Steeds meer kinderen en jongeren krijgen de diagnose van leer- en/of ontwikkelingsstoornissen. Het is voor ouders niet altijd eenvoudig om te herkennen of hun kind kenmerken vertoont van bijvoorbeeld ADHD, autisme, dyslexie of dyscalculie. Melissa Vanhecke, leerkracht buitengewoon secundair onderwijs, begeleidt al meer dan acht jaar kinderen en jongeren met leer- en ontwikkelingsstoornissen. Zij merkt op dat de laatste jaren meer van deze stoornissen worden opgespoord. Dit komt mede doordat het taboe kleiner is geworden en ouders sneller signalen opmerken dat hun kind specifieke ondersteuning nodig heeft.

Wat zijn leerstoornissen?
Leerstoornissen zijn specifiek gericht op problemen met het aanleren van vaardigheden. De meest vastgestelde leerstoornissen zijn dyslexie (moeite met lezen), dyscalculie (moeite met rekenen) en dysorthografie (moeite met schrijven). Deze stoornissen worden veroorzaakt door een afwijking in de biologische structuur en werking van de hersenen, ondanks een normale intelligentie.
Kenmerken en sterke/zwakke kanten
Voor elke leerstoornis zijn er specifieke zwakke en sterke kanten te onderscheiden. Een handig overzicht kan ouders helpen om deze kenmerken bij hun kind te herkennen. Het is raadzaam om deze observaties te bespreken met de leraar van het kind. Soms is het juist de leraar die signalen opvangt en hierover met de ouders wil overleggen.
Diagnose en ondersteuning
Na een eerste gesprek met bijvoorbeeld de leraar, kan een verwijzing volgen naar een multidisciplinair team. Dit team bestaat uit specialisten uit verschillende disciplines, zoals een psycholoog, ergotherapeut, kinesist en logopedist. De samenstelling van het team is afhankelijk van de vermoedelijke stoornis. Het stellen van een diagnose kan kostbaar zijn.
Rol van de school en attest
Hoewel een attest voor extra maatregelen op een reguliere school niet altijd verplicht is, maakt het de implementatie ervan wel makkelijker. Scholen zijn verplicht om "redelijke" aanpassingen te bieden, zoals extra tijd voor toetsen, de mogelijkheid om teksten vooraf te lezen, het gebruik van een koptelefoon of apart werken. Als een kind echter aanzienlijk meer ondersteuning nodig heeft dan de reguliere school kan bieden, kan doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs overwogen worden.

Wat is een ontwikkelingsstoornis?
Een ontwikkelingsstoornis is een psychisch of neurologisch probleem dat optreedt in de kindertijd of adolescentie en de normale deelname aan het dagelijks leven belemmert. Leerproblemen worden beschouwd als een specifieke vorm van ontwikkelingsstoornissen. Ongeveer 1 op de 10 kinderen in België heeft een leerstoornis, zoals dyslexie, ADHD of ASS (Autismespectrumstoornis). Deze stoornissen zijn meestal aangeboren, hardnekkig en vaak erfelijk, en ontstaan door neurobiologische afwijkingen die de cognitieve functies beïnvloeden.
Centra voor Ontwikkelingsstoornissen
Er zijn vier erkende Centra voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) in België die gespecialiseerd zijn in het stellen van diagnoses bij baby's, peuters en kleuters. Deze centra onderzoeken het functioneren van een kind op diverse domeinen, zoals communicatie, beweging en intelligentie, om de mogelijkheden en beperkingen in kaart te brengen en eventuele ontwikkelingsstoornissen te identificeren. Het multidisciplinair team kan ook aanvraagdossiers indienen voor zorg, hulpmiddelen of een persoonlijk assistentiebudget (PAB). De centra bieden geen behandeling, maar wel advies over de meest geschikte begeleiding en behandeling. Er kunnen wachttijden zijn van enkele weken tot maanden voor een afspraak. De centra bevinden zich in Gent, Leuven, Antwerpen en Brussel.

Specifieke ontwikkelingsstoornissen
Autismespectrumstoornis (ASS)
Autismespectrumstoornis (ASS) is een verzamelnaam voor verschillende stoornissen die de informatieverwerking in de hersenen beïnvloeden. Kenmerkend zijn beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten, problemen met sociale interactie en communicatie. De diagnose is een 'gedragsdiagnose' en wordt gesteld door een (kinder- en jeugd)psychiater of een GZ-psycholoog, vaak binnen een multidisciplinair team. De DSM-5 kent geen subtypen meer, maar één overkoepelende diagnose: ASS.
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD)
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder en kenmerkt zich door problemen met aandacht, snel afgeleid zijn, hyperactiviteit en impulsiviteit. Er zijn drie subtypes: ADHD-I (onoplettend), ADHD-H (hyperactief/impulsief) en ADHD-C (gecombineerd). De diagnose wordt gesteld door een medisch specialist, meestal een (kinder- en jeugd)psychiater, aan de hand van criteria in de DSM-5. ADHD gaat vaak gepaard met andere stoornissen, zoals autismespectrumstoornissen, agressieve gedragsstoornissen, motorische stoornissen, angst- en stemmingsstoornissen, tics en leerproblemen. Behandelingen kunnen bestaan uit gedragstherapie, medicatie en het verbeteren van motorische vaardigheden.
Developmental Coördination Disorder (DCD)
DCD, voorheen bekend als dyspraxie, is een motorische ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen moeite hebben met het aanleren en uitvoeren van motorische taken zoals aankleden, fietsen, tekenen en schrijven. Het komt vaker voor bij jongens. De problemen verminderen vaak naarmate het kind ouder wordt, maar kunnen veel inspanning vergen. Een kinderfysiotherapeut kan via de M-ABC2 test de motorische ontwikkeling beoordelen en begeleiding bieden.
Gedragsstoornissen (ODD en CD)
Gedragsstoornissen, zoals de Oppositioneel Opstandige Gedragsstoornis (ODD) en de Normoverschrijdend Gedragsstoornis (CD), worden geclassificeerd onder de disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen. Kinderen met ODD vertonen ongehoorzaamheid, driftigheid en ruziezoekend gedrag, terwijl kinderen met CD ernstiger gedrag vertonen, zoals agressie of crimineel gedrag. Deze stoornissen gaan vaak gepaard met andere psychische of ontwikkelingsstoornissen, waaronder ADHD, leerproblemen en angststoornissen. Een vroege aanpak is cruciaal voor een betere prognose.
Vormen van gedragsstoornissen
- Oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD): Kenmerkt zich door ongehoorzaamheid, driftigheid en snel geprikkeld zijn, typisch bij kinderen jonger dan 10 jaar.
- Gedragsstoornis beperkt tot de familiale context: Ongunstig gedrag blijft beperkt tot het gezin.
- Niet-gesocialiseerde gedragsstoornis: Moeite met sociale interacties en gebrek aan empathie.
- Gesocialiseerde gedragsstoornis: Wel in staat tot vriendschappen, maar moeite met ethiek en maatschappelijke normen.

Wat te doen als je een ontwikkelingsstoornis vermoedt?
Als ouder is het belangrijk om je zorgen te bespreken met de school en eventueel een huisarts. Zij kunnen signalen herkennen en doorverwijzen naar de juiste professionals, zoals logopedisten, kinderpsychologen of gespecialiseerde centra. Het multidisciplinair team kan een diagnose stellen en gerichte hulp bieden. Er zijn verschillende hulpmiddelen en aanpassingen beschikbaar, zowel op school als thuis, die kinderen kunnen ondersteunen.
Hulpbronnen en ondersteuning
Naast de Centra voor Ontwikkelingsstoornissen, kunnen ook de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) met hun kinder- en jongerenteams, het Kenniscentrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie en de Centra voor LeerlingenBegeleiding (CLB's) informatie en ondersteuning bieden. In België kan voor kinderen met een erkende leerstoornis een toeslag op het Verhoogde Groeipakket worden aangevraagd.
Inzicht in handicaps (voor studenten)
Overige problematieken
Eetstoornissen
Eetstoornissen zoals anorexia en boulimia komen vaak voor bij jonge meisjes, met complexe psychische oorzaken. De obsessie met gewicht kan leiden tot levensbedreigende situaties. Informatie hierover is te vinden op websites zoals www.eetstoornis.be en www.eetexpert.be.
Depressie
Depressie komt ook voor bij kinderen en adolescenten, met symptomen als wanhoop, verdriet, lusteloosheid en concentratieproblemen. Een depressie moet serieus genomen worden, aangezien het kan leiden tot zelfdoding. De Zelfmoordlijn 1813 biedt hulp.
Stereotiepe bewegingsstoornissen
Stereotiepe bewegingsstoornissen omvatten repetitieve, ritmische bewegingen zoals zwaaien met de handen of schommelen. Deze kunnen het dagelijks leven belemmeren en vereisen nader onderzoek om de oorzaak te achterhalen.
tags: #ontwikkelingsstoornissen #soorten #bij #peuters