volle uier.
Verzorging na de Geboorte
Biest en Melkvoorziening
Lammeren moeten de eerste uren na de geboorte biest opnemen. Biest levert antistoffen die de lammeren beschermen. Lammeren die geen of onvoldoende biest opnemen, hebben een sterk verminderde overlevingskans. Een lam dient op de eerste levensdag ongeveer 10% van zijn lichaamsgewicht in biest op te nemen, wat neerkomt op circa 400 cc. Het is belangrijk om de eerste uren na de geboorte te observeren of de lammeren zuigen en of ze voldoende gevuld staan. Soms is ondersteuning nodig om ze de tepel te helpen vinden. Bij dikke tepels of afwijkende tepelstanden kunnen pasgeboren lammeren moeite hebben om snel voldoende te zuigen.
Wanneer lammeren de eerste dagen na de geboorte in de lammerstal blaten, duidt dit op honger en is bijvoeding noodzakelijk. Op dag 1 en 2 na de geboorte kan, bij beperkte melkgifte of meerlinggeboorten, biest van een andere ooi of koebiest worden bijgegeven. In geval van nood zijn er ook gedroogde biestvervangers verkrijgbaar. Het is echter altijd aan te raden om een biestreserve in de diepvries te bewaren. Bij het ontdooien dient dit langzaam, au bain-marie te gebeuren, om stolling van de eiwitten (en dus de antistoffen) door te hoge temperatuur te voorkomen.
Vanaf dag 3 kan, indien nodig, kunstmelk worden bijgevoerd. Gedurende de eerste drie maanden van de dracht is weidegang voldoende. Vanaf drie maanden tot aan de worp ontwikkelen de vruchten zich sterk. Door de groeiende lammeren in de baarmoeder neemt de inhoud van het maagdarmkanaal af en neemt de ooi minder voeding op. Het is raadzaam de ooi aan het einde van de dracht geleidelijk op te stallen en het rantsoen stapsgewijs aan te passen.

Algemene Nazorg
Na enkele dagen, wanneer duidelijk is dat de lammeren voldoende melk hebben en de moeder-lam binding in orde is, kunnen de ooien met hun nakomelingen worden ondergebracht in een groep ooien met lammeren van ongeveer gelijke leeftijd. Het is aan te raden om jonge lammeren niet bij oudere lammeren te plaatsen vanwege de verhoogde besmettingsdruk. De moeders met hun kroost worden dus het best in leeftijdsgroepen ingedeeld.
Het is aan te raden een ooi die geworpen heeft te ontwormen voordat ze het aflamhokje verlaat. De lammeren worden geïdentificeerd met een oormerkje en de gegevens van moeder en nakomelingen worden geregistreerd. Soms is het nodig om het kleverige meconium (de eerste mest) dat zich ophoopt tussen aars en staart te verwijderen.
Oogproblemen bij Lammeren
Een ander veelvoorkomend probleem is dat lammeren direct na de geboorte last hebben van een naar binnen krullend ooglid op één of beide ogen. Dit is een erfelijk fenomeen. Het onderste en/of bovenste ooglid krult naar binnen, waardoor de haartjes of wimpers de oogbol irriteren en ontsteking veroorzaken, wat zichtbaar wordt door tranende ogen. Zonder adequate behandeling kan het lam zijn oog verliezen.
Dit kan verholpen worden door met de vingernagel krachtig op het onderste en/of bovenste ooglid te duwen. Als reactie ontstaat een zekere zwelling die het ooglid in een 'normale' positie brengt. Meestal moet deze ingreep meerdere dagen na elkaar herhaald worden. In ernstige gevallen kan de dierenarts een klemmetje op het ooglid plaatsen om de situatie te normaliseren.

Geboorteproblemen
Problemen tijdens de geboorte kunnen ontstaan door diverse factoren, zoals:
- Afwijkende geboortehoudingen
- Een te groot of te zwaar lam
- Onvoldoende ontsluiting
- Een lam dat in de buik is overleden
Bij problemen is het raadzaam om hulp te vragen aan ervaren schapenverlossers of de dierenarts.
De Bronst van een Schaap
Tijdens de bronsttijd is de ooi vruchtbaar en bereid een ram te ontvangen. Haar cyclus herhaalt zich iedere 17 dagen. In het najaar komen de ooien van de meeste rassen onder invloed van hormonen in de bronst. De lengte en duur van die periode verschilt per ras. Sommige planten zich het hele jaar voort en andere alleen in een bepaalde tijd. De bronstperiode loopt meestal van augustus tot en met december. De meeste schapenhouders plannen de dekking van hun ooien in de laatste maanden van het jaar, zodat de lammetjes in het voorjaar geboren worden.
Bronstigheidsverschijnselen
De bronstigheid van een ooi herken je aan een paar opvallende gedragingen:
- Onrustigheid
- Kwispelen met de staart
- Veel blatende geluiden
- De kling is roder en opgezwollen
- Vaak urineren
- Een ram opzoeken om vervolgens stil te blijven staan
Als je wilt dat je schapen in dezelfde tijd aflammeren, moeten ze in dezelfde periode drachtig worden. Hiervoor schakel je drie weken voor de komst van de dekram een zoekram in. Dit is een gesteriliseerde ram die de bronstcyclus bij de ooien opwekt. Na twee weken vervang je hem door de vruchtbare dekram. De ooien krijgen vlak daarna hun tweede cyclus, waardoor de dekram ze allemaal in korte tijd drachtig kan maken. De schapen werpen op die manier vijf maanden later bijna tegelijkertijd hun lammeren.
De geboorte van een lam
tags: #shropshire #schaap #bevallen