Baby’s die na een periode van borstvoeding moeite hebben om over te schakelen op een flesje, worden flesweigeraars genoemd. Hoewel dit uitzonderlijk is, kan het voorkomen dat een baby toch geen fles wil. Vroedvrouw Caroline Van Doninck benadrukt dat moeders niet moeten twijfelen om borstvoeding te geven uit angst dat de baby nadien geen fles zal willen. Maar wat als jouw baby toch geen fles wil? Hieronder een uitgebreide uitleg met praktische tips.
De oorzaken van flesweigering
Volgens Caroline Van Doninck is de oorzaak van flesweigering meestal multifactorieel. Een van de redenen die aan de basis kunnen liggen, is dat het kindje moeite heeft met de drinktechniek.
Verschillen in drinktechniek: borst versus fles
Bij borstvoeding moet een baby het mondje wijd openen om de tepel en het tepelhof in de mond te nemen. De tong kolft vervolgens de tepel en tepelhof, waardoor er vacuüm ontstaat en melk vrijkomt. Sommige baby's proberen dit ook bij een flesje te doen, wat niet werkt. Voor flesvoeding is een gesloten vorm van de lippen rond het speentje nodig, waarbij de mond met de tong de speen aanzuigt.
Ontwikkeling van drinkreflexen en motoriek
Vanaf de geboorte drinken baby’s reflexmatig, geholpen door voedingsreflexen. Deze reflexen zijn essentieel voor het leren drinken. In de eerste maanden evolueren baby’s van meer reflexmatige en onwillekeurige bewegingen naar meer bewuste, willekeurige motoriek. Dit is ook zichtbaar in andere bewegingen, zoals het grijpen naar speeltjes. De voedingsreflexen verdwijnen langzaam, en dit is waar het mis kan gaan. Als een kindje maandenlang de borst krijgt, leert het ook willekeurig te drinken. Echter, sommige baby's krijgen onvoldoende oefening om ook willekeurig uit de fles te drinken.
Andere factoren die meespelen
- Verschil in smaak en textuur: Moedermelk heeft een andere smaak en textuur dan flesvoeding. De overgang kan voor de baby wennen zijn.
- Speen en melkstroom: De keuze van de speen en de melkstroom kunnen een rol spelen. Bij dikkere voeding, zoals bij reflux, is een grotere speen nodig om de melk goed te laten stromen.
- Geur van de moeder: Baby’s herkennen de geur van hun moeder en weten dat zij borstvoeding kan geven. De aanwezigheid van de moeder kan de acceptatie van de fles bemoeilijken.
- Materiaal van de speen: Sommige baby's reageren op het materiaal van de speen.

Oplossingen en tips voor flesweigering
Er zijn verschillende strategieën die ouders kunnen toepassen om hun baby te helpen wennen aan de fles. Het is belangrijk om geduldig te blijven en verschillende methoden te proberen.
Geleidelijke overgang en oefening
- Vroeg oefenen: Begin met het af en toe oefenen met een flesje ongeveer een maand na de geboorte. Vervang om de dag een borstvoeding door een flesvoeding.
- Ontspannen sfeer: Oefen in een ontspannen sfeer, zodat zowel jij als je kind op jullie gemak zijn.
- Afleiding: Zorg voor afleiding tijdens de eerste flesvoedingen, bijvoorbeeld door een liedje te zingen.
- Wachten met het eerste flesje: Als je borstvoeding geeft, wacht dan ongeveer zes weken met het eerste flesje.
- Grote hap nemen: Laat je kleintje eerst een grote hap nemen vooraleer het flesje te geven en plaats de speen redelijk ver in de mond.
Aanpassingen aan de fles en voeding
- Ander flesje proberen: Elk kind heeft een eigen voorkeur voor een bepaald type fles. Vraag advies aan je vroedvrouw om het juiste flesje te vinden. Een goede fles zorgt ervoor dat de baby rustig kan drinken zonder zich te verslikken of te smakken.
- Speen aanpassen: Stem de speen af op de melk die je geeft. Bij dikkere voedingen is een grotere speen nodig.
- Melkstroom aanpassen: Houd het flesje horizontaler of gebruik een speentje met een kleiner gaatje als de melkstroom te snel is.
Andere benaderingen
- Iemand anders de fles geven: Laat iemand anders de fles geven, bij voorkeur iemand die niet ruikt naar borstvoeding.
- Houding aanpassen: Probeer de baby vast te houden in een andere houding dan bij borstvoeding.
- Geleidelijke introductie van flesvoeding: Als je borstvoeding geeft en wilt overstappen op flesvoeding, wacht dan een kwartiertje na het oefenen met de fles voordat je de borst geeft.
- Alternatieven voor de fles: Als de fles geweigerd wordt, kan je kolven en de melk met een bekertje of lepeltje aanbieden. Vanaf drie maanden kan een kindje, met hulp, uit een gewone beker of tuitbeker drinken. Er bestaan ook speciale cupfeeders voor jongere baby’s.
- Communicatie met de baby: Leg aan je kind uit waarom het belangrijk is om uit een fles te drinken. Baby’s begrijpen meer dan je denkt.

Wanneer professionele hulp inschakelen?
Als je alle bovenstaande adviezen hebt geprobeerd, maar er is geen verbetering, aarzel dan niet om de hulp van een vroedvrouw in te schakelen. Een vroedvrouw kan tijdens een voedingsmoment gericht advies geven en eventueel doorverwijzen naar een lactatiekundige, een vroedvrouw met een specialisatie in borstvoeding.
Voor specifieke problemen met drinktechniek of het combineren van borst- en flesvoeding, kan preverbale logopedie uitkomst bieden. Een preverbaal logopedist kan begeleiden bij het leren drinken uit verschillende bekers en het eten van vaste voeding. Met een verwijsbrief van een arts valt deze zorg onder de basisverzekering.
Het is belangrijk om te onthouden dat elk kind uniek is en dat wat voor de ene baby werkt, niet per se voor de andere werkt. Geduld, begrip en het proberen van verschillende strategieën zijn cruciaal in het proces om je baby te helpen wennen aan de fles.
tags: #medela #softcup #flesweigeraar