De Ontmoeting in de Tempel
Simeon en Anna ontmoeten Jezus en verkondigen Zijn identiteit en betekenis. Zodra Simeon het kind en zijn ouders ziet, neemt hij het in zijn armen en zingt een loflied. Wat in deze scène geen commentaar krijgt, is dat het voor de ouders een nogal onverwachte, zo niet choquerende ervaring geweest moet zijn: een onbekende oude man die zomaar hun baby in zijn armen neemt!
Jozef en Maria namen Jezus mee naar de tempel in Jeruzalem. Het was veertig dagen na de bevalling, want zo lang duurde het voordat een vrouw na een bevalling weer rein was. Jozef en Maria brachten Jezus naar de tempel om hem aan God te laten zien. Want in de wet van God staat: «Elk eerste kind dat een jongen is, is voor God.» Ook brachten ze een offer aan God.
In Jeruzalem woonde een man die Simeon heette. Simeon was goed en eerlijk, en trouw aan God. Hij wachtte zijn hele leven al op de redding van Israël. De heilige Geest stuurde Simeon naar de tempel. Op hetzelfde moment kwamen ook Jozef en Maria naar de tempel. Toen Simeon het kind zag, nam hij het in zijn armen en dankte God.
Die dingen zei Simeon over Jezus. Jozef en Maria waren erg verbaasd. Toen zegende Simeon hen, en hij zei tegen Maria: ‘Jouw zoon is een teken van de dingen die in Israël gaan gebeuren. Veel mensen zullen door hem nieuw leven krijgen. Maar anderen zullen zich tegen hem verzetten. Simeon zei ook: ‘Maria, jij zult veel verdriet en pijn hebben om je zoon. Maar al die dingen moeten gebeuren.’
De profetes Hanna was ook in de tempel. Ze was een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Hanna was heel oud. Ze was vroeger zeven jaar getrouwd geweest, en nu was ze al 84 jaar weduwe. Hanna was altijd in de tempel. Terwijl Simeon sprak, kwam Hanna erbij staan. Ze dankte God voor alles wat hij gedaan had. Daarna begon ze te vertellen over Jezus.
Jozef en Maria deden alles wat verplicht was volgens de wet van God. Jezus groeide op.
De Betekenis van Simeons Lofzang
Simeons lofzang is de derde in Lucas 1-2, Maria en Zacharias gingen hem voor. Simeon legt een accent dat in de beide eerdere lofzangen niet zo benadrukt wordt, terwijl het voor de handeling van het Lucas-evangelie (en vooral ook voor deel twee van de hand van Lucas, de Handelingen der apostelen) van groot belang zal zijn: de betekenis van Jezus gaat boven de bevrijding van Israël op zich uit, want Jezus zal zijn ‘een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk’ (vers 32).
Waar het in de beide eerste lofliederen vooral om de verlossing van Israël gaat - en men zich maar moet afvragen wat voor plek er voor de ‘heidenen’ overblijft! Simeon kent in Hanna een vrouwelijke parallel. Ook zij belichaamt het beste - met name: het meest Godgewijde - van Israël. Haar naam kan daar ook een uitdrukking van zijn (Hanna - chanan/chen - genade).
Als weduwe hoort Hanna bij een kwetsbare groep in Israël, voor wie de Schrift steeds weer bijzondere aandacht vraagt, het soort groep dus waarvoor Jezus zich in het bijzonder zal inzetten. Naast oud en weduwe is Hanna ook vroom: ze is voortdurend in de tempel, vastend en biddend.
Woorden als ‘bevrijding’, ‘vertroosting’, ‘licht’ en ‘openbaring’ geven de betekenis van Jezus voor zowel Israël als de volken.

De Tempel en Joodse Tradities
Voor de joden werd een vrouw die een kind ter wereld bracht onrein. Kreeg ze een jongetje, dan was ze veertig dagen onrein. Kreeg ze een meisje, dan was dat tachtig dagen. Om haar reinheid terug te bekomen, moest ze een aantal rituelen ondergaan en naar de tempel gaan om zich door de priester 'rein' te laten verklaren. Als zoenoffer gaf ze een eenjarig lam. Wie niet bemiddeld was, offerde één of twee duiven.
Omdat de joden er zich bewust van waren dat het leven door God geschonken is en de mens er alleen de vruchtgebruiker van is, offerden ze de eerste vruchten van de nieuwe oogst en van het vee aan de Schepper als dank en hulde. Zo wijdden ze ook de eerstgeboren zoon aan God toe. Door die wijding verkreeg dat kind het eerstgeboorterecht, waardoor het bij de dood van zijn vader een deel meer erfde dan andere kinderen die na hem geboren werden.
Veertig dagen na de geboorte vond de wettelijke reiniging van de moeder plaats.
De tempel was voor de joden de heiligste plaats op de wereld, de woning van God zelf. In de tijd van de Bijbel gingen de meeste joden maar af en toe naar de tempel. Het was koning Salomo die de eerste tempel in Jeruzalem bouwde om er de ark in te plaatsen. De tempel die Jezus kende, was de tweede tempel, de tempel die gebouwd werd na de verwoesting van de eerste tempel door de Babyloniërs. Die tweede tempel werd gerestaureerd en uitgebreid door koning Herodes, de koning die regeerde toen Jezus geboren werd. Maar zeventig jaar na de geboorte van Jezus, werd die tempel door de Romeinen verwoest.
Lucas schrijft dat het offer van de duiven diende om de eerstgeborene vrij te kopen, terwijl dat eigenlijk bedoeld was voor de reiniging van de moeder. Lucas was dus helemaal niet zo precies in zijn informatie als men zou denken.
Simeon en Hanna: Symbolen van Verwachting
Zoals Adam en Eva in het scheppingsverhaal alle mensen vertegenwoordigen, zo vertegenwoordigen Hanna en Simeon bij Lucas alle gelovige joden die uitkeken naar de bevrijdende komst van de Messias. In hun dankgebed herkenden de eerste christenen hun eigen dankbaarheid omdat ze Jezus Christus mochten ontmoeten.
Simeon en Hanna zaten in het duister: jarenlang verwachtten ze de Messias en gebeurde er niets. Maar toch bleven ze naar de tempel gaan. Ze kenden het woord van de profeet Maleachi (Maleachi 3,1): ‘Plots zal Hij zijn tempel binnengaan, de Heer die gij zoekt’.
Het woord 'heidenen' past in deze context niet in de mond van een joodse man, omdat men vond dat het heil alleen voor de joden bestemd was. Als Matteüs wil zeggen dat de betekenis van Jezus over de grenzen van Palestina reikt, vertelt hij het verhaal van wijzen uit het Oosten die de pasgeboren Jezus bezoeken. Lucas zegt hetzelfde door te vertellen over Simeon die in Jezus het licht ziet voor alle volkeren.
Simeon 'draagt' het kind waarvan hij zegt dat het de redder van de wereld zal zijn. Simeon is gekleed als een priester zoals de apocriefe evangelies (= evangelies die niet in de Bijbel werden opgenomen) van Jakobus en Nicodemus hem beschrijven: als een oude wijze man.
De Betekenis van Licht in het Lucas-Evangelie
Jezus van Nazaret is voor ons als Licht, Licht als tegenpool van de duisternis. Al in het scheppingsverhaal stelde God het licht tegenover de duisternis. Niet de duisternis van de nacht, maar de duisternis van het kwaad, het egoïsme, de brutaliteit van oorlogen en uitbuiting, van het slechte in de mens. Ook de eerste christenen zagen dat Licht van God, waarop ze hoopten, volledig doorbreken in Jezus. Waar Hij kwam werd het lichter, daar begonnen mensen opnieuw te leven, mensen stonden op uit hun verlamming, verblinden kwamen tot zien, doden tot leven, verharding werd openheid, hebzucht werd solidariteit en samen delen.
En wat is de relevantie voor ons vandaag, bij het begin van de 21e eeuw? Als we naar onze samenleving kijken, is het wel duidelijk dat wij dat Licht van God net zo broodnodig hebben. Het is trouwens niet zo moeilijk te vinden. Het is immers uitgezaaid in ons hart om daar goede vruchten voort te brengen. Vruchten van menslievendheid. Zelf in het Licht leven en door dat Licht gelukkig zijn is maar de eerste stap. Het mag daar niet bij blijven. We moeten het ook uitdragen, zegt het evangelie. Het Licht van God licht overal op waar mensen nadrukkelijk goede dingen laten zien en daar andere mensen mee raken en verlichten. Vandaag vieren we dat Jezus licht kan brengen in het leven van mensen, in ons leven.
De verborgen getuigen van Jezus' geboorte onthuld: geanimeerd Bijbelverhaal van Simeon en Anna
Kunst en Cultuur rond Lichtmis
Op de titel ‘Lofzang van Hanna’ verscheen de liedtekst in de eigen bundel Ministeriale (1966, 24-25) van de dichter Jan Wit. Deze tekst is bewust geschreven op de melodie uit Straatsburg (1539) die in de calvinistische traditie de berijmde lofzang van Maria draagt (zie Liedboek 157a). Inhoudelijk zijn de lofzangen van Hanna (1 Samuël 2,1-10) en Maria (Lucas 1,46-55) namelijk sterk verwant.
Het gebeuren speelt zich af in de tempel, de plaats van het Oude Verbond. Dat dit zich binnen afspeelt wordt aangegeven door de gedrapeerde rode stof. Min of meer centraal staat Maria, de moeder Gods. De moeder Gods wordt gevolgd door de heilige Jozef die in zijn handen, die ook bedekt zijn, twee duiven draagt om te offeren. Rechts van Maria en Jozef staat Simeon. Achter Simeon staat de profetes Anna.
Dit drieluik werd geschilderd door Pieter Paul Rubens voor de kathedraal van Antwerpen in opdracht van de kolveniers (of haakbusschutters). De kolveniers hadden als patroon Sint Christoffel (= Christusdrager). Maar die heilige mocht niet op de centrale panelen van het drieluik voorkomen, omdat het concilie van Trente had besloten dat men geen aandacht meer zou besteden aan onbetrouwbare heiligenlegenden, waartegen het protestantisme was tekeer gegaan.
Priester-schilder Georges Herregods (25 maart 1926 - 11 maart 2017) van het bisdom Gent, creëerde op vraag van de Sint-Niklaaskerk, een reeks van tien schilderijen met acryl die de kindsheidevangelies uitbeelden.
Johann Sebastian Bach componeerde deze cantate te Leipzig om uitgevoerd te worden op Maria Lichtmis, 2 februari 1727.
Het huis van God... d.w.z. nl. Zij zijn dankbaar. nl. Spontaan gaan zij het niet doen. voor het kind te zorgen, dag en nacht. Hier leert het kind dus de ouders nog iets: nl.
Maak met de kinderen een grote ster. Gebruik hiervoor de gele driehoeken. Eerst schrijven / tekenen de kinderen op hun driehoek op welke manier Jezus voor hen een 'Licht' is, of kan zijn. nl. Simon ziet in de kleine Jezus, het licht dat Jesaja voorspeld heeft: het licht is er!
De vorm en kleur van de pannenkoeken worden daarnaast gezien als een verwijzing naar de zon en dus naar het licht (en dat licht is dus Christus). Die culinaire folklore vind je terug in een oude spreuk: Op Lichtmis is er geen vrouwken zo arm, of zij maakt haar panneken warm.
De mis begint met de zegening van kaarsen en een lichtprocessie, symbool voor de intrede van Christus als het Licht der Wereld in de Tempel van Jeruzalem. Tijdens de processie klinkt de (hierboven geciteerde) Lofzang van Simeon, het Nunc dimittis.
Ouders van dopelingen uit het voorbije jaar worden expliciet uitgenodigd in de kerk. Vaak krijgen ze iets symbolisch mee naar huis, een kruik of kaartje, dat een jaar lang in de kerk bewaard werd ter herinnering aan de opname van het kind in de geloofsgemeenschap.
De geliefde cantate van Johann Sebastian Bach, heeft het Feest van de Opdracht van de Heer als onderwerp.
Hanna, een vrouw uit de Bijbel met een hart voor God en gebed. Ze bidt wanneer er moeilijkheden op haar pad komen en ze bidt wanneer het leven haar toelacht. Hanna’s tranen zijn gestild. Haar hart huilt niet meer, maar het lacht. Ze is niet langer kinderloos, maar is de trotse moeder van een zoon.
Toen bad Hanna en zei: Mijn hart springt op van vreugde in de HEERE, mijn hoorn is opgeheven in de HEERE; mijn mond is wijd open tegen mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil. Er is niemand zo heilig als de HEERE, want er is niemand buiten U, en er is geen rotssteen als onze God. Spreek toch niet steeds zo bijzonder hoogmoedig, en laat niets hooghartigs uit uw mond gaan; want de HEERE is een alwetend God, en Zijn daden zijn recht. De boog van de sterken is gebroken, maar zij die struikelden, zijn met kracht omgord. Zij die verzadigd waren, hebben zich om brood verhuurd, maar zij die hongerig waren, zijn het niet meer.
Hanna vindt haar vreugde in God en prijst Hem voor wie Hij is. Ze heeft een wonder meegemaakt, geen wonder dat ze zo blij is! Geen wonder dat haar hart een loflied uit aan God! En jij? Dank jij God nog?
Hanna’s gebed, Hanna’s lofzang, gaat verder. De HEERE doodt en maakt levend, Hij doet in het graf neerdalen en Hij doet daaruit opkomen. De HEERE maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, ook verhoogt Hij. Hij verheft de geringe uit het stof; uit het vuil verhoogt Hij de arme om hen bij edelen te doen zitten, om hen een erezetel te laten verkrijgen. Want de grondvesten van de aarde zijn van de HEERE en Hij heeft de wereld daarop geplaatst. Hij zal de voeten van Zijn gunstelingen bewaren, maar de goddelozen zullen zwijgen in de duisternis, want een man is niet sterk door eigen kracht. Zij die de HEERE ter verantwoording roepen, zullen verpletterd worden; Hij zal in de hemel over hen donderen. God doodt en maakt levend, Hij maakt arm en rijk. Hanna weet wie God is. Ze weet dat Hij het leven in Zijn hand heeft. Dat Hij de Schepper van hemel en aarde is. En jij? Ben jij je bewust van de God waarin we geloven?
Maria's lofzang, het Magnificat, heeft een vaste plek in de Rooms-Katholieke vespers en in het avondgebed van de Anglicaanse Kerk (evensong). Er is geen reden voor protestanten om de lofzang van Maria alleen in de adventstijd te zingen. Over de drie Mariafeesten die Luther liet bestaan schrijft Huijgen dat door hierbij stil te staan, er meer aandacht komt voor de genade die God schonk, aan Maria en ook aan de wereld. De annunciatie verdient volgens Huigen vooral de aanbeveling.
Dit is de laatste lofzang waarvan we lezen rond de geboorte van de Here Jezus. Deze lofzangen zijn gericht op de nederige staat waarin de Here Jezus is verschenen, Mens geworden zoals wij. Eén van ons. Maar in deze lofzangen horen we ook van Zijn verheerlijking. En vooral wordt er in deze lofzangen gewezen naar de toekomst. Want in Zijn eerste komst heeft de Here Jezus het geweldige verlossingswerk verricht, maar in Zijn wederkomst brengt Hij de volle verlossing, welke zal doorwerken in heel de schepping. Het is daarnaar dat heel de schepping reikhalzend uitziet (Romeinen 8 vs. 19). Het zijn de lofzangen, gezongen door engelen, herders en anderen, die spreken van de volle verlossing.
We weten niet zo veel van haar. Maar toch genoeg om ons een beeld van haar te kunnen vormen. Lucas noemt haar een profetes. En daarmee komt zij te staan op de lijn van de Oud-Testamentische profetessen, zoals Debora en Hulda. De naam van Hanna is veel betekenend: Kind van genade of erbarming! Na een huwelijk van zeven jaar werd zij weduwe en is nooit meer getrouwd. De Here God had een andere taak voor haar. Wij leren haar kennen als zij vierentachtig jaar oud is. Haar hele leven stond in dienst van de Here. Wij krijgen de indruk dat zij min of meer woonde in de tempelgebouwen, waar zij dag en nacht te vinden was in gebed en vasten. Een weduwe voor Gods aangezicht met een bijzondere taak.
In de tempel kwamen zij tezamen die voor Jeruzalem verlossing verwachtten, ja, die de Verlosser verwachtten! We denken aan onze tijd en onze omgeving. Geloof genoeg, vroomheid in overvloed en kerkelijk leven volop aanwezig. Maar het geloof om uit te zien naar de komende wederkomst van de Here Jezus Christus wordt maar weinig gevonden. O, ze zijn er wel, evenals in de dagen van de geboorte van de Here Jezus. Daarom moeten we met Kerstfeest niet alleen terugzien naar het verleden, maar vooral uitzien naar de toekomst, want de tijd is nabij.
Daar ergens in de tempel, waar de plaats was waar de eerstgeborenen aan de Here werden voorgesteld, werd ook de Here Jezus voor Gods aangezicht gebracht. Het moet een wondere gebeurtenis geweest zijn. Daar hebben ze gestaan: Jozef en Maria, Simeon en Hanna, samen met allen die de verlossing voor Jeruzalem verwachtten. En temidden van dit alles de Here Jezus, als pasgeboren Kind. En in die gewijde ruimte werd de lofprijzing aangeheven. Want al deze mensen die met verwachting uit zagen, hebben meer gezien dan dit kleine Kind. Met hun geestelijke ogen hebben zij de verlossing aanschouwd. Maar dat niet alleen! Zij zagen de komende Verlosser, niet in de nederigheid waarin Hij toen bij hen was, maar in Zijn grote en machtige Majesteit. En dat was voor hen de reden om de lofzang aan te heffen. Een lofzang die de eeuwen doorklinkt en die straks in alle volmaaktheid zal klinken als de eeuwige verlossing in de ganse schepping zichtbaar zal zijn. En allen die vandaag verlossing verwachten, mogen dit lied, straks met het Kerstfeest, van ganser harte meezingen.

tags: #lofzang #hannah #geboortekaartje