Tijdens het geven van borstvoeding kan er zowel bij u als bij uw baby een schimmelinfectie ontstaan. Bij de moeder spreekt men van candidiasis, bij de baby van spruw. Meestal gaat het hierbij om de Candida albicans. Veel moeders zijn draagster van deze schimmel en hebben hier normaal gesproken geen last van.
Baby's kunnen tijdens de geboorte in aanraking komen met de Candida-schimmel en daardoor spruw ontwikkelen. Te vroeg geboren baby's, baby's met een laag geboortegewicht en zieke of overgevoelige baby's hebben een verhoogde kans op spruw. Spruw kan ook overgedragen worden door het laten zuigen op een vinger. Door het drinken aan de borst kan de baby vervolgens bij de moeder candidiasis veroorzaken. Vooral bij een beschadigde huid (tepelkloven) zal de moeder hier gevoelig voor zijn. Het kan ook zijn dat u zelf candidiasis krijgt.
Als er sprake is van spruw en/of candidiasis, is het daarom van belang dat zowel uzelf als uw baby behandeld worden, zelfs als maar een van beiden klachten heeft.
Symptomen van spruw en candidiasis
Bij de baby (spruw):
- Witte plekken op de tong en in de mond.
- Onrustig drinken door pijn of jeuk.
- Tijdens het drinken hoort u een klakkend geluid en uw baby laat vaak los of weigert zelfs de borst.
- Pijnlijke billen.
Bij de moeder (candidiasis):
- Klachten bij de borst, bij de tepel of bij de tepelhof.
- Een gespannen, glanzende huid.
- Veel jeuk, soms veranderend in een stekende pijn in de borst.
- Een brandend gevoel of pijn in de borst.
- Een candidiasis kan voorkomen in en op de borst, tepel en tepelhof. Ook hier geldt dat er niet altijd iets bijzonders is te zien aan de tepels.

Behandeling van spruw en candidiasis
Als uw baby spruw heeft, krijgt uw baby een drankje dat met een spuitje in de mond wordt gegeven. Om de schimmelinfectie te behandelen, wordt antischimmelcrème op de billen van uw baby gesmeerd. Blijf de crèmes gebruiken tot uw baby minimaal 1 week geen klachten meer heeft. Spoel uw tepels en tepelhof na het voeden of kolven af met water. U kunt ook water met een zoutoplossing gebruiken. Maak uw tepel goed schoon voordat u uw baby voedt, bijvoorbeeld met een vochtige tissue.
Als u borstvoeding geeft en last heeft van candidiasis, krijgt u een behandeling. Vaak merkt u al verbetering in de loop van de tweede dag. Toch kan borstvoeding geven nog pijnlijk zijn. Neem een pijnstiller. Begin het voeden aan de borst waar u het minste pijn heeft. Zorg dat uw melk beter stroomt door de borst warm te houden en door te ontspannen.
In principe kunnen candidiasis en spruw vanzelf overgaan. Bij borstvoeding kunnen de klachten echter veel problemen veroorzaken en er is een grote kans dat u en uw kind elkaar over en weer blijven besmetten. Om te voorkomen dat u moet/wil stoppen met borstvoeding is snelle en zorgvuldige behandeling aan te raden.
Meestal zal de arts een anti-schimmelcrème voorschrijven voor de tepels en zo nodig de billen van de baby. Ook kan hij/zij orale gel (gel via de mond) voorschrijven of een poederoplossing (suspensie) voor in het mondje van de baby. Om terugkeer van klachten te voorkomen moet u na het verdwijnen van de klachten één tot twee weken doorgaan met de behandeling.
Soms helpt de anti-schimmelcrème niet voldoende; de arts kan dan nog een ander middel voorstellen, bijvoorbeeld gentiaanviolet. Als u klachten en/of diepe borstpijn blijft houden of als de klachten terugkeren, kan de arts ook een behandeling met medicijnen in capsulevorm voorschrijven. Die medicijnen, via de mond in te nemen, werken in het hele lichaam. Overigens is een gezond lichaam de beste verdediging tegen een overvloed aan schimmel.
Spoel na de voedingen uw tepels en tepelhof af met water of met een oplossing van een kopje water plus een theelepel azijn. Zuur is gistdodend. Verwijder vóór het voeden voorzichtig het eventueel achtergebleven medicijnen van uw tepels. Bestrijk volgens voorschrift na de voeding goed alle oppervlakten binnen in het mondje van uw baby. Dat wil zeggen: tussen de wangen en het tandvlees, op de tong, onder de tong, boven in de mond en tussen de lippen en het tandvlees. De orale gel of suspensie kunt u in de halve dosering ook na iedere voeding gebruiken om het mondje van de baby te behandelen.
Borstvoeding kan tijdens de behandeling gewoon doorgaan.
Hygiënemaatregelen ter voorkoming van herbesmetting
Was uw handen steeds goed met warm water en zeep. Was uw handdoeken vaak. Vervang uw zoogkompressen na elke voeding. Was uw lakens, handdoeken, spuugdoekjes en beha in heet water van minimaal 60 graden. Gebruik wegwerphanddoekjes om te drogen. Verschoon regelmatig zoogkompressen (bij voorkeur katoen).
Was alles wat u gebruikt bij het kolven na gebruik met water en zeep. Droog de spullen van het kolven met papieren handdoekjes of keukenrol. Kook flessen, spenen en alles wat u gebruikt tijdens het voeden of kolven elke dag in een pan kokend water en azijn. Kook de spullen minimaal 5 minuten.
Behandel alle besmette personen in het gezin. Ga tijdens de behandeling niet samen in bad.
Het is van belang dat u zo weinig mogelijk zoete en suikerhoudende producten gebruikt. Dat wil zeggen: geen suiker aan koffie, thee en maaltijden toevoegen. Gebruik zure melkproducten (karnemelk, yoghurt, biogarde, kwark) zo veel mogelijk. De schimmel ‘leeft’ namelijk op suiker en kan niet tegen zure producten.

Moedermelk uit de vriezer en schimmel
Verse afgekolfde melk kunt u gewoon geven aan uw baby, ook tijdens de behandeling. Laat melk uit de vriezer eerst goed ontdooien. Leg de melk daarom in de koelkast. Als de melk ontdooid is, haal de melk dan uit de koelkast.
Afgekolfde melk kan prima ingevroren worden en kan gebruikt worden als moeder en kind weer gezond zijn. Verse moedermelk heeft meestal een milde, lichtzoete geur. Soms ruikt bevroren en ontdooide melk zeepachtig. Deze zeepachtige melk wordt soms ook geweigerd door de baby. Ruth Lawrence neemt aan dat dit komt doordat er veranderingen ontstaan in de vetzuursamenstelling veroorzaakt door de vries-dooicyclus in sommige vriezers. Uit ervaring blijkt dat als de melk verhit wordt net tot het kookpunt (dus niet laten koken) en dan snel gekoeld en ingevroren wordt, dit verschijnsel niet meer optreedt en de baby’s de melk weer accepteren. Het proces van verhitten stopt de activiteit van het enzym lipase, het enzym dat ervoor zorgt dat de vetzuursplitsing plaatsvindt. Het nadeel is wel dat door een dergelijke verhitting alle beschermende stoffen zoals immuunstoffen en cellen verloren gaan. Ook vermindert bijvoorbeeld de hoeveelheid vitamine C. Toch is ook deze sterk verhitte moedermelk superieur ten opzichte van kunstvoeding op basis van koemelk. Daarom heeft afgekolfde moedermelk (ook als het verhit, bevroren en ontdooid is geweest) altijd de voorkeur.
Zuurruikende melk blijft zuur ruiken en smaken als je het verhit. Ook hier geldt dat je de melk evenals bij zeepachtige melk beter kan verhitten tot net onder het kookpunt en vervolgens invriezen. Zuurruikende melk kan ook het gevolg zijn van de activiteit van het enzym lipase. Ook wordt zure melk soms geassocieerd met het gebruik van knoflook en/of scherpe specerijen. Ranzigruikende of bittersmakende melk, met name als je baby deze niet accepteert, kan voor de zekerheid beter weggegooid worden.
Het is niet waarschijnlijk dat moedermelk snel bederft door bacteriële verontreiniging omdat moedermelk vele beschermende bestanddelen bevat, tenzij het kolfapparaat of de verpakking van de melk niet goed gereinigd is. Verse moedermelk bevat vele levende stoffen met actieve antistoffen tegen allerlei ziektekiemen. Verhitte moedermelk, kunstvoeding en andere melkproducten missen deze bescherming en zijn daarom veel gevoeliger voor bederf.
Sommige moeders registreren een andere geur en metaalachtige smaak doordat zij vitamine- en/of ijzersupplementen gebruiken. Ook kan dit komen door bepaalde medicijnen. Het gebruik van een neusspray bij allergische aandoeningen kan ertoe bijdragen dat de melk een wellicht voor ons vieze smaak krijgt. Maar als moeder kun je niet bepalen of je melk een vieze smaak heeft of niet.

Over de samenstelling en het uiterlijk van moedermelk
Meestal krijgt een baby moedermelk rechtstreeks uit de borst van zijn of haar moeder. En dan is er gewoonlijk niets aan de hand. Op het moment dat een moeder moedermelk gaat afkolven en bewaren ontstaan er vragen en twijfels over mogelijk bedorven moedermelk. Als je nog nooit moedermelk hebt gezien kun je nog eens opkijken. Het lijkt helemaal niet op koemelk of kunstvoeding. De kleur en consistentie kunnen per keer verschillen. Colostrum en de eerste melk zien er vaak gelig tot oranje en romig uit. Later ziet moedermelk er over het algemeen waterig, soms wat blauwig‘“wit uit. Als moedermelk een tijdje heeft gestaan ziet zij er gelaagd uit omdat het melkvet boven komt drijven. Ook bij ingevroren melk zijn vaak laagjes te zien. Als je de melk schudt krijgt zij weer de normale verschijningsvorm. Overigens het is niet aan te bevelen om de moedermelk onnodig veel te schudden. Bepaalde eiwitten breken dan al af in aminozuren en verliezen hun beschermende werking. Dit gebeurt ook tijdens het koelen of invriezen.
De afgekolfde melk op de ene dag kan er totaal anders uitzien dan op een andere dag of op een ander tijdstip. De hoeveelheid vet kan verschillen en ook de kleur kan anders zijn. Ook tijdens een afkolfsessie kan de melk er van minuut tot minuut anders uitzien. De kleur van de moedermelk wordt beïnvloed door wat de moeder eet. Ook medicijnen kunnen van invloed zijn. De kleurstoffen in bijvoorbeeld sommige fruitsappen, toetjes en koolzuurhoudende dranken kunnen ertoe bijdragen dat de melk roze of roséoranje oogt. Oranje melk wordt ook in verband gebracht met het eten van wortels door de moeder. Groene melk wordt ook wel geassocieerd met groen gekleurde sportdranken, zeewier, grote hoeveelheid groene groentes. Bij sommige medicijnen kan het voorkomen dat de moedermelk een zwarte tint krijgt. Rozige melk kan ook het gevolg zijn van bloed in de melk. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een tepelkloof. Maar het kan ook gebeuren zonder tepelkloof. Het bloed in de melk is niet schadelijk voor de baby. Als er echter bloedsporen blijven zonder duidelijke oorzaak is het verstandig een arts te raadplegen.
Als een moeder last heeft gehad van verstopte melkkanalen kan de melk uit die kanalen er wat geklonterd uitkomen. Ruth Lawrence beschrijft in haar boek dat sommige vrouwen in hun melk zanderige korreltjes hebben die waarschijnlijk calciumsteentjes zijn. Dit komt dan doordat zij een dieet volgen met erg veel calcium erin. Bij het gebruik van grote hoeveelheden aan melkproducten kan dit ook gebeuren (meer dan 1 liter per dag).
De smaak van moedermelk varieert enorm. Je baby krijgt vanaf de eerste dag al een uiterst gevarieerd menu gepresenteerd. Het is bijvoorbeeld gebleken dat baby‘™s meer drinken als hun moedermelk knoflook heeft gegeten. Zuursmakende melk is niet bedorven en kan gewoon aan de baby worden gegeven. Als de baby deze zuursmakende melk weigert is het aan te bevelen om de melk eerst te verhitten en dan te koelen.
Verpakking en bewaren van moedermelk
De meeste aanbevelingen voor een bepaald soort verpakkingsmateriaal zijn gebaseerd op weinig feiten. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan. In 1979 kwam Paxton e.a. Vrij recent is er berichtgeving vanuit Amerika dat er stoffen vrijkomen uit bepaalde kunststoffen. Zo is PVC al uitgebreid in de media besproken. In PVC zitten weekmakers die ervan verdacht worden hormoonverstorende werking te hebben. De Consumer Product Safety Commission in Amerika heeft babyflessen onderzocht van het materiaal policarbonaat. Zij onderzochten 6 flesjes en verwarmden deze met kunstvoeding. Bij elk flesje kwam de stof bifenol-A vrij. Dit is een stof die bij proefdieren een hormoonverstorende invloed heeft. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of dit een gevaar kan betekenen of niet. Het lijkt raadzaam om op dit moment aan te bevelen om voor de zekerheid geen polycarbonaat flessen te gebruiken maar in plaats daarvan dus glas of polypropyleen. De producten van sommige fabrikanten zijn gemaakt uit polypropyleen. Je kunt bij de fabrikant navragen uit welk materiaal de fles gemaakt is.
tags: #moedermelk #vriezer #schmimmel