Inleiden van de bevalling: voorbereiding, methoden en nazorg

Wat is het inleiden van een bevalling?

Het inleiden van een bevalling, ook wel primen genoemd, betekent dat de bevalling kunstmatig op gang wordt gebracht. Dit gebeurt met medicijnen die de weeën opwekken. Een inleiding vindt altijd plaats in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog. Dit gebeurt op een tijdstip dat de conditie van het kind nog goed is en men verwacht dat de baby een normale bevalling kan doorstaan. Ook ernstige klachten van de moeder kunnen een reden zijn om de bevalling in te leiden.

Wanneer er is besloten om de bevalling op te wekken, weet je tussen welke data dat gaat plaatsvinden. Je wordt gebeld over de exacte dag en tijd. Houd hiermee dus goed rekening. Meestal moet je in de ochtend komen, maar het kan dus ook ’s middags of ’s avonds zijn. De datum en tijdstip van de inleiding is pas definitief wanneer er telefonisch contact met je is opgenomen. Zorg er voor dat je vervoer hebt en oppas voor je eventuele andere kinderen! Wanneer de aangeboden tijd echt niet uitkomt en je deze niet accepteert, kunnen wij niet garanderen dat op een ander moment wel plek is op de afdeling. Dit heeft te maken met onze capaciteitsplanning. Daardoor kan de kans groter worden dat je naar een ander ziekenhuis moet voor de bevalling.

Het kan zijn dat je arts je adviseert de bevalling in te leiden op medische indicatie. Voorbeelden van medische indicaties zijn:

  • De arbeid komt niet spontaan op gang en je bent een week over de uitgerekende datum.
  • Je hebt (zwangerschaps)diabetes en gebruikt insuline.
  • Je hebt hoge bloeddruk die niet onder controle geraakt met medicatie.
  • Je vliezen zijn gebroken en je krijgt niet spontaan weeën.

Dit zijn niet alle medische indicaties. Je arts zal met jou steeds de reden voor inleiding bespreken wanneer er een medische indicatie is. Een inleiding zonder medische indicatie noemen we een electieve inleiding. Hier kunnen praktische redenen meespelen: je partner kan anders niet bij de bevalling aanwezig zijn, je ervaart te veel klachten, etc. Een electieve inleiding gebeurt gewoonlijk niet voor 39 zwangerschapsweken.

Waarom wordt een bevalling ingeleid?

De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding als hij of zij verwacht dat de situatie voor jouw kind buiten de baarmoeder gunstiger zal zijn dan daarbinnen. Er zijn echter verschillende redenen waarom een bevalling kan worden ingeleid:

Overtijd zijn

Als je twee weken na de uitgerekende datum niet bevallen bent, spreekt men van ‘over tijd’ zijn. Je bent dan 42 weken zwanger. De medische term hiervoor is serotiniteit. De gynaecoloog beoordeelt dan veelal de hoeveelheid vruchtwater via een echo. Ook wordt een CTG (cardiotocogram) gemaakt, een registratie van de harttonen van de baby. Als uit deze onderzoeken blijkt dat de conditie van je baby achteruitgaat, kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden.

Langdurig gebroken vliezen

Het breken van de vliezen is vaak het eerste teken van het begin van de bevalling. Als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn, spreekt men van langdurig gebroken vliezen. De bevalling kan dan alsnog uit zichzelf op gang komen. Wel is dan het advies om in het ziekenhuis te bevallen, omdat er iets meer kans op infectie is. Bij langdurig gebroken vliezen moet je je temperatuur 4 maal per dag controleren. Krijg je koorts (meer dan 38 graden), neem dan contact op met de verloskundige of gynaecoloog. Als de vliezen langer dan drie dagen gebroken zijn bij een voldragen zwangerschap, is er weinig kans dat de weeën nog spontaan op gang komen. De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding tussen 24 uur en drie dagen na het breken van de vliezen. Als de vliezen vóór de 37 weken breken, wacht men vaak langer met een inleiding, zolang er geen tekenen van infectie zijn.

Groeivertraging bij de baby

Als de verloskundige of gynaecoloog vindt dat je baby aan de kleine kant is, krijg je een echo om te zien of dit inderdaad zo is. Ook weinig vruchtwater kan duiden op een klein of te klein kind. Regelmatige echo’s kunnen informatie geven over de verdere groei van je baby. Zo nodig wordt ook een CTG gemaakt om de conditie van je baby te controleren. Als je baby onvoldoende groeit of de conditie dreigt achteruit te gaan, kan de gynaecoloog een inleiding adviseren.

Problemen met de placenta

De baby krijgt voeding en zuurstof via de placenta (moederkoek). De placenta kan op een gegeven moment minder goed gaan functioneren, bijvoorbeeld door een te hoge bloeddruk of suikerziekte tijdens de zwangerschap. Als het dan voor de baby beter lijkt om geboren te worden, bespreekt de gynaecoloog een inleiding.

Andere redenen

Er zijn nog vele andere redenen voor een advies om een bevalling in te leiden. Deze kunnen te maken hebben met het verloop van de vorige bevalling of met andere bijkomende problemen tijdens de huidige zwangerschap.

Voorbereiding op de inleiding

Om te beoordelen of het mogelijk is de bevalling op gang te brengen, kan de gynaecoloog of verloskundige een inwendig onderzoek doen. Vaak vindt een voorbereidend gesprek bij de verpleegkundig consulente verloskunde plaats. Van de verpleegkundige hoor je het juiste tijdstip van de opname voor de inleiding. Over het algemeen moet je dezelfde spullen meenemen als bij een ‘gewone’ bevalling: kleding voor jezelf voor tijdens en na de bevalling, toiletartikelen en babykleertjes. Ook is het verstandig wat ter ontspanning en tijdverdrijf mee te nemen. De eerste uren zijn er soms nog niet zoveel weeën. Afleiding kan dan plezierig zijn.

Vluchtkoffer met babykleding, toiletartikelen en documenten

Wat moet er in de vluchttas?

Een vluchttas is een tas waarin je de spullen stopt die je rondom je bevalling nodig hebt. Denk aan kleding voor je baby, jezelf en je partner, verzorgingsproducten en belangrijke papieren. Als je dit van tevoren klaarzet, hoef je niet op het laatste moment nog alles bij elkaar te zoeken. Het is slim om de vluchttas vanaf 37 weken klaar te hebben staan.

Voor mama

  • Persoonlijke verzorging: Tandenborstel en tandpasta, deodorant, haarborstel, haarelastiekjes, douchegel, make-up (indien gewenst), reinigingsdoekjes, lippenbalsem, bril of lenzen met lenzendoosje en lenzenvloeistof, een washandje, medicijnen (indien gebruikt).
  • Kraamverband en zoogcompressen.
  • Kleding: Kleding waarin je wilt bevallen (een T-shirt dat gemaakt is van bamboe is een goede keuze), twee extra T-shirts, een nachthemd voor na de bevalling (met knopen is ideaal voor huid-op-huidcontact en borstvoeding), een bikinitopje (voor als je in bad wilt bevallen), een wijde joggingbroek en/of pyjamabroek met ruimte voor het kraamverband, makkelijke kleding om in naar huis te gaan, dikke (ski)sokken en gewone sokken, een warme trui, ondergoed met ruimte voor het kraamverband, voedingsbh’s, pantoffels en/of slippers.
  • Eten en drinken: Een flesje water, druivensuiker, wat snelle snacks (zoals crackers, nootjes of mueslirepen).
  • Vermaak: Je telefoon, laptop of tablet en opladers, een boek of tijdschriften, een muziekboxje of koptelefoon, om muziek af te spelen, andere dingen waar je je wel even mee kunt vermaken, zoals een puzzelboekje.

Tip: Pak extra kleding in als je een geplande keizersnede krijgt. Het is slim om wat extra setjes kleding in te pakken voor jezelf en je baby. Met 4 of 5 rompertjes en kledingsetjes voor je baby zit je waarschijnlijk goed.

Voor je baby

  • Autostoeltje (al een paar weken van tevoren in de auto zetten).
  • Een dekentje.
  • Omslagdoek.
  • Twee mutsjes.
  • Twee rompertjes.
  • Eerste pakje van je baby.
  • Twee truitjes.
  • Twee broekjes.
  • Twee paar sokken.
  • Jas of vest.
  • Luiers voor newborns.

Tip: Doe de verschillende setjes in ziplockzakjes. Op het label schrijf je welke maat kleding in het zakje zit. Zo hoeft de persoon die je baby aankleedt niet te zoeken in de vluchttas naar het juiste setje.

Voor je partner

  • Essentials: Telefoon en oplader, portemonnee met pinpas, identiteitsbewijs en eventueel zorgpas, sleutels.
  • Persoonlijke verzorging: Tandenborstel en tandpasta, deodorant, bril of lenzen met lenzendoosje en lenzenvloeistof, eventuele medicijnen.
  • Kleding: Eén of twee T-shirts of truien, een extra broek, schoon ondergoed.
  • Eten en drinken: Flesje water, eventueel wat snelle snacks.
  • Vermaak: Een boek, tijdschrift, tablet, etc.
  • Overig: Een camera, vergeet ook de opladers en geheugenkaartjes niet. Kleingeld, bijvoorbeeld voor parkeren en het gebruik van een rolstoel.
  • Belangrijke papieren: Verzekeringspapieren, papieren van de verloskundige, het geboorteplan (indien aanwezig), telefoonlijst met belangrijke telefoonnummers, ziekenhuisregistratiekaarten.

Methoden om de bevalling op gang te maken

De inleiding van een bevalling is pas mogelijk wanneer de baarmoedermond al een beetje open en ‘verweekt’ is. Verloskundigen en gynaecologen gebruiken hiervoor de term ‘rijpheid’.

Illustratie van een rijpe en onrijpe baarmoedermond

Inwendig onderzoek en rijpheid

Een onrijpe baarmoedermond is nog lang en voelt stevig aan. Dit noemt men een staande portio (portio is het medische woord voor baarmoedermond). Meestal is er nog geen ontsluiting. Een rijpe baarmoedermond is over het algemeen korter. Men spreekt dan over een verstreken portio. Deze voelt ook weker aan en vaak is er al wat ontsluiting. In dat geval is het mogelijk een inleiding af te spreken.

Methoden om de baarmoedermond rijp te maken (Primen)

Wanneer de baarmoedermond onrijp is en er toch een dwingende reden is om de bevalling op gang te brengen, kan de gynaecoloog adviseren de baarmoedermond ‘rijp’ te maken. Dit wordt primen genoemd.

Strippen van de baarmoedermond

Strippen is een mogelijkheid om de bevalling zonder inleiding op gang te brengen. De verloskundige of gynaecoloog maakt dan met de vingers tijdens het inwendig onderzoek de baarmoedermond los van de vliezen. Dit kan pijnlijk zijn. Hierna treedt nogal eens bloedverlies op, wat geen kwaad kan. Bij een onrijpe baarmoedermond heeft strippen weinig zin. De kans dat een bevalling daarna spontaan begint, is klein.

Ballonkatheter

Een andere methode om de baarmoedermond te laten rijpen is door het inbrengen van een ballonkatheter. De ballonkatheter die gebruikt wordt voor het primen, is gelijk aan de katheter die gebruikt wordt voor het legen van de blaas. Het is een flexibel latex slangetje met een doorsnede van een paar millimeter. Dit slangetje wordt via de vagina in de baarmoedermond geschoven. Aan het uiteinde van de katheter zit een ballonnetje dat met steriel water wordt gevuld tot het een doorsnede heeft van zo'n 2 à 3 centimeter. De aanwezigheid van de ballon in de baarmoedermond prikkelt de baarmoeder om zelf prostaglandinen aan te maken, die ervoor zorgen dat je baarmoedermond rijpt. Dit gaat vaak gepaard met harde buiken. Ook kun je wat vaginaal bloedverlies krijgen. Voordat de ballonkatheter ingebracht wordt, word je aangesloten op het CTG-apparaat. Daarna brengt je verloskundig zorgverlener de ballonkatheter in. Het inbrengen van de ballonkatheter wordt middels vaginaal onderzoek gedaan en hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van een speculum/spreider. Het kan zijn dat je gevraagd wordt om je vuisten onder je billen te leggen. Dit zorgt ervoor dat je bekken iets kantelt, wat het inbrengen van de ballonkatheter vergemakkelijkt. Als het uiteinde van de ballonkatheter op de juiste plaats zit, wordt ongeveer 60 milliliter steriel water gebruikt om het ballonnetje te vullen. Dit kan tijdelijk een onaangenaam gevoel geven. Het gedeelte van de katheter dat nog uit de schede hangt, wordt aan de binnenkant van je bovenbeen vastgeplakt. In principe mag deze katheter maximaal drie dagen blijven zitten. Als de ballonkatheter uitvalt, zal opnieuw een inwendig onderzoek plaatsvinden om te beoordelen of je inmiddels voldoende ontsluiting hebt om ingeleid te worden. Soms is dit niet het geval en zal opnieuw een ballonkatheter ingebracht moeten worden.

De poliklinische Foley-ballonkatheter is een methode waarbij je na het plaatsen van de katheter nog thuis kunt blijven. Na het inbrengen kun je naar huis. In de thuissituatie neem je direct contact op met de afdeling Geboortezorg bij de volgende signalen: gebroken vliezen, buikpijn of weeën, verlies van de foleykatheter, overmatig bloedverlies, minder leven, of ongerustheid of twijfel. Telefonisch wordt er beoordeeld of er een indicatie is om naar het ziekenhuis te komen. De volgende dag wordt in het ziekenhuis volgens afspraak de situatie geëvalueerd en wordt er een hartfilmpje (CTG) van de baby gemaakt. Vervolgens wordt er een inwendig onderzoek verricht. Hierbij wordt bepaald of de baarmoedermond voldoende rijp is om je in te leiden of dat de foleykatheter wordt bijgevuld met water voor het verdere rijpingsproces van de baarmoedermond. Indien je allergisch bent voor latex, wil je dit dan van tevoren kenbaar maken? Er wordt in dat geval een latexvrije balloncatheter gebruikt.

Prostaglandinetabletten (Misoprostol/Angusta/Cytotec)

De meest toegepaste methode is het innemen van prostaglandinetabletten die de baarmoedermond oprijpen. Prostaglandinen zijn hormonen die de rijpheid van de baarmoedermond bevorderen; ze spelen ook een rol bij het op gang komen van de bevalling. De gynaecoloog bespreekt met jou welke methode wordt toegepast. Bij een erg onrijpe baarmoedermond is het nogal eens nodig de behandeling te herhalen, soms gedurende een paar dagen. Prostaglandinen maken niet alleen de baarmoedermond rijp, maar ze kunnen ook weeën veroorzaken. Vaak ontstaan er na het inbrengen harde buiken. Dit zijn meestal nog geen weeën. Men spreekt pas van weeën als er ontsluiting ontstaat. Soms gaan de harde buiken wel over in weeën en komt de bevalling spontaan op gang.

Misoprotol-Angusta is een pil met het hormoon prostaglandine. Na het slikken van de pil word je aangesloten op een CTG-apparaat. Hiermee registreren wij de harttonen van je baby en eventuele weeënactiviteit. Als Misoprotol-Angusta slikken niet mogelijk is, kunnen wij je ook Cytotec geven. Cytotec heeft dezelfde uitwerking. Je krijgt dan vaginaal om de 4 uur Cytotec. Blijkt bij het vaginaal onderzoek dat je baarmoedermond rijp genoeg is? Dan bespreken wij met je wanneer we starten met inleiden. Bij een inleiding met Angusta is opname in het ziekenhuis nodig en mag je niet naar huis.

Vliezen breken en infuus met weeënopwekkers

Als er sprake is van een rijpe baarmoedermond en voldoende ontsluiting is het mogelijk de bevalling door te leiden door de vliezen te breken. Er wordt een infuus ingebracht in je onderarm of hand. Je krijgt daarna eventueel weeënopwekkers (Oxytocine) via een infuuspomp om de weeën op gang te brengen. De dosering gaat stapsgewijs omhoog. Geleidelijk beginnen dan de weeën.

Het opwekken van de bevalling kan een aantal dagen in beslag nemen, dit is normaal. De bevalling is in principe pas echt "begonnen" als je regelmatig weeën hebt en/of de vliezen kunnen worden gebroken. Het beloop is daarna niet anders dan wanneer de bevalling zich spontaan aandient. Het kan noodzakelijk zijn de bevalling verder in gang te zetten met behulp van synthetische oxytocine via het infuus.

Het verloop van de ingeleide bevalling

Na het starten van de inleiding is het verloop in principe hetzelfde als bij een ‘normale’ bevalling. De weeën worden langzamerhand heviger en pijnlijker. Over het algemeen heb je de vrijheid om de weeën op je eigen manier op te vangen: zittend in een stoel, staand naast het bed, of liggend of zittend in bed. Ook de uitdrijving (het persen) en de geboorte van je baby en de placenta gaan niet anders dan bij een normale bevalling. De geboorte van de baby is over het algemeen binnen 24 uur. Naarmate de baarmoedermond rijper is, gaat de ontsluiting vaak sneller. Ook gaat de bevalling van een tweede of volgend kind meestal spoediger dan die van een eerste.

Zijn de ontsluitingsweeën te pijnlijk, dan kun je om pijnstilling vragen. Dat kan door middel van een pijnpompje (infuuspompje met Remifentanyl). Een andere mogelijkheid is epidurale analgesie (een ruggenprik). Meestal wordt voor een ruggenprik gekozen. In de meeste ziekenhuizen worden beide vormen van pijnstilling 24 uur per dag aangeboden.

Wie zijn er bij de bevalling?

Omdat er een medische reden is om de bevalling in te leiden, krijg je een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen. Soms begeleidt de gynaecoloog de bevalling; in andere situaties doet een klinisch verloskundige of arts-assistent dit, die onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog werkt en die daarmee nauw overlegt. Er is ook altijd een obstetrieverpleegkundige (gespecialiseerde verpleegkundige) bij de bevalling aanwezig. In veel ziekenhuizen zijn er naast gespecialiseerde verpleegkundigen ook leerling-verpleegkundigen, kraamverzorgenden en/of co-assistenten (medische studenten) aanwezig. Stel je dit niet op prijs, dan kun je dit bespreekbaar maken.

Nazorg na de bevalling

Na de geboorte kijkt de arts of verloskundige van het ziekenhuis jullie baby na. Als daar een reden voor is, doet de kinderarts dit. Ongeveer een uur na de geboorte van de placenta verwijdert de verpleegkundige het infuus. Meestal kun je binnen 24 uur weer naar huis. Dit kan op elk tijdstip zijn. Soms moeten jullie langer op de afdeling blijven. Dit kan zijn bij langdurig gebroken vliezen, bij een kunstverlossing of bij suikerziekte. Als alles echter goed gaat, kun je in deze situaties echter ook vaak binnen 24 uur naar huis. Als het nodig is wordt jullie baby nog een of enkele dagen in het ziekenhuis geobserveerd. Jullie worden samen verzorgd en blijven bij elkaar op de zelfde suite.

Bij een baby met een laag geboortegewicht of bij een te vroeg geboren baby duurt het verblijf soms ook langer. Soms maakt jouw eigen gezondheid het nodig om langer te blijven, bijvoorbeeld bij een hoge bloeddruk of als je door ruim bloedverlies een bloedtransfusie nodig hebt.

Risico’s en complicaties

Bij elke bevalling kunnen complicaties optreden, of de bevalling nu wordt ingeleid of niet. We bespreken hier een aantal complicaties die met een inleiding kunnen samenhangen:

  • Langdurige bevalling: Als het inleiden begint terwijl de baarmoedermond nog niet goed rijp is, is er een grotere kans op een zeer langdurige bevalling. Soms wordt geen volledige ontsluiting bereikt en is een keizersnede noodzakelijk.
  • Uitgezakte navelstreng: Als de baby niet goed is ingedaald, kan bij het breken van de vliezen de navelstreng uitzakken langs het hoofd van de baby, of bij een stuitligging langs het stuitje. Een keizersnede is dan noodzakelijk.
  • Hyperstimulatie: Hierbij komen er te veel weeën te snel achter elkaar. Als dit lang duurt kan zuurstofgebrek bij de baby ontstaan. Meestal is het mogelijk hyperstimulatie te verhelpen door de stand van de infuuspomp te verlagen. Soms is een weeënremmend medicijn nodig. Daardoor keren de weeën weer met normale pauzes terug.
  • Infectie: Als de vliezen gedurende lange tijd gebroken zijn, is er een iets groter risico op een infectie van de baarmoeder tijdens en na de bevalling.
  • Complicaties bij monitoring: Zoals beschreven, maakt men bij een inleiding soms een draadje in de hoofdhuid van de baby vast om de harttonen te registreren (schedelelektrode). Bij een kind in stuitligging wordt het draadje op de bil bevestigd. Een enkele keer ontstaat een ontsteking op de plaats waar de elektrode is vastgemaakt.

De meeste inleidingen verlopen zonder complicaties en de risico’s van een ingeleide bevalling zijn meestal niet groter dan die van een normale bevalling. Verder een opmerking over de veelgehoorde opvatting dat een ingeleide bevalling pijnlijker zou zijn dan een normale bevalling. Dit is niet per se waar; het hangt af van diverse factoren.

Fasen van de bevalling | 3D-animatie (2/2)

tags: #meenemen #ziekenhuis #inleiden #bevalling