Vaginale Kunstverlossingen: Gebruik van de Vacuümpomp en Verlostang

Vroeger stierven veel vrouwen in hun kraambed omdat de baby om wat voor reden dan ook niet goed of niet snel genoeg door het geboortekanaal kwam. Ruim 400 jaar geleden werd daarom een soort tang ontwikkeld om de baby geboren te laten worden. Dit was een grote sprong voorwaarts in de verloskunde.

De Verlostang: Een Historisch Hulpmiddel

Bij een tangverlossing worden twee metalen lepels in de vagina gebracht, aan elkaar geklikt en aan weerszijden van het hoofdje van de baby gelegd. Daarna probeert de gynaecoloog voorzichtig aan het hoofdje mee te trekken met een wee. Dit mag een gynaecoloog alleen maar doen als het hoofdje diep is ingedaald en als de baarmoedermond helemaal openstaat. Meestal wordt er van tevoren ook een knip gegeven om meer ruimte te maken. Deze ingreep wordt toegepast als de baby snel moet worden gehaald omdat de harttonen van de baby minder worden. De tang is direct klaar voor gebruik en mag alleen door een gynaecoloog in het ziekenhuis worden gebruikt. Het kan zijn dat er een afdruk van de lepels op het hoofdje van de baby te zien is, maar deze verdwijnen binnen een paar dagen.

De Vacuümpomp: Moderne Assistentie bij de Bevalling

Eind jaren 50 kwam de vacuümpomp op de markt, ontwikkeld door een verloskundige in Zweden. Als je al heel lang zonder resultaat hebt moeten persen of als de baby het benauwd krijgt, wordt in West-Europa vaak een vacuümpomp gebruikt. De pomp bestaat uit een zuignap die op het hoofdje van de baby wordt geplaatst. Een pompje zorgt ervoor dat de lucht tussen het hoofd en de zuignap weg wordt gezogen en er een vacuüm ontstaat. Door voorzichtig bij een wee mee te trekken kan de baby op deze manier gehaald worden. Je baby kan er wel een punthoofd aan overhouden, maar deze zal na een paar dagen wegtrekken. Ook kan een vitamine K-injectie worden gegeven om kleine bloedinkjes bij je baby te verhelpen. Deze ingreep mag door je verloskundige thuis worden uitgevoerd.

Gedetailleerde illustratie van een vacuümpomp die op het hoofd van een baby wordt geplaatst.

Wanneer wordt een Vacuümpomp of Verlostang Gebruikt?

Een vaginale kunstverlossing is een bevalling via de vagina (schede), waarbij de gynaecoloog de geboorte van je baby ondersteunt met een verlostang of een vacuümcup. Bij een eerste bevalling komt een zogenoemde kunstverlossing vaker voor dan bij een volgende. Naar schatting krijgt ongeveer één op de vijf vrouwen die voor het eerst bevalt hiermee te maken.

De belangrijkste redenen voor een tang- of een vacuümverlossing zijn:

  • Het niet vorderen van de uitdrijving: Ondanks krachtig persen tijdens de uitdrijvingsfase wordt je baby niet geboren. Dit komt vaker voor bij een eerste bevalling. Het kan komen doordat je kind aan de grote kant is, het hoofdje te ongunstig ligt, het geboortekanaal te nauw is, de weeën zwak zijn of je uitgeput bent.
  • (Dreigend) zuurstoftekort bij je baby: De bevalling kan te veel vragen van je baby, waardoor zijn hartslag achteruitgaat. Dit kan worden gemonitord via een CTG-apparaat of een 'doptone'. De kans op zuurstoftekort is klein bij een normale zwangerschap, maar neemt toe bij bijzonderheden zoals een hoge bloeddruk, groeiachterstand of overtijd zijn.
  • Een aandoening bij jou waarbij persen niet gewenst is: Bij bepaalde gezondheidsproblemen kan langdurig persen een risico vormen. Het gebruik van een vacuümpomp kan de persfase verkorten.

Een knip (episiotomie) wordt gegeven omdat het persen niet vordert, omdat je baby het benauwd krijgt, omdat je dreigt uit te scheuren of misschien heb je al eens eerder een knip gehad. De knip wordt aan een zijkant gezet en klinkt erger dan het is. Hij wordt gegeven op het moment dat het hoofdje bijna staat en op het hoogtepunt van een wee, dus de meeste vrouwen voelen er niet zo heel veel van. Het hechten is gevoeliger en daarom wordt er vaak een plaatselijke verdoving gegeven. De binnenzijdse hechtingen zijn oplosbaar, buitenzijdse hechtingen worden na een week verwijderd.

Het Verloop van een Tang- of Vacuümverlossing

Bij een vaginale kunstverlossing wordt bijna altijd een zogenaamd dwarsbed gemaakt. Het onderste deel van het bed wordt weggehaald en je benen worden in steunen gelegd, zodat de gynaecoloog er goed bij kan. Het is beter als de blaas leeg is; zo nodig wordt dit met een katheter gedaan. De gynaecoloog doet een inwendig onderzoek om de stand van het hoofd van het kind en de mate van indaling te bepalen, wat nodig is om de verlostang of de vacuümcup correct te plaatsen.

De Vacuümextractie

Bij een vacuümextractie plaatst de gynaecoloog de vacuümcup op de bovenkant van het hoofd. Daarna wordt er vacuüm gezogen, zodat de cup zich binnen enkele seconden aan de schedel van de baby vastzuigt. Zowel het plaatsen van de lepels van de verlostang als het inbrengen van de vacuümcup kan onplezierig en pijnlijk zijn, ondanks verdoving. Je ervaart over het algemeen minder pijn als het je lukt te ontspannen, bijvoorbeeld door het wegzuchten van de pijn. Nadat de cup zich heeft vastgezogen, trekt de gynaecoloog bij iedere volgende wee mee terwijl je perst. Het is belangrijk dat je zo krachtig mogelijk blijft meepersen. Soms drukt de verpleegkundige of verloskundige op je buik om de kracht van de wee te versterken. Tussen de weeën door zorgt de gynaecoloog dat het hoofd niet terugglijdt. Over het algemeen wordt je kind na enkele weeën geboren; soms is meetrekken gedurende meer weeën noodzakelijk.

Schematische weergave van de plaatsing en werking van een vacuümcup tijdens de bevalling.

De Tangverlossing

Bij een tangverlossing worden de lepels één voor één om het hoofd gelegd. De gynaecoloog trekt vervolgens bij iedere volgende wee mee terwijl je perst. De voorkeur voor een tangverlossing of een vacuümverlossing hangt onder andere af van de ligging van het kind, de indaling van het hoofd en de snelheid waarmee het kind geboren moet worden, evenals de ervaring en voorkeur van de gynaecoloog.

Mogelijke Gevolgen en Complicaties

Misschien zie je een van deze ingrepen als falen, dat de bevalling door jou niet zo is gegaan zoals je had verwacht. Een kunstverlossing is in principe niet schadelijk voor je baby.

Voor de Baby

  • Zwelling op het hoofd: Na een vacuümverlossing ontstaat een zwelling op het hoofd van het kind, ook wel een "vacuümknobbel" genoemd. Deze verdwijnt binnen een dag tot een week. De plek kan roodblauw verkleurd zijn, maar dit trekt ook vanzelf weg.
  • Afdruk van de tang: Na een tangverlossing kan er enkele dagen een afdruk op de zijkant van het hoofd van je kind zichtbaar zijn.
  • Hoofdpijn en misselijkheid: Het kind kan de eerste dagen hoofdpijn hebben en soms wat misselijk zijn.
  • Bloeduitstorting: Een bloeduitstorting op het hoofd van het kind kan voorkomen, wat ook wel na een spontane, langdurige bevalling kan gebeuren. Deze verdwijnt vanzelf, maar kan wel tot gevolg hebben dat het kind langer geel blijft zien.
  • Vervorming van het hoofdje: De eerste dagen kan je baby een wat vervormd hoofdje hebben, wat na een paar dagen vanzelf wegtrekt.
  • Ernstige complicaties: Ernstige complicaties komen vrijwel niet voor.

Bevalling met behulp van een verlostang

Voor de Moeder

Bij de moeder moet de knip worden gehecht. Als je een vacuümbevalling hebt gehad, heeft dat geen gevolgen voor een eventuele volgende bevalling. Soms lukt het niet om de baby op eigen kracht geboren te laten worden of kan het nodig zijn de geboorte te versnellen vanwege een dreigend zuurstoftekort bij de baby. Soms lukt een bevalling met behulp van een vacuümpomp niet. Dan probeert de gynaecoloog het eventueel nog met een verlostang, of besluit hij om een keizersnede te doen. De kans op complicaties van een tang- of vacuümverlossing is klein. Een totaalruptuur (doorscheuren van huid en weefsel tussen vagina en anus) kan voorkomen, vaker bij een kunstverlossing dan bij een normale bevalling.

Nazorg en Herstel

Als een baby na een kunstverlossing niet helemaal lekker op gang komt, kan hij worden opgenomen ter observatie. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de baby aangeslagen/slapjes is, of als de ademhaling niet goed op gang komt. Op de afdeling kan de baby goed in de gaten worden gehouden en behandeld indien nodig. Uit voorzorg kan de baby de eerste drie dagen driemaal per dag een zetpil met paracetamol krijgen tegen hoofdpijn. Als het drinken moeizaam gaat, krijgt de baby voeding via een sonde. Voordat een sonde wordt ingebracht of een andere vervelende handeling wordt uitgevoerd, wordt sucrose (een suikeroplossing) gegeven om pijn en stress te verminderen.

Als je kindje alle voedingen zelf drinkt, mag het naar huis. Bij ontslag krijg je eventueel een afspraak mee voor controle bij de kinderarts.

Emoties Rondom een Kunstverlossing

De beleving van een kunstverlossing wisselt sterk. Niet zelden betekent deze hulp een grote opluchting, zeker als vrouwen het gevoel hebben ondanks alle inspanningen geen millimeter op te schieten. Andere vrouwen vinden het moeilijk te verwerken dat de bevalling niet spontaan is verlopen. Zij hebben soms het - uiteraard onterechte - gevoel te hebben gefaald, omdat zij niet in staat waren hun kind op de ‘normale’ manier ter wereld te brengen, en soms hebben zij het idee dat een normale bevalling van hen is afgenomen. Spelen dergelijke gevoelens bij jou, praat erover met je partner, vrienden en familieleden. Bespreek tijdens de nacontrole je emoties en vragen, zoals waarom de kunstverlossing nodig was. Dit kan je ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf je vragen van tevoren op zodat je niets vergeet. Ook na langere tijd of voorafgaand aan een volgende zwangerschap kun je met de gynaecoloog, de verloskundige of de huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als je daar behoefte aan hebt.

Voor de partner kan de tang- of vacuümverlossing soms ook moeilijk te verwerken zijn. Meer nog dan bij een spontane bevalling kan hij zich machteloos voelen. Als de bevalling thuis was begonnen, moet ook de partner de teleurstelling van de onverwachte complicatie verwerken. Sommige partners voelen zich nutteloos omdat zij het gevoel hebben nauwelijks iets te kunnen doen. Ook zijn zij vaak bang dat er iets misgaat. De handelingen bij een tang- of vacuümverlossing ervaren zij nogal eens als bedreigend voor moeder en kind. Belangrijk is dat je probeert alle gevoelens en teleurstellingen met elkaar te bespreken. Ook voor je partner is het goed om vaak over deze ervaring na te praten.

Een Volgende Bevalling

Bij het allergrootste deel (meer dan 90%) van de vrouwen die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een tangverlossing heeft ondergaan, verloopt een volgende bevalling zonder problemen. Over het algemeen is een vaginale kunstverlossing dan ook geen reden voor een medische indicatie (bevalling onder leiding van de gynaecoloog) bij een volgende zwangerschap. Controle van de zwangerschap kan dan ook gewoon door de verloskundige of huisarts plaatsvinden. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeilijk was, of bij andere complicaties, kan de gynaecoloog een medische indicatie adviseren.

Borstvoeding na een Kunstverlossing

Na een tang- of vacuümverlossing kun je over het algemeen zonder problemen borstvoeding geven. De eerste uren na de bevalling is de baby soms misselijk waardoor het minder zin in drinken heeft. De verpleegkundige en eventueel de kinderarts adviseren je wanneer en hoe je het beste met de voeding kunt beginnen.

tags: #nieuwe #vacuumpomp #bevalling