Sinds 2 augustus 2022 heeft iedere werkende ouder recht op betaald ouderschapsverlof op basis van de Wet betaald ouderschapsverlof (Wbo). De cao politie kende echter al een regeling voor betaald ouderschapsverlof die gunstiger is dan de wettelijke regeling.
Evolutie van de regelingen
Tot 2023 hadden politiemedewerkers op grond van artikel 41 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) recht op 13 weken betaald ouderschapsverlof. Over deze weken betaalde de werkgever 75 procent van de bezoldiging (salaris en toelagen) door, met opbouw van 75 procent eindejaarsuitkering en 100 procent vakantiegeld. De resterende 13 weken konden onbetaald opgenomen worden. Deze regeling was reeds gunstiger dan de wettelijke regeling voor 9 weken betaald ouderschapsverlof.
Vanaf 2023 krijgen politiemedewerkers de 9 weken ouderschapsverlof die ze opnemen in het eerste levensjaar van het kind volledig doorbetaald. Ook bouwen zij over deze 9 weken 100 procent eindejaarsuitkering en vakantie-uitkering op. Over de overige 4 weken betaald ouderschapsverlof betaalt de werkgever nog steeds 75 procent uit, en blijft de opbouw van de eindejaarsuitkering 75 procent en de vakantie-uitkering 100 procent.
Neemt u in het eerste levensjaar minder dan 9 weken op, dan geldt voor de weken die u daarna opneemt de uitkering van 75 procent.

Wet betaald ouderschapsverlof (Wbo) versus cao politie
Volgens de regels van de Wet betaald ouderschapsverlof kunt u in het eerste levensjaar van het kind 9 weken betaald ouderschapsverlof opnemen tegen 70 procent van uw dagloon, tot maximaal 70 procent van het maximum dagloon. In totaal heeft u recht op 26 weken ouderschapsverlof.
De cao politie biedt echter een gunstigere regeling. Politiemedewerkers krijgen vanaf 2023 de eerste 9 weken ouderschapsverlof in het eerste levensjaar volledig doorbetaald, met behoud van 100 procent eindejaarsuitkering en vakantiegeld. Voor de daaropvolgende 4 weken geldt een betaling van 75 procent van de bezoldiging, met 75 procent opbouw van de eindejaarsuitkering en 100 procent vakantiegeld.
Flexibele opname van ouderschapsverlof
U mag de 9 weken ouderschapsverlof in het eerste jaar flexibel opnemen, ook in enkele uren per dag.
Hervorming verlofstatuut bij de politiediensten
Nieuws van 30 januari 2023 meldt dat de verlofregeling bij de politiediensten wordt aangepast. Personeelsleden kunnen voortaan niet alleen gebruikmaken van een hervormd ouderschapsverlof, maar ook van een gewijzigd adoptieverlof en pleegouderverlof.
Ouderschapsverlof
Elk personeelslid in dienstactiviteit, met uitzondering van de aspirant, kan bij de geboorte of adoptie van zijn kind ouderschapsverlof opnemen gedurende de volgende periodes:
- 3 maanden als voltijds verlof
- 6 maanden bij een vermindering van de prestaties met de helft en voltijdse tewerkstelling
- 15 maanden bij een vermindering van de prestaties met één vijfde en voltijdse tewerkstelling
De politiemedewerker heeft recht op ouderschapsverlof vanaf de geboorte van zijn kind of zodra het kind bij adoptie ingeschreven is in het bevolkingsregister, en dit tot het kind 12 jaar wordt. Deze leeftijdsgrens geldt niet meer van zodra het kind ten minste voor 66% getroffen is door een lichamelijke of geestelijke beperking.
Adoptieverlof
Elk personeelslid in dienstactiviteit, met uitzondering van de aspirant, kan gedurende een periode van maximum 6 weken adoptieverlof nemen.
Berekening van het recht op ouderschapsverlof
Uw recht op ouderschapsverlof bedraagt 26 keer het aantal uren dat u per week werkt. Werkt u bijvoorbeeld 32 uur per week, dan heeft u recht op 26 keer 32 uur ouderschapsverlof.
Gaat u meer of minder uren werken en heeft u nog ouderschapsverlof over? Dan is een nieuwe berekening nodig van het aantal uren verlof waar u nog recht op heeft. Bereken het totaal aantal uren ouderschapsverlof door het aantal uren dat u eerst werkte te vermenigvuldigen met 26.
Voorbeeld 1: U werkte 32 uur per week en heeft precies 6 weken ouderschapsverlof gehad. U heeft nog recht op 20 weken ouderschapsverlof van 28 uur per week.
Voorbeeld 2: U werkte 24 uur per week en heeft precies 6 weken ouderschapsverlof gehad. U heeft nog recht op 20 weken ouderschapsverlof van 32 uur per week.

Ouderschapsverlof bij meerdere werkgevers
Werkt u bij verschillende werkgevers? Dan heeft u bij elke werkgever recht op ouderschapsverlof. Als u bijvoorbeeld bij de ene werkgever 5 uur en bij de andere werkgever 20 uur werkt, heeft u bij beide recht op ouderschapsverlof, afhankelijk van de geldende regels.
Aanvraag en voorwaarden
U vraagt ouderschapsverlof ten minste 2 maanden van tevoren schriftelijk aan bij uw werkgever.
Meestal daalt het loon tijdens uw verlof. Als u tijdens uw ouderschapsverlof zwangerschapsverlof opneemt, kunt u het ouderschapsverlof onderbreken of stoppen.
Verschillende opnamevormen
Elke voltijds tewerkgestelde werknemer kan:
- Gedurende een periode van acht maanden zijn arbeidsprestaties halftijds verderzetten (‘halftijds ouderschapsverlof’). Deze periode kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst.
- Gedurende een periode van twintig maanden zijn arbeidsprestaties met één vijfde verminderen (‘1/5de ouderschapsverlof’). Deze vermindering kan naar keuze van de werknemer worden opgesplitst.
- Gedurende een periode van veertig maanden zijn arbeidsprestaties met één tiende verminderen, mits akkoord van de werkgever (‘1/10de ouderschapsverlof’). Deze vermindering kan worden opgesplitst.
Een overstap van de ene regeling naar een andere is mogelijk. Eén maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is gelijk aan twee maanden halftijdse verderzetting, vijf maanden vermindering met één vijfde en tien maanden vermindering met één tiende.
Animatie: Vast voorzetsel
Recht op ouderschapsverlof per kind en voor pleegouders
Het recht op ouderschapsverlof geldt per kind dat aan de leeftijdsvoorwaarde beantwoordt, voor de twee ouders afzonderlijk, voor zover beide partners dit recht kunnen genieten. Wanneer de werknemer voor hetzelfde kind reeds ouderschapsverlof heeft genomen in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64, is zijn recht beperkt tot twee maanden voltijds ouderschapsverlof of het equivalent daarvan in een andere opnamevorm.
Het recht op ouderschapsverlof geldt ten aanzien van elk kind met wie de werknemer een afstammingsband heeft in de eerste graad. Daarnaast geldt dit recht ook ten aanzien van een kind dat geplaatst is in het gezin van de werknemer in het kader van langdurige pleegzorg. Voorwaarde daarbij is dat de werknemer is aangesteld als pleegouder in het kader van langdurige pleegzorg door de rechtbank, een door de gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, de diensten van l’Aide à la Jeunesse of het Comité Bijzondere Jeugdbijstand. Onder langdurige pleegzorg wordt verstaan de pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouder of dezelfde pleegouders zal verblijven.
Wanneer twee werknemers officieel als pleegouder zijn aangesteld in het kader van langdurige pleegzorg, maakt elk van hen aanspraak op het ouderschapsverlof ten aanzien van het kind dat langdurig in hun gezin werd geplaatst, mits aan alle voorwaarden is voldaan. Dit recht op ouderschapsverlof kan worden uitgeoefend zolang het betrokken kind in zijn gezin is geplaatst in het kader van langdurige pleegzorg.
Toepassing in de publieke sector
De hier besproken regeling over het recht op ouderschapsverlof geldt in principe eveneens voor het statutair en contractueel personeel van de provincies, de gemeenten, de agglomeraties en federaties van gemeenten. De openbare inrichtingen en de publiekrechtelijke verenigingen die afhangen van deze besturen worden gemachtigd om deze regeling op hun personeel toe te passen. Voor meer informatie dient men zich te wenden tot de betrokken openbare diensten. Wat andere openbare diensten betreft, bestaan er analoge regelingen die een recht op ouderschapsverlof regelen.
Flexibiliteit en wijzigingen in opnamevorm
De werknemer heeft de mogelijkheid om, mits akkoord van zijn werkgever, het voltijds ouderschapsverlof op te splitsen in weken (in plaats van in maanden) en om het halftijds ouderschapsverlof op te splitsen in maanden (in plaats van in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan).
De werknemer kan bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruikmaken van de verschillende opnamemogelijkheden. Hij heeft de mogelijkheid om te veranderen van opnamevorm, zowel binnen de klassieke opnamemogelijkheden als tussen de klassieke en flexibele opnamemodaliteiten. Een overstap tussen de klassieke opnamemogelijkheden en de flexibele opnamevorm is mogelijk. Hierbij is het zo dat vier weken schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
Het recht op ouderschapsverlof kan worden opgenomen vanaf de geboorte van het kind. Ook in geval van adoptie en langdurige pleegzorg is er een recht op ouderschapsverlof.
Aanvraagtermijn en uitstelmogelijkheden
De werknemer moet de werkgever ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden van tevoren verwittigen per aangetekende brief of door de overhandiging van een brief, waarin de gewenste aanvangsdatum en einddatum van het ouderschapsverlof worden vermeld. De werkgever kan een kortere aanvraagtermijn aanvaarden. Ten laatste op het ogenblik dat het verlof ingaat, moet de werknemer de documenten tot staving van het recht op ouderschapsverlof bezorgen.
Per aanvraag kan in beginsel slechts één aaneengesloten periode van ouderschapsverlof worden aangevraagd. Wil de werknemer echter gebruikmaken van de flexibele opnamemogelijkheid om het voltijds ouderschapsverlof op te splitsen in weken, dan kan zijn aanvraag betrekking hebben op verschillende niet-aaneengesloten periodes van een week of een veelvoud hiervan, op voorwaarde dat de aldus aangevraagde weken gespreid zijn over een periode van maximum drie maanden.
Binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van het ouderschapsverlof aan de werkgever kan de werkgever de aanvang van het ouderschapsverlof schriftelijk en gemotiveerd uitstellen indien de opname van ouderschapsverlof in de aangevraagde periode een goed functioneren van de onderneming ernstig zou verstoren. Deze uitstelmogelijkheid bestaat niet wanneer de opname van het aangevraagde ouderschapsverlof afhankelijk is van het akkoord van de werkgever.
Akkoord werkgever
Het recht op voltijds, halftijds en 1/5de ouderschapsverlof is niet afhankelijk van het akkoord van de werkgever; de werkgever kan dit verlof niet weigeren wanneer de werknemer aan de voorwaarden voldoet. Het recht op 1/10de ouderschapsverlof en de flexibele opnamemogelijkheden van het voltijds en halftijds ouderschapsverlof zijn daarentegen wel afhankelijk van het akkoord van de werkgever.
De werkgever die een dergelijke aanvraag wil weigeren, moet zijn gemotiveerde beslissing schriftelijk meedelen aan de werknemer binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving van het ouderschapsverlof. Het uitblijven van een beslissing wordt gelijkgesteld met een akkoord van de werkgever.
Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing van het voltijds ouderschapsverlof in weken, het resterende gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft de werknemer eenmalig het recht om dit saldo voltijds ouderschapsverlof zonder akkoord van de werkgever op te nemen. Ook wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing van het halftijds ouderschapsverlof in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft de werknemer eenmalig het recht om dit saldo van een maand halftijds ouderschapsverlof op te nemen zonder dat hiervoor het akkoord van de werkgever vereist is.
Uitkering en ontslagbescherming
In principe maakt de werknemer tijdens het ouderschapsverlof aanspraak op een onderbrekingsuitkering wegens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Wordt de arbeidsovereenkomst door de werkgever beëindigd door middel van een opzeggingstermijn tijdens een voltijds ouderschapsverlof, dan zal de opzeggingstermijn niet (verder) lopen tijdens de periode van het verlof.
De werknemer die zijn recht op ouderschapsverlof uitoefent, is beschermd tegen ontslag. De ontslagbescherming van de regeling van de loopbaanonderbreking is van toepassing. De beschermingsperiode gaat in de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever en eindigt drie maanden na het einde van het ouderschapsverlof. Indien het ouderschapsverlof geen aanvang heeft genomen, is de beschermingsperiode van toepassing vanaf de kennisgeving.
Wordt de arbeidsovereenkomst van de werknemer na afloop van deze beschermingsperiode eenzijdig beëindigd door de werkgever nadat er tijdens de beschermingsperiode enige voorbereiding voor het ontslag werd getroffen (bv. het nemen van de ontslagbeslissing, het zoeken naar en het voorzien in een definitieve vervanging van de betrokken werknemer wegens de opname van ouderschapsverlof), dan is er sprake van een beschermd ontslag.
Is er sprake van een ontslag tijdens de beschermingsperiode of van een hiermee gelijkgesteld ontslag (omwille van de voorbereiding ervan tijdens de beschermingsperiode), dan is het aan de werkgever om de reden voor het ontslag te bewijzen.
tags: #politie #cao #ouderschapsverlof