Tijdens de zwangerschap neemt de foetus verschillende posities aan in de baarmoeder. Aanvankelijk, in de eerste helft van de zwangerschap, dobbert de baby vrij in het vruchtwater en kan hij alle kanten op bewegen. Naarmate de zwangerschap vordert, wordt de ruimte in de baarmoeder beperkter, waardoor de bewegingsvrijheid van de baby afneemt en de ligging belangrijker wordt voor de geboorte.

Ontwikkeling van de foetale ligging
Rond de 20 weken zwangerschap ligt ongeveer de helft van de baby's met het hoofd naar beneden en de andere helft met de billen naar beneden. Ook bij 30 weken zwangerschap bevindt ongeveer 30% van de baby's zich nog in een stuitligging (billen naar beneden). Rond de 32 weken beginnen de meeste baby's zich te draaien met het hoofd naar beneden, wat de ideale positie voor de geboorte is.
De natuur heeft dit proces mooi geregeld, want een hoofd past beter in het bekken dan de billen. Een bevalling met het hoofd naar beneden verloopt over het algemeen soepeler. Het hoofdje is rond, waardoor het gelijkmatig aandrukt op de baarmoedermond en de ontsluiting bevordert. De schedel van de baby heeft fontanellen, zachte plekken die elkaar tijdens de geboorte kunnen overlappen, waardoor het hoofdje zich beter aanpast aan de vorm van het bekken.
Stuitligging: definitie en soorten
Rond de uitgerekende datum ligt nog ongeveer 3% van de baby's in een stuitligging, wat betekent dat de billen naar beneden wijzen. De meest voorkomende stuitligging is de onvolkomen stuitligging, waarbij de billen in het bekken liggen en de voeten omhoog. Een andere vorm is de volkomen stuitligging, waarbij de voetjes onder de billen liggen, vergelijkbaar met een kleermakerszit.
Er zijn verschillende soorten geboorteposities die een baby kan aannemen:
- Achterhoofdsligging: De ideale positie waarbij het hoofdje naar beneden ligt en het gezichtje naar de rug van de moeder is gericht.
- Stuitligging: De billen of voeten liggen naar beneden.
- Onvolkomen stuitligging: Billen naar beneden, benen omhoog.
- Volkomen stuitligging: Billen en voeten naar beneden.
- Half onvolkomen stuitligging: Eén heup of been gebogen.
- Dwarsligging: De baby ligt horizontaal in de baarmoeder.
- Voetligging: Eén of beide voetjes wijzen naar beneden.
- Aangezichtsligging: Het hoofdje ligt naar beneden, maar het gezichtje is naar de buik van de moeder gedraaid.

Controle van de foetale ligging
Vanaf ongeveer 27-30 weken zwangerschap kan de ligging van de baby gevoeld worden. Rond 35 weken ligt het merendeel van de baby's met het hoofd naar beneden. Na 35 weken draaien er nog maar weinig baby's spontaan van stuitligging naar hoofdligging. Daarom is dit een goed moment om de ligging van de baby met een echo te controleren.
In sommige regio's, zoals Breda/Etten-Leur, wordt bij 35 weken een liggingsecho aangeboden om ongewenste verrassingen tijdens de bevalling te voorkomen. Baby's die tot laat in de zwangerschap nog veel draaien, of baby's in een baarmoeder waar al eerder in geboren is, kunnen na 35 weken soms nog spontaan draaien door de extra ruimte.
Hoe voel je de ligging van je baby?
Je verloskundige kan de ligging van de baby voelen met behulp van de Leopold handgrepen. Hierbij worden verschillende delen van de buik voorzichtig betast om het hoofdje, de billen en de voeten te lokaliseren. Het ruggetje voelt vaak als een langer, soepeler stuk. De billen zijn ronder en minder hard dan het ruggetje, terwijl het hoofdje hard en rond aanvoelt. Als het hoofdje al is ingedaald, kan het dieper in het bekken liggen.
Hoe werkt een spiraaltje?
Wat te doen bij stuitligging?
Ligt de baby bij 35 weken nog in stuitligging, dan zijn er verschillende opties:
1. Afwachten
Je kunt afwachten of de baby alsnog spontaan draait. Soms draaien baby's zich nog in de laatste weken. Bij een eerste zwangerschap is de kans op spontaan draaien kleiner dan bij een volgende zwangerschap, omdat er meer ruimte in de baarmoeder is.
2. Uitwendige versie (draaipoging)
Een versie is een poging om de baby met de handen van buitenaf te draaien. Dit kan vanaf 35-36 weken zwangerschap. De kans op succes van een versie ligt rond de 50% en is afhankelijk van factoren zoals de ligging van de baby, de grootte van de baby, de soepelheid van de buik en de ontspanning van de ouders. Een versie wordt niet bij iedereen uitgevoerd; bijvoorbeeld na een eerdere keizersnede wordt je verwezen naar de gynaecoloog.

3. Complementaire therapieën
Er zijn diverse complementaire therapieën die de baby kunnen stimuleren om te draaien:
- Moxa: Dit is een onderdeel van acupunctuur waarbij een warme moxastick (gemaakt van gedroogde kruiden) boven een acupunctuurpunt wordt gehouden. Moxa heeft een verwarmende en bewegende werking. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat moxatherapie de kans op een spontane draaiing kan verhogen van 50% naar 75%, mits tijdig ingezet (vanaf 33 weken voor een eerste baby, iets later voor een volgende baby). De behandeling is veilig en kan thuis met een partner voortgezet worden.
- Voetreflextherapie: Een alternatieve therapie die gericht is op het stimuleren van bepaalde reflexpunten op de voeten.
- Spinning Babies oefeningen: Specifieke oefeningen die erop gericht zijn de baby te helpen draaien door middel van houdingsveranderingen en beweging. Deze oefeningen kunnen vanaf 33-34 weken ingezet worden.
De combinatie van een versie en alternatieve methoden kan de kans op een succesvolle draaiing vergroten.
Hoe werkt een spiraaltje?
Oorzaken van stuitligging
De oorzaak van een stuitligging is niet altijd duidelijk. Enkele factoren die de kans op een stuitligging kunnen vergroten zijn:
- Eerdere zwangerschappen
- Meerlingzwangerschap
- Afwijkende hoeveelheid vruchtwater (te veel of te weinig)
- Afwijkende vorm van de baarmoeder of aanwezigheid van vleesbomen
- Placenta previa (placenta bedekt de baarmoederhals)
Bevallingsopties bij stuitligging
Als de baby in stuitligging blijft liggen, zijn er verschillende bevallingsopties:
Vaginale bevalling
In sommige gevallen kan een vaginale bevalling van een stuitligging overwogen worden, vooral als de omstandigheden gunstig zijn (bijvoorbeeld de ligging en grootte van de baby). De uitkomsten op langere termijn voor de baby zijn vergelijkbaar met een keizersnede, maar voor de moeder en eventuele volgende baby's zijn de voordelen van een vaginale bevalling groter. Echter, de risico's bij een vaginale bevalling van een stuitligging zijn hoger, zoals het risico op navelstrengcompressie of vastzittende schouders.
Keizersnede
Een keizersnede is een chirurgische ingreep en wordt vaak aanbevolen bij een stuitligging vanwege de hogere risico's van een vaginale bevalling. Een keizersnede is een grote buikoperatie met een langere herstelperiode.
De keuze voor een vaginale bevalling of keizersnede wordt altijd gemaakt in overleg met de gynaecoloog, rekening houdend met de persoonlijke situatie en de veiligheid van moeder en kind.
Tweelingen en stuitliggingen
Bij een tweelingzwangerschap is een vaginale bevalling mogelijk als de eerste baby correct gepositioneerd is met het hoofdje naar beneden. Als de tweede baby in stuitligging ligt, kan een externe versie worden overwogen. Als de eerste baby stuit ligt, wordt meestal een keizersnede geadviseerd. Bij drie- of meerlingen is een keizersnede de standaardprocedure.