De uitspraken "Zelf doen!", "Nee!" of "Niet doen!" zijn bekende geluiden voor ouders van peuters. Kinderen kunnen steeds meer zelf en willen dit ook steeds vaker doen, zelfs als ze het nog niet beheersen. Peuters kunnen behoorlijk koppig en dwars zijn, fel reageren en vasthouden aan hun eigen wil. Ze kunnen boos worden om wat voor volwassenen kleine dingen lijken, zoals een verkeerd gesneden boterham of de verkeerde kleur beker.
Het brein van een peuter is volop in ontwikkeling. Peuters zijn gericht op hun eigen behoeften, zoeken daardoor grenzen op, zetten zich af en doen niet altijd (meer) wat er van hen gevraagd wordt. Vaak willen ze meer dan ze kunnen, wat voor ouders veel energie kan kosten en een machteloos gevoel kan geven. Dit is echter een gezond teken: de peuter zit in de koppigheidsfase en leert dat hij een eigen 'ik' en een eigen wil heeft. Deze periode, ook wel de peuterpuberteit genoemd, begint rond de 18 maanden en duurt tot ongeveer 4 jaar, met een piek tussen de 2 en 3 jaar. De intensiteit van dit gedrag verschilt per kind en hangt samen met temperament, karakter en de reactie van ouders en omgeving.
Driftbuien, de "ik wil het zelf doen"-fase en de "nee-fase" zijn bijna onvermijdelijk. Peuters reageren heel primair en hebben nog geen controle over hun emoties, wat leidt tot wisselende stemmingen. Verdriet om een verloren knuffel, een verkeerd snoepje of het feit dat papa de luier verschoont in plaats van mama, voelt voor de peuter intens en echt. Vanwege hun beperkte taalontwikkeling kunnen ze deze gevoelens nog geen woorden geven. Dit kan vermoeiend en frustrerend zijn voor ouders, en vereist veel geduld.
Peuters hebben ook een rijke fantasie; denkbeeldige vriendjes, pratende knuffels of angst voor monsters onder het bed zijn niet ongewoon. De fantasiewereld en de werkelijkheid lopen nog door elkaar, waardoor peuters soms dingen vertellen die niet waar zijn. Het kan voorkomen dat een peuter niet direct luistert omdat hij zijn eigen wil ontwikkelt en wil doen wat er in zijn hoofd opkomt. Ze kunnen nog niet flexibel omgaan met impulsen. Een peuter weet dat iets niet mag, maar kan zich op dat moment nog niet inhouden. Zelfs als een peuter recht aankijkt, lacht en precies doet wat niet mag, is het belangrijk te beseffen dat dit niet expres gebeurt, maar voortkomt uit een nog niet volledig ontwikkeld brein.
Het is waardevol om de verwachtingen laag te houden en te realiseren dat peuters op zichzelf gericht zijn en nog geen oorzaak-gevolgrelaties zien. De uitspraak "Maar hij weet heel goed dat het niet mag" klopt, maar weten is nog niet kunnen. Rustig en geduldig reageren is essentieel; vanuit irritatie of frustratie reageren leidt tot meer strijd. Bewust worden van eigen triggers - de onbewuste links die leiden tot automatische reacties - is een belangrijke eerste stap. Door de eigen triggers te herkennen en ermee aan de slag te gaan, kan er op lange termijn verandering ontstaan.
Inleven in wat een peuter voelt, denkt en welke behoefte hij heeft, is cruciaal. Woorden geven aan deze gevoelens, zoals "Je wilt graag dat mama je luier verschoont, hè?", helpt. Grenzen bieden duidelijkheid en veiligheid. Communiceer wat een kind kan verwachten en geef een korte uitleg: "Papa verschoont deze keer jouw luier. Mama kan het nu niet doen, die is even de keuken aan het opruimen." De emotie van een kind mag er zijn en hoeft niet opgelost te worden; na het stellen van een grens mag een kind boos of verdrietig zijn, terwijl de ouder de regie behoudt. Binnen deze regie kan ruimte geboden worden aan het kind.
Het geven van keuzes, zoals "Ga jij eerst de trap op of ga ik eerst?", "Doe je eerst je sokken of je broek aan?" of "Wil je een appel of een peer?", kan helpen. Humor of afleiding zijn ook effectieve middelen. Peuters hebben nog volop hulp en steun nodig, zowel bij vaardigheden zoals praten en fietsen, als bij het aanleren van luisteren, omgaan met teleurstellingen en andere emoties. Zie dit alles als een leerproces met vallen en opstaan. Met deze inzichten en tools zal een peuter nog steeds graag doen wat hij zelf wil, maar hopelijk verloopt dit proces rustiger en makkelijker.
Exploratief Gedrag: De Mini-Wetenschapper
In het spel van peuters zijn talloze manieren om naar hun gedrag te kijken. Onderzoekster Tessa Van Schijndel observeerde het spelgedrag van kinderen en stelde vast dat zij geregeld exploratief spel vertonen. Kinderen gedragen zich als mini-wetenschappers die experimenteel onderzoek uitvoeren, en zijn van nature bezig met wetenschap en techniek. Ze onderzoeken de omgeving door objecten te manipuleren, deze manipulatie met variaties te herhalen en aandacht te hebben voor de uitkomst.
Zo ontdekt een peuter door met een bal te spelen, dat deze anders stuitert op stenen dan op gras. Dankzij een magnetisch treinstel ontdekt een kleuter de beginselen van magnetisme. Jonge kinderen zijn niet alleen geïnteresseerd in wetenschap en technologie, ze bezitten ook al voldoende domeinspecifieke kennis om de wereld om hen heen verder te onderzoeken. Om kleuters in hun ontwikkeling een stap verder te brengen, is het stimuleren van explorerend gedrag belangrijk.
Moeten kleuteronderwijzers kleuters zomaar laten begaan? Nee. In eerste instantie is het essentieel om te zorgen voor een rijke en krachtige leeromgeving waarin actieve manipulatie, herhaling, variatie en differentiatie centraal staan. Verschillende onderzoeken tonen aan dat begeleiding door volwassenen tijdens het spel onmisbaar is voor jonge kinderen. Het helpt de aandacht te richten en het spel te structureren.
Hoe Stimuleer Je Onderzoekend Spelen?
Als volwassene kun je het spel van jonge kinderen op verschillende manieren stimuleren:
- Zorg voor tegenstrijdige en ambigue voorbeelden. Het zien van een voorbeeld dat ingaat tegen de (naïeve) theorie van kinderen, beïnvloedt het spel. Het daagt kleuters uit om geavanceerder onderzoek uit te voeren, waardoor ze langer verdiept zijn in het onderwerp. Bijvoorbeeld, kleuters zijn vaak overtuigd dat iets zinkt omdat het zwaar is. Bij het spoelen van fruit merkt een kleuter verwonderd op dat frambozen blijven drijven. Een leerkracht kan dan de vraag stellen wat een appel zou doen, om vervolgens te observeren dat deze drijft, terwijl een blauwe bes zinkt. Dit kan tot verwondering leiden en uitnodigen tot verder onderzoek.
- Beschrijf kenmerken of effecten van het spel. Wanneer een volwassene kenmerken of effecten van het spel beschrijft, gaat dit samen met dieper spel bij de kleuters. De beschrijvingen helpen kinderen wellicht hun aandacht te richten, waardoor ze getriggerd worden verder te onderzoeken. Binnen het B.C. 'Vliegen' onderzoeken kleuters welke voorwerpen het verst vliegen. De leerkracht kan hierbij beschrijven van welk materiaal iets gemaakt is.
- Geef meerdere representatieve voorbeelden. Het tonen van diverse, relevante voorbeelden kan het begrip en de exploratie vergroten.

De Peuterpuberteit: 'Ik Ben 2 En Ik Zeg Nee!'
Zegt je peuter vastberaden 'Nee!' op alles en heeft je kind last van stemmingswisselingen en driftbuien? Welkom in de peuterpuberteit! Deze fase, die meestal rond de 18 maanden begint en rond het vierde jaar eindigt, is een periode van grote verandering waarin je peuter ontdekt dat hij een eigen persoon is. Een eigen willetje ontwikkelt zich, en de grenzen worden verkend. Je kind wil graag op eigen benen staan en alles zelf doen, maar kan dit vaak nog niet, wat leidt tot frustratie, boosheid en soms angst.
Tijdens de peuterpuberteit kan het kind zo meegesleept worden door emoties dat er geen land mee te bezeilen is. Symptomen zijn onder andere frustraties over dingen die nog te moeilijk of gevaarlijk zijn. Probeer deze frustratie voor te zijn door het samen met je kind te doen of een alternatief te bieden. Het is niet prettig om steeds te horen dat iets nog niet mag of kan omdat hij of zij nog te klein is. Vermoeidheid kan ook een rol spelen; kijk goed naar je kind en plan eventueel activiteiten op een rustiger moment.
Het is belangrijk om niet alles voor je kind op te lossen of steeds een alternatief te bieden. Zolang het kind niet in gevaar komt, is het goed om het eerst zelf te laten proberen, eventueel met een beetje hulp, maar zonder het direct over te nemen. Dit stimuleert zelfstandigheid. Moedig de peuter aan met complimenten zoals: "Knap van jou zeg, dat jij dat al kunt. Wat een grote jongen/meid ben jij al!"
Omgaan met Grenzen en Emoties
Soms mag iets gewoon niet en is er geen alternatief. Houd voet bij stuk en leg rustig uit waarom iets verboden is. Consequent zijn leert het kind de grenzen te respecteren. Als het opzoeken van grenzen leidt tot toegeven, zal het kind dit blijven proberen. In de peuterpuberteit is consequent zijn cruciaal: 'nee is nee'. Weeg echter zorgvuldig af wanneer je 'nee' zegt. Zeg niet op alles 'nee' omdat je wilt dat het op jouw manier gebeurt; de wens van het kind kan ook een prima alternatief zijn.
Elke peuter is regelmatig gefrustreerd. Blijf rustig, erken de frustratie van je kind en benoem deze in eenvoudige woorden. Dit toont begrip voor hoe het kind zich voelt, zonder toe te geven aan eisen. Zeg bijvoorbeeld: "Mama snapt dat je graag een koek wil, die zijn ook heel lekker, maar koekjes eten we in de middag. Dadelijk gaan we avondeten. Morgenmiddag na het dutje, eten we weer een koekje." Of: "Ben je boos omdat het niet lukt met het bouwen van een toren? Dat is ook vervelend!"
De buien van een peuter kunnen een ware aanslag zijn op de gemoedstoestand van een ouder. Het kan frustrerend zijn om niet te begrijpen wat het kind bedoelt. Als je merkt dat je snel boos wordt tijdens een driftbui, bedenk dan waarom. Ben je bang de controle te verliezen? Maak je je druk om wat anderen denken? Of heb je te hoge verwachtingen? De stress die dit veroorzaakt, bepaalt je reactie. Het achterhalen van de oorzaak van je eigen reactie helpt om de volgende keer rustiger te reageren.
De 'nee-fase' hoort bij de peuterpuberteit. Kinderen gebruiken 'nee' soms zelfs als ze 'ja' bedoelen, wat verwarrend kan zijn. Een truc is om het kind geen kans te geven 'nee' te zeggen. Het kan helpen om je kind geen keuze te laten met 'ja' of 'nee', maar twee concrete opties te geven: "Wil je je rode of blauwe shirt aan?"
Driftbuien en Koppigheid
Vanaf ongeveer 18 maanden komt een peuter in de koppigheidsfase, ook wel peuterpuberteit genoemd. Het kind ontdekt dat het zelf dingen kan bepalen en invloed kan hebben op de omgeving. Het zelfbesef groeit, en het kind wordt steeds zelfstandiger. Echter, het botst op lichamelijke, verstandelijke of door ouders gestelde grenzen. Het ervaren van deze grenzen kan leiden tot driftbuien. Ongeveer 1 op de 5 kinderen heeft vaak driftbuien. Een driftbui is een heftige manier van reageren en gevoelens uiten, omdat het kind emoties voelt maar nog niet geleerd heeft ermee om te gaan.
Bijvoorbeeld, wanneer het tijd is om te vertrekken na een uur spelen in de speeltuin, kan een peuter zich op de grond laten vallen, wild met armen of benen slaan, of met het hoofd op de grond bonken. Soms verstijft het kind volledig. Dit is beangstigend voor sommige ouders, maar volstrekt normaal en positief in de ontwikkeling. Als een peuter zijn gevoelens kan verwoorden, verdwijnt dit gedrag vanzelf. Het is belangrijk om in de buurt te blijven tijdens een driftbui.
Driftig of koppig gedrag betekent niet dat een peuter zijn opvoeders niet meer ziet of nodig heeft. Integendeel, het kind gebruikt de ouder als proefkonijn omdat hij zich daar het veiligst voelt. Een goede band zorgt ervoor dat het kind kan laten zien dat hij het moeilijk heeft.
Omgaan met Driftbuien
- Laat je kind uitrazen. Tijdens een driftbui is het moeilijk een peuter te kalmeren; hij wordt overspoeld door emoties. Sommige kinderen werken op kalmeren als ze worden opgepakt, maar de meeste worden juist kwader.
- Blijf zelf zo rustig mogelijk. Zet je peuter op een veilige plaats, bijvoorbeeld op een tapijt als hij vaak met zijn hoofd bonkt.
- Verleg je grenzen niet. Kinderen hebben grenzen nodig. Soms zoeken ze juist die grenzen op om opgestapelde emoties te uiten.
Deze zes tips kunnen een houvast bieden bij drift en koppigheid. Elk kind is anders, dus het is uitzoeken welke tips voor jouw kind werken.

Zes Tips voor de Peuterpuberteit
1. Geef spontaan aandacht. Een peuter wil gezien worden en is trots op wat hij al kan. Toch heeft hij nog veel hulp nodig. Een koppige of driftige peuter krijgt veel aandacht, waardoor hij leert dat lastig gedrag extra aandacht betekent. Schenk daarom ook spontaan aandacht buiten conflictsituaties.2. Stimuleer zelfstandigheid. Geef ruimte zodat je peuter zijn mogelijkheden leert kennen en uitbreiden. Laat hem experimenteren met zelfstandig eten, zich wassen, etc. Heb geduld als het een knoeiboel wordt.3. Laat je peuter meehelpen. Je peuter vindt het fijn om mee te helpen in de tuin, het huishouden en bij het verzorgen van dieren. Het werk gaat wellicht trager, maar je peuter leert veel bij.4. Erken frustraties en toon begrip. Je peuter wil van alles bereiken, maar wordt hierin gehinderd door anderen of zijn eigen beperkingen. Probeer de reden van zijn frustratie te achterhalen en toon begrip.5. Zorg voor veiligheid en nabijheid. Je peuter durft op ontdekking te gaan als hij weet dat er iemand in de buurt is die beschikbaar is als er iets misloopt.6. Stel duidelijke grenzen en regels. Dit zorgt voor voorspelbaarheid, veiligheid en rust. Je peuter zal echter niet altijd begrijpen waarom een grens is gesteld. Stel niet te veel grenzen; de peuter heeft ruimte nodig voor zijn ontdekkingstocht. Pas regels consequent toe en vermijd een machtsstrijd. Verwoord regels eens als een uitdaging.Elke peuter heeft een eigen karakter en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Geef korte, duidelijke boodschappen. Iedereen probeert zo goed mogelijk te reageren op het koppige en driftige gedrag van een peuter, maar soms word je er moe en ongeduldig van. Of de koppigheid een echt probleem wordt, hangt van veel factoren af. Maar als een ouder of begeleider het gedrag als een probleem ervaart, dan is dat ook zo.
Kenmerken van de Peuterpuberteit
Peuters willen de wereld ontdekken, steeds meer zelf doen en van alles uitproberen. Ze willen zelf bepalen, zelf dingen kiezen en zelf doen. Peuters laten zien dat ze een eigen persoon zijn met een eigen wil. Het is leuk dat ze groter en zelfstandiger worden.
Je peuter ontdekt dat hij een eigen mening heeft, zelf beslissingen kan maken en dingen kan ondernemen. Natuurlijk lukt nog niet alles. Jonge kinderen vinden het nog moeilijk om duidelijk te maken wat ze voelen of wat ze graag willen doen. Of ze snappen niet altijd wat er gaat gebeuren. Daardoor zijn ze soms boos of bang. Hun stemming kan makkelijk omslaan en ze kunnen zich vaak nog niet goed beheersen, wat leidt tot stampen en schreeuwen.
Het gedrag, zoals schreeuwen, schelden, slaan, bijten of weglopen, komt omdat je kind oefent met zelfstandiger worden. Het merkt dat het makkelijk van je weg kan gaan en probeert uit hoe ver het over grenzen kan gaan. Ook kijkt het kind of het regels en afspraken kan negeren. Hierdoor ontwikkelt je peuter autonomie: hij wil zelf beslissen, kiezen en het zelf doen. Een kind wil bijvoorbeeld niet eten, behalve als hij dit zelf mag doen.
Peuters ontwikkelen een eigen wil, gaan meer vertellen en van zichzelf laten zien. Ze ontdekken dat ze ook 'nee' kunnen zeggen en zien hoe anderen daarop reageren, wat hen een gevoel van controle geeft. Het helpt om kinderen waar het kan zelf dingen te laten doen, of ze zelf te laten beginnen en alleen te helpen als zij erom vragen. Hierdoor krijgt je kind de kans verschillende dingen te oefenen, waardoor het steeds handiger wordt.
Een kind kan nog niet alles overzien. Door uitleg te geven over wat er gaat gebeuren en waarom, krijgt je peuter meer inzicht in de wereld. Hierdoor gebeuren er minder dingen onverwacht, wat frustratie en tegendraads gedrag kan voorkomen. Wanneer kinderen tussen de twee en vier jaar taal beter gaan begrijpen, neemt opstandig en agressief gedrag vaak af.
Druk Gedrag
Vind je dat je peuter zich te druk gedraagt? Als een kind geen minuut stil kan zitten, kan dat verschillende oorzaken hebben. Druk gedrag kan vergeleken worden met gedachten die door je hoofd gaan: de ene gedachte is nog niet af, en de volgende dient zich al aan. Het drukke gedrag kan komen doordat je kind op zoek is naar uitdagingen en nieuwe dingen, of juist doordat het vermoeid is door de vele indrukken van de dag. Hierdoor lukt het niet te focussen op één ding.
Peuters hebben vaak veel energie, willen bewegen en de wereld ontdekken. Ze kunnen zich nog niet lang op één ding concentreren, wat heel normaal is. Vooral in een drukke omgeving is het moeilijk voor een kind om lang met één ding bezig te zijn. Als er veel speelgoed in de kamer ligt, pakken peuters steeds iets nieuws. Ze worden ook snel afgeleid door televisie, telefoon of andere schermen.
Afhankelijk van de leeftijd en het temperament kan een kind lang of juist minder lang rustig spelen. Als je merkt dat je kind druk gedrag vertoont, kan het helpen om even naar buiten te gaan, of naar een andere plek in huis. Afwisseling is vaak fijn voor kinderen. Ook vinden peuters het leuk om met andere kinderen te spelen.
Misschien heeft je kind juist behoefte aan rust. Rust en regelmaat kunnen helpen bij druk gedrag. Sommige kinderen hebben een rustige speelplek nodig met weinig rommel en geluid. Zorg dat niet al het speelgoed in zicht is; berg spullen weg. Door af en toe iets nieuws in de kamer te leggen, gaat je kind daar vaak graag mee spelen.
Je kunt je kind bij druk gedrag even tot rust laten komen door het een rustige activiteit te laten doen, zoals tekenen of een boekje bekijken. Peuters vinden het heel fijn om verschillende dingen te voelen, bijvoorbeeld in een bak met rijst, kraaltjes of bonen waar ze met hun handen in mogen. Dit is fijn speelmateriaal. Probeer verschillende dingen uit en kijk wat bij jouw kind past.
Duidelijkheid en Structuur
Kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid en structuur. Je kunt je kind een paar duidelijke regels leren. Dit gaat het makkelijkst als het logische regels zijn, die voor iedereen gelden en waar je je zelf ook aan kunt houden. Bijvoorbeeld: 'In huis lopen we rustig.' Dit is een logische regel, omdat rennen in huis tot ongelukken kan leiden, herrie maakt of spullen stuk kan maken. Het is haalbaar omdat een peuter rustig kan lopen. Bespreek in je gezin wat rustig lopen is, en doe bijvoorbeeld allemaal een keer voor hoe je rustig loopt.
'Tijdens het eten zitten we aan tafel.' Zorg dat alles wat je tijdens het eten nodig hebt al op tafel staat, zodat ook jij je zelf aan de regel kunt houden. 'Je mag om vijf uur een filmpje kijken. Nu gaan we nog even buitenspelen.' Door een vaste tijd te hebben, voorkom je dat je kind steeds vraagt om een filmpje. Zet eventueel een wekker als je kind het moeilijk vindt om weer te stoppen. Dit maakt het duidelijk en voorspelbaar voor je kind.
Graafmachine voor Kinderen - Wat Doet Een GRAAFMACHINE?
Omgaan met Lastig Gedrag
De peuterpuberteit kan uitdagend zijn. De volgende tips kunnen helpen omgaan met lastig gedrag van je peuter:
- Geef positieve aandacht. Geef je kind op verschillende momenten positieve aandacht. Hierdoor is de kans op lastig gedrag kleiner. Dit kan door samen te spelen, te knuffelen, of complimenten te geven als het iets goed doet: "Wat heb jij netjes opgeruimd!"
- Beperk keuzemogelijkheden. Jonge kinderen vinden het vaak moeilijk om uit meerdere dingen te kiezen. Beperk de keuzemogelijkheden tot bijvoorbeeld twee: "Wil je pindakaas of kaas op je brood?"
- Moedig zelfstandigheid aan. Peuters vinden het fijn om zo veel mogelijk zelf te doen. Bied je kind die kans, moedig het aan en geef complimentjes, ook voor mislukte pogingen: "Je hebt geprobeerd op het potje te plassen. Wat goed van je!"
- Zorg voor een voorspelbare omgeving. Met vaste etenstijden en een vast slaapritueel weet je kind welke dingen wanneer gebeuren. Dit geeft je peuter een gevoel van controle.
- Geef uitleg. Leg uit wat je doet en waarom. Zo krijgt je kind inzicht in de dag. Waarschuw je kind dat het bijna tijd is om op te ruimen, of om weg te gaan. Dan komen veranderingen minder als een verrassing.
- Benoem wensen en emoties. Als je kind zich begrepen voelt, zal het eerder lukken om rustig te worden.
- Blijf voorspelbaar en houd je aan regels. Zorg dat de regels haalbaar zijn voor jullie allebei. Ruim bijvoorbeeld spullen op waar je kind niet aan mag zitten.
- Stel geen vragen als het geen vraag is. Zeg: "Nu gaan we opruimen" in plaats van "Zullen we nu even opruimen?"
- Neem de tijd. Alles gaat sneller als je het zelf doet, maar je kind wil zich ontwikkelen en moet daarvoor oefenen. Dit vraagt veel geduld. Als er geen tijd is, zeg dat dan duidelijk: "We komen te laat voor je zus, dus nu doe ik je schoenen aan. Vanmiddag mag je het zelf doen."
- Pas verwachtingen aan. Peuters kunnen nog niet de hele avond aan tafel zitten en worden normaal gesproken na een tijdje onrustig.
- Onderzoek samen wat past. Misschien vindt je kind het fijn om als het boos is even lekker buiten uit te razen. Bouw ook rustmomentjes in de dag in, bijvoorbeeld door samen een boekje te lezen.
Peuters ontdekken hun eigen gevoelens en die van andere mensen. Vanaf 2 jaar leert je kind veel beter praten en de taal begrijpen. In de peutertijd ontwikkelt je kind zich snel. De taalontwikkeling ondersteunt het denken en het kind ontwikkelt een zelfbesef. Ze krijgen inzicht in oorzaak en gevolg, proberen van alles uit en kijken hoe iemand reageert op hun gedrag. Ze zoeken naar goedkeuring bij volwassenen en leren uit afkeuring. Een consequente reactie op het gedrag van het kind helpt bij het groeien van het besef van wat goed en fout is. Het zelfvertrouwen van de peuter groeit bij aanmoediging. De ouder is een steunfiguur, de basis van waaruit het kind de wereld kan ontdekken, wat de eerste stappen zijn naar de ontwikkeling van een zelfstandige persoonlijkheid.

tags: #peuter #2 #exploreerd #weinig