Zwangerschap is een bijzondere periode die normaal gesproken tussen de 37 en 42 weken duurt. Soms treden er echter complicaties op, zoals een dreigende vroeggeboorte, die een ziekenhuisopname noodzakelijk maken. Een vroeggeboorte kan worden veroorzaakt door vroegtijdige weeën en/of het vroegtijdig breken van de vliezen.
Vroegtijdige weeën en het breken van de vliezen
Weeën zijn pijnlijke samentrekkingen (contracties) van de baarmoeder die leiden tot ontsluiting van de baarmoedermond en uiteindelijk tot de geboorte van de baby. Als weeën optreden vóór de 37e week van de zwangerschap, spreken we van vroegtijdige weeën. Het is echter niet altijd zo dat vroegtijdige weeën daadwerkelijk tot een vroeggeboorte leiden. Dankzij behandeling met rust en medicijnen kan de zwangerschap soms nog enkele dagen tot weken worden verlengd.
Vroegtijdige weeën verschillen op zich niet van 'echte' weeën rond de uitgerekende datum. Echte weeën zijn vaak pijnlijk en regelmatig, maar dit kan ook gelden voor vroegtijdige weeën. In de meeste gevallen is de oorzaak van vroegtijdige weeën niet te achterhalen.
Soms begint een voortijdige bevalling met het breken van de vliezen. Dit wordt vaak kortweg PROM genoemd, een afkorting van de Engelse benaming (premature rupture of the membranes). PROM staat voor het voortijdig breken van de vliezen vóór de 37e zwangerschapsweek. Om het vermoeden van een PROM te bevestigen, voert een zorgverlener een test uit. Met een wattenstokje wordt vaginale afscheiding afgenomen, waarna het laboratorium beoordeelt of het vruchtwater is. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, hoeft een vrouw na het voortijdig breken van de vliezen niet binnen 24 uur te bevallen, zeker niet bij een jonge zwangerschapsduur. Mogelijke oorzaken voor PROM zijn een infectie van de vliezen of in de vagina, of vaginale bloedingen. Ook een vruchtwaterpunctie vroeg in de zwangerschap of andere medische ingrepen, zoals een operatie rond de baarmoedermond, kunnen oorzaken zijn.
In gevallen waarbij de vliezen breken vóór de 24e week van de zwangerschap, dus voordat het kind levensvatbaar is, blijft u thuis indien u geen verdere klachten heeft. U ontvangt dan poliklinische instructies van uw zorgverlener, zoals rust, temperatuurcontrole en een verbod op geslachtsgemeenschap. Vanaf de 24e week wordt u opgenomen in het ziekenhuis om, mocht de bevalling doorzetten, uw baby de best mogelijke kans op overleving te bieden.

Opname en zorg bij dreigende vroeggeboorte
Als u minder dan 32 weken zwanger bent, wordt u opgenomen op de Obstetrische High Care Unit (OHC). Deze unit is gespecialiseerd in de begeleiding van zwangerschap, bevalling en de eerste opvang van zeer vroeg geboren kinderen. Mocht uw kind op deze afdeling geboren worden, dan wordt het direct opgenomen op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) voor intensieve zorg en beademing. Baby's die geboren worden tussen de 32 en 37 weken worden opgenomen op de kinderafdeling.
Bij vroegtijdige weeën voert de zorgverlener onderzoek uit om te beoordelen of er sprake is van een dreigende vroeggeboorte. Om te bepalen of er al ontsluiting is, wordt vaak een inwendig onderzoek (vaginaal toucher of vaginale echo) uitgevoerd. Bij 10 centimeter ontsluiting kan een kind van 40 weken geboren worden, maar bij een vroeggeboorte hoeft dit niet altijd het geval te zijn. Soms wordt bloedonderzoek gedaan om te controleren op verhoogde infectiewaarden. Een verpleegkundige kan een kweek afnemen van de baarmoedermond en/of de ingang van de schede om eventuele infecties op te sporen. Dit wordt bij een PROM wekelijks herhaald. Ook wordt urineonderzoek afgenomen.
Met behulp van een cardiotocogram (CTG) wordt de conditie van uw kind gemonitord en kunnen weeën worden geregistreerd. Een CTG is een registratie van de hartslag van het kind en de weeënactiviteit. Daarnaast wordt gevraagd naar uw ontlastingspatroon, omdat problemen hiermee een onrustige buik kunnen veroorzaken, en uw temperatuur wordt nauwlettend in de gaten gehouden.
Bij vroegtijdige weeën wordt vrijwel altijd een cervix- of baarmoedermondmeting uitgevoerd met behulp van een inwendige echo. Hierbij wordt de lengte van de cervix bepaald. Bij vroegtijdige weeën die tot ontsluiting leiden, wordt de cervix korter. U wordt gevraagd op een bed met beensteunen te liggen, waarna de zorgverlener de echo zal verrichten. Om de meting goed te kunnen uitvoeren, kan gevraagd worden om te persen of op de hand te blazen.

Behandeling en medicatie
Bedrust is een belangrijk onderdeel van de behandeling van vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte, om de baarmoeder zo min mogelijk te prikkelen. Meestal mag u wel uit bed om te douchen en naar het toilet te gaan. Als de weeën tijdens de opname afnemen, mag u meer bewegen. Echter, bij ontsluiting of gebroken vliezen is het niet altijd toegestaan om uit bed te komen, afhankelijk van de ligging van het kind in de baarmoeder.
Omdat de longen van de baby meestal pas rijp zijn bij 32 tot 34 weken zwangerschap, krijgt u bij een PROM en/of dreigende vroeggeboorte vóór de 34 weken zwangerschap gedurende twee dagen een injectie om de longen versneld te laten rijpen. Deze injectie wordt in de bilspier of bovenbeen gegeven.
De zorgverlener kan medicijnen voorschrijven om de weeën te remmen (weeënremmers). Het effect van deze medicatie is sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie. Er zijn verschillende soorten weeënremmers beschikbaar. Bij opname met pijnlijke en regelmatige weeën wordt vaak een infuus met Tractocile® gegeven. Naast Tractocile® wordt ook de zetpil Indocid® regelmatig gebruikt. Indocid® is een pijnstiller die ook weeën remt en kan naast Tractocile® worden ingezet. Dit medicijn werkt optimaal na ongeveer twee uur na inbrenging. Mogelijke bijwerkingen van Indocid® zijn slaperigheid of misselijkheid.
Als er duidelijke tekenen van een infectie bij moeder of kind zijn, wordt er geen weeënremmende medicatie gestart. In dat geval is het beter dat het kind geboren wordt, zodat het antibiotica kan ontvangen op de NICU-afdeling. Een infectie kan weeën veroorzaken. Met antibiotica wordt de infectie bestreden; deze worden via een infuus toegediend en komen via de placenta ook bij het kind terecht.
Soms wordt een pessarium ingebracht. Dit is een rubberen ring met een gat in het midden, die de druk op de baarmoedermond verlicht en de kans op ontsluiting verkleint. De ring wordt alleen ingebracht als de vliezen niet gebroken zijn en de baarmoedermond nog lang genoeg is. Het pessarium blijft in principe zitten totdat de zwangerschap niet meer geremd hoeft te worden.

De bevalling en de zorg voor een te vroeg geboren kind
De opname is een spannende en onzekere tijd voor u en uw partner. Niemand kan precies voorspellen hoe lang de zwangerschap nog duurt, wanneer de bevalling doorzet of hoe het met uw kind zal gaan na de geboorte. Aan de hand van fotoboeken kan informatie worden verstrekt ter voorbereiding op de aanstaande bevalling en geboorte.
Als u minder dan 32 weken zwanger bent, heeft u ook een gesprek met de neonatoloog (kinderarts van de NICU-afdeling) om te bespreken wat u kunt verwachten van een kind dat geboren wordt bij uw zwangerschapsduur.
Als de bevalling niet doorzet, mag u op advies van uw zorgverlener weer meer gaan (rond)lopen. Als alles rustig blijft en de zorgverlener vindt dat het goed gaat met u en uw kind, mag u naar huis met het advies om rust te houden. Pas als er geen nieuwe weeën optreden, kunt u uw dagelijkse activiteiten hervatten. Als de weeën afnemen maar de vliezen gebroken zijn, blijft u in principe opgenomen in het ziekenhuis tot aan de bevalling. Vanaf 30 tot 32 weken zwangerschap is soms dagverlof mogelijk of komt u in aanmerking voor thuismonitoring.
De bevalling van een te vroeg geboren kind hoeft niet anders te verlopen dan die van een voldragen pasgeborene. Het is echter lastiger te voorspellen hoe het proces van ontsluiting zal gaan. Het kan voorkomen dat u dagenlang weeën heeft met toenemende ontsluiting. Het is dan mogelijk dat u met 5 centimeter ontsluiting (of meer) nog dagen zwanger bent. Meestal wordt een kind bij vroegtijdige weeën vaginaal geboren, afhankelijk van de ligging en de conditie van het kind tijdens de weeën.
Bij de geboorte mag uw kind niet of maar heel even op uw buik liggen om afkoeling te voorkomen en direct een goede start te garanderen. Uw baby wordt snel afgenaveld en naar de kinderarts gebracht die klaarstaat bij de opvangtafel. Na de eerste opvang wordt uw kind in de couveuse gelegd en naar de NICU-afdeling of de Amalia kinderafdeling gebracht. Uw partner mag mee om te kijken waar uw kind komt te liggen. Zodra uw situatie het toelaat, mag u uw kind bezoeken.
Een te vroeg geboren baby heeft specifieke zorg nodig vanwege de kwetsbaarheid, de kleine omvang en onrijpe organen. Door het onrijpe maagdarmstelsel verloopt de voeding bij premature baby's heel voorzichtig. Vaak mag uw kind wel een klein beetje voeding krijgen ter bescherming van de maag. Borstvoeding heeft de voorkeur omdat deze het lichtst verteerbaar is. Om de borstvoeding op gang te brengen, kunt u kolven.
De onzekerheid over de duur van de zwangerschap en het verloop van de bevalling maken de opname een zeer intensieve periode voor u en uw partner. Tijdens de opname wordt geprobeerd u en uw partner zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van uw kind, onder andere met informatie over de NICU en keizersnedes. Vraag uw zorgverlener om uitleg en overweeg uw vragen op papier te zetten.
Voorlichtingsanimatie voor patiënten: Bevalling en vaginale geboorte
Fasen van de bevalling
De geboorte van een baby kan worden opgedeeld in drie fasen: de ontsluiting, de uitdrijvingsfase en de nageboorte. De ontsluitingsfase, die meestal het langst duurt, is verder onder te verdelen.
De ontsluitingsfase
Tijdens de ontsluitingsfase strekt en opent de baarmoedermond (cervix) zich, zodat de baby zich een weg kan banen naar buiten. De baarmoederhals transformeert van volledig gesloten tot een opening van ongeveer 10 centimeter. Wanneer de cervix opengaat, kan er wat vaginale afscheiding verschijnen die wat bloed kan bevatten. Dit is een teken dat de baarmoedermond zich opent als reactie op de weeën en de druk van het babyhoofdje. Het breken van de vliezen kan op elk moment tijdens de bevalling plaatsvinden, maar gebeurt meestal wanneer de ontsluitingsfase goed op gang is gekomen.
Latente fase (eerste ontsluitingsfase)
In deze fase is het voor veel vrouwen lastig te bepalen of de bevalling is begonnen. De eerste weeën kunnen voorweeën of oefenweeën zijn. Ze kunnen mild zijn, zoals menstruatiepijn, of scherp en sterk. In het begin zijn de weeën kort (30 tot 40 seconden) en onregelmatig. Echte weeën worden herkend aan hun regelmaat; er is elke 5 tot 10 minuten een wee. De duur van de latente fase verschilt enorm per vrouw en per bevalling. Gemiddeld duurt deze fase zo'n 12 tot 14 uur, maar bij een eerste kind kan dit ook 24 tot 48 uur zijn. Bij een tweede of derde kind gaat het vaak sneller. Deze fase kan worden beschouwd als een 'afwachtende' periode waarin de baarmoederhals zachter en korter wordt ter voorbereiding op de bevalling. Als de baarmoedermond ongeveer 3-4 centimeter ontsluiting heeft, gaat de bevalling over in de actieve fase, waarbij de weeën effectiever worden en de baarmoedermond sneller opent.
Actieve fase (tweede ontsluitingsfase)
In de tweede ontsluitingsfase komen de weeën goed op gang. Ze zijn regelmatiger en heftiger; er is ongeveer elke 5 minuten een wee die een minuut aanhoudt. Deze fase start bij 3-4 centimeter ontsluiting en gaat door tot ongeveer 8 centimeter. Gemiddeld duurt de tweede ontsluitingsfase een uur per centimeter ontsluiting, maar dit is per vrouw verschillend. Dit is het moment waarop de verloskundige wordt gebeld voor een thuisbevalling of men naar het ziekenhuis gaat voor een poliklinische bevalling. De weeën worden nu echt pijnlijk en vereisen de volle aandacht om op te vangen. Indien gewenst, wordt in deze fase pijnbestrijding toegediend. De verloskundige controleert de voortgang van de bevalling door de buik te onderzoeken en door inwendig onderzoek om de ontsluiting en de ligging van het babyhoofdje te beoordelen. Het is niet ongebruikelijk om tijdens de bevalling meerdere keren te worden onderzocht. De verloskundige informeert u over de voortgang van de bevalling.
Tijdens de ontsluitingsfase wordt geadviseerd af te wisselen tussen bewegen en rusten. Beweging en activiteit van de moeder helpen de baby om te draaien en door het bekken te gaan. De meeste vrouwen ervaren de weeën als minder pijnlijk wanneer ze actief zijn dan wanneer ze stil in bed liggen. De verloskundige helpt bij het vinden van een comfortabele houding.
Overgangsfase (laatste ontsluitingsfase)
Tijdens de overgangsfase gaat de ontsluiting van 8 naar 10 centimeter (volledige ontsluiting). Deze laatste centimeters veroorzaken de meeste druk. De weeën worden heftiger en komen elke 2-3 minuten terug. De baarmoeder trekt stevig samen om de baby door het geboortekanaal te duwen, maar de baarmoedermond is nog niet volledig open. Hierdoor kan er al persdrang ontstaan, maar er moet nog gewacht worden met persen tot er volledige ontsluiting is. Wanneer de baby het geboortekanaal passeert, wordt druk gevoeld tegen het weefsel en de zenuwen. Vlak voor de bevalling veroorzaakt de druk van de baby spanning in de vagina en tegen het endeldarm, wat de persdrang veroorzaakt. De weeën worden opgevangen door ze weg te puffen en de tijd tussen de weeën wordt gebruikt om op adem te komen. Veel vrouwen ervaren deze fase als intens, maar gelukkig duurt het niet lang meer voordat de baby geboren wordt.
Uitdrijvingsfase
Zodra de verloskundige of gynaecoloog een dunne rand rond het hoofdje van de baby kan voelen, is er sprake van 10 centimeter ontsluiting. Vanaf dit moment wordt elke wee gebruikt om de baby naar buiten te duwen. Samen met de kracht van de weeën wordt de baby door de vagina naar buiten gedreven. Er worden bevallingshoudingen aangenomen waarin geperst kan worden tijdens de weeën en gerust kan worden tussen de weeën door. Hierna volgt de nageboorte.
Nageboorte
Na de geboorte van de baby moet de placenta (nageboorte) er nog uit. Dit gebeurt meestal kort na de geboorte, of binnen ongeveer één uur. Als de placenta loskomt, kan een zwakke wee gevoeld worden en kan er wat vaginaal bloedverlies optreden. Als de placenta van binnenuit is losgekomen, moet deze naar buiten worden geduwd, net als bij de geboorte van de baby.
Harde buiken en voorweeën
Gedurende de zwangerschap kunnen vrouwen af en toe last hebben van 'harde buiken', ook wel Braxton-Hicks contracties of oefenweeën genoemd. Deze kunnen spontaan ontstaan, maar ook worden uitgelokt door inspanning, stress of de indaling van het hoofdje van de baby. De baarmoeder bereidt zich voor op de bevalling. Kenmerkend is dat harde buiken vaak na enkele minuten of uren wegzakken met rust en warmte, en er zit nog geen ritmisch patroon in.
De transformatiefase wordt niet altijd als onderdeel van de bevalling beschouwd, maar soms kan het hier geleidelijk in overgaan.
Latente fase (begin van de bevalling)
De latente fase is de eerste fase van de bevalling. De weeën starten, de samentrekkingen van de baarmoeder worden sterker en nemen toe in frequentie en duur. Dit kan gevoeld worden in de rug, (onder)buik en/of benen. Het advies is om ontspanning te zoeken en het jezelf zo comfortabel mogelijk te maken. Het typische van een wee is dat er ook een pauze tussendoor is, waarin het lichaam rust kan krijgen. In de beginfase kunnen verschillende houdingen worden geprobeerd en is het belangrijk om voldoende te rusten. Als de weeën frequenter komen, is het vaak prettiger en gunstiger om meer te wisselen en een verticale houding aan te nemen.
In deze fase is niet altijd ontsluiting te verwachten. Het zorgt er in eerste instantie voor dat de baarmoedermond korter en zachter wordt en meer naar voren komt. Het kan zich openen naar 2-4 centimeter. Pas als er toenemende regelmaat ontdekt wordt en er actiever op de ademhaling gelet moet worden vanwege de kracht van de weeën, wordt begonnen met het timen van de weeën. In deze fase zal waarschijnlijk contact worden opgenomen met de verloskundige. Telefonisch zal de situatie worden uitgevraagd, waarna een huisbezoek kan volgen. Bij een gewenste ziekenhuisbevalling is het aan te raden niet te vroeg te vertrekken, omdat verandering van omgeving ervoor kan zorgen dat de weeën weer afnemen.
Actieve fase (versnelling van de bevalling)
Er vindt een versnelling van de bevalling plaats. De weeën zijn nu veel intenser en pijnlijker, en er moet actiever omgegaan worden met de kracht hiervan. De partner en de verloskundige helpen hierbij en bieden continue begeleiding. Gemiddeld komen de weeën om de 2-3 minuten en houden een ruime minuut aan. Vrouwen keren meer naar binnen en komen in hun eigen 'bubbel' terecht, wat het gevolg is van hormonen (endorfine) die het lichaam aanmaakt als natuurlijke pijnstillers. Het hoofdje van de baby komt steeds dieper in het bekken en er is een verwachte vooruitgang van circa 0,5 - 1 centimeter ontsluiting per uur. Zeker als er al eerder is bevallen, kan dit sneller gaan.
Vanaf de 35e week van de zwangerschap bereidt het lichaam zich langzaam voor op de komst van het kindje. Aan het begin van de negende maand is de laatste rechte lijn ingezet.
Veranderingen tijdens de laatste weken van de zwangerschap
- 35 weken: De baby bereidt zich voor op de komst en gaat met het hoofdje naar beneden liggen. Het kan zijn dat de moeder moeite krijgt met bewegen en slapen. Kleine weeën, die ongeveer 30 seconden aanhouden, kunnen gevoeld worden. De gewrichten spreiden zich verder om de bevalling te vergemakkelijken en het bekken kan pijnlijk aanvoelen.
- 36 weken: Braxton-Hickscontracties treden op, die de baarmoeder trainen. De baarmoeder is aanzienlijk vergroot en drukt op de longen, wat kortademigheid kan veroorzaken. De onderbuik kan strakker aanvoelen doordat het hoofd van de baby lager komt te liggen. De baby drukt ook op de blaas, wat leidt tot frequent plassen.
- 37 weken: Hormonale veranderingen voor de bevalling veroorzaken grote vermoeidheid. De baarmoeder bereikt haar maximale grootte en begint te zakken, waardoor de druk op de organen afneemt. Het zakken kan geleidelijk of plotseling gebeuren. De ademhaling wordt makkelijker. De moeder kan op elk moment bevallen en dient alert te zijn op waarschuwingssignalen zoals het verlies van de slijmprop, het breken van de vliezen, of regelmatige weeën.
- 38 weken: De baarmoeder zakt verder ter voorbereiding op de geboorte. Er kunnen weeën optreden die elkaar binnen 10 minuten opvolgen, wat kan duiden op het begin van de bevalling. Bij twijfel is het raadzaam contact op te nemen met de kraamafdeling.
- 39 weken: De veranderingen bij de moeder zijn vergelijkbaar met week 38. De baby kan nu elk moment geboren worden; een baby wordt doorgaans geboren tussen week 37 en 42 van de zwangerschap. Het water kan breken, waarna direct naar de kraamafdeling moet worden gegaan.
- 40 weken: De baby is klaar om geboren te worden. De baarmoederhals is uitgezet. De ontsluiting van de baarmoederhals duurt gemiddeld 8 uur bij een eerste kind, tegenover 5 uur bij een tweede kind. Vermoeidheid en misselijkheid kunnen optreden op weg naar de kraamafdeling.
Wanneer de verloskundige bellen? Elke verloskundigenpraktijk heeft eigen richtlijnen. Meestal geldt voor een eerste bevalling dat, indien de bevalling normaal vordert zonder complicaties, de verloskundige gebeld kan worden na een paar uur met elke 4 tot 5 minuten weeën.
Waar te bevallen? Tijdens de actieve fase moet men zich gaan bedenken waar de bevalling zal plaatsvinden. Bij een thuisbevalling moet alles klaar liggen. Bij een geboortehuis of poliklinische bevalling bepaalt de verloskundige meestal aan de hand van de ontsluiting wanneer men naar het ziekenhuis gaat; meestal bij ongeveer 6 centimeter ontsluiting voor een eerste bevalling, en al bij 4 tot 5 centimeter voor een latere bevalling.
tags: #ontsluiting #21 #wekend #zonder #bloed